Bijdrage debat coronawet | 7 oktober 2020

Coronatijd 2.jpg
stienekevandergraaf2018
Door Stieneke van der Graaf op 7 oktober 2020 om 18:30

Bijdrage debat coronawet | 7 oktober 2020

Het is nog maar een half jaar geleden dat het coronavirus onze samenleving zo ontzettend hard trof. Ik denk terug aan de overvolle IC’s en de zorgmedewerkers die dag en nacht in touw waren en tot het uiterste gingen om voor de mensen die ziek waren te zorgen. In deze crisis nam het kabinet ongekend ingrijpende maatregelen die ons allemaal raken in ons dagelijks leven. 

We konden niet meer gewoon naar de kerk en naar school, niet op bezoek bij je vader of moeder in het verpleeghuis, we werden gevraagd zoveel mogelijk thuis te blijven, niet meer naar ons werk, en opa’s en oma’s konden hun kleinkinderen niet meer knuffelen. En ook al weet ik dat in het boek Prediker staat dat er een tijd is om te omhelzen en een tijd om afstand te houden, nog steeds vind ik het moeilijk om te zien hoe het leven en onze samenleving in korte tijd zo is veranderd.

Na een zomer waarin meer ruimte ontstond, zitten we in een nieuwe fase waarin de cijfers zorgwekkend oplopen. Ook nu nog worden er mensen ziek, sterven er mensen en zijn er heel veel mensen die lang moeten revalideren van deze heftige ziekte.

Het is deze context waarin er maatregelen worden getroffen die ver gaan en die ook onze grondrechten raken. Bijna een half jaar geleden vroeg de Kamer, de volksvertegenwoordiging, unaniem de Raad van State om advies over de grondrechtelijke aspecten van de maatregelen die worden genomen in het kader van de crisis én hoe de volksvertegenwoordiging beter democratische controle kon uitoefenen.

De Raad van State was duidelijk. Noodverordeningen boden uitkomst aan het begin van crisis, maar vanwege de beperkte democratische controle zijn ze niet geschikt om voor langere duur maatregelen te treffen die aan onze grondrechten en vrijheden raken. Zoals de vrijheid van godsdienst, de vrijheid om te demonstreren en te vergaderen, en zelfs de vrijheid om elkaar thuis te ontmoeten. 

Er moest een wet komen die onze grondrechten beschermt en de democratische legitimatie versterkt. Bescherming van de gezondheid is namelijk belangrijk. En laten we niet vergeten, ook een verantwoordelijkheid van de overheid en opdracht vanuit de Grondwet. Maar het inperken van die andere grondrechten en vrijheden kan nóóit verder gaan dan strikt noodzakelijk, en dat moeten we als Tweede Kamer kunnen beoordelen.  

De wet die vandaag voorligt komt van ver. De consultatieversie van de wet die op internet circuleerde bood te veel mogelijkheden voor de overheid om in te grijpen, zelfs tot achter de voordeur, te weinig ruimte voor democratische besluitvorming en te weinig bescherming van onze grondrechten. Op die wet was heel veel kritiek, van de Ombudsman, de Raad voor de Rechtspraak, gemeenten, politie, burgemeesters en ook van ons. Die wet was geen goede wet. Het kabinet moest dus terug naar de tekentafel. Ik vraag aan het kabinet waarom het er destijds niet voor heeft gekozen om die consultatieversie zelf via de internetconsultatiewebsite te openbaren. 

De wet die we vandaag bespreken is op een heel aantal punten grondig gewijzigd. Ingrijpen achter de voordeur is geheel onmogelijk gemaakt. De duur van de wet is teruggebracht naar zes maanden. Het kabinet kan niet meer eenzijdig beslissen over wat een veilige afstand is. De maatregelen moeten vooraf worden voorgelegd aan de Tweede Kamer. En ook binnen het kabinet moeten er meer ministers worden betrokken bij het opstellen van zo'n ministriele regeling van maatregelen.

De ChristenUnie was positief over de wijze waarop het kabinet heeft gezocht naar hoe de vrijheid van godsdienst in deze wet voldoende bescherming zou krijgen. Waarbij in de kern is geregeld dat er geen maximum aantal bezoekers kan worden gesteld door de wet en een zorgplicht is opgenomen voor besturen en er ruimte wordt gelaten aan kerken en andere religieuze en levensbeschouwelijke organisaties om invulling te geven aan samenkomsten in deze tijd. En om voorzorgsmaatregelen te treffen om de verspreiding van het virus te voorkomen. Maar met vrijheid komt verantwoordelijkheid en dus willen we niet de grenzen opzoeken van wat mág, maar moeten we in wijsheid besluiten wat verantwoord is. Ik merk dat kerken met die intentie handelen in deze crisis.

En ik denk dat daarom het besluit van afgelopen maandag door de minister van Justitie zo rauw op het dak is gevallen van veel religieuze instellingen en kerken. Ik weet dat de minister vrijdag weer gaat spreken met de kerken en ik hoop dat uit dat gesprek ook zal komen dat op dit moment al meer ruimte kan worden geboden aan kerken die van goede wil zijn en die zorgvuldig maatregelen treffen om diensten met aanpassingen en beperkte ontmoeting door te kunnen laten gaan.

Toch vindt de ChristenUnie het nodig dat ook deze wet nog verder zal worden aangescherpt voordat deze op onze steun kan rekenen. Ik noem daarbij een aantal punten.

  • De maatregelen moeten niet alleen aan de Tweede Kamer worden voorgelegd. Het Parlement moet ook in de positie worden gebracht om maatregelen die het kabinet wil nemen om het virus te bestrijden vooraf te bespreken, tegen te houden of te bevestigen als de Kamer zich in de maatregelen kan vinden. Dat hoort bij een democratische rechtsstaat en is van belang voor het draagvlak voor het treffen van maatregelen.
  • Zo moet de wet niet langer duren dan strikt noodzakelijk. Een half jaar is lang. De ChristenUnie wil dat de wet hooguit drie maanden geldt, en dan moet er opnieuw gekeken worden of deze verlengd moet worden. Met een toets daaraan voorafgaand van de Raad van State.
  • Ook zal duidelijk moeten zijn dat altijd moet worden afgewogen of de maatregelen proportioneel zijn. Dat vraagt om een expliciete afweging tussen wat echt nodig is om de volksgezondheid te beschermen en de gevolgen daarvan voor onze vrijheden en onze samenleving.
  • De maatregelen moeten direct worden afgeschaald als ze niet meer nodig zijn om het coronavirus te bestrijden.
  • De ChristenUnie wil zeker stellen dat er altijd ruimte is voor het maken van individuele afwegingen bij het toelaten van bezoek in verpleeghuizen en andere zorginstellingen en dat de kwaliteit van leven van bewoners van verpleeghuizen centraal staat bij het maken van die afwegingen. Er mag niet opnieuw een landelijk bezoekverbod worden afgekondigd. Wij hechten hieraan want wij herinneren ons allemaal hoe schreinend de situaties waren waarbij geliefden elkaar niet konden ontmoeten en zelfs niet in de laatste van het leven afscheid konden nemen van elkaar. En dat was hard. Dat niet weer.
  • De boetes op het niet naleven van de maatregelen zijn nog steeds erg hoog in het wetsvoorstel. De ChristenUnie wil geen hoge boetes en een boete zou niet moeten leiden tot een strafblad of gevolgen hebben voor je Verklaring Omtrent Gedrag.
  • Het systeem van noodverordeningen had als nadeel dat niet alleen de Tweede Kamer geen controlerende taak meer had bij het vaststellen van de maatregelen, maar ook gemeenteraden hadden onvoldoende mogelijkheden om hun colleges te controleren want de besluiten werden genomen op het niveau van de Veiligheidsregio. Het is nodig om de lokale democratische controle te versterken, zodat ook de gemeenteraden zowel tussentijds als na afloop hun colleges van b&w ter verantwoording  kunnen roepen over maatregelen die lokaal worden getroffen.

Op al deze punten hebben we wijzigingsvoorstellen ingediend om de wet te verbeteren.

Veel mensen hebben mij gemaild met hun zorgen over de bescherming van hun grondrechten, hun vrijheden, en over of het Parlement wel voldoende te zeggen krijgt als er opnieuw maatregelen moeten worden genomen. En ik denk dat we met deze maatregelen een stap zetten en dat het ook essentiel is dat deze worden gesteund om ervoor te zorgen dat het parlement wel in positie wordt gebracht. 

Met de behandeling van de wet vandaag laten we als Kamer zien dat we onze controlerende en wetgevende taak vervullen. Maken we met deze wijzigingen de wet tot “een onhandelbaar monstrum” zoals door sommigen wordt gevreesd? Nee, we brengen de weging over welke maatregelen mogen worden getroffen naar daar waar die weging hoort plaats te vinden. Namelijk, hier, in het Parlement.

De ChristenUnie heeft nog wel een aantal vragen voor het kabinet:

  • Veel mensen vragen zich af wanneer er een einde komt aan de maatregelen, en aan deze wet. Zij hebben de vrees dat deze tot in lengte van dagen kan worden verlengd, zolang er geen vaccin is. Ik vraag de regering, wanneer ontstaat de situatie dat we ons als samenleving tot dit virus moeten verhouden, en terug kunnen zonder een tijdelijke wet? Wat is daarbij voor het kabinet leidend als het gaat om besluitvorming over deze wet? En hoe verhoudt de wet en de ministeriële regelingen die hieruit voortvloeien zich tot het Corona dashboard?
  • Als het gaat om het naleven van de 1,5 m norm. Waar we ook als Christenunie het belang van inzien, herkennen we dit soort situaties ook allemaal. De zoon die op bezoek wil bij zijn oude moeder haar wil ondersteunen, het jonge stel dat al een tijd een relatie heeft maar niet bij elkaar woont, de uitwonende dochter die in het weekend thuiskomt bij haar ouders, de kinderen die een deel van de week bij de ene ouder wonen en het andere deel bij de andere ouder. Allemaal situaties die we van dichtbij kennen. Allemaal zijn zij strikt in overtreding van de 1,5m norm zoals het kabinet die nu voorstelt. Ik vraag de regering, welke boodschap heeft zij voor deze mensen? En hoe wil de regering met de uitvoering van deze wet omgaan in dit soort situaties uit ons dagelijks leven? Het kabinet geeft in de schriftelijke antwoorden aan dat ze hen niet formeel wil uitzonderen van handhaving, maar ik vraag, hoe dan wel? Hoe kunnen we hier coulant mee omgaan? Want dit zijn de situaties die we allemaal herkennen in ons dagelijks leven. En zouden we de handhaving niet zo kunnen vorm geven dat er vooral wordt ingezet op risicovolle situaties?
  • Dan vraag ik nog naar de situatie in de verpleeghuizen. We weten dat er net een handreiking is verschenen van Verenso, Alzheimer  andere organisaties over het bezoek en social contact in verpleeghuizen. En ik vraag mij of hoe deze handreiking zich verhoudt tot wat nu in het wetsvoorstel is opgenomen. En wie kunnen er aangewezen worden als mantelzorger? Soms hebben mensen meerdere mantelzorgers. Geldt de toegang voor de mantelzorger dan voor allebei?
  • Veel mensen maken zich er zorgen over dat de komst van een vaccin gepaard zou gaan met een vaccinatieplicht. Uit het wetsvoorstel wordt duidelijk dat er geen enkele bepaling is die dat regelt en ook uit de toelichting blijkt dat er geen vaccinatieplicht komt. Het is goed dat het kabinet hier duidelijkheid over schept.
  • Speciaal vraag ik nog aandacht voor Caribisch Nederland. Deze wet is ook op hen van toepassing. Hoe heeft het kabinet met de BES eilanden gesproken over de toepassing van deze wet? Biedt deze in de ogen van het kabinet nu voldoende flexibiliteit om daar snel te kunnen handelen als er maatregelen getroffen moeten worden? Vanaf de eilanden ontvangen we hier vragen over. Want met deze crisis worden de eilanden in ons koninkrijk genadeloos hard getroffen. Uitwijkmogelijkheden zijn schaars en de vaak wankele economie, krijgt door een gebrek aan toerisme ongekende klappen.
  • De mogelijkheid blijft om onderwijsactiviteiten in onderwijsinstellingen in het geheel niet door te laten gaan maar zal dit wel altijd een last resort blijven. Kan hierin worden gewerkt met een escalatieladder waarin eerst maatregelen op lokaal of regionaal niveau worden getroffen?

Als er een ding duidelijk is geworden, dan is het dat we onze crisiswetgeving voor een epidemie, een langer aanhoudende crisis, niet goed op orde hebben. Het heeft gewerkt met de noodverordeningen tot op heden maar het was soms zoeken. Ik heb waardering voor de burgemeesters, de voorzitters van de Veiligheidsregio’s, die zoveel mogelijk hebben geprobeerd rechtseenheid te creëren. Dat een vergelijkbare situatie in Overijssel niet heel anders beoordeeld zou worden dan een situatie in Noord-Holland. Het komt goed uit dat er momenteel een evaluatie van de Wet op de Veiligheidsregio’s loopt, maar ook de wet op de publieke gezondheid kent zijn beperkingen als het gaat om het bestrijden van een landelijke epidemie. De vraag doemt op of we onze wetgeving gereed te maken voor een langdurige crisis als waar we ons nu in bevinden.

Er zijn veel zorgen over deze wet. En als we normaal over een wet zouden spreken waar zoveel onrust over is, waar we zoveel emails over krijgen, dan zou de publieke tribune bomvol zitten. En door de omstandgiehden van corona kan dat nu niet. Maar we weten dat op het plein mensen staan die zich zorgen maken en hun onvrede hier over uiten. En ik heb het ook vandaag gehoord, er zijn heel veel onwaarheden verspreid over deze wet. Wat deze wet wel regelt en wat deze wet niet regelt. En sommige van deze onwaarheden zijn zelfs vandaag in het debat aan de orde gekomen. Ik weet dat het kabinet oog heeft voor de aanpak van desinformatie. Maar ik vraag het kabinet hoe zij hier mee omgaat. En wat heeft het kabinet eraan gedaan om het andere geluid te laten horen over wat er wel geregeld wordt met deze wet. En waar kunnen mensen terecht met hun vragen als ze die zouden willen stellen? 

Tot slot, omdat de maatregelen die de overheid treft zo aan ons dagelijks leven raken en ingrijpen - zo raken aan wat ons ten diepste beweegt, het contact met anderen, onze godsdienstige overtuiging - is het zaak dat ook de volksvertegenwoordiging in positie wordt gebracht.

Om steeds die belangenafweging te kunnen maken. Tussen wat echt nodig is om de volksgezondheid te beschermen en de gevolgen daarvan voor onze vrijheden en onze samenleving. De bescherming van kwetsbaren en de mogelijkheid om geliefden te omhelzen. Ook als er een virus door ons land waart, moeten we hier oog voor hebben.

 

Labels: ,