Het wetsvoorstel Tijdelijke bepalingen in verband met maatregelen ter bestrijding van de epidemie van covid-19 voor de langere termijn (Tijdelijke wet maatregelen covid-19) (35526)

woensdag 07 oktober 2020 00:00

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter, en dank u ook voor de hartelijke felicitaties die ik net mocht ontvangen. Ik kan niet anders zeggen dan dat het een heel groot voorrecht is om op je verjaardag te mogen spreken over het beschermen van grondrechten en het versterken van de democratie. Fundamenteler kun je het niet hebben, dus hartelijk dank daarvoor.

Voorzitter. Het is nog maar iets meer dan een halfjaar geleden dat het coronavirus onze samenleving zo ontzettend hard trof. Ik denk dan terug aan de overvolle ic's en de zorgmedewerkers die dag en nacht in touw waren en tot het uiterste gingen om de mensen die ziek waren te verzorgen. En in deze crisis nam het kabinet ongekend ingrijpende maatregelen, die ons allemaal raken in ons dagelijks leven. We konden niet meer gewoon naar school, niet meer gewoon naar de kerk, niet meer op bezoek bij vader of moeder in het verpleeghuis. We werden gevraagd om zo veel mogelijk thuis te blijven, konden niet meer naar ons werk en opa's en oma's konden hun kleinkinderen niet meer knuffelen. En ook al weet ik dat in het boek Prediker staat dat er een tijd is om te omhelzen en een tijd om afstand te houden, nog steeds vind ik het heel erg moeilijk om te zien hoe in korte tijd ons leven en onze samenleving zo zijn veranderd. Na een zomer waarin meer ruimte ontstond, zitten we in een nieuwe fase, waarin cijfers zorgwekkend oplopen. En ook nu nog worden er mensen ziek, sterven er mensen, en zijn er heel veel mensen die lang moeten revalideren van deze heftige ziekte.

Het is deze context waarin er maatregelen worden getroffen, die ver gaan, en die ook onze grondrechten raken. Bijna een halfjaar geleden vroeg de Kamer, de volksvertegenwoordiging, unaniem de Raad van State om advies over de grondrechtelijke aspecten van de maatregelen die worden genomen in het kader van de crisis en over hoe de volksvertegenwoordiging beter democratische controle kon uitoefenen. De Raad van State was duidelijk, en anderen waren duidelijk: noodverordeningen boden uitkomst aan het begin van een crisis, maar vanwege de beperkte democratische controle zijn ze niet geschikt om voor langere duur maatregelen te treffen die aan onze grondrechten en vrijheden raken, zoals de vrijheid van godsdienst, zoals de vrijheid om te demonstreren, om te vergaderen en zelfs de vrijheid om elkaar thuis te ontmoeten; en er moest een wet komen die onze grondrechten beschermt en de democratische legitimatie versterkt. Bescherming van de gezondheid is namelijk belangrijk en, laten we dat niet vergeten, ook een verantwoordelijkheid van de overheid en een opdracht vanuit onze Grondwet. Maar het inperken van die andere grondrechten en vrijheden kan nooit verder gaan dan strikt noodzakelijk. En dat moeten we als Tweede Kamer kunnen beoordelen.

Voorzitter. De wet die vandaag voorligt, komt van héél ver. De consultatieversie van de wet die op het internet circuleerde, bood te veel mogelijkheden voor de overheid om in te grijpen, zelfs tot achter de voordeur, te weinig ruimte voor democratische besluitvorming en te weinig bescherming van onze grondrechten. En op die wet was heel veel kritiek, van de Ombudsman, de Raad voor de rechtspraak, gemeenten, politie, burgemeesters, en ook van ons. Die wet was geen goede wet en het kabinet moest terug naar de tekentafel. Ik vraag hierbij nog aan het kabinet: waarom heeft het kabinet er destijds niet voor gekozen om zelf die consultatieversie via de internetconsultatiewebsite te openbaren?

De wet die we vandaag bespreken, is op een heel aantal punten grondig gewijzigd. Ingrijpen achter de voordeur is geheel onmogelijk gemaakt. De duur van de wet is teruggebracht naar zes maanden. Het kabinet kan niet meer eenzijdig beslissen over wat een veilige afstand precies is. En de maatregelen moeten vooraf worden voorgelegd aan de Tweede Kamer, en ook binnen het kabinet moeten er meer ministers worden betrokken bij het opstellen van zo'n ministeriële regeling bij het treffen van maatregelen.

De ChristenUnie was positief over de wijze waarop het kabinet in deze wet heeft gezocht naar hoe de vrijheid van godsdienst in deze wet voldoende bescherming zou krijgen, waarbij in de kern is geregeld dat er door de wet geen maximumaantal bezoekers kan worden gesteld aan een kerkdienst of een andere religieuze bijeenkomst, dat er een zorgplicht is opgenomen voor besturen van die organisaties, en dat er ruimte kan worden gelaten aan kerken en andere religieuze en levensbeschouwelijke organisaties om invulling te geven aan hun samenkomsten in deze tijd, en voorzorgsmaatregelen en maatregelen te treffen om de verspreiding van het virus te voorkomen.

Maar met vrijheid komt verantwoordelijkheid en dus willen we niet de grenzen opzoeken van wat mag maar moeten we in wijsheid besluiten wat verantwoord is. Ik merk dat kerken met die intentie handelen in deze crisis. Ik denk dat daarom het besluit van afgelopen maandag van de minister van Justitie zo rauw op het dak is gevallen van veel religieuze instellingen en kerken. Ik weet dat de minister vrijdag weer gaat spreken met de kerken en ik hoop dat uit dat gesprek ook zal komen dat er op dit moment al meer ruimte kan worden geboden aan kerken die van goede wil zijn en die zorgvuldig maatregelen treffen om diensten met aanpassingen en beperkte ontmoeting door te kunnen laten gaan.

Toch vindt de ChristenUnie het nodig dat ook deze wet verder zal worden aangescherpt voordat die op onze steun kan rekenen. Ik noem daarbij een aantal punten. De maatregelen moeten niet alleen aan de Tweede Kamer worden voorgelegd. Het parlement moet ook in de positie worden gebracht om maatregelen die het kabinet wil nemen om het virus te bestrijden, vooraf te bespreken maar ook tegen te kunnen houden of juist te bevestigen als de Kamer zich in die maatregelen kan vinden. Dat hoort bij een democratische rechtsstaat en is ook van belang om draagvlak voor de maatregelen te creëren. Het amendement dat mevrouw Buitenweg heeft ingediend, regelt dit. We hebben dat amendement dan ook van harte meeondertekend.

De wet moet niet langer duren dan strikt noodzakelijk. Een halfjaar is lang. De ChristenUnie wil dat de wet hooguit drie maanden geldt en dat we dan opnieuw kijken of die wet verlengd moet worden, met daaraan voorafgaand een toets van de Raad van State. De amendementen-Groothuizen en -Van der Staaij zien hierop. Ook zal duidelijk moeten zijn dat altijd moet worden afgewogen of de maatregelen proportioneel zijn. Dat vraagt om een expliciete afweging tussen wat echt nodig is om de volksgezondheid te beschermen en de gevolgen daarvan voor onze vrijheden en onze samenleving. De maatregelen moeten direct worden afgeschaald als ze niet meer nodig zijn om het coronavirus te bestrijden. Op dit punt heb ik zelf een amendement ingediend.

De ChristenUnie wil ook zeker stellen dat er altijd ruimte is voor het maken van individuele afwegingen bij het toelaten van bezoek in verpleeghuizen en zorginstellingen en dat de kwaliteit van leven van bewoners van verpleeghuizen centraal staat bij het maken van die afwegingen. Er mag niet opnieuw een landelijk bezoekverbod worden afgekondigd. Het amendement-Van Brenk regelt dit. Wij hechten hieraan want we herinneren ons allemaal hoe schrijnend die situaties waren waarbij geliefden elkaar niet konden ontmoeten en zelfs niet in de laatste fase van het leven afscheid konden nemen van elkaar. En dat was hard. Dat dus niet weer.

De boetes op het niet naleven van de maatregelen zijn nog erg hoog in het wetsvoorstel. Daarom hebben wij ook het amendement van de heer Veldman meegetekend om de boetes te verlagen en om te zorgen dat ze ook geen gevolgen meer hebben voor je vog, ofwel: dus geen strafblad, zoals dat in de volksmond heet.

Het systeem van de noodverordeningen had als nadeel dat niet alleen de Tweede Kamer geen controlerende taak meer had bij het vaststellen van maatregelen maar dat ook de gemeenteraden onvoldoende mogelijkheden hadden om hun colleges te controleren, omdat de besluiten werden genomen op het niveau van de veiligheidsregio. Daarom is het amendement-Van Dam zo belangrijk, omdat dat de gemeenteraden, de lokale democratie weer versterkt en de gemeentelijke controle door gemeenteraden weer in het leven roept. Op al deze punten zijn wijzigingsvoorstellen ingediend om de wet te verbeteren.

Heel veel mensen hebben mij gemaild met hun zorgen over de bescherming van hun grondrechten en hun vrijheden en met de vraag of het parlement wel voldoende te zeggen krijgt als er opnieuw maatregelen moeten worden genomen. Ik denk dat we met deze maatregelen daarin een stap zetten en dat het ook heel belangrijk en essentieel is dat deze worden gesteund om ervoor te zorgen dat het parlement wel in positie wordt gebracht. Met de behandeling van de wet vandaag laten we ook als Kamer zien dat we onze controlerende en wetgevende taak vervullen.

Maken we met deze wijzigingen de wet dan tot een onhandelbaar monstrum, zoals door sommigen worden gevreesd, vraag ik met een knipoog. Nee, we brengen de weging over welke maatregelen mogen worden getroffen naar daar waar die weging hoort plaats te vinden, en dat is hier, in het parlement.

Voorzitter. Mijn fractie heeft nog wel een aantal vragen voor het kabinet. Veel mensen vragen zich af wanneer er een einde komt aan de maatregelen en wanneer er een einde komt aan deze wet. Ze hebben de vrees dat die tot in lengte van dagen kan worden verlengd zolang er geen vaccin is. Wat is daarop de reactie van de regering en wanneer ontstaat de situatie dat wij ons als samenleving tot dit virus moeten verhouden en terug kunnen zonder een tijdelijke wet? Wat is daarbij voor het kabinet leidend als het gaat om de besluitvorming over deze wet? Hoe verhoudt deze wet en de ministeriële regelingen die daaruit voortvloeien zich nu tot het coronadashboard? Graag een toelichting van het kabinet daarop.

Voorzitter. Als het gaat om het naleven van de anderhalvemeternorm, waar we ook als ChristenUnie — hoe moeilijk we dat soms ook vinden — het belang van inzien, herkennen we dit soort situaties allemaal. Een zoon die op bezoek wil bij zijn oude moeder en haar wil ondersteunen, het jonge stel dat al een tijd een relatie heeft maar niet bij elkaar woont, de uitwonende dochter van mevrouw Buitenweg die in het weekend thuiskomt, de kinderen die een deel van de week bij de ene ouder wonen en een deel van de week bij de andere ouder. Het zijn allemaal situaties die we van dichtbij kennen, en allemaal zijn zij strikt genomen in overtreding van die anderhalvemeternorm zoals die nu wordt voorgesteld. Welke boodschap heeft de regering nu voor deze mensen en hoe wil de regering bij de uitvoering van deze wet omgaan met dit soort situaties in het dagelijks leven? Het kabinet geeft in de schriftelijke antwoorden op onze vragen aan dat zij niets formeel wil uitzonderen van de handhaving, maar hoe dan wel? Hoe kunnen we hier dan wel coulant mee omgaan? Want dit zijn de situaties die we allemaal herkennen in ons dagelijks leven. Zouden we de handhaving niet meer moeten richten op situaties die gepaard gaan met veel meer risico's op verspreiding dan op een enkeling of enkelingen die elkaar treffen en elkaar vaker treffen?

De voorzitter:
Voordat u verdergaat, mevrouw Van Esch.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Aangezien u mij al interrumpeerde tijdens mijn inbreng over uw eigen amendement wil ik daar toch nog wel een vraag over stellen. Het gaat dan om het amendement dat hier voorligt. Ik ben wel benieuwd, want in de bijdrage van de Partij voor de Dieren gingen wij specifiek in op het voorkomen van toekomstige situaties waarin wij weer opnieuw te maken krijgen met het inperken van onze burgerlijke vrijheden. Als we er alle twee voorstander van zijn om te voorkomen dat we nog een keer in zo'n situatie zouden komen, ben ik wel benieuwd hoe u aankijkt tegen het oplossen van die situatie, aangezien uw amendement eigenlijk vooral op het hier en nu ingaat. Ons pleidooi is nu juist: kijk ook naar de toekomst en probeer te voorkomen dat die burgerrechten opnieuw worden geschonden.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik denk dat u, strikt genomen, gelijk heeft dat het amendement zoals we dat hebben opgesteld gaat over de maatregelen die het kabinet gaat treffen. Dus ja, ik denk dat het in die zin ook wel tegemoetkomt aan de zorg die u heeft — of die mevrouw Van Esch heeft via u, mevrouw de voorzitter — omdat het gaat over maatregelen die het kabinet nog zal gaan treffen. Op het moment dat het kabinet voornemens is om een maatregel te treffen, zal het altijd die afweging moeten maken en ook heel expliciet: wat is er nou echt nodig om de volksgezondheid te beschermen, afgezet tegen de impact die dat heeft op de inperking van vrijheden van mensen? Dat raakt aan vrijheden en aan grondrechten van mensen. Dus ik denk dat dat daar eigenlijk wel aan tegemoetkomt.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik ben wel vooral benieuwd hoe de ChristenUnie aankijkt tegen het voorkomen ervan. Dat gaat ook gewoon over het voorkomen van het feit dat we, indien we nieuwe virussen zouden kunnen tegenkomen, opnieuw in situaties kunnen belanden waarin we dus opnieuw diezelfde keuzes zouden moeten maken. Wij zeggen als Partij voor de Dieren: zorg nu ook dat je op dit moment, bij die wet die nu voorligt, voorkomt dat je weer opnieuw in dat soort situaties komt. Daar hebben we natuurlijk ook onze amendementen en onze voorstellen voor ingediend. Ik ben wel benieuwd naar de visie van de ChristenUnie, specifiek op het voorkomen van die situaties.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik denk dat ons er alles aan gelegen is om te voorkomen dat het virus verder oplaait dan nu het geval is. Dat is het hele idee van het kabinet achter het treffen van die maatregelen, om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Ik denk ook dat het heel goed is om erover na te denken hoe we in de toekomst kunnen voorkomen dat er wellicht een nieuwe virus onze kant op zal komen. Ik denk dat dit iets is waar we altijd naar zouden moeten kijken. Als u mij vraagt om specifiek in te gaan op uw eigen voorstellen, dan moet ik zeggen dat ik die nog onvoldoende tot mij heb kunnen nemen om er nu een gewogen oordeel over te kunnen geven. Maar ik zal daar met een scherp oog naar kijken.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Voorzitter. Dan vraag ik nog naar de situatie in de verpleeghuizen. We weten dat er net een paar dagen geleden een handreiking is verschenen van ActiZ, Verenso, Alzheimer Nederland en andere organisaties voor bezoek en sociaal contact in verpleeghuizen. Ik vraag mij af hoe die handreiking zich verhoudt tot wat er nu in het wetsvoorstel is opgenomen, ook in relatie tot het amendement van mevrouw Van Brenk.

Ik vraag mij ook af: wie kunnen er nou worden aangewezen als mantelzorger? Soms hebben mensen meerdere mantelzorgers. Hebben die mantelzorgers dan allemaal toegang tot hun geliefde die zij verzorgen? Graag zou ik op dit punt duidelijkheid krijgen. Wij krijgen daar veel vragen over.

Veel mensen maken zich er zorgen over dat de komst van een vaccin gepaard zal gaan met een vaccinatieplicht. In het wetsvoorstel wordt heel duidelijk gemaakt dat er geen enkele bepaling is die dat regelt. Ook uit de toelichting blijkt dat er geen vaccinatieplicht komt. Ik vind het goed en belangrijk dat het kabinet hierover duidelijkheid schept.

Speciaal vraag ik aandacht voor Caribisch Nederland. Mevrouw Kuiken wees er net ook op. Deze wet is ook op hen van toepassing. Ik vraag het kabinet: hoe heeft het kabinet met de eilanden binnen ons Koninkrijk gesproken over de toepassing van deze wet? Biedt deze in de ogen van het kabinet nu voldoende flexibiliteit om ook daar snel te kunnen handelen als er maatregelen getroffen moeten worden, ook als de amendementen worden aangenomen die door de Kamer zijn ingediend? Vanaf de eilanden krijgen we hier vragen over. Ook met deze crisis wordt duidelijk dat de eilanden in ons Koninkrijk best heel hard worden getroffen. Uitwijkmogelijkheden zijn schaars voor hen door hun bijzondere eilandsetting. De vaak wankele economie krijgt door het gebrek aan toerisme ook ongekende klappen. Ik zou hierop heel graag een reactie krijgen van het kabinet in zijn termijn morgen.

De mogelijkheid blijft bestaan om onderwijsactiviteiten in onderwijsinstellingen in het geheel niet te laten doorgaan, maar ik lees dat deze maatregel altijd wel een ultimum remedium zal zijn. Kan daarbij ook worden gewerkt met een soort escalatieladder, waarbij eerst maatregelen op lokaal of regionaal niveau worden getroffen? Graag een reactie daarop van het kabinet.

Als één ding duidelijk is geworden, dan is het dat we onze crisiswetgeving voor een epidemie als deze, die veel langer aanhoudt en landelijk is, niet goed op orde hebben op dit moment. Tot op heden heeft het gewerkt met de noodverordeningen, maar het was soms zoeken.

Ik heb waardering voor de burgemeesters, de voorzitters van de veiligheidsregio's, die zo veel mogelijk hebben geprobeerd om rechtseenheid te creëren, zodat een situatie in Overijssel niet heel anders beoordeeld zou worden dan een vergelijkbare situatie in Noord-Holland. Het komt goed uit dat er momenteel een evaluatie van de Wet Veiligheidsregio's loopt, maar ook de Wet publieke gezondheid kent zijn beperkingen als het gaat om het bestrijden van een landelijke epidemie. De vraag doemt op of we onze wetgeving niet gereed moeten maken voor een vergelijkbare crisis, als die op ons afkomt. Ik sluit daarbij aan bij de vragen die ook de heer Van Dam heeft opgeworpen. Dus ook daarop graag een reactie van het kabinet.

Dan een laatste vraag en dan kom ik tot een afronding. Er zijn veel zorgen over deze wet. Normaal gesproken denk ik dat de publieke tribune hier bomvol zou zitten als wij over een wet als deze zouden spreken, waarover zo veel onrust is onder de bevolking en waarover we zo veel e-mails, telefoontjes en appjes hebben gehad van mensen. Door de omstandigheden van corona kan dat nu niet, maar wij weten dat hier voor het gebouw, op het Plein, momenteel heel veel mensen staan die zich zorgen maken en die hun onvrede hierover uiten. Ze maken zich zorgen over wat deze wet precies met hen doet. Ik heb het ook vandaag gehoord. Er zijn heel veel onwaarheden verspreid over deze wet, over wat deze wet wel regelt en wat deze wet niet regelt. Sommige van die onwaarheden zijn zelfs vandaag in het debat aan de orde gekomen. Mijn collega's hebben elkaar daar ook terecht op aangesproken. Ik weet dat het kabinet oog heeft voor de aanpak van desinformatie, maar ik vraag aan de minister van Binnenlandse Zaken in dit geval: hoe gaat het kabinet hiermee om? En hoe wil het kabinet daarmee omgaan? Wat heeft het kabinet eraan gedaan om het andere geluid te laten horen over wat er wel geregeld wordt met deze wet en wat er niet in staat? En waar kunnen mensen terecht met hun vragen als ze die zouden willen stellen?

Voorzitter. Ik kom tot een afronding. Omdat de maatregelen die de overheid treft zo aan ons dagelijks leven raken, zo ingrijpen en zo raken aan wat ons ten diepste beweegt — het contact met anderen, onze godsdienstige overtuiging — is het zaak dat ook de volksvertegenwoordiging in positie wordt gebracht om dan ook steeds die belangenafweging te kunnen maken tussen wat echt nodig is om de volksgezondheid te beschermen en de gevolgen daarvan voor onze vrijheden en onze samenleving, tussen de bescherming van kwetsbaren en ook de mogelijkheid om geliefden te ontmoeten. Want ook als er een virus door ons land waart, moeten we hier oog voor hebben.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel.

« Terug

Nieuwsarchief > 2020

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari