Bijdrage Gert-Jan Segers aan de Algemene Politieke Beschouwingen

woensdag 18 september 2019

Bijdrage Gert-Jan Segers aan een plenair debat met minister-president Rutte.

Kamerstuknr. 35300

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik hoop dat iedereen er weer helemaal bij is en lekker gegeten heeft.

Mevrouw de voorzitter. We staan op een kruispunt. De Raad van State heeft ons daar hardhandig bovenop gezet. We kunnen even geen kant meer op. Dat is het moment om na te denken over wat we echt belangrijk vinden en over wat het goede leven is.

Mevrouw de voorzitter. We stoten te veel stikstof uit, zo oordeelde de Raad van State. Daarom liggen duizenden bouwprojecten stil en komt er geen nieuwe wijk in Roermond, komen er geen windmolens in zee en komt er geen nieuwbouw voor bedrijven. Het verhaal van ons stikstofprobleem is eigenlijk ook het verhaal van Nederland. Het is het verhaal van ons allemaal. We willen alles, we willen het nu en we willen het allemaal tegelijk, op dat "hele kleine stukje aarde", terwijl de dingen die het leven waarde geven onder druk staan.

De weg vooruit is dan niet om de uitspraak van de Raad van State de schuld te geven. De weg vooruit is niet om natuurgebieden de schuld te geven dat ze zo ongelegen pal naast onze huizen en onze wegen gaan liggen. Hoe brutaal! De weg vooruit is niet om te zoeken naar nieuwe juridische trucs. Nee, de weg vooruit is erkennen dat onze manier van leven onszelf en de schepping uitput. En nu staan we op een kruispunt. Op dat kruispunt kunnen we nadenken over het goede leven dat we als samenleving willen leiden. Dat geldt niet alleen voor de omgang met de schepping, maar ook voor de omgang met elkaar.

Begin deze zomer waren we als ChristenUnie-fractie te gast bij woongemeenschap Taste, in een moeilijke wijk in Delft. Stellen en singles wonen daar samen. Ze hebben een prachtige tuin. Die hebben ze beschikbaar gesteld voor de buurt, in een van de dichtstbevolkte wijken van Nederland. Het is een buurttuin geworden. Op vrijdag organiseren ze een buurtcafé. Het is een plek waar mensen er voor anderen zijn. Het was een prachtige plek; een voorbeeld voor de samenleving zoals ik die voor me zie en zoals ik die graag zie.

De uitspraak van de Raad van State over stikstof en over de zogenaamde PAS herinnerde me aan de keuzes die daar worden gemaakt. Laten we dit moment aangrijpen om na te gaan wat het goede leven is en wat onze prioriteiten zijn. Ik zal duidelijk maken waar onze prioriteiten liggen. Die liggen niet bij een verhoging van de maximumsnelheid en niet bij ongebreidelde groei van het vliegverkeer. Onze prioriteit ligt wél bij de omslag naar een kringlooplandbouw die onder de bezielende leiding van de minister van Landbouw is ingezet. Maar dan wel met de boeren; niet over en zonder de boeren, maar samen met hen. Willen we ons leven leefbaar houden, dan zullen we allemaal moeten inschikken. Ons antwoord op de uitspraak van de Raad van State moet uiteindelijk een keus voor het goede leven zijn.

Mevrouw de voorzitter. Zo kom ik als vanzelf te spreken over de Coalitie-Y, over de hunkering van jongeren naar dat goede leven; een leven met minder schulden, met uitzicht en perspectief op een goede toekomst en een leven met meer rust en meer aandacht voor elkaar. De inzet van Coalitie-Y heeft alles te maken met de hoognodige omslag van een gehaaste neoliberale samenleving naar een samenleving met aandacht. Dat verlangen naar zo'n samenleving hoorde ik toen ik in gesprek ging met jongeren op hogeschool Windesheim in Zwolle. Jongere na jongere zei dat hij dromen had, maar gebukt ging onder schulden en prestatiedruk. Daardoor is de uitval hoog en worden steeds meer studenten somber. Zij vallen soms uit met burn-outs en de vraag naar psychologen neemt daardoor toe.

Mevrouw de voorzitter. De dag voor Prinsjesdag heeft Coalitie-Y haar manifest aan de minister-president aangeboden en eerder hebben we al gesproken op het Catshuis. Ik wil hem danken voor het luisterend oor dat hij voor deze jongeren heeft. Coalitie-Y is een brede coalitie van zo'n 36 jongerenorganisaties, inmiddels acht politieke partijen, een programmamaker, Tim Hofman, en duizenden individuen die zich online hebben aangesloten. Wij maken ons sterk voor jongeren. Dat doen wij omdat wij af moeten van de onbarmhartige mythe dat als jij maar investeert in jezelf en als jij maar kansen pakt, succes dan een keuze is, en dat falen dan ook je eigen schuld is. Het is een neoliberaal sprookje waar ook liberalen, zo blijkt vandaag, niet meer in geloven.

Het manifest van Coalitie-Y vraagt om stappen waardoor getalenteerde jongeren meer kansen krijgen op een huis. Het kabinet zet goede stappen op de woningmarkt. Ik wil het kabinet aanmoedigen om daarbij starters wél een kans te geven. Wanneer krijgen wij inzicht in de haalbaarheid van een vurige wens van de ChristenUnie om de overdrachtsbelasting voor starters naar nul te brengen en die voor investeerders vanaf het derde huis te verhogen? Want een woning is geen winstfabriek.

Ook vraag ik de minister-president om te reageren op een ander voorstel van Coalitie-Y, namelijk de invoering van een generatietoets. Ik doe dit voorstel vandaag samen met collega Jetten. Daarmee borgen wij dat bij het sluiten van bijvoorbeeld een pensioenakkoord en het ontwikkelen van een woonbeleid goed in kaart wordt gebracht wat de gevolgen zijn voor elke generatie, van jong tot oud, om daarmee te zorgen voor eerlijke en generatiebestendige keuzes. Is het kabinet bereid om een dergelijke generatietoets te ontwikkelen en te bezien welke rol planbureaus hierin kunnen vervullen?

Mevrouw de voorzitter. Het verhaal van onze stikstofuitstoot, het verhaal van de uitspraak van de Raad van State en het verhaal van Coalitie-Y staan voor iets groters in Nederland, voor de kans die wij hebben om een omslag te maken. Om niet te zoeken naar het betere of het beste, maar gewoon naar het goede leven. Het goede leven is voor mij een leven in verbondenheid met de Schepper, de schepping en elkaar. De ChristenUnie wil ruimte bieden voor een samenleving met aandacht, waarin mensen regie hebben over hun leven, de ruimte krijgen om naar elkaar om te zien en voor elkaar te zorgen, waarin wij oog hebben voor de volgende generaties, waarin wij zorg dragen voor de schepping en de vrijheden koesteren waar ons land op gebouwd is.

Ik ben blij met de reflectie in de Miljoenennota op het bredewelvaartsbegrip, waarbij verder wordt gekeken dan koopkracht en de omvang van de staatsschuld. De kwaliteit wordt immers niet daardoor bepaald, maar door het toegang hebben tot goed onderwijs, goede zorg en het wonen in een schone leefomgeving, door behoud van vrijheid, door onze rechtstaat, onze democratie en door veiligheid. Het kabinet schept daar de voorwaarden voor.

Ik ben blij dat het kabinet opnieuw de lasten verlicht voor burgers. Dit jaar met zo'n 3 miljard. Het is voor de ChristenUnie-fractie een stap in de goede richting. Maar ik vraag de minister-president wel om oog te blijven houden voor de verhouding tussen gezinnen die met één inkomen moeten rondkomen en de zogenaamde tweeverdieners. Het is onrechtvaardig als het gezinsinkomen van een eenverdiener veel zwaarder wordt belast dan datzelfde gezinsinkomen van tweeverdieners. Graag een reactie op dat punt.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het is goed dat de ChristenUnie aandacht vraagt voor het bredewelvaartsbegrip en ook een generatietoets wil toepassen. Ook wij maken onderdeel uit van Coalitie-Y.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ja.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Maar dat bredewelvaartsbegrip gaat ook over het goede leven buiten ons land, namelijk in landen waar het minder is, waar mensen moeten strijden, elke dag weer, omdat zij honger hebben of omdat zij geen kans hebben op een eerlijk en duurzaam bestaan. Als wij in dat licht kijken naar de Miljoenennota, zien wij dat het percentage dat wordt uitgegeven aan ontwikkelingssamenwerking op een niveau staat dat net zo laag is als in 1973. Dat stelt mij teleur, met de ChristenUnie in het kabinet, die ik al die jaren heb horen pleiten voor een hoog ontwikkelingssamenwerkingsbudget. Dus ik vraag mij af waarom dit zo gekomen is en waarom de ChristenUnie niet strijdt voor een hoger ontwikkelingssamenwerkingsbudget.

De heer Segers (ChristenUnie):
Wij strijden daarvoor; dat heeft mevrouw Thieme goed gezien. Dat heeft geleid tot een hoger budget. Incidenteel wordt er meer geld vrijgemaakt voor ontwikkelingssamenwerking. Wij delen in deze periode dus meer van onze rijkdom. Maar structureel is de ontwikkeling van het percentage afgezet tegen ons nationaal inkomen inderdaad zorgelijk.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het is zó laag. Het is net zo laag als 40 jaar geleden. Dat kan de ChristenUnie toch niet voor zijn rekening nemen, zeker gelet op de ontwikkelingsgelden die er beschikbaar waren in de afgelopen jaren? Helaas moeten wij dan constateren dat het geld vaak is geïnvesteerd in migratiezaken en in Nederlandse bedrijven in ontwikkelingslanden en dat wij nog helemaal niet hebben voldaan aan onze morele en internationale plicht om die landen verder te helpen in hun ontwikkeling.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dit is ook de plek waar je vrijmoedig kunt zeggen wat je droom is en wat je hoop is. En dat is inderdaad dat dat percentage groeit of in ieder geval dat wij meer van onze welvaart delen met mensen die het veel minder hebben. Tegelijkertijd groeit het budget omdat ons nationaal inkomen groeit en onze economie groeit. Het budget groeit dan altijd mee. Daarbovenop is er ook nog incidenteel extra geld uitgetrokken voor hulp aan de allerarmsten. Dus wij zetten deze periode goede stappen, maar nog niet genoeg wat mij betreft.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dus we vinden de ChristenUnie aan onze zijde als we ervoor gaan pleiten dat er meer gelden naar ontwikkelingssamenwerking gaan en dat het budget, het percentage van ons bruto binnenlands product, omhooggaat?

De heer Segers (ChristenUnie):
Als ik naar de verdere toekomst kijk en naar wat de verder weg liggende droom is, dan kan ik hartgrondig ja zeggen, omdat ik dan de handen vrij heb. De komende anderhalf jaar ben ik gebonden aan afspraken in het regeerakkoord en daar zal ik loyaal aan zijn. Maar als de vraag is of ik meer wil delen omdat we een heel rijk land zijn, dan is mijn antwoord ja.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Segers (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Ik ben blij met de verhoging van het kindgebonden budget. Dat verlicht de druk op jonge gezinnen en geeft drukbezette ouders weer iets meer lucht. Ook in gezinnen moet alles, moet het nu en moet het allemaal tegelijk. De ChristenUnie wil werken aan een samenleving met ademruimte voor gezinnen, juist in het spitsuur van het leven. Tegelijk maak ik me zorgen over het groeiende beroep dat op de zorg in het sociale domein wordt gedaan en de noodklok die gemeenten daarover luiden. We moeten zo eerlijk zijn om te erkennen dat gemeenten bij het maken van hun plannen belemmerd worden door de veranderingen in de uitgaven van de landelijke overheid. Om het maar even beeldend te maken: als wij geen JSF kopen of die aanschaf een jaar uitstellen, kunnen onze gemeenten minder doen voor mensen die zorg nodig hebben, voor kinderen die jeugdzorg nodig hebben of voor dak- en thuislozen. Dat is niet uit te leggen. Wil het kabinet daarom werken aan een meer trendmatige manier van financieren van het Gemeentefonds? De ChristenUnie wil, samen met D66, dat de schommelingen hieruit worden gehaald.

Mevrouw de voorzitter. Ik kom op de zogenaamde Investeringsagenda.

De heer Asscher (PvdA):
Hartstikke interessant; dat gaat het kabinet vast onderzoeken. Maar kunnen we ook iets doen voor volgend jaar? Er is een tekort van misschien wel 700 miljoen. Dat gaan daklozen voelen en dat gaat zwembaden doen sluiten. Kunnen we daar misschien nog wat aan doen?

De heer Segers (ChristenUnie):
Er gebeurt al wat. Er gaat extra geld naar bijvoorbeeld de jeugdzorg. Daar worden honderden miljoenen extra voor uitgetrokken. De gemeenten krijgen dus extra geld. De gemeenten krijgen deze periode sowieso veel extra geld, omdat nu eindelijk weer, trap op, trap af, de systematiek is gehanteerd waarbij, bij het groeien van de budgetten van de nationale overheid, lokale overheden ook meeprofiteren. Zij krijgen dus meer geld. En als wij de systematiek zo kunnen aanpassen dat zij veel beter weten wanneer zij wat krijgen en hoeveel, dan denk ik dat we ze meer recht doen dan dat we nu doen.

De heer Asscher (PvdA):
Dat was geen antwoord op mijn vraag. Ik bestrijd niks van systematiek et cetera. Van de week is er een brief verschenen van de 40 grote gemeenten, waarbij intussen ongeveer alle 350 gemeenten zich hebben aangesloten. Wat ik zie, is dat doordat het kabinet het geld niet uitgeeft dat het van plan was — vorig jaar was dat 12 miljard en dit jaar 10 miljard — die gemeenten moeten bezuinigen. Dat snapt helemaal niemand. Zij zien de troonrede en Dagobert Hoekstra op die goudberg, terwijl zij straks het zwembad moeten sluiten en moeten uitleggen waarom. Mijn vraag is: kunnen we ook wat doen voor komend jaar?

De heer Segers (ChristenUnie):
Mijn antwoord was dat we dat al doen, maar waarschijnlijk is dat voor u geen bevredigend antwoord. Er is lang en langdurig gesproken over bijvoorbeeld het geld voor de jeugdzorg. Daar gaan honderden miljoenen extra naartoe. Ik spreek ook wethouders. Ze komen van alle kanten ook naar ons toe en de noodklok wordt ook bij ons geluid. Ik ben daar niet doof voor. Ik wijs op het extra geld en ik wijs ook op de inzet die wij nu doen om ervoor te zorgen dat zij niet meer die onaangename verrassingen hebben die zij dit jaar hebben gehad.

De heer Asscher (PvdA):
Het is niet de verrassing die onaangenaam is, maar dat is het zwembad dat dichtgaat en dat er wordt bezuinigd op het welzijn en op de bibliotheek. Dan is het toch een beetje gek om te zeggen: sluit vooral het zwembad, ik kom met de heer Jetten met een motie voor een onderzoek. Ik weet wat er gebeurt voor de jeugdzorg; daar hebben we een compliment over gegeven. Maar er is een heel groot probleem. U stelt voor om een overschot van 3,4 miljard in de schatkist te storten. Mijn vraag is om ervoor te zorgen dat gemeenten niet hoeven te bezuinigen op dingen die u en ik heel belangrijk vinden. Laten we dat nu doen!

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik denk dat ik mezelf moet herhalen: het is niet niks wat we doen. Het zijn een paar grote stappen. Uiteraard had ik gewild dat de systematiek die we nu hebben al lang was aangepast, maar ik kan alleen maar doen wat ik nu kan doen. Dat is nu zorgen dat de verrassing van dit jaar er volgend jaar niet meer op die manier is.

De heer Klaver (GroenLinks):
Als die verrassing er volgend jaar niet meer is, dan is de bibliotheek gesloten. Dan zijn buurthuizen dichtgegaan. Dan kunnen zwembaden niet open. Dan is dat ten koste gegaan van heel veel. Ik beluister de heer Segers goed. De systematiek werkt niet. Het is raar dat gemeenten, als de rijksoverheid geld niet weggezet krijgt, minder krijgen en moeten bezuinigen terwijl zij die uitgaven wel moeten doen. Kunnen we dan niet tot elkaar komen en zeggen: oké, dit gaat misschien volgend jaar veranderen; zouden we nu dan niet met een kasschuif of iets dergelijks moeten werken om ervoor te zorgen dat we in ieder geval voorkomen dat gemeenten dit jaar extra moeten bezuinigen? Daarmee is het nog niet structureel geregeld, maar zorgen we er in ieder geval voor dat we nu geen onomkeerbare stappen zetten in die gemeenten.

De heer Segers (ChristenUnie):
Als je de geluiden en de zorgen die geuit worden hoort, snap ik natuurlijk dat je het gevoel hebt dat er te weinig gebeurt. Ik kijk naar wat er wel is gebeurd. Ik heb aan tafel gezeten toen de lokale overheden langskwamen. Toen werd voorgesteld om de zogenaamde trap-op-trap-afsystematiek te herstellen. Daardoor krijgen zij veel meer geld, omdat de overheid nu veel meer geld gaat uitgeven. Zij waren daar blij mee. We hebben bijvoorbeeld het abonnementstarief voor de Wmo ingevoerd. Dat is ook een lokale voorziening. Daardoor kunnen mensen door een bescheiden bedrag te betalen, 17,50 per maand, aanspraak maken op de Wmo-voorziening. We hebben daar geld voor geleverd. Toen dat debat hier werd gevoerd, was er de vraag of het wel genoeg was en of gemeenten niet werden afgeknepen. Er is nog een motie gekomen die Kamerbreed is gesteund. Wij houden de vinger aan de pols. De belofte is dat wij er dan, als het echt gaat knellen, als het niet uitkomt, voor hen zijn. Maar dat gebeurt stap voor stap. Ik zeg niet dat ik nu de wereld kan beloven, maar een van de stapjes die je kunt zetten, is een andere systematiek naast het extra geld dat er al naartoe ging, het extra geld dat er dit jaar naartoe gaat en dat er mogelijk volgend jaar naartoe gaat.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik ontken niet wat er allemaal gebeurt en wat voor extra middelen er naar lokale overheden gaan. Maar ik vind het wrang. We praten over een nieuwe systematiek. Ik neem aan, als twee coalitiepartijen daarmee komen, dat die ook de werkelijkheid gaat worden, dat we die systematiek gaan aanpassen.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dat hoop ik ook.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dat betekent iets voor volgend jaar, maar gemeenten moeten nu wel gaan bezuinigen. Als een buurthuis of een zwembad eenmaal is gesloten, gaat het volgend jaar niet weer open. We hoeven die systematiek nu niet in één keer aan te passen. Dat gaat ons niet op zo'n korte termijn lukken. Maar als we dat zien aankomen, dan moeten we voorkomen dat die gemeenten nu moeten gaan korten. Dat is de vraag die ik aan de heer Segers stel. Kunnen we niet voorkomen dat die kortingen nu niet doorgaan?

De heer Segers (ChristenUnie):
Politiek is altijd kiezen in schaarste. Dat geldt ook voor lokale politiek. Daar zal ook in schaarste moeten worden gekozen. Het is niet dat dit het schamel doekje voor het bloeden is, dat dit iets maar heel beperkts is. Het is naast extra geld dat er al naartoe gaat, naast extra geld dat daarbovenop nog eens een keer in deze begroting daarvoor vrijgemaakt wordt voor het lokale sociale domein, naast de wetgeving. Ik noemde bijvoorbeeld de Wmo, maar er zijn ook andere voorzieningen. We kijken heel goed of gemeenten uitkomen. We hebben de belofte gedaan dat we naast ze staan. We willen dat ze fatsoenlijk die lokale taak kunnen uitvoeren, dat ze er zijn voor mensen. Die belofte hebben we gedaan. Is dit ook een kleine stap? Het is nooit alles, maar het is zeker niet niks.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter, tot slot. U heeft het over keuzes in schaarste. Er is 3 miljard over. We hebben een overschot van 3 miljard. Om nou te zeggen dat er schaarste is, dat we moeilijke keuzes hebben moeten maken en dat iedereen zijn bijdrage moet leveren: dat is het verhaal van de crisis. We zitten nu ergens anders in. De rijksoverheid heeft begroot dat we extra uitgaven moeten doen en we zien dat dat niet lukt. Door de systematiek die we hebben gekozen is de consequentie daarvan dat gemeenten nu ook minder geld krijgen. Dat is niet eerlijk. Ik vind het heel goed dat u de systematiek wilt aanpassen. Het enige wat ik u vraag is om ervoor te zorgen dat we dit jaar geen stappen zetten. Volgend jaar hebben we goed nieuws voor ze. Ik zou het zonde vinden als de bibliotheek dit jaar moet sluiten. Die gaat volgend jaar niet opnieuw open. Dat zou ik zonde vinden. Ik hoop dat we een weg kunnen vinden in hoe we dit goed kunnen regelen, niet voor de gemeente of de bestuurders daar, maar voor de inwoners van al die gemeentes.

De heer Segers (ChristenUnie):
Het is wel kiezen in schaarste, omdat we nog altijd honderden miljarden schuld hebben die nog steeds afgelost moeten worden. Dat is schuld die drukt op volgende generaties. Ik had het net over generatiebestendig beleid. We hebben nog steeds schulden. Ik ga nu spreken over een investeringsfonds. Dat is ook schuld. Ik bedoel: we hopen dat we daar geld mee verdienen, maar het zijn nog altijd schulden die we maken. Ondertussen hoop ik dat de heer Klaver nog een klein beetje meeluistert; dank daarvoor.

Dat zijn dus nog steeds schulden. Dat is nog steeds kiezen in schaarste. Het is niet zo dat er opeens gratis geld is en dat het biljetten uit de hemel regent, die we vrijelijk kunnen uitgeven. Het is nog steeds schuld. We hebben nog steeds te maken met schaarste. Daarin proberen we sociaal te zijn. We proberen inderdaad de keuze te maken waardoor lokale overheden dicht bij mensen goede zorg kunnen verlenen. We doen al heel veel beloften. Er komt al veel geld. We zullen komend jaar zien of het voldoende is, en we houden de vinger aan de pols.

Mevrouw de voorzitter, de investeringsagenda, het fonds. Als er ooit een kans is om na te gaan wat we willen, wat goede, duurzame groei is, zodat we het goede leven kunnen leven, dan is het wel nu. Het kabinet wil een investeringsagenda ontwikkelen en daar veel geld — ik heb gelezen tientallen miljarden — voor uittrekken. Dat komt overeen met de Bijbelse wijsheid van Jozef, die de ChristenUniefractie geregeld heeft gedeeld. Jozef koos als onderkoning van Egypte voor investeringen in goede tijden, zodat het land goed was voorbereid op slechtere tijden. Ik las dat er verschillende geestelijke vaders zijn van dit idee, maar nu is wel duidelijk wie de echte geestelijk vader is van dit fonds. Wat mij betreft hebben we straks geen Hoekstrafonds, geen Wiebesfonds maar een Jozeffonds.

Dit fonds biedt de kans om te investeren in de economie van de toekomst, een economie die mensgericht is en rekening houdt met de draagkracht van de schepping. Dan kiest de ChristenUnie ervoor om te investeren in de omslag naar onze eigen, schone energie. Dan kiezen we voor snelle ov-verbindingen tussen landsdelen, binnen stedelijke regio's en met het buitenland. Dan kiezen we voor investeren in innovatie en onderwijs, waarbij alle jongeren meetellen, van jong tot ouder, en alle talenten de ruimte moeten krijgen, dus niet alleen voor investeren in knappe koppen, maar ook in vakmensen, in gouden handen.

Het investeringsfonds biedt de kans om de grote opgaven op het gebied van mobiliteit, woningbouw, klimaat en energie gezamenlijk te bezien, om dan in samenhang de goede keuzes te maken. Ik wil de minister-president vragen hoe het kabinet ervoor gaat zorgen dat dit als één gezamenlijke opgave ter hand wordt genomen.

Mevrouw de voorzitter. De Raad van State heeft ons hardhandig stilgezet, en we staan op een kruispunt, waarop we de weg moeten inslaan naar een samenleving waarin overbelaste mensen weer rust en ruimte krijgen en waarin we het goede leven kunnen leven. Daar is een andere, mensgerichte overheid voor nodig, een overheid met aandacht. Laat ik dan één voorbeeld geven. Vorig jaar stond ik hier bij de interruptiemicrofoon en vroeg ik de minister-president of het geen goed idee was om één loket te hebben in iedere gemeente waarbij burgers kunnen aankloppen met hun vragen over de energietransitie. Wat betekent dit voor mij? Wat kan ik doen aan mijn eigen huis? Dat was een royale toezegging. Wat betekent dit nu in de praktijk? Een jaar later hebben we de ontmoedigende situatie dat een inwoner van Rijswijk wanneer die op zoek gaat naar dat loket, doorverwezen wordt naar Rotterdam, waar hij €69 moet betalen voor een gesprekje van een uur. Ik vind het echt waanzin.

Als we dat willen doorbreken, moeten we afscheid nemen van een denken dat al te lang de toon heeft gezet. Het is neoliberaal denken, waarin de markt domineert, ons land de bv Nederland heet, de overheid als een bedrijf wordt gerund en burgers worden gereduceerd tot klanten. DUO, de Belastingdienst, NVWA, CBR, UWV, IND, SVB en wat de afkortingen ook mogen zijn — als de uitvoerende diensten van de overheid inderdaad bedrijven waren, waren ze allemaal allang failliet gegaan. Alleen kunnen mensen die ervan afhankelijk zijn, nergens anders naartoe. Mijn vraag aan de minister-president is: hoe gaat het kabinet werken aan de omslag naar een dienstbare uitvoering, waarin de menselijke maat weer centraal staat, waarin mensen belangrijker zijn dan regels?

Dat vraagt ook iets van onszelf als Kamer. Het vraagt om zelfreflectie. Met welke wetten hebben wij de uitvoeringsorganisaties opgezadeld? Mensen doen hun werk bij al die organisaties naar eer en geweten en met hart en ziel. Maar hoe werkbaar zijn de instructies die wij ze hebben meegegeven? Vandaar dat ik me aansluit bij collega Heerma en dat wij samen het voorstel doen om tot een parlementair onderzoek te komen, waarbij we langer terugkijken naar de breedte van de uitvoering door de overheid, en zeker ook naar de rol van de Tweede Kamer.

Mevrouw de voorzitter. Het falen in de uitvoering wordt misschien nergens zo hard gevoeld als in Groningen. Dit jaar moest volgens minister Wiebes het jaar van de uitvoering worden, een jaar waarin mensen eindelijk voortgang zien in hun dorp, wijk, straat, huis. Hoe staat het daarmee? Kunt u verzekeren dat ook als de gaswinning stopt, de inspanningen er onverminderd op gericht zullen zijn om recht te doen aan de mensen in Groningen die al jaren kampen met de gevolge van de gaswinning?

Mevrouw Thieme (PvdD):
In mijn interruptiedebatje met de heer Jetten van D66 heb ik het gehad over het gevaar van CETA, het vrijhandelsverdrag met Canada dat we binnenkort moeten gaan ratificeren. Of niet; we staan voor een keuze. Gaan we daadwerkelijk die gaswinning terugdraaien, dan moeten we voorkomen dat CETA daar een streep door zet. Als we CETA namelijk ratificeren, zullen bedrijven zoals het Canadese gaswinningsbedrijf dat in Groningen heeft geïnvesteerd honderden miljoenen euro's kunnen claimen bij de rechter vanwege de investeringsbescherming. De Partij voor de Dieren en andere partijen zeggen: dat moet je niet willen, we willen die gaswinning stopzetten, de Eerste Kamer moet daar straks in alle vrijheid voor kunnen stemmen, zonder de dreiging van CETA. Is de ChristenUnie ook bereid om nee te zeggen tegen CETA, samen met de Partij voor de Dieren en deze andere partijen?

De heer Segers (ChristenUnie):
We hebben in ieder geval de vrijheid om daar kritisch naar te kijken. Volgens mij was het een voorstel van u om een rondetafelgesprek en een hoorzitting te organiseren om al die aspecten heel goed te doorzien. Dat voorstel hebben we gesteund. We praten er daar graag over door. De beslissing ligt dus nog voor ons. Wij zijn inderdaad kritisch, ook over de geschillenbeslechting. Die moet echt passen in onze rechtsstaat. Wij kijken of de kwaliteitseisen die wij hanteren wat betreft dierenwelzijn en voedselveiligheid op hetzelfde niveau blijven en niet omlaaggaan. Dat zijn voorwaarden, zo hebben we dat ook in het regeerakkoord opgeschreven. Dus op die manier kijken we ernaar. Ik kan hier nu geen uitsluitsel geven, maar volgens mij trekken wij met u op wat betreft de rol van het parlement om alle informatie op te vragen, die op tafel te leggen en dan ons oordeel te vellen.

Mevrouw de voorzitter. Een goed leven is een leven in vrijheid. Ons gemeenschappelijke huis kan alleen vertrouwd zijn als het ook veilig is. We kunnen alleen het goede leven leven als we beschermd zijn. 75 jaar geleden is onze vrijheid duur bevochten. Dat geeft ons de plicht om die vrijheid te beschermen. Net als veel anderen maak ik mij grote zorgen over de invloed van het salafisme op jonge kinderen. We hebben allemaal de reportage daarover gezien bij Nieuwsuur. Ook hier moet de overheid een schild voor zwakkeren zijn en bescherming bieden tegen een radicale versie van de islam die vrijheid alleen maar gebruikt om vrijheid om zeep te helpen. Daar is vrijheid niet voor bedoeld.

Om eerlijk te zijn, mis ik soms het gevoel van urgentie bij het kabinet. Hoe staat het met twee wetsvoorstellen die al lang op de plank liggen of hier al lang zouden moeten zijn? Ik doel dan allereerst op het wetsvoorstel over regulering van buitenlandse financiering vanuit onvrije landen, een wetsvoorstel waar de ministers Blok, Koolmees en Dekker verantwoordelijk voor zijn. Hoe staat het daarmee? Wanneer komt dit wetsvoorstel naar de Kamer? En we hebben ook een wetsvoorstel aangekondigd gehoord over het eerder kunnen verbieden van antidemocratische organisaties. Collega Dijkhoff refereerde hier al aan. Ik begrijp dat dit wetsvoorstel inmiddels bij de Raad van State ligt. Ook in dit geval een warme aanmoediging om er werk van te maken, want als je ziet wat er nu gebeurt met die kinderen, breekt je hart. Wij moeten de middelen van de rechtsstaat kunnen inzetten om vrijheid te beschermen.

Als een goed leven alleen in vrijheid geleefd kan worden, kan de overheid niet wegkijken bij het vreselijke onrecht van mensenhandel en gedwongen prostitutie. Er is te weinig politiecapaciteit om mensenhandel en gedwongen prostitutie aan te pakken. Ik vind dat onbestaanbaar. Daarom doe ik samen met collega Asscher het voorstel om structureel 10 miljoen euro extra vrij te maken voor politiecapaciteit in deze strijd. Meer prioriteit is nodig. We hebben ook wetgeving nodig. Ik kijk op dit punt met een schuin oog naar staatssecretaris Broekers-Knol. Ze zit nog in haar eerste periode, maar we wachten op de wet betreffende de regulering van prostitutie, een belangrijke wet. Ook wachten we op de introductie van het pooierverbod. Daarvoor kijk ik naar een andere bewindspersoon. Van mijn kant opnieuw de warme aanmoediging om er werk van te maken.

Als iets haaks staat op vrijheid en het goede leven, dan is dat ook drugsverslaving. We zien de impact op jongeren. We zien de impact op Brabant, op een stad als Amsterdam. We hebben het rapport De achterkant van Amsterdam gelezen. We hebben als ChristenUnie een kleine traditie van zelfkastijding bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Vorig jaar spraken we hier over de meloen van de dividendbelasting. Dit jaar wil ik het hebben over de proeven met legale wietteelt. Er zit een merkwaardige dubbelhartigheid in het Nederlandse beleid rond drugs. Laat de burgemeesters wietplantages oprollen, maar laat ze ook zelf wiet verbouwen. We rollen drugslaboratoria op, maar we hebben ook twintig plekken in het land om pillen te laten testen. Dat is toch een tweeslachtigheid? Voor onze fractie is het experiment met legale wietteelt ook niet de opmaat tot legalisering. Voor ons is nu de kernvraag: hoe voorkomt de regering dat er een verdergaande normalisering van drugsgebruik optreedt? Hoe voorkomen we dat we met dit experiment het onzalige signaal afgeven dat drugs wel oké zijn?

Mevrouw de voorzitter, ik kom aan het eind. We staan op een kruispunt en we moeten nagaan wat een goed leven is met 17 miljoen mensen op een beperkt stukje van de wereld. Dat is een leven met minder schulden, met meer rust, meer aandacht voor elkaar, betere zorg voor de schepping, met een dienstbare, mensgerichte overheid. Het is een leven in veiligheid en in vrijheid. Maar als dit het moment is van zelfreflectie, reflectie op het goede leven, dan moeten we ook nagaan wat wij hier elkaar aandoen. We leiden hier in de Tweede Kamer, hier rond het Binnenhof een intens leven waar we allemaal in sociaal opzicht een prijs voor betalen. Die is voor sommigen zo hoog dat zij vroegtijdig stoppen, noodgedwongen moeten stoppen of tijdelijk moeten stoppen. Iedere keer als dat bij een collega gebeurt — recent was dat bij collega Arno Rutte — dan raakt dat ons allemaal. Het raakt in ieder geval mij, omdat we ons realiseren dat we zelf ook kwetsbare mensen zijn en zelf ook moeite hebben om een goed leven te leiden met de geliefden om ons heen. Ik heb niet de finale wijsheid om deze spanning voor ons allemaal op te lossen, maar het beetje wijsheid dat ik heb deel ik graag. Ik gun ons graag iets meer geld voor ondersteuning in ons werk hier, iets meer zondagsrust en bovenal de zegen van onze goede God.

Dank u wel.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik vind het goed dat de heer Segers aandacht vraagt voor de uitvoering en wat we burgers aandoen. Er is nog zo'n punt dat ik in mijn bijdrage heb aangestipt, en dat gaat over de politie en de zedenpolitie. Daar is echt een capaciteitstekort. Mensen die het slachtoffer zijn geworden van een zedenmisdrijf moeten soms maanden wachten voordat de zaak wordt opgepakt. Is de heer Segers bereid om ook te kijken wat we daar nog zouden kunnen doen om mensen tegemoet te komen?

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik vond het een heel mooi pleidooi. Het was ook ergens een heel persoonlijk pleidooi waarin u refereerde aan collega Buitenweg, wie het onderwerp na aan het hart ligt. Waarom raakt het je? Omdat je dan onmiddellijk gezichten voor je hebt, omdat je verhalen weet. Ik heb dat met mensenhandel en gedwongen prostitutie. Als je een paar slachtoffers hebt gesproken, dan heb je hen in gedachten als je daaraan denkt. Er is heel veel nood. Er is heel veel onvrijheid. Er is heel veel onrecht. De politie moet heel veel doen. Maar af en toe moet je even een hekje om iets zetten en zeggen: maar één ding, als we hier geen aandacht aan geven, dan zullen we het nooit zien; dan zullen we het nooit vinden. Als je niet op zoek gaat naar slachtoffers van mensenhandel, dan zul je ze niet vinden. Bij zedenkwesties is het misschien zo ingewikkeld dat het makkelijker is om te zeggen: weet je wat, we leggen het even terzijde. Het zijn soms van die onderwerpen waarbij je zegt: dat mag gewoon niet, dat is zo immoreel en zo cruciaal dat we hier wel aandacht aan besteden, ook al is het maar een klein hekje, ook al gaat het niet altijd om de grootste aantallen. Dus ja, ook dit is zo'n onderwerp dat mij raakt, dus ik sta daar zeer sympathiek tegenover.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dank. Dan gaan we kijken wat we daar de komende dagen voor kunnen betekenen.

De heer Asscher (PvdA):
Wat een fijn betoog van de heer Segers over het goede leven en de zoektocht daarnaar. Heel mooi. Een van de plekken waar mensen die stress en die onrust ervaren, is in de klassen van onze basisscholen. Ik wilde alleen even iets checken. Ik heb uw coalitiegenoten gehoord, die zeiden: we willen wel kijken, we willen wel praten, we snappen dat er een probleem is. Stel dat zij inderdaad denken: we gaan er extra geld voor uittrekken. U gaat ze dan toch niet tegenhouden? Dat wou ik even verifiëren.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dat is een hele intelligente vraag. Zeg dan maar eens ... Ja, wat zou je dan moeten zeggen? Ja of nee? Er is een spitsuur. Het maakt heel veel verschil hoe groot die klas is. We zijn allebei vader, dus we hebben de situaties van de drukke en volle klassen gezien. We weten wat dat betekent voor leerkrachten. Het is heel makkelijk om te zeggen dat geld het probleem op de korte termijn niet oplost. Je hebt namelijk niet zomaar extra leraren. Je moet mensen opleiden en verleiden om van een andere baan over te stappen naar het onderwijs. Er wordt veel extra geld uitgetrokken. Ik zeg het toch maar. Het klinkt als een dooddoener, maar het is echt zo. Mede dankzij een aanmoediging aan het begin van deze periode, de demissionaire periode van de heer Asscher zelf, werd er nog 270 miljoen uitgetrokken. Daar is nog extra geld bij gekomen. Ik geloof dat mijn collega's hebben gezegd: ga eens kijken waar het nou knelt. Er ligt overigens nog steeds geld klaar. Er is in ieder geval in het primaire onderwijs nog geen cao. Dat is pijnlijk voor de leerkrachten. Hoewel er wel geld klaarligt dat zou kunnen landen bij die leraren, gebeurt dat nog niet. Het is van onze kant ook een aanmoediging om werk te maken van die cao. Uiteraard kan ik niks anders zeggen dan dat ik daar op dezelfde manier naar zal kijken.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Segers.

Meer informatie

« Terug