Bijdrage Gert-Jan Segers aan de plenaire behandeling van initiatief wetsvoorstel van het lid Van Klaveren tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met een verruiming van de vrijheid van meningsuiting

donderdag 15 december 2016 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Gert-Jan Segers aan een plenair debat met initiatiefnemer Van Klaveren, Tweede Kamerlid Groep Bontes-van Klaveren, en minister van der Steur, minister van Veiligheid en Justitie

Onderwerp:   Voorstel van wet van het lid Van Klaveren tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met een verruiming van de vrijheid van meningsuiting

Kamerstuk:    34 051          

Datum:           15 december 2016

De heer Segers (ChristenUnie):
Voorzitter. Allereerst een woord van waardering voor de initiatiefnemer. Er gaat altijd veel werk zitten in een initiatiefwet. Het is mooi dat dit ambachtelijk werk is opgepakt en dat wij hier over dit belangrijke onderwerp kunnen spreken. De timing is ook heel bijzonder na afgelopen vrijdag. Ik zal daar zo iets over zeggen.

Wij spreken over de vrijheid van meningsuiting. Die is bijzonder en kwetsbaar. Het is goed dat iedere keer voor ogen te houden. De vrijheid van meningsuiting is, net als de vrijheid van geloof, een fundamentele grondslag van onze democratische rechtsstaat. Die is voor de fractie van de ChristenUnie een dierbaar bezit.

Het is een vrijheid die op drie manieren om verdediging vraagt. Allereerst door rechten vast te leggen, bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting. Ten tweede door fatsoenlijk met elkaar om te gaan. Het vraagt dus ook om wellevendheid. Bepaalde dingen mag je zeggen, maar het recht is alleen houdbaar als de samenleving de zelfbeheersing en het fatsoen opbrengt om daar niet altijd gebruik van te maken. De derde manier waarop je dat kunt verdedigen, is door begrenzing. Haatzaaien en opzettelijke belediging moeten echt verboden blijven, omdat ze de vrijheid en de rechten van anderen aantasten.

Dit debat gaat niet alleen over de vrijheid van meningsuiting, maar ook over de vrede in de samenleving, over hoe we fatsoenlijk met elkaar omgaan en kunnen blijven samenleven. Met dit wetsvoorstel worden individuele rechten opgeblazen tot grote proporties. Dat is schadelijk voor de verhoudingen binnen onze gemeenschap. Er is een mooie spreuk uit het Bijbelboek Spreuken: wie onheil zaait, zal onheil oogsten. Woorden doen ertoe.

Het wetsvoorstel kiest wat mij betreft een heilloze weg van individualisme. Dit past bij een samenleving waarin individuele zelfverwerkelijking de hoogste waarde is, maar dat helpt ons als samenleving niet verder.

We leven in een tijd waarin sommige mensen zich afvragen of je nog wel alles kunt zeggen. We hoorden collega Taverne al refereren aan Gregorius Nekschot. Zelf refereer ik aan afgelopen vrijdag, aan de uitspraak in het proces tegen collega Wilders. Dit zijn voorbeelden van uitspraken en daarna vervolgingen die op zijn zachtst gezegd tot enige commotie hebben geleid. Er zijn nogal wat mensen die het hierbij vinden knellen. Vroeger kreeg je als kind nog weleens te horen: woorden doen geen pijn. Het doet pijn als je geslagen wordt, maar woorden doen geen pijn. Dat spreekt ook veel mensen aan in het debat over de vrijheid van meningsuiting.

Feitelijk is dat ook de gedachte van de indiener: woorden doen geen pijn. Hij bouwt voort op dat sentiment. Hij zegt dat 137f immers blijft bestaan. Discrimineren mag niet. Aanzetten tot geweld mag evenmin, maar de rest gaan we schrappen, aldus de indiener, zoals aanzetten tot discriminatie, onderscheid en uitsluiting van anderen, met als doel hun rechten en fundamentele vrijheden teniet te doen. Schrap het aanzetten tot haat. Schrap het aanzetten tot vijandigheid jegens anderen, tot afkeer van anderen, met als doel hun vrijheden op politiek, economisch, sociaal en cultureel terrein aan te tasten. Schrap het allemaal maar. Dat moet toch kunnen? Iets roepen is één ding, maar iets doen is toch iets heel anders?

Ik ben de eerste die vindt dat je in een samenleving niet al te kleinzielig moet doen. We leven in een open samenleving en we hebben heel verschillende opvattingen, politieke, maatschappelijke en religieuze, over van alles en nog wat. Als meningen botsen, kan dat soms au doen. Vaak is dat zelfs onvermijdelijk. Als het om ideeën gaat, ook over geloofsovertuigingen, als wij een debat over waarheid en leugen voeren, kan het niet anders dan dat het er echt stevig aan toe gaat.

Hiermee is echter niet alles gezegd. Het is de Bijbel zelf die al schrijft dat wij de tong meer moeten vrezen dan een tweesnijdend zwaard, terwijl de Bijbel zelf er niet altijd doekjes om windt. Toch die waarschuwing dus. Woorden zijn niet vrijblijvend. Dat geldt zeker als er sprake is van discriminatie. Dan gaat het niet om negatieve bejegening van een mens, een relatief onschuldige reden, maar om de krenkende bejegening van een ander vanwege zijn ras, geloof, levensovertuiging, geaardheid of handicap, waarmee je in een adem bij alle mensen met die kenmerken wordt weggezet. Bij uitlatingen die in verband staan met discriminatie, lopen wij er dus onmiddellijk tegen aan dat woorden niet vrijblijvend zijn, dat er meer van te zeggen is dan "ach, schelden doet geen pijn".

Ik kan mij voorstellen dat de initiatiefnemer weg wil blijven van al te directe referenties aan de Tweede Wereldoorlog, want wij hebben gezien dat dat wat met woorden is begonnen, met gruwelijke daden is geëindigd. Misschien wil hij wegblijven bij de kwestie van antisemitisme en Jodenhaat, misschien wel net als de initiatiefnemers Rutte en Nicolaï indertijd bij de initiatiefnota die zij een jaar of tien geleden presenteerden in de zogenaamde vrijdenkersruimte van de VVD. Ook daarbij gold toen: alles mag, mits je maar niet aanzet tot geweld. De Holocaustontkenning bleef echter een lastig punt. Wij hebben vandaag gehoord dat de heer Taverne zegt: dat mag toch niet.

Er zijn echter meer voorbeelden. Neem de haatcampagne jegens Tutsi's op de radio in Rwanda, om maar een recenter voorbeeld te noemen. Die begon met woorden, discriminerende woorden, haatdragende woorden, ging eindeloos door en leidde tot daden. Neem de oorlog in Joegoslavië. Telkens is er weer een lijn van gedachten naar woorden, van woorden naar opvattingen, van opvattingen naar bejegening, van bejegening naar haat, van haat naar het zaaien van haat, van haatzaaien naar het aanzetten tot geweld en ten slotte het plegen van geweld.

De indiener meent de samenleving een dienst te bewijzen door te wijzen op het "lex certa"-principe. Je moet kunnen weten wanneer je de wet overtreedt. Daarbij gaat hij er dus van uit dat de wet niet helder is. Ik deel zijn opvatting niet. De wet stelt inderdaad grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. In deze context gaat het niet om zomaar wat uitingen, het gaat om discriminerende uitingen, om krenkingen wegens een wezenskenmerk van een ander mens. Er zit een verwerpelijke bedoeling achter. Het gaat niet om het uitvechten van een meningsverschil, om een idee, niet in de eerste plaats en zelfs niet in de tweede of de derde plaats. Het doel is anders, het is op iets anders gericht. Het eerste doel van je uitspraken, je belediging, je bejegening of behandeling van een ander is om die andere mens te krenken, omdat hij een ander ras heeft, omdat hij iets anders gelooft dan jij of niet gelooft, of een andere geaardheid heeft dan jij. Die uitspraken, die bejegening, die behandeling, gaat het verschil van opvatting zelfs ver te boven en heeft daarom ook zo veel mogelijke, gevaarlijke gevolgen.

Beperken wij de vrijheid van meningsuiting door de grens bij discriminatie te trekken, niet alleen als het gaat om geweld maar ook als het gaat om uitspraken? Ik geloof er niets van. Het uitvechten van meningsverschillen of het bestrijden van iemands opvatting of levensovertuiging is er niet van afhankelijk of je discriminatie toestaat. Debatten, ook politieke debatten, op het scherp van de snede blijven mogelijk, heel goed mogelijk. Voor de duidelijkheid: dat geldt dus ook voor godsdienstige meningsverschillen. Laat ik ook hier maar helder maken dat als het gaat om ideeën die je vrijwillig kunt adopteren en vrijwillig kunt afleggen, de bescherming ook wel iets minder zal zijn dan als het gaat om wezenskenmerken waar je niets aan kunt doen, zoals je geaardheid, je ras of de kleur van je huid.

Veel belangrijker dan dit is nog iets anders. Onze vrijheidsrechten zijn er niet alleen maar omdat ze in de Grondwet staan, omdat ze ons bescherming bieden tegen de overheid. Vrijheidsrechten zijn er ook bij de gratie van het elkaar gunnen van vrijheden. Ze komen tot leven in een samenleving, in het leven van alledag. Als jij vrijheid van geloof wilt, moet je dat ook een ander gunnen. Als jij politieke vrijheid wilt, dan komt die ook de ander toe. Als jij wilt kunnen zeggen wat je wilt, dan moet je dat ook bij anderen toestaan. Dat is allemaal niet mogelijk als je in columns en artikelen, in toespraken en in de media niet uit bent op debat, op een woordenstrijd, maar als je doel iets anders is, als het doel is het discrimineren van de ander, het krenken van iemand, niet om wat hij zegt of vindt, maar om wat hij is. Wat je dan doet, is niet iemands mening bestrijden, maar een stuk vrijheid afpakken. Wie discriminatie als doel heeft en het recht daartoe opeist, maakt zich evenzeer schuldig aan misbruik van zijn vrijheid als wie probeert de ander met dreiging van geweld het zwijgen op te leggen.

De kardinale vraag bij dit wetsvoorstel is: is een beschaafde, fatsoenlijke, vrije samenleving gediend met dit voorstel? Het antwoord van de ChristenUnie-fractie is, helaas voor de indiener maar wel uit volle overtuiging, ontkennend.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl

« Terug

Nieuwsarchief > 2016

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari