Bijdrage Stieneke van der Graaf aan het plenair debat over het verloop van de jaarwisseling

woensdag 05 februari 2020 00:00

Bijdrage Stieneke van der Graaf aan een plenair debat met minister van Veldhoven-van der Meer voor Milieu en Wonen en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid

Kamerstuknr. 28684

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik wil u even meenemen naar de gemeente Zaltbommel in Gelderland. Bij de jaarwisseling 2018-2019 ging het daar namelijk goed mis. De ellende begon al een week voor oudjaarsdag: vuurwerkbommen, vernielingen en autobranden. De krantenkoppen spraken van een oorlogsgebied. Dat is niet niks. Ook deze jaarwisseling was voor veel mensen geen feest. Er waren meer incidenten. Er waren meer vuurwerkslachtoffers. Er was meer geweld tegen hulpverleners. Op sommige plekken werden ze zelfs bekogeld met vuurwerk. Er zijn mensen om het leven gekomen. Acht van de tien letsels werden veroorzaakt door legaal vuurwerk waarvan de helft — iets meer dan de helft zelfs — door siervuurwerk en de andere helft door knalvuurwerk. Dit moet anders. De ChristenUnie vindt het dan ook een goede stap dat het kabinet ervoor heeft gekozen om nu echt het knalvuurwerk en de vuurpijlen te gaan verbieden. Na alle adviezen vanuit de OVV, artsen, burgemeesters, milieuorganisaties, gemeenten en politie was dit, denk ik, ook onvermijdelijk. Wat de ChristenUnie betreft had het eerder gemogen, maar wij omarmen deze stap van het kabinet.

Voorzitter. Is dit genoeg? Is dit toekomstbestendig? Of voeren we volgend jaar of het jaar daarop en het jaar daarop weer een debat omdat het alsnog niet genoeg bleek te zijn? De Onderzoeksraad voor Veiligheid adviseerde een paar jaar geleden om meer inzicht te krijgen in de relatie tussen het type vuurwerk en de omvang en de aard van het letsel en om indien nodig extra maatregelen te nemen en misschien nog wel andere vuurwerksoorten te verbieden. Ik wil graag weten in hoeverre het kabinet invulling heeft gegeven aan die aanbeveling. We zijn blij dat het kabinet daar nu wel onderzoek naar gaat doen, maar wat is daarin de afgelopen jaren op gebeurd?

Voorzitter. Wat de ChristenUnie betreft gaan we nog een stap verder en werken we toe naar een jaarwisseling waar we de vuurwerktraditie in gemeenschapsvorm kunnen behouden en die ook een feest is voor hulpverleners, handhavers en omstanders. Dat betekent concreet dat wij voorstellen dat het afsteken van consumentenvuurwerk wordt voorbehouden aan mensen in georganiseerd verband en dat er verder een verkoop- en afsteekverbod voor consumentenvuurwerk wordt afgekondigd. Door middel van een ontheffing of een vergunning krijg je dan toegang tot de koop van vuurwerk. Je kunt voorwaarden stellen aan het toezicht, de mensen die het mogen afsteken, de tijd en de plaats, de veiligheidsvoorschriften. Is het kabinet bereid om hiernaar te kijken? In de brief is het kabinet daar kort op ingegaan, maar is het kabinet echt bereid om met deze optie aan de slag te gaan? Ziet het daar ook een sleutel voor te toekomst? Dat houdt de mogelijkheid voor een gemeente als Amsterdam open om te zeggen: hier kunnen we het niet, hier willen we dat niet en hier blijft een lokaal vuurwerkverbod. We hebben al eerder met D66 bepleit om die mogelijkheid in de wet op te nemen. Het biedt ook de mogelijkheid voor gemeenten — in een aantal dorpen gebeurt het al — dat bijvoorbeeld de voetbalvereniging of de wijkvereniging het voortouw neemt door om acht uur voor de allerkleinsten het vuurwerk af te steken en rond middernacht voor de rest van het dorp. Zo ziet de ChristenUnie de jaarwisseling voor zich. Graag een reactie van het kabinet.

Voorzitter. Ik vraag het kabinet ook of het bereid is om met de VNG en het Nederlands Genootschap van Burgemeesters misschien een handreiking te maken naar gemeenten met mogelijkheden om dit nu al onder de huidige omstandigheden en met de huidige wetgeving een plek te geven. Graag een reactie daarop.

Voorzitter. Ik heb nog een paar vragen die ik graag wil stellen. Er zijn nu een aantal gemeenten die aangeven met een totaalverbod te willen gaan werken. Zij geven aan dat dat lastig wordt als er geen landelijk afsteek- en verkoopverbod is. Wat is daarop de reactie van het kabinet? Van inwoners van de grensregio's krijg ik vaak zorgen mee over de verkoop van het vuurwerk dat uit België en Duitsland komt. De politie geeft aan dat de handhaving geholpen wordt als er een registratieplicht gaat gelden voor de koop van vuurwerk. Wil het kabinet daaraan werken?

De heer Van Dam (CDA):
Ik wil begrijpen wat de ChristenUnie nou voorstelt. Ik heb toch een beetje het gevoel dat ik hier zit te kijken naar een Echternachse weihnachtsprocessie. Vorig jaar heeft de ChristenUnie, ik dacht met D66, voorgesteld gemeenten de gelegenheid te bieden om helemaal vuurwerkvrij te worden. Apeldoorn en Rotterdam zijn daar voorbeelden van. Nu zegt de ChristenUnie: je moet ook de voetbalvereniging een soort vergunning kunnen geven. In Apeldoorn hebben ze een hele heftige discussie met elkaar gehad en nu introduceert de ChristenUnie een volgende ronde die eigenlijk weer ruimte biedt in deze discussie. Ik ben het even kwijt. Misschien kunt u het even toelichten.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik kan dat zeker toelichten. Een lokaal vuurwerkverbod is een hele goede stap. Apeldoorn en Rotterdam zeggen: dat gaan wij regelen. Dat hebben wij mogelijk gemaakt en dat is heel belangrijk. Kijken we naar de afgelopen jaarwisseling. Het kabinet stelt voor om alleen knalvuurwerk en vuurpijlen te verbieden, maar we zien dat letsels ook ontstaan door siervuurwerk. We mogen de ogen niet sluiten voor wat er in werkelijkheid gebeurt. We moeten ook bereid zijn om te kijken naar verdergaande stappen, en dat zijn wij. De ChristenUnie is er een voorstander van om te kijken naar een landelijk verkoop- en afsteekverbod voor al het consumentenvuurwerk, inclusief het siervuurwerk. Maar we hebben oog voor de traditie en de behoefte die mensen hebben om vuurwerk af te steken. We willen dat het niet langer voor iedereen mogelijk is om vuurwerk te kopen bij de handel. Het moet ook niet mogelijk zijn om het overal af te schieten in de straat. Daar gebeuren gewoon veel ongelukken mee. We willen het alleen nog maar in georganiseerd verband mogelijk maken: met bijvoorbeeld de wijkvereniging, de buurtvereniging, de voetbalvereniging. Ik ben zelf opgegroeid in het oosten van het land en ik woon nu in het noorden. Daar kennen we de carbidtraditie. Zoiets stel ik me voor. Daar is toezicht. Ook die traditie is door de jaren heen een beetje veranderd.

De heer Van Dam (CDA):
Fijn dat mevrouw Van der Graaf nog even toelicht wat ik al wel begreep. Mijn punt is dat het op deze manier een beetje begint te lijken op neonreclame die aan- en uitspringt en alle kanten opgaat. Daar heb ik een beetje moeite mee. Vorig jaar zei u: we maken Apeldoorn vuurwerkvrij. Nu introduceert u weer vuurwerk bij de voetbalvereniging en de padvindersclub. Dat krijg ik niet helemaal helder.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik wil graag dat de jaarwisseling een feest is voor iedereen en dat er initiatieven vanuit de gemeenschap komen. Als de gemeenschap zegt "dit willen we niet, dit kunnen we niet handelen qua handhaving of qua veiligheid", dan moet ze de mogelijkheid hebben om te zeggen: hier doen we dat niet. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de gemeente Amsterdam. Die mogelijkheid heeft de gemeenschap nu gekregen, ook dankzij onze inzet. Maar ik heb ook oog voor de gemeenten die er toch iets anders tegen aankijken en op deze manier de vuurwerktraditie misschien wel op een veilige manier een plek weten te geven. Ik zie het in de dorpen om me heen, bijvoorbeeld in de gemeente Ten Boer naast de stad Groningen. Ik zie het in Brabantse dorpen. Gister noemde burgemeester Spies het dorp Nieuwveen. Daar gebeurt het ook. Het sluit aan bij een beweging die ik nu al zie. Misschien is dit wel de sleutel voor de toekomstige jaarwisseling.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Graaf.

De heer Van Dam (CDA):
Voorzitter, mag ik nog één ding afrondend zeggen?

De voorzitter:
Ja hoor, meneer Van Dam.

De heer Van Dam (CDA):
Zo veel last bezorg ik u vandaag niet.

De voorzitter:
Nee, u bezorgt mij helemaal geen last.

De heer Van Dam (CDA):
O, die onthoud ik.

De voorzitter:
Tenminste vandaag niet.

De heer Van Dam (CDA):
Dat zei ik. Waar ik een beetje voor wil waken, en dat is precies waar de branche ons als politiek op bekritiseert, is elke keer een beetje dit en een beetje dat en een beetje naar voor en een beetje naar achter. Ik denk dat we met elkaar — dat is ook een opdracht aan mezelf — wel beleid moeten maken dat helder is, dat consistent is en dat een beetje in lijn is met elkaar. Daar heb ik bij dit voorstel zo mijn aarzelingen bij; dat zal helder zijn.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Graaf.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Het enige wat ik wil zeggen is dat ik die aarzeling dus niet deel. Wij bieden een andere optie en ik denk dat dat een mooie optie is.

De voorzitter:
Dank u wel.

Meer informatie

« Terug

Nieuwsarchief > 2020

juni

mei

april

maart

februari

januari