Begroting Economische Zaken en Klimaat (35570-XIII)

woensdag 04 november 2020 00:00

De heer Bruins (ChristenUnie):
Voorzitter. Toen mevrouw Mulder vanochtend meldde dat het dankdag is vandaag, zag ik aan de lichaamstaal van de minister dat hij geen idee had waar dat nou over ging. Dankdag, ja. In Nederland bestaat al zeker sinds de middeleeuwen de gewoonte om te bidden en te danken voor een goede oogst. Biddag in het voorjaar, dankdag in het najaar. En toen de industrialisatie toenam, werd de dankdag voor gewas een dankdag voor gewas en arbeid.

Laat ik vandaag dan ook gewoon eens beginnen met het bedanken van al die ondernemers die knokken voor behoud van werkgelegenheid en voor het voortbestaan van hun bedrijf. Zij vormen de ruggengraat van de Nederlandse economie. Maar ik kijk ook met dankbaarheid naar een robuuste overheid, die buffers heeft opgebouwd en die nu een tijdelijk vangnet kan creëren om de ergste klappen op te vangen.

Voorzitter. Voor de ChristenUnie is de onderneming een waardengemeenschap, waar mensen samen werken aan een gemeenschappelijk doel. Die waardengemeenschap geven wij vorm door hoe werkgever en werknemer met elkaar omgaan en hoe zij verantwoordelijkheid nemen voor de impact van de onderneming op de omgeving, de natuurlijke omgeving en de maatschappij, hier en ver weg. De onderneming als waardengemeenschap is het fundament voor een economie waarin relaties tussen mensen centraal staan en waarin we ons gedragen als goede rentmeesters voor de schepping. Een economie die we aan onze kinderen en kleinkinderen door willen geven, een die ruimte biedt aan economische groei, maar ook aan rust en aandacht voor dat wat echt telt. Daarin zetten we een aantal mooie stappen.

Het kabinet heeft mijn voorstel voor de maatschappelijke onderneming, de bvm, overgenomen. De bvm is wat de ChristenUnie betreft de vaandeldrager voor die economie van de toekomst. De onderneming met een maatschappelijke missie voorop zal steeds meer de standaard en steeds minder de uitzondering worden. Daarnaast zien we de keuzes voor imvo en voor Rijnlandse voorwaarden bij staatssteun aan individuele bedrijven die dit kabinet begin mei formuleerde. We zien de aangenomen motie over de nationale bedrijvengarantie waarmee die ideeën verder vormgegeven kunnen worden en we zien volop aandacht voor familiebedrijven, ook vanuit de politiek. Familiebedrijven zijn het voorbeeld van de onderneming als waardengemeenschap met per definitie een langetermijnfocus. Dat is Nederland, dat is ondernemen en deze bedrijven willen we koesteren.

Aan het begin van de coronacrisis zagen we een aantal bedrijven snel omschakelen, maar toch was het ontluisterend dat we de meest vitale producten met een luchtbrug uit Azië moesten halen, met weken vertraging en pas na politieke druk. We hebben een wendbare, innovatieve maakindustrie nodig die slimme producten maakt en exporteert. De economische basis is ook in de eenentwintigste eeuw onze maakindustrie. Nederland moet technologisch en qua productie weer leren zijn eigen broek op te houden, samen met zijn nabije buren. Ik zou graag van het kabinet willen horen hoe het staat met de uitvoering van de motie-Heerma/Segers over strategische afhankelijkheden van vitale sectoren. Maar je kunt nooit voorspellen wat je precies nodig hebt in de toekomst, dus bouw nu niet opeens een mondkapjesfabriek. We hebben een veelzijdige en wendbare maakindustrie nodig, met slimme, praktisch opgeleide techneuten. Technici zijn letterlijk van levensbelang.

Daarom ga ik in op de drie m'en, mensen, middelen en meten. Eerst mensen. Zelfs met de werkloosheid van nu zijn er grote tekorten in de maakindustrie. We missen tienduizenden praktisch opgeleide vakmensen, terwijl tegelijk veel pas afgestudeerden nu niet weten hoe ze aan een baan moeten komen. Vakonderwijs in bèta en techniek moet laagdrempeliger worden, ook in studiekosten. We moeten volop investeren in technische vmbo-, mbo- en hbo-opleidingen. Tot aan universiteiten toe moeten we juist die studies aantrekkelijk maken waar werkgevers aan de poorten staan te rammelen als er een diploma-uitreiking is. Voelt het kabinet deze urgentie met mij en deelt het kabinet mijn opvatting dat we weer moeten durven sturen op de instroom in het onderwijs? Er mag best een rem gezet worden op opleidingen die een mager arbeidsmarktperspectief hebben, zeker in crisistijd waarin toch al veel mensen moeten worden omgeschoold. Hoe gaat het kabinet hierop sturen, zodat we de vakmensen van de toekomst gaan opleiden? Dat is voor mij een EZ-vraag en niet alleen een OCW-vraag.

De tweede m staat voor middelen. Investeren in innovatie loont. Daarom is het goed dat het Groeifonds er komt. Wat betekent alles wat ik hiervoor heb gezegd over langetermijnfocus, wendbare maakindustrie en het opleiden van vakmensen voor het Groeifonds, dat ons die groene en circulaire toekomst in moet loodsen? Hoe gaan we zorgen dat het hele land profiteert van het Groeifonds, wetend dat die innovatieve maakindustrie zich ook — en misschien wel vooral — bevindt in Twente, in de Achterhoek, rondom Brainport, bij Chemelot, in Zuidoost-Drenthe? Hoe versterkt het Groeifonds ons verdienvermogen in het hele land? En hoe gaat het de Randstad ontlasten?

Voorzitter. Het kabinet ondersteunt R&D met de Wbso-regeling. Heel goed, maar is het niet ook tijd om eens te kijken naar een verlengde eerste schijf of een nieuwe tweede schijf, om bedrijven ook te prikkelen meer aan innovatie te gaan doen en het niet alleen maar goedkoper te maken? Heel goed dat de staatssecretaris meerjarig de duurzame scheepsbouw ondersteunt, maar komt de maritieme industrie ook aan bod bij de middelen uit het Europese recovery fund? We zien nu immers dat ook andere landen daarmee hun maritieme industrie ondersteunen. Bewaakt het kabinet het Europese level playing field in deze zeer internationale sector met zware concurrentie? Wanneer gaat de overheid nou eens echt innovatief inkopen? Het aantal SBR-projecten is nog steeds heel laag. Het lijkt er wel op dat inkoopafdelingen van overheden er nooit aan denken om op innovatie gericht in te kopen, terwijl je daarmee heel gericht de Nederlandse maakindustrie en juist het mkb kunt steunen. Kan de staatssecretaris ervoor zorgen dat het aantal SBR-projecten over de volle breedte van de overheid toeneemt, juist nu, in crisistijd?

Voorzitter. De derde m staat voor meten. De ijking van meetinstrumenten is van groot belang voor de Nederlandse maakindustrie. Al jaren maak ik mij zorgen over de beschikbaarheid van meetstandaarden en het voortbestaan van hoogwaardige ijkingsfaciliteiten in Nederland. Het personeelsverloop bij ons nationale meetinstituut VSL is groot en door de coronacrisis is de financiële situatie ernstiger geworden dan ooit tevoren. Nog steeds ben ik van mening dat het een foute keus was van het vorige kabinet om dit instituut af te stoten en volledig in de markt te zetten. De noodzaak om nu financieel bij te springen laat dat al zien. De basisinfrastructuur van metrologie is vitale infrastructuur die in overheidshanden hoort te zijn. Maar nu het is zoals het is, moet de overheid in ieder geval controle hebben over de diensten die het instituut aanbiedt en de unieke meetstandaarden die daarbij horen. Ik constateer dat de staatssecretaris dat inziet, en met haar brief hierover zet ze ook weer een aantal belangrijke stappen. Toch zijn de onderscheiden taken, rollen en verantwoordelijkheden van het ministerie, het instituut en de raad van deskundigen gewoon nog te onduidelijk. Als bezorgd controleur van de regering wil ik gewoon zeker weten dat alle diensten die cruciaal zijn voor de Nederlandse hightechmaakindustrie gecontinueerd worden, crisistijd of geen crisistijd. Graag een reactie.

Voorzitter. Dan nog het klimaat. We zien dat Nederland steeds groener en schoner wordt, maar we moeten extra stappen zetten in onze zorg voor de schepping. De ChristenUnie vindt het belangrijk dat we samen met burgers, coöperaties en ondernemers bouwen aan een klimaatneutrale economie en samenleving. De KEV laat zien dat er een forse tand bij moet de komende jaren, met als grote uitdagingen de warmteproductie en het verdubbelen van de energiebesparing. Een nationaal isolatieprogramma zoals bepleit in de motie-Segers/Klaver waarmee we mensen helpen hun huis te verduurzamen, is urgenter dan ooit. Daarom is het goed dat alle sectoren in de economie hun verantwoordelijkheid snel nemen en dat er een stevige CO2-heffing gaat gelden voor door de industrie te veel uitgestoten broeikasgassen. Maar de Raad van State is kritisch. Ik ken de minister van EZK als een rasoptimist, maar er zijn hier echt meer maatregelen nodig. In november liggen er voorstellen van een studiegroep op tafel. Vind ik de minister aan mijn zijde als ik hem vraag om samen met mij met een open mind naar die voorstellen te kijken om te zien wat we nu al snel kunnen oppakken, zodat we het niet doorschuiven naar een volgende kabinetsperiode?

Voorzitter. Ook regionaal en lokaal is men met de energietransitie bezig, maar wat ik mis is een eenduidige boodschap vanuit het Rijk. Wanneer de minister van EZK weer eens een kerncentrale aanprijst of wanneer de minister van BZK alle wind op land de zee denkt in te schuiven, merken gemeenten dat het weer een stukje moeilijker is om draagvlak te creëren voor de lokale transitie. Want waarom een windmolen in mijn tuin, als meneer Wiebes toch een kerncentrale gaat bouwen? Is het ministerie bereid om in woord en daad de gemeenten te steunen in de lokale transitie? En is de minister bereid om de landelijke regels voor lokaal eigendom en burgerparticipatie zo aan te passen dat hobbels worden weggenomen, zodat dit ook echt op gang kan komen?

Voorzitter. De ChristenUnie en het CDA bepleiten dat het grootste deel van het Just Transition Fund wordt ingezet om de waterstofeconomie in Noord-Nederland een boost te geven. Hoe staat het met de uitvoering van de motie hierover? Welke middelen en instrumenten voorziet de minister om de opschaling van de waterstofeconomie mogelijk te maken en zo de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te halen?

Ik sluit af. Ik begon met de uitleg over dankdag voor gewas en arbeid. En ja, er is veel om dankbaar voor te zijn, ook in crisistijd. Maar dankbaarheid is nooit zelfgenoegzaamheid. Ora et labora, bid en werk. De handen moeten uit de mouwen voor een deltaplan maakindustrie, voor het opleiden van vakmensen, voor het bouwen aan een volledig circulaire economie, voor het innoveren en tot stand brengen van de noodzakelijke transities zodat we bouwen aan de economie van de 21e eeuw, de economie van onze kinderen. En misschien moeten we die eeuwenoude gewoonte van een dankdag voor gewas en arbeid maar aanpassen naar deze tijd. Een dankdag voor gewas, arbeid en innovatie en dan doen de minister en staatssecretaris, hen kennende, vast wel met ons mee.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel.

« Terug

Nieuwsarchief > 2020

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari