Bijdrage Joël Voordewind aan het AO Financiële problemen bij diverse Jeugdzorginstellingen

woensdag 22 januari 2020 00:00

Bijdrage Joël Voordewind aan een algemeen overleg met minister de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Kamerstuknr. 31839

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Wij hebben hiervoor met de medewerkers van De Hoenderloo Groep gesproken. Wij hebben eerder ook met de ouders gesproken. Dat maakt dat de problemen bij Pluryn een gezicht krijgen. Dat is een gezicht van jongeren zoals Sebastiaan en Robin, hun ouders en alles waarmee zij te kampen hebben doordat die kinderen niet meer thuis kunnen wonen. Zij zijn een probleem voor zichzelf, maar ook voor hun broertjes en zusjes. Daarbij was De Hoenderloo Groep eigenlijk het laatste redmiddel en uitzicht voor deze ouders en voor deze kinderen. Nu zien wij dat De Hoenderloo Groep dreigt om te vallen, althans de afdeling van Pluryn. Dat is enorm triest.

Voorzitter. Ik zie ook dat partijen naar elkaar wijzen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het aanbod van de jeugdhulp, Pluryn is verantwoordelijk voor de goede overdracht en de minister zelf houdt als stelselverantwoordelijke toezicht. Het is echter wel een grote opgave, die individuele gemeentes, wellicht ook Utrecht als regiegemeente, boven de pet gaat. Moet het Rijk niet meer doen dan nu, vraag ik de minister.

Voorzitter. Er zaten 220 kinderen in december in De Hoenderloo Groep en 174 kinderen hebben nog steeds geen uitzicht op een nieuwe plek. Dat is niet gek, want deze kinderen hebben vaak een hele lange weg afgelegd voordat zij bij De Hoenderloo Groep terechtkwamen en een alternatief is niet snel gevonden. De Hoenderloo Groep neemt in principe een jaar de tijd, maar wij zien dat een andere datum ook genoemd is, namelijk augustus, zoals collega Hijink ook gezegd heeft. Wat is nu precies de deadline? Als er meer tijd nodig is, is de minister dan ook bereid om tijdelijke financiële steun te geven, zodat jongeren net zolang zorg krijgen als zij nodig hebben bij De Hoenderloo Groep, zolang er geen vervangende plek is? Wil de minister er bovendien op toezien dat ook de ouders betrokken worden bij een eventuele hervestiging van de kinderen?

Het zou natuurlijk veel mooier zijn als de kinderen kunnen blijven waar ze zitten en dat er een overname geregeld wordt. Ik begrijp dat er gesprekken gevoerd worden en dat mogelijk ook expertisecentra daarbij betrokken worden. Wat zou de minister nog kunnen doen als stelselverantwoordelijke om de zorgkwaliteit die we nu hebben, te behouden en te zorgen dat er geen afstoting plaatsvindt en er een hele andere functie komt voor deze locatie, maar dat dezelfde functie behouden blijft door partners die zich betrokken voelen bij deze kinderen? Wat kan de minister daarin betekenen?

Voorzitter. De Hoenderloo Groep is niet de eerste en waarschijnlijk ook niet de laatste instelling die in financiële problemen komt. Tegelijkertijd is de continuïteit van de cruciale, specialistische jeugdzorg heel belangrijk. Maar het is niet goed dat wij afhankelijk zijn van één instelling, terwijl de gemeenten geen zicht en grip hebben op de financiële situatie van die instelling. Problemen bij De Hoenderloo Groep en andere instellingen laten zien hoe belangrijk het is dat de nieuwe Jeugdautoriteit een helder mandaat krijgt, zodat de autoriteit vanuit een neutrale rol met duidelijke bevoegdheden snel kan interveniëren in de regio's waar de continuïteit van die cruciale zorg evident in het geding is. Ik heb eerder op dit punt een motie ingediend en ik hoor graag van de minister hoe hij die straks ook gaat uitvoeren.

Natuurlijk moet altijd de continuïteit van de zorg voor het kind vooropstaan. Maar is de minister het met mij eens dat het soms nodig is dat een instelling tijdelijk financiële steun krijgt? We weten dat de minister die eerder ook heeft gegeven. Dit is vooral het geval als er meer rust en tijd nodig is om zorg af te bouwen.

Voorzitter. Tot slot. Gisteren ontvingen we een verdiepend onderzoek naar de besteding van de jeugdhulpmiddelen. Dat onderzoek laat zien dat er sprake is van een volumestijging — dat konden we al wel voorspellen, ook uit andere onderzoeken — maar dat er ook een stijging is van de kostprijs en van de uitvoeringskosten, vooral bij de aanbieders, soms met wel 30%. Dit laat zien dat de gemeentes en de jeugdhulpaanbieders terecht aangeven dat de budgetten niet toereikend zijn. Ik zeg daar meteen bij dat dit onderzoek volgens mij nog niet representatief genoeg is. Dit onderzoek moet breder en representatiever worden om er goede conclusies uit te trekken. Ziet de minister de mogelijkheden om het tweede deel sneller te laten uitvoeren, het liefst voor de zomer, zodat we deze discussie nog kunnen voeren bij de begrotingsbehandelingen voor 2021? Ik hoor graag een reactie van de minister op dit punt.

Dank u wel.

Meer informatie

« Terug

Nieuwsarchief > 2020

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari