Bijdrage Gert-Jan Segers aan plenair debat Wijziging gemeentelijke indeling deel provincie Fryslân

24-04-2013 00:00 24-04-2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers aan een plenair debat met minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Onderwerp:   Wijziging van de gemeentelijke indeling in een deel van de provincie Fryslân

Kamerstuk:    33 496

Datum:            24 april 2013

De heer Segers (ChristenUnie):

Voorzitter. Het is prachtig om hier vanmiddag te mogen spreken over "it bêste lân fan d'ierde". Ik heb er vijftien jaar gewoond en voel me nog altijd zeer betrokken bij dit prachtige deel van Nederland, deze provincie, waarvan ik hoop dat ze nooit opgaat in het soort landsdeel waar dit kabinet van droomt.

We spreken over samenvoeging van de gemeenten Gaasterlân-Sleat, Lemsterland en Skarsterlân tot de nieuwe gemeente De Friese Meren oftewel Fryske Marren. Daarnaast gaat het om het voegen van delen van de gemeente Boarnsterhim bij Heerenveen en Leeuwarden. Een belangrijk punt bij herindelingen is draagvlak en dat het voorstel van onderop komt, dus uit de gemeenten zelf. Het voorstel tot wijziging van de gemeentelijke indeling in een deel van de provincie Friesland is zo'n vrijwillige samenvoeging, althans, grotendeels. Daar wringt de schoen voor de ChristenUnie. De procedure die is doorlopen bij de grenscorrectie tussen de gemeenten Skarsterlân en Heerenveen verdient namelijk geen schoonheidsprijs. Niet voor niets stuurden de burgemeesters van Gaasterlân-Sleat, Lemsterland en Skarsterlân nog een brief hierover aan de verschillende Kamerfracties, om het verschil in stemverhouding onder de aandacht te brengen. Voordat de grenscorrectie werd voorgesteld, waren 48 raadsleden voor, daarna nog maar 35. Voor de ChristenUnie was dat reden om te kijken naar de procedure die gevolgd is bij de grenscorrectie. De protesterende inwoners hebben ons overtuigd dat dit niet volgens de regels van de kunst is gegaan. Bovendien werd -- en dat is minstens zo belangrijk -- tijdens het werkbezoek van de Kamercommissie duidelijk dat heel veel bewoners van Haskerdijken en Nieuwebrug zich verzetten tegen de annexatie door Heerenveen. In feite heeft de provincie de fusiegemeenten opgelegd om in te stemmen met het veranderde voorstel. De keuze van de inwoners van Haskerdijken en Nieuwebrug werd daarmee genegeerd, terwijl ons altijd voor ogen moet staan dat het openbaar bestuur er niet is voor de bestuurders, maar voor de burgers.

Als de burgers zich zo verzetten, zijn allerlei hoge academische overwegingen om het toch te doen, misplaatst. Dan zou je moeten kiezen voor een ongedeelde samenvoeging van de drie gemeenten, inclusief Haskerdijken en Nieuwebrug.

Ik kan het eigenlijk niet mooier zeggen dan mijn PvdA-collega Lutz Jacobi. Na afloop van het werkbezoek en de hoorzitting meldde zij zich bij de Friese media en zei zij dat zij zich kon voorstellen dat de mensen in Haskerdijken en Nieuwebrug zich in de zak genaaid voelen. Zij zei: "Ze hebben echt een punt. Het feit dat de provincie de fusiegemeente heeft opgelegd dat ze Haskerdijken moet afstaan, betekent dat het proces niet meer van onderaf is gevoerd. De dorpen hebben op deze manier een status aparte gekregen." Daarna beloofde ze dat er heel goed naar gekeken zou worden. Ik ben benieuwd hoe goed ernaar gekeken zal worden. Mevrouw Jacobi sprak woorden naar mijn hart.

Ik zou van de minister willen horen hoe hij terugkijkt op dit proces. Wat vindt hij van het feit dat er geen gezamenlijk besluit is geweest van de gemeenten Skarsterlân en de gemeente Heerenveen over deze grenscorrectie? Wat vindt hij van het feit dat de op dit punt ingestuurde zienswijzen niet door de provincie zijn behandeld, maar alleen door de minister zijn ingezien?

Het mag duidelijk zijn dat deze herindeling voor het overgrote deel van de betrokken inwoners winst is. De herindeling wordt door de meeste inwoners en de meeste bestuurders gesteund. Steunt iedereen de herindeling? Nee. Iedereen steunt de herindeling, op de mensen van twee dorpen na. Samen met de heer Van Raak heb ik een amendement ingediend waarin de grenscorrectie ongedaan wordt gemaakt en de dorpen Haskerdijken en Nieuwebrug, tezamen met een bedrijventerrein, weer deel worden van de gemeente De Friese Meren. Daarbij gaat het dus om een ongedeelde samenvoeging van de betreffende gemeenten.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Over het amendement is toch enige commotie ontstaan. Daarbij gaat het vooral om het industrieterrein. Dit zou leiden tot een gedeeld industrieterrein. In ieder geval de ondernemers die actief zijn op dat industrieterrein moeten daar niet aan denken. De gemeente moet er ook niet aan denken. Wat vindt de ChristenUnie daarvan? Dit is niet de wens van de mensen zelf.

De heer Segers (ChristenUnie):

Het amendement voorziet in een ongedeelde samenvoeging van de gemeenten. Dat heeft het meeste draagvlak. De ergste pijn zit inderdaad bij de twee dorpen Haskerdijken en Nieuwebrug. Als het CDA bijvoorbeeld gaat voorstellen om een correctie te maken waarbij het bedrijventerrein naar Heerenveen zou gaan en de dorpen bij de gemeente De Friese Meren zouden komen, dan zou dat een heel interessante nieuwe optie opleveren. Die optie zouden wij heel serieus moeten overwegen. Wij hebben nu echter gekozen voor een ongedeelde samenvoeging. Drie gemeenten die samen wilden gaan, moeten ook samen kunnen gaan.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Wij zullen straks nog uitgebreid spreken over de herindeling en over onze twijfels daarbij. Het industrieterrein zal echter in elk geval ongedeeld moeten blijven. Dat is de behoefte van iedereen. Daarover zullen we straks nog spreken.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ja, maar ik wijs er wel op dat het industrieterrein al heel lang deel uitmaakt van de gemeente Skarsterlân. Het is altijd fraaier om een ongedeelde gemeente samen te voegen dan om enorm te gaan puzzelen. De minister is gaan puzzelen in het voorliggende wetsvoorstel. Als wat mevrouw Van Toorenburg nu voorstelt, een tussenoplossing is waarmee wij tegemoet kunnen komen aan de gefundeerde bezwaren die sterk leven bij de inwoners van Haskerdijken en Nieuwebrug, dan is dit wellicht een optie. Het mag echter duidelijk zijn dat het amendement voorligt dat wij hebben ingediend. Ik ben benieuwd naar de reacties, niet alleen naar die van de minister, maar ook naar die van mijn collega-Kamerleden. Zij zullen hierover uiteindelijk moeten stemmen.

Mijn tweede en laatste punt gaat over de financiële gevolgen van deze herindeling, maar ook van herindelingen elders. Ik constateer dat de nieuw te vormen gemeente De Friese Meren een lagere uitkering zal ontvangen uit het Gemeentefonds, zowel door de vermindering van het basisbedrag als door de vermindering van de uitkering voor IJsselmeergemeenten. Er zal 2,8 miljoen minder worden uitgekeerd, terwijl de opbrengst door efficiënter te werken op ongeveer 1 miljoen wordt geschat. Eigenlijk bevat het besluit tot samenvoegen dus een negatieve financiële prikkel voor gemeenten. Er is dus eigenlijk sprake van een malus, in plaats van de bonus waarover de minister weleens heeft gesproken.

Dat viel de minister inderdaad ook op. Hij deed er uitspraken over in Binnenlands Bestuur. Inmiddels ontving hij ook een schrijven van burgemeester Apotheker hierover. Serveert de minister nu boter bij de vis? Zo ja, wanneer en hoe? Hij wil de negatieve prikkel voor toekomstige gemeenten verminderen of wegnemen, maar wanneer krijgt de Kamer hierover een voorstel? Wat betekent dat voor de huidige gemeenten die met herindeling te maken hebben, zoals wij vandaag over Friesland spreken? Ik vind dat de minister niet alleen een worst voor de neus van gemeenten kan hangen die in de toekomst herindeling overwegen. Hij constateert namelijk een probleem dat bijvoorbeeld ook voor de gemeenten in Friesland een stevige impact heeft. Er moet dus ook worden gekeken naar gemeenten die, zoals nu, te maken hebben met een flinke achteruitgang in de financiën. Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister. Ik heb een motie op dat punt klaarliggen, maar ik luister eerst heel graag naar wat de minister te zeggen heeft.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Opnieuw kunnen wij de algemene stelling poneren dat wij altijd ingenomen zijn met herindelingen die van onderop tot stand komen. Wat het CDA betreft is deze herindeling alleen daarom al wenselijk. Bewoners zien er het nut van in. Bewoners zien de noodzaak ervan in. Zij kunnen zich er in positieve zin mee verenigen, dus wij ook. We hebben wel een aantal bespreekpunten.

Allereerst de grenscorrectie wat betreft Haskerdijken-Nieuwebrug. Ik ga het niet zo mooi zeggen als de heer Segers, want ik heb niet in Friesland gewoond; gewoon in Brabant. De provincie geeft aan dat die indeling logisch is, omdat de bewoners voor werk, culturele voorzieningen en voortgezet onderwijs overwegend georiënteerd zijn op Heerenveen. Vandaar de voorgestelde grenscorrectie. Nu hebben wij in de hoorzitting toch tamelijk ontstemde bewoners ontmoet. Zij hebben zich duidelijk geroerd, in die zin dat zij niet op deze manier behandeld wensen te worden. Zij voelen zich op een andere manier meer thuis bij de Friese Meren. Als vergelijkbare samenleving voelen ze zich daar meer op hun plek. Vooral het beeld dat men zich niet serieus genomen voelt, was heel erg duidelijk. Daarom hebben wij de minister daar in de nota naar aanleiding van het verslag op bevraagd. De minister heeft de hele procedure nog eens nagelopen. Hij is echter niet heel erg ingegaan op de inhoudelijke zorgen van de inwoners van Haskerdijken-Nieuwebrug. Wij vragen de minister om daar vandaag een extra woord aan te wijden. Laten wij eerlijk zijn: wij worstelen hier serieus mee. Aan de ene kant stellen wij vast dat mensen zich niet serieus genomen voelen. Er is een serieuze poging gedaan om dat goed te maken, maar uiteindelijk heeft men er nog niet echt rust door gevonden. Ik twijfel eraan of wij zo ver kunnen gaan dat wij het amendement steunen. Dat komt vooral, omdat wij zien dat er in het kader van de decentralisatie heel veel wordt neergelegd bij gemeenten. Als je dan constateert dat de bewoners van die twee dorpen zijn gericht op Heerenveen, maar er vervolgens geen invloed op kunnen uitoefenen, omdat ze er geen onderdeel van uitmaken, dan is dat zorgelijk. Ze kunnen geen invloed uitoefenen op de Wmo, de jeugdzorg en de participatie, terwijl ze daar waarschijnlijk straks wel afhankelijk van zijn. Daarom twijfelen wij eraan of wij de mensen uiteindelijk goed bedienen met een stem voor het amendement, gelet op die grote decentralisatieslag.

De heer Segers (ChristenUnie):

Dit is een paradoxale situatie. Als participatie en inspraak van burgers bovenaan het verlanglijstje van het CDA staan, als die zaken doorslaggevend zijn, dan is het toch logisch om te luisteren naar wat de bewoners zeggen, namelijk dat zij bij hun oude gemeente willen blijven die zich voegt in de nieuwe gemeenten Friese Meren?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Met alle respect, dan maken wij het te simpel. Er loopt nu een heel traject voor de herindeling. Tevens loopt er een decentralisatieslag die behoorlijk pittig is. Een en ander loopt tegelijkertijd. De oude bezwaren van de bewoners zijn niet meegewogen bij hoe het zit met de decentralisatie, maar wij vlechten het nu wel in elkaar. Dan kun je zeggen: we wachten twee jaar en dan gaan we het opnieuw tegen het licht houden. Dat lijkt mij echter niet verstandig. Dat is wat wij voor ons zien.

We zien mensen die grote zorgen hebben over waar ze straks bijhoren. Tegelijkertijd erkennen zij een gerichtheid op Heerenveen. Ze zeggen ook niet dat ze niet gericht zijn op Heerenveen. Iedereen erkent dat. Qua gemeente voelen ze zich eerder en meer thuis bij De Friese Meren. Ik heb daar goed naar geluisterd. Zij zeggen ook dat zij qua werk, qua school en alle voorzieningen naar Heerenveen gaan. Dat doet de vraag rijzen wat het betekent als straks die grote decentralisatieslag komt en deze mensen gericht zijn op die voorzieningen maar er niets over kunnen zeggen. Bedienen we die mensen dan echt op de beste manier? Wij hebben dat de afgelopen drie weken nog eens in die gemeente teruggelegd. Mensen van het CDA hebben met talloze mensen gesproken en dit punt speelt daar een rol. Ik wil daar dus niet snel overheen stappen en ik neig er dan ook naar om niet zo blij te zijn met het terugdraaien van de grenscorrectie. We willen daar ook graag een antwoord van de minister op. In ieder geval, en dat hebben we net in het interruptiedebatje ook al gezegd, moeten we even serieus naar dat industrieterrein kijken.

De heer Segers (ChristenUnie):

Het beeld is veel diffuser. Er is niet een eenzijdige gerichtheid op Heerenveen, maar ook op Joure, Drachten en Leeuwarden. Dat beeld is dus echt veel gemengder. Het is dan ook echt te simpel om te zeggen dat alle ogen zijn gericht op Heerenveen, maar dat ze er alleen niet bij willen horen. Nee, dat beeld is heel gemengd en ze willen dolgraag gewoon bij hun oude gemeente horen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Dat is waar, maar wij horen dat ze qua voorzieningen wel gericht zijn op Heerenveen. Dat horen wij terug en dat hebben wij ook weer getoetst. Als we daarbij bedenken dat die grote slag naar de gemeente een rol speelt, vragen we ons af waarmee we de mensen nu het beste dienen. Het gevoel is niet meer zo sterk dat dat met het terugdraaien van die grenscorrectie gebeurt.

Dan kom ik bij De Burd, een prachtig eilandje dat is ontstaan toen het Prinses Margrietkanaal werd aangelegd. Bewoners en recreanten zijn sindsdien aangewezen op de pont. De bewoners is altijd toegezegd dat zij niet de dupe zouden worden van het feit dat er een veerpont zou komen. Wij hebben daarover vragen gesteld en de minister geeft aan dat de nieuwe gemeente een tekort heeft, dat het uiteindelijk wel wordt verrekend en dat er goed wordt gekeken naar de mensen. Wij maken ons daarover toch in toenemende mate zorgen. Wij hebben er nog een keer vragen over gesteld, ook in die gemeenschap zelf. Het blijkt dat mensen een abonnement kunnen kopen voor €500 per persoon. Maar het kan toch niet waar zijn dat, als je met twee kinderen bij opa op het eiland op bezoek wilt, je misschien wel €2.000 kwijt bent? Verder kunnen er kaartjes worden gekocht; een ritje daarmee kan €17,50 kosten. Ik weet wel dat de Kamer daar niet over gaat. De VVD springt daarom ook naar voren en ik ga zo meteen ook goed naar de heer Litjens luisteren. Maar kan de minister ook daaraan aandacht besteden? Het is een heel serieuze oproep van de bevolking en ik vind dat wij daarover in de Kamer ook kunnen spreken.

De heer Litjens (VVD):

Ik weet dat mevrouw Van Toorenburg weet welke kant het opgaat. Dat heeft ze zelf goed bedacht en dat had ze ook kunnen bedenken tijdens de hoorzitting. Mijn vraag is wat dit nu te maken heeft met een herindeling. Ik stel die vraag omdat we hier over herindelingen spreken en we niet in de situatie verzeild moeten raken dat we bij ieder onderwerp alle wensen van de samenleving betrekken.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Dat is een heel reële vraag. De heer Litjens weet echter, omdat hij daar ook heel betrokken bij was, dat wij die vraag op dat moment aan die mensen hebben gesteld. Zij gaven aan dat zij al in een heel traject met de huidige gemeente zitten en dat iedereen het net een beetje begint te snappen. Als er straks weer een nieuwe indeling komt, moeten ze daar weer gaan knokken over hun rechten. Daarom willen zij dat nu aan de orde stellen. Wij konden ons dat ook wel voorstellen want de grap was dat, toen we daarover in die gemeenschap en ook bij de provincie verder spraken, eigenlijk nauwelijks iemand zich echt gerealiseerd had wat daar speelt. Dat vond ik zorgelijk en daarom stellen wij het hier vandaag aan de orde.

De heer Litjens (VVD):

Ik constateer dat het niets te maken heeft met de herindeling op zich, en dat het ook de mensen van De Burd zelf zijn die het aan de orde hebben gesteld. Sommige partijen hebben tijdens de hoorzitting aangegeven dat dit niet betrokken dient te worden bij een herindelingsontwerp. Mevrouw Van Toorenburg heeft voor iets anders gekozen en dat is haar goed recht.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Zo kan de heer Litjens het zien. Wij vinden het echter belangrijk om, als mensen bij ons een noodkreet slaken en zeggen al heel lang in gesprek te zijn en er niet goed uit te komen, daarvoor aandacht te vragen. Straks is er weer een nieuwe samenstelling van het bestuur en weet weer niemand waarover het gaat.

Wij merken dat het voor de provincie niet duidelijk is hoe het zit. Wij zien grootouders die hun kinderen of kleinkinderen nauwelijks op bezoek krijgen; ze kunnen het gewoon niet betalen. Dan staat het CDA op: kijk daar eens naar, minister. Dat hebben wij vandaag gedaan. Wij hopen op een antwoord.

Mijn laatste onderwerp betreft de Friese taal. Bij de vorming van Súdwest-Fryslân is er een convenant gesloten tussen de gemeenten, de provincie en de staatssecretaris over de positie van de Friese taal. De minister geeft aan dat daarover op dit moment gesprekken lopen. Kan hij ons meedelen wat de stand van zaken is? Wil hij ons hierover op de hoogte houden?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Archief

« Vorige Volgende »

september 2021

juni

mei

april

februari

december 2020