Bijdrage Joël Voordewind aan het algemeen overleg Vreemdelingen- en asielbeleid

04-06-2015 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Joël Voordewind op het onderdeel Immigratie en Asiel van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie aan een algemeen overleg met staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid en Justitie

Onderwerp:   Vreemdelingen- en asielbeleid

Kamerstuk:    19 637

Datum:           4 juni 2015

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Ik leg mijn vraag bij de staatssecretaris, want ik kom er in de Kamer niet veel verder mee. Daarin maakt eenieder zijn eigen afweging. We hebben wel een stap voorwaarts gedaan, want er zijn nu in de Kamer partijen die erkennen dat er een heel rare situatie ontstaat als men moet uitleggen dat er sprake is van een extreme afhankelijkheidssituatie als een dochter eerst bij haar familie thuis woonde en vervolgens alleen achterblijft in landen zoals Jordanië. Daar is een alleenstaande dochter echt heel kwetsbaar. Ik ben de staatssecretaris er dankbaar voor dat dit wordt onderkend. Wil hij de situaties, waarin je eigenlijk niet van een achterblijvend kind van 18 of ouder kunt vragen dat het zelfstandig woont, flexibel bezien? Wat blijft er over op het moment dat je ouders vertrekken? Dan word je gedwongen om zelfstandig te wonen. Het is een heel rare kronkel in de redenering, terwijl het voorgaande, een normale afhankelijkheidssituatie, heel redelijk lijkt.

De Kamer heeft verschillende keren gesproken over de verdwijning van minderjarige kinderen. We hebben gezegd dat we daar veel scherper op moeten zijn. Uit het Jaarbericht Kinderrechten 2015 blijkt dat er 110 kinderen uit de asielopvang zijn verdwenen. Als dit kinderen uit reguliere gezinnen waren, zoals die van ons, hadden we een ander alert gehad. Dan hadden we Opsporing Verzocht-uitzendingen gehad et cetera. Waarom is het zo stil over deze kinderen, die mogelijkerwijs in verdachte omstandigheden zijn verdwenen? Kunnen we voor hen ook een AMBER Alert uitsturen als ze verdwijnen en een actief opsporingsbeleid voeren? Enkele partijen hebben de suggestie gedaan of het niet verstandiger is om deze alleenstaande minderjarige kinderen veel meer en misschien exclusief op kleine schaal in pleeggezinnen op te nemen, zodat we beter zicht op ze houden. Kan de staatssecretaris hierop ingaan?

Ik sluit me aan bij de vragen van collega Gesthuizen over de zaak-Jeunesse.

Over Ranov hebben we van de vorige staatssecretaris een onderzoek gekregen. Dat had niet gehoeven, maar de Partij van de Arbeid wilde het graag. Ik hoop dat we nu een stap kunnen zetten. De conclusie van het onderzoek is dat het 61% van de mensen die een aanvraag indient, niet lukt om hun identiteitspapieren in het land van herkomst te achterhalen. Daar zijn soms heel begrijpelijke redenen voor. Eigenlijk wisten we al dat bewijsnood een belangrijke belemmering was voor mensen om zich te laten naturaliseren. Er wachten nog steeds duizenden mensen. Zij hebben een generaal pardon gehad, maar kunnen niet trouwen, niet naar bijvoorbeeld Engeland reizen waarmee geen Schengenverdrag is et cetera. We moeten deze mensen na zo veel jaar toch als volwaardig staatsburger accepteren? Kan de staatssecretaris eens kijken naar de criteria voor de bewijsnood? Als we die zo strak blijven hanteren, blijven die 10.000 tot 12.000 Ranov-personen waarschijnlijk tweederangsburgers. Dat moeten we niet willen in Nederland.

Tot slot kom ik bij het besluit- en vertrekmoratorium voor Irak. Het is duidelijk dat de situatie in Amber, Bagdad en andere provincies die de staatssecretaris noemt, al jaren onveilig is. Bagdad is een van de meest gevaarlijke steden ter wereld. Toch laten we daar keer op keer een besluit- en vertrekmoratorium op los. Waarom nemen we deze mensen niet gewoon in procedure en accepteren we dat Bagdad niet morgen en ook niet over zes maanden tot veilig gebied verklaard wordt? Laat deze mensen in procedure komen. Dit geldt ook voor Somalië. We kennen de Al-Shabaabgebieden. We weten dat die niet heel fluïde zijn. Het zijn stabiele gebieden onder bezetting door Al-Shabaab in Zuid- en Centraal-Somalië. Waarom nemen we mensen uit deze gebieden niet in procedure? Voor Libië pleit ik juist wel voor een besluitmoratorium, want daar is de situatie fluïde. Die kan over zes maanden weer anders zijn. Mijn pleidooi is om wel een besluitmoratorium te overwegen, en de situatie met de mensen uit Libië af te wachten. Dat geeft hen in ieder geval de nodige duidelijkheid.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Archief > 2015 > juni