Pakket Belastingplan 2021 en Wet beperking liquidatie- en stakingsverliesregeling

dinsdag 10 november 2020 00:00

De heer Bruins (ChristenUnie):
Voorzitter. Vandaag dag drie van de vierdaagse. Het zit er bijna op. Morgen nog een dag en dan is er weer ruim 300 miljard door de vingers van de staatssecretaris gevloeid. We spreken over alle belastingplannen van dit kabinet. De staatssecretaris weet dat belastingen meer zijn dan een technische exercitie. Het gaat over hoe we geld verdelen en geld herverdelen, over wat we belangrijk en rechtvaardig vinden en over wat we willen aanmoedigen en ontmoedigen. Daarom wijs ik heel graag op de al door de heer Van Weyenberg gememoreerde lancering van onze eigen plannen voor een grondige belastingherziening.

Voor ons als ChristenUnie is al heel lang duidelijk dat ons belastingstelsel heel dringend toe is aan een grondige hervorming. Het is mooi om te zien dat daar breed in de Kamer consensus over is. Want tegengestelde ideologische posities en zogeheten modellenpolitiek hebben geleid tot een complex belasting- en toeslagenstelsel met prikkels die er gewoon niet in horen te zitten, met soms zeer onrechtvaardige uitkomsten. Kleine reparaties volstaan dus niet langer, een grondige reformatie van het belastingtoeslagenstelsel is nodig.

Ik wil aan de staatssecretaris het volgende vragen. We hebben nu zo veel studies van hoe dat eindproduct van een toeslagenloos belastingstelsel eruit zou moeten zien; er is nu veel op gestudeerd. Zou de staatssecretaris ook kunnen studeren op hoe je eigenlijk zo'n transitie zou kunnen maken? Kan de uitvoering dat aan? En hoe zou de uitvoering van zo'n transitie er dan uitzien? Want je kunt niet aan het ene knopje draaien en een jaar later nog eens aan een ander knopje. Dit zijn zulke rigoureuze hervormingen. Dat moet in één keer gebeuren, anders vallen mensen tussen wal en schip. Dat is voor de uitvoering een enorm probleem. Ik ben heel benieuwd of de staatssecretaris met een studie zou kunnen komen om ons te vertellen hoe je zo'n transitie vormgeeft in de uitvoering. Ik denk dat we die nodig zullen hebben vanaf volgend jaar.

Voorzitter. Dit gaat allemaal over minstens één volgende regeerperiode, en nu terug naar de mondaine werkelijkheid, de orde van de dag, de BIK. De BIK — ik zie de heer Nijboer lachen; we hebben het er allemaal over — is misschien wel het meest besproken onderdeel van dit Belastingplan. Daar ga ik dus ook niks meer aan toevoegen. Ik heb er in het eerdere debat geen geheim van gemaakt dat de BIK wat ons betreft meer mag terechtkomen bij het mkb, juist ook omdat het kabinet zelf aangeeft dat het accent daar hoort te liggen. Mijn naam staat daarom ook onder het amendement op stuk nr. 37.

Ik heb nog één vraag over de BIK. De ondergrens is €1.500 per bedrijfsmiddel en €20.000 per aanvraag. Kan ook worden toegestaan dat alleen de ondergrens van €20.000 per aanvraag wordt gehanteerd, mits de aanvraag wordt begeleid door een accountantsverklaring waarin wordt verklaard dat het daadwerkelijk gaat om investeringsgoederen waarop wordt afgeschreven, maar die wel onder de investeringsgrens van €1.500 komen? Is dat mogelijk wanneer de totaalaanvraag boven de €20.000 komt, met accountantsverklaring? Er zijn namelijk daadwerkelijk investeringsgoederen waarop wordt afgeschreven, die minder duur zijn dan deze ondergrens van €1.500.

Voorzitter. In het eerder wetgevingsoverleg hebben we gesproken over de Postcoderoosregeling. Mevrouw Mulder heeft daar ook over gesproken. Ik heb mijn zorgen gedeeld over de overgang van de oude naar de nieuwe regeling. Voor ons is het belangrijk dat er een adequate overgangsregeling komt. Daar is ook in het vorige debat over gesproken. De onzekerheid moet worden weggenomen.

De CO2-heffing moet ervoor gaan zorgen dat bedrijven in de industrie met een hoge uitstoot meer belasting gaan betalen. De ratio daarvan onderschrijven wij volledig. Dat heb ik ook gezegd in de eerdere debatten over het Belastingplan. In verschillende interruptiedebatjes vorig week bleek al de behoefte aan inzichten om tussentijds te kunnen evalueren en met heldere instrumenten te kunnen bijsturen, zeker in het licht van de veranderende Europese reductieambities. Je kunt bijsturen met het prijspad, maar je kunt ook bijsturen met andere gereedschappen als het niet snel genoeg gaat. De minister gaf in zijn eerdere antwoorden al aan hoe hij dat voor zich ziet. Ik heb zijn antwoorden zo begrepen — ik wil morgen graag een bevestiging van hem — dat we via de reguliere informatie die de Kamer krijgt, een jaarlijkse update en een jaarlijkse bijsturing kunnen doen. Heb ik dat goed begrepen van de minister? Ziet hij dat ook zo?

Voorzitter. Tot slot de overdrachtsbelasting. We hebben al aangegeven dat we het positief vinden dat het kabinet zich inzet om de positie van starters ten opzichte van bijvoorbeeld beleggers te verstevigen, zodat starters meer kans maken op een koopwoning. Er zijn al vele casussen langsgekomen die aantonen dat deze wetgeving best wel heel technisch en complex is. Die complexiteit ervaren wij bij de woon- en zelfbeheercoöperaties, ook al genoemd door de heer Van Weyenberg. Het kan wat ons betreft niet de bedoeling zijn dat die naar 8% gaan. Daarom vroegen wij al eerder om wooncoöperaties uit te zonderen van de verhoging van de overdrachtsbelasting. Nu gaf de staatssecretaris eerder al een kleine opening voor meer perspectief voor deze coöperaties, door aan te geven hier nog eens goed naar te gaan kijken. Wat is het resultaat van dit kijken? Ik heb een amendement in voorbereiding om een stukje hiervan te regelen. Ik hoor dus ook graag hoe de minister hiertegenover staat en hoe dit zich verhoudt tot zijn kijkexercitie.

Daarnaast heb ik nog een concrete vraag over de positie van anbi's voor wat betreft deze differentiatie. In het debat is al veel aandacht geweest voor die anbiroute voor woningcorporaties, maar mijn vraag gaat ook uit naar de kerken als anbi's. Vallen kerken en kerkbesturen straks onder de beleggers en moeten zij dus 8% belasting gaan betalen als ze bijvoorbeeld een pastorie willen aankopen? Hierover bestaat in ieder geval buiten deze Kamer enige onduidelijkheid, dus graag een heldere reactie van de minister hierop naar de buitenwereld. En als dit zo is, zou de anbiroute dan ook hier uitkomst kunnen bieden?

Tot zover, voorzitter. Dank u wel.

« Terug

Nieuwsarchief > 2020

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari