Bijdrage Joël Voordewind aan het algemeen overleg Sudan

woensdag 03 juli 2013

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Joël Voordewind als lid van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken aan een algemeen overleg met minister Timmermans van Buitenlandse Zaken en minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Onderwerp:   Sudan

Kamerstuk:    22 831

Datum:            3 juli 2013

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Ik ondersteun de woorden van de heer Sjoerdsma en deel zijn zorgen als het gaat om de Nederlandse betrokkenheid. Het zijn moeilijke tijden. Dit kabinet bezuinigt op ontwikkelingssamenwerking en dat resulteert in minder partners. We zien dat Nederland langzamerhand Sudan aan het loslaten is. Dat is jammer, want de noodzaak om betrokken te zijn bij dit conflict is nog steeds enorm groot. Sterker nog, de situatie aldaar verslechtert. Het is zeer zorgelijk wat er gebeurt in zowel Zuid-Sudan als Darfur. Nederland heeft een grote rol gespeeld. Jan Pronk heeft daar als Speciaal Vertegenwoordiger gezeten. Bert Koenders is daar altijd actief geweest. Ik vraag de minister om naast de inzet die Nederland pleegt als het gaat om vrouwen en de pilot godsdienstvrijheid zijn visie te geven op de verdere diplomatieke betrokkenheid bij Darfur en Zuid-Sudan.

Als het gaat om het Doha-document for peace wat betreft Darfur schrijft de minister dat enerzijds het een probleem is om de financiën op orde te krijgen om de overeenkomst uit te voeren en dat er anderzijds nogal wat ontbreekt aan de VN-missie zelf. Wat is de visie van de minister op die missie? Heeft die missie voldoende robuust mandaat om echt te kunnen optreden? Zou Nederland daarin nog wat kunnen duwen om te kijken of die missie niet steviger kan, gezien de grote nood in Darfur?

Het grote probleem is er in gelegen dat de strijdende partijen niet met elkaar om de tafel willen. Welke rol ziet de minister voor de internationale gemeenschap of de EU om er verder op aan te dringen dat dit wel gebeurt? Het zijn grote problemen waarbij Nederland een kleine speler is, maar in het verleden heeft het op dat punt toch wel het een en ander kunnen doen.

Beide ministers geven aan dat er twee bilaterale speerpunten zijn, te weten bescherming van vrouwen en het door laten lopen van de pilot godsdienstvrijheid. Grote steun als het gaat om de bescherming van vrouwen en vrouwenrechten. Ik lees in de brief echter niets over de stand van zaken rond de godsdienstvrijheid. We krijgen er wel verontrustende berichten over. Na de afscheiding van Zuid-Sudan zijn de christenen in Sudan zelf onderhevig aan grotere vervolgingen en meer arrestaties. Kerkbouw is tegenwoordig overbodig omdat men zich toch terugtrekt naar Zuid-Sudan. Ik ben benieuwd wat Nederland op het gebied van die pilot vanuit Khartoem nog in staat is om te doen, ondanks dat we daar geen partner meer hebben.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug