Bijdrage aan debat over politieke afhandeling Teevendeal

Gert-Jan Segers - Foto: Anne-Paul Roukema
gertjansegers2018
Door Gert-Jan Segers op 26 januari 2017 om 14:28

Bijdrage aan debat over politieke afhandeling Teevendeal

Voorzitter, het is minder dan zeven weken voor de verkiezingen. Het moment dat we de kiezers om hun vertrouwen vragen. En het is pijnlijk dat we vandaag niet over onze idealen en plannen praten, maar opnieuw over de Teevendeal. En toch moet het.

De nieuwe feiten die Bas Haan en Nieuwsuur naar buiten hebben gebracht, maken dat onvermijdelijk.

Het optreden van deze minister maakt het onvermijdelijk.
Bovendien roept ook de rol van de Minister-President nog veel vragen op.

Mdv, dit debat gaat al lang niet meer over het exacte bedrag dat ooit door toenmalig OvJ Teeven aan een drugscrimineel is overgemaakt.
Dit debat gaat over politieke moraal. Over het hooghouden van zuivere politieke en parlementaire omgangsvormen. Of om het in de woorden van een recente politieke advertentie te zeggen: dit debat gaat over wat normaal is. Wat fatsoenlijk is. En over wat voor soort politici we willen zijn.

Voorzitter, als we Kamerlid of Minister worden, dan beloven we of zweren we dat we getrouw de plichten zullen vervullen die dit ambt ons oplegt.
Het is de plicht van een Kamerlid om het kabinet te controleren.
Het is de plicht van een bewindspersoon om de Kamer juist, volledig en naar volle waarheid te informeren.
Dát is de meetlat waarmee wij onszelf en elkaar moeten meten.

Voorzitter, we wisten al dat het Kamerlid Van der Steur meeschreef en meedacht bij brieven aan zichzelf. Nu weten we ook wàt hij schreef. En dat heeft mijn fractie geschokt.

De grote vraag is steeds geweest: wat was de herinnering van staatssecretaris Teeven. Wat Bas Haan en Nieuwsuur nu onthuld hebben, is dat in maart 2015 minister Opstelten op het punt stond om voor het eerst op te schrijven welke bedragen staatssecretaris Teeven zich herinnerde.

Deze minister zei eerder dat hij opstond toen hij op het punt stond om over deze herinnering informatie te krijgen die andere Kamerleden niet hadden. Dat was voor hem de grens. Maar nu blijkt dat hij als kamerlid deze informatie al een paar uur eerder onder ogen kreeg en zelfs van commentaar had voorzien. En er daarna over zweeg.

Toen hij in de conceptbrief de exacte herinnering van staatssecretaris Teeven zag, schreef hij in de kantlijn: ‘zeer kwetsbaar’.
En stelde hij de vraag waarvan hij nu zegt dat dat een vraag vol verbazing was: ‘als dit de herinnering van de staatssecretaris is, waarom is dit niet eerder gemeld?’

Het resultaat is dat er daarna een brief naar de Kamer is gestuurd zonder de exacte herinnering van staatssecretaris Teeven. Sterker, er werd opnieuw beweerd dat hij ‘onvoldoende herinneringen’ had en dat die geen betrekking hadden op de ‘financiële afhandeling.’
En dit allebei volstrekt onjuist.

Minister van der Steur heeft eerder over het doel van zijn schriftelijke adviezen gezegd: ‘Het waren adviezen aan de minister, hoe ik vond dat de Kamer zorgvuldig en juist kon worden geïnformeerd.’ (juni 2015)

In het licht van de nieuwe onthullingen is de brief die uiteindelijk naar de Kamer is gestuurd op geen enkele wijze te rijmen met dat doel.
Mijn drie belangrijkste vragen aan de minister zijn daarom dan ook:

  • Vindt de minister dat de Kamer op 9 maart 2015 zorgvuldig en juist is geïnformeerd?
  • Vindt de minister dat hij als Kamerlid eraan heeft bijgedragen dat de Kamer zorgvuldig en juist is geïnformeerd op 9 maart 2015?
  • Erkent de Minister dat hij de norm die hij zelf stelde – niet meer te horen krijgen dan andere Kamerleden – eerder die dag heeft overtreden?

Voorzitter, ik heb ook een vraag aan de MP. In reactie op de door mij en veel collega’s ingediende motie van afkeuring in het debat van december 2015, zei hij dat het nooit de bedoeling is geweest om informatie achter te houden. Bas Haan concludeert in zijn boek dat dat niet vol te houden is. Hoe reageert de minister-president daarop? Concreet: de MP ontkende in een debat (voorjaar 2015) het bestaan van een gespreksverslag, dat hij een uur eerder te zien had gekregen. Hoe kijkt hij daar op terug? En was de blik op dat gespreksverslag en de bedragen die daarin werden genoemd, was dat de allereerste keer dat de MP deze bedragen hoorde of zag?

Voorzitter, deze hele kwestie had nooit zo groot hoeven te worden. Had nooit zoveel politieke slachtoffers hoeven te hebben. Als toenmalige minister Opstelten direct zijn fout had toegegeven, hadden we hier vandaag niet gestaan. Als Kamerlid Van der Steur zijn plicht had gedaan, dan hadden we dit debat vandaag niet hoeven te hebben.
Maar we staan hier wel. En dat is niet de schuld van een vasthoudende onderzoeksjournalist. Niet de schuld van een Kamer die steeds weer het gevoel had dat de onderste steen nog niet boven was. En als het gaat om je plicht als kamerlid, dan kun je je niet verschuilen achter pagina 149 in het tweede rapport van de cie-Oosting.

Hoe we dit ook wenden of keren. Dit raakt het vertrouwen tussen Kamer en Kabinet. En dus het vertrouwen tussen de politiek en de kiezer. Dat vertrouwen is al schaars. Terwijl dat vertrouwen de zuurstof is van onze democratie. Het is voor mijn fractie de vraag of het hierin geschonden vertrouwen nog te herstellen is. Die vraag moet vanmiddag in dit debat worden beantwoord.

Deel dit bericht

Labels: