Bijdrage Carla Dik-Faber over het plenair debat over mijnbouw

woensdag 02 maart 2016 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber als lid van de vaste commissie voor Economische Zaken aan een plenair debat met minister Kamp van Economische Zaken

Onderwerp:   Debat over mijnbouw

Kamerstuk:    32 849          

Datum:           2 maart 2016

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. Het woord "mijnbouw" roept bij mij vooral associaties op met de industriële revolutie, met steenkool- en bruinkoolwinning en met kompels in Zuid-Limburg. Kortom, mijnbouw hoort bij de economie van de vorige eeuw. Anno 2016 is mijnbouw echter niet uit onze economie verdwenen. Sterker nog, er wordt gas gewonnen in Groningen en in het Waddengebied. In Woerden zijn er plannen om een gasveld aan te boren in een woonwijk. In Overijssel wordt afvalwater in de bodem geïnjecteerd en in Saaksum en op andere plekken wil de NAM gaan fracken: het spuiten van chemicaliën in de bodem om de laatste restjes gas te produceren. Volgens de minister gaan wij in de toekomst misschien wel schaliegas winnen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Gelukkig een goed bericht voor Saaksum: daar wordt niet gefrackt. De NAM heeft besloten om dat niet te doen vanwege de optelsom aan activiteiten aldaar. Voor het feit dat de NAM zich dat heeft aangetrokken, verdient het bedrijf misschien wel een compliment.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Volgens mijn informatie was er uitstel, maar als uitstel nu afstel is geworden, ben ik daar ontzettend blij mee. Dat neemt niet weg dat er op andere plekken nog wel gefrackt wordt. Liever zien wij dat helemaal niet gebeuren.

Hoe lang blijven wij nog krampachtig vasthouden aan de oude fossiele economie? Hoe lang accepteren wij de aantasting van de veiligheid en gezondheid van burgers die te maken hebben met aardbevingen, bodemdaling en vervuiling van de ondergrond en de lucht?

De heer Jan Vos (PvdA):
Ik zou mevrouw Dik willen vragen of zij de inspecteur-generaal van Staatstoezicht op de Mijnen niet langer vertrouwt.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik vind het vervelend om in het debat over personen te spreken. Het Staatstoezicht op de Mijnen als instituut is een onafhankelijk instituut dat de overheid en ons adviseert.

De heer Jan Vos (PvdA):
Het gaat om de functie van inspecteur-generaal, niet om de persoon. Het instituut SodM heeft zojuist een rapportage gepubliceerd waarin onderzocht is hoe vaak fracken bij conventioneel gas in Nederland in de afgelopen 60 jaar heeft plaatsgevonden en welk effect dat heeft gehad. Het blijkt tussen de 300 en 350 keer te hebben plaatsgevonden en er blijkt geen enkele vorm van lekkage en geen enkel effect voor de bevolking te zijn geweest dat op welke manier dan ook negatief zou kunnen worden beoordeeld. Waarom maakt mevrouw Dik het statement dat wij niet moeten fracken en hoe verhoudt dat statement zich tot de functie van inspecteur-generaal, die wij hebben ingesteld om dit soort onderzoeken te doen en deze afwegingen voor ons te maken?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik heb de conclusies van dat rapport bekeken en heb daarin gelezen dat er op basis van feiten tot nu toe en voor zover men kan overzien geen sprake is geweest van negatieve effecten op het milieu. Dat zijn een paar disclaimers in de conclusie die ik mij zeker aantrek. Dat neemt niet weg dat het fijn is om te lezen dat er waarschijnlijk tot nu toe geen negatieve effecten zijn geweest. Mijn fractie maakt zich zorgen dat dit rapport de basis gaat worden om fracken in Nederland blijvend toe te staan en wie weet straks ruim baan te bieden voor schaliegaswinning. Dat zou ik niet willen. Ik ben heel benieuwd hoe de PvdA daarin staat. Dat horen wij straks van de PvdA. Het risico op schade door fracken is weliswaar klein, maar als er schade is, is die grootschalig en onomkeerbaar. Ik ben heel benieuwd naar de visie van de PvdA.

Ik ga door. Hoe lang accepteren wij de beschadiging van huizen in Groningen? Waarom worden burgers nog steeds als sluitstuk van de besluitvorming gezien? Hebben wij niet allang de grenzen van het toelaatbare overschreden? Bovendien is net het klimaatakkoord afgesloten. Als wij een temperatuurstijging van maximaal 1,5 tot 2 °C willen, moeten wij de fossiele voorraden zo veel mogelijk in de grond laten. Dat is economisch ook verstandig. Beleggers trekken zich steeds massaler terug uit fossiele investeringen. Ook onze publieke beleggers, de pensioenfondsen, zouden dat veel urgenter moeten doen. Ziet de minister dat ook zo?

Binnenkort behandelen wij de nieuwe Mijnbouwwet. Het is goed dat wij de aanbevelingen van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid in de wet gaan verankeren. Er komt meer zeggenschap voor de provinciale overheid, maar gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven krijgen geen direct adviesrecht. Dat moet anders, vindt de ChristenUnie. Ook zou de omkering van de bewijslast voor heel Nederland moeten gelden en niet alleen voor de contouren in Groningen. Niet economische motieven maar de veiligheid van burgers is het belangrijkst. In de Mijnbouwwet en de Omgevingswet staan echter nog steeds economische uitgangspunten centraal. Het hele proces is toegeschreven naar vergunningverlening en natuur en veiligheid komen hooguit randvoorwaardelijk aan bod. Moeten wij dat niet heel anders gaan doen, zeker na het klimaatakkoord?

De ChristenUnie pleit voor een "nee, tenzij"-benadering voor fossiele energiewinning. De omslag naar een schone economie wordt het uitgangspunt, niet de vergunningaanvraag door een bedrijf. Dat is nu wel de situatie in de Mijnbouwwet. Als burgers overlast ondervinden van mijnbouwactiviteiten, moeten wij deze niet meer toestaan. Kwetsbare gebieden met waardevolle natuur, zoals het Waddengebied, en drinkwatergebieden moeten bij voorbaat wettelijk worden uitgezonderd. Stel per direct een verbod in op fracking en schaliegaswinning en laat de voorraden zo veel mogelijk in de grond zitten. Wil de minister ook op korte termijn de winning van fossiele brandstoffen afbouwen?

De ChristenUnie pleit bovendien voor wettelijke voorrang voor duurzaam in de ondergrond. Geothermie moet altijd voor fossiele-energiewinning gaan. Windenergie op zee moet altijd voorrang hebben op olie- of gaswinning in de zeebodem. Wil de minister ook dit wettelijk verankeren? Wil hij verder de gasrotonde afbouwen door de gasvraag te verlagen? Ik heb er zojuist een motie over ingediend. In het energierapport staat dat we tot 2029 netto-exporteur van gas zijn, maar ten koste van wie? De mensen in Groningen, Drenthe en Woerden? En waarom ligt er geen plan klaar om zo snel mogelijk de gaswinning in Groningen naar 12 miljard kuub per jaar en lager te brengen?

Ik wil een aantal locaties in Nederland noemen waar terechte zorgen leven over mijnbouwactiviteiten. In Woerden zijn er plannen om gas te winnen onder een woonwijk met 10.000 inwoners. Er is grote onduidelijkheid over de gevolgen, bijvoorbeeld voor de slappe veengrond in het Groene Hart. Wat is het risico op bodemdaling ons waard? Er komen boorinstallaties vlak bij woningen te staan, maar de minister meldt dat de daling van de woningwaarde geen onderdeel is van het winningsplan. Waar is het belang van de burger in dit hele verhaal? Waarom is de vergunningaanvraag van een bedrijf belangrijker? De ChristenUnie roept de minister op om hier niet aan te beginnen.

De Nationaal Coördinator Groningen zal zich ook bemoeien met de schadegevallen in de provincie Drenthe, in het bijzonder de gasopslag in Langelo bij Norg. Tot voor kort werd het verband met gaswinning ontkend, maar ik hoop dat mijnbouwschade gewoon erkend en gecompenseerd zal worden. Ik vraag hierbij ook naar de gevoelde bevingen bij Assen en Blijham. Geldt hier ook dat mijnbouwschade serieus wordt genomen? Ik heb voorgesteld om een schadeconvenant in te stellen, net als bij Bergermeer. Is de minister het hiermee eens?

In Overijssel is de NAM bezig met de injectie van afvalwater in de bodem. Drinkwaterbedrijf Vitens raadt dit af. Waarom loopt de NAM het risico om drinkwater te vervuilen? Waarom is dit niet bij de milieueffectrapportage naar boven gekomen? De ChristenUnie wil geen vervuild water in onze bodem.

Er wordt door de NAM niet gefrackt bij Saaksum. Ik begrijp nu dat het niet alleen uitstel, maar ook afstel is en dat is goed om te horen. Waarom staan we dan echter op andere plaatsen fracken nog wel toe? Is de minister bereid om stoffen waarvoor de beoordeling binnen REACH nog niet is afgerond, te verbieden voor het fracken van de diepe ondergrond?

De heer Graus (PVV):
De woordvoerder van de ChristenUnie zegt dat mijnbouwschade altijd vergoed moet worden. Ik deel dat en de PVV deelt dat; laat dat duidelijk zijn. Maar wat wil het geval? Naar aanleiding van ons werkbezoek aan mijnbouwschadegebieden in Limburg — de provincie waar ik zelf woon — heb ik drie moties ingediend. Maar die zijn geen van alle door de ChristenUnie gesteund. Dat vind ik heel raar. Wat mevrouw Dik nu doet, is dan ook alleen maar voor de bühne. Het CDA heeft die moties wel gesteund en heeft daardoor laten zien dat men recht van spreken heeft. Waarom zegt mevrouw Dik nu dat zij een voorstander is van het vergoeden van mijnbouwschade, maar laat zij het afweten als puntje bij paaltje komt en er gestemd moet worden? Ik merk overigens al tien jaar lang dat de ChristenUnie op dat soort momenten niet thuis geeft.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik ken die moties niet. Ik ben wel blij dat ik kan constateren dat we het eens zijn over het uitgangspunt dat mijnbouwschade vergoed moet worden. Volgens mij zijn daar wettelijke afspraken over gemaakt, maar moeten we de uitvoering nog verbeteren. Ik wil met alle plezier die moties nog even opzoeken. Als ik genoeg tijd heb, kom ik er in tweede termijn op terug. Zo niet, dan doe ik dat na afloop in een gesprek. Op dit moment kan ik mij echt niet exact de formulering van de moties voor de geest halen en ook niet de redenen waarom wij die moties niet konden steunen, maar daar is ongetwijfeld een goede reden voor geweest.

De heer Graus (PVV):
Voor de Handelingen, het betreft de motie op stuk 32849, nrs. 23, 24 en 25. De ChristenUnie weet dan om welke moties het gaat.

De voorzitter:
Ik zie dat mevrouw Dik-Faber heeft meegeschreven.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Zeker, voorzitter.

De heer Graus (PVV):
Haar medewerker heeft dat zeker gedaan.

De voorzitter:
In tweede termijn komen we erop terug.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter, er wordt achter in de zaal geknikt.

Er liggen verschillende plannen klaar om olie en gas te winnen in de Waddenzee. Terschelling is het bekendste voorbeeld. De ChristenUnie wil echter het kwetsbare Waddengebied ontzien. Ik roep de minister dan ook op om niet over te gaan tot gaswinning bij Terschelling.

In Friesland vindt bodemdaling plaats door een combinatie van gas- en zoutwinning. Het gevolg: iedereen wijst naar elkaar als gewone burgers en ondernemers schadevergoeding eisen. Wil de minister aandringen op een oplossing voor deze burgers, bijvoorbeeld één loket voor schademeldingen?

Voor de Noordoostpolder en Boxtel wordt nog steeds de winning van schaliegas niet uitgesloten. Het winnen van schaliegas in onder meer Overijssel, Zuid-Holland en Zeeland na 2020 wordt gewoon opengehouden in de interne plannen op het ministerie. Emeritus-hoogleraar Theo Olsthoorn zegt het treffend: "Schaliegas winnen levert ons mogelijk zes jaar voordelen op, maar men lijkt te zijn vergeten dat wij over 300 jaar nog steeds volledig afhankelijk zijn van drinkwater." Stop dus alle voorbereidingen voor schaliegaswinning, zo zeg ik tegen de minister.

Mensen in de provincie Groningen hebben niet gevraagd om schade, onveiligheid en waardedaling van hun huis. Hun materiële en immateriële schade moet daarom ruimhartig worden vergoed. Het tegenovergestelde is gebeurd. De waardevermeerderingsregeling, die de Kamer graag wil voortzetten, is per 1 februari namelijk gesloten. Stelt de minister deze snel weer open?

Onlangs hebben wij een aantal toezeggingen gekregen van de minister. Zo zou de Nationaal Coördinator de complexe schades snel gaan overnemen van de NAM. Ik ben benieuwd hoe dit ervoor staat. Wij krijgen nog steeds mails dat er sprake is van tegenwerking door de NAM, onder andere bij monumentale boerderijen. Ik reken echter op een ruimhartige opstelling door de Nationaal Coördinator.

Hoe staat het met het uitkopen van mensen met een onverkoopbare woning? Wij kregen het voorbeeld van een mevrouw op leeftijd die naar een verpleeghuis is verhuisd. Het huis staat inmiddels vier jaar te koop en is enorm in waarde gedaald. Het niet bewoonde huis moet ook nog worden meegeteld in box 3. Dat betekent: minder toeslagen en meer vermogensbelasting. Ik vraag de minister om snel met oplossingen te komen voor deze schrijnende gevallen.

Tot slot. Ik ben begonnen met de Mijnbouwwet, eigenlijk een wet van de twintigste eeuw. Ik hoop dan ook dat de Mijnbouwwet snel een archiefstuk wordt in het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

Nieuwsarchief > 2016

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari