De ontwikkelingen rondom het coronavirus (tweede termijn, vervolg van debat d.d. 22 september 2020)

woensdag 30 september 2020 00:00

De heer Segers (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Allereerst wil ik de kabinetsleden danken voor de antwoorden, zeker als het gaat om de escalatieladder en de mondkapjes. Dan heb ik nog een vraag, een motie en een slotopmerking. De vraag gaat over mondkapjes. Ik weet niet of minister Van Ark daarop is ingegaan, maar er zijn mensen die daar bijvoorbeeld vanwege een ggz-achtergrond moeite, problemen, mee hebben. Wordt daar soepel mee omgegaan? Kunnen we op dat punt enige soepelheid verwachten?

Wat betreft de mondkapjes heb ik een vraag gesteld over het beschikbaar stellen van mondkapjes aan mensen met een smalle beurs. Op dat punt heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat op steeds meer plekken een plicht of advies geldt om een mondkapje te dragen;

overwegende dat ook mensen met een smalle beurs mondkapjes ter beschikking moeten hebben om deel te kunnen nemen aan de samenleving;

verzoekt de regering in overleg met onder meer gemeenten en Voedselbanken Nederland te bekijken hoe mondkapjes beschikbaar kunnen worden gesteld aan mensen die nu al bij hen om hulp aankloppen, en de Kamer hierover in de volgende voortgangsbrief te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Segers, Van der Staaij, Asscher, Klaver, Van Brenk, Van Kooten-Arissen en Van Esch.

Zij krijgt nr. 606 (25295).

De heer Segers (ChristenUnie):
Tot slot, mevrouw de voorzitter. Ik heb net van collega Asscher een boek van de dichter Willem Elsschot gekregen. Ik heb geen idee waarom, maar uiteraard ging ik er even in bladeren. Ik stuitte op het mooie gedicht Aan mijn moeder. Dat eindigt zo:

Wij hebben elkaar in zolang niet omarmd,

werd ik soms wat te groot of te schrander,

gij te dof en te oud? Is onze liefde verarmd?

Moeder, zijn wij vervreemd aan elkander?

We zagen net de romance tussen collega Van Brenk en de minister-president. Ik denk nu aan mijn moeder. Zo hebben wij allemaal iemand in onze gedachten die we weer heel graag in onze armen zouden willen sluiten. Collega Asscher, dank voor het mooie boek van Willem Elsschot. Ik ga het helemaal lezen. Ik zal elke achtergrond van elk gedicht voortaan helemaal scherp hebben.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Segers.

« Terug

Nieuwsarchief > 2020

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari