Staat van de rechtsstaat

Pilaren.jpg
Mirjam Bikker blog portret.jpg
Door Mirjam Bikker op 9 maart 2020 om 13:23

Staat van de rechtsstaat

In haar bijdrage aan het debat ‘Staat van de rechtsstaat’ legt Mirjam Bikker de nadruk op de belangrijke taak die de overheid heeft: gerechtigheid bevorderen. Rechters hebben in het bevorderen van die gerechtigheid hun eigen positie die gerespecteerd moet worden. Mirjam plaatst verder kritische vragen bij de toegankelijkheid van de rechtsstaat en de invloed van zware criminaliteit op de integriteit van het financiële stelsel. Hieronder leest u de bijdrage van Mirjam Bikker.

Voorzitter!

Gerechtigheid verhoogt een volk! Dat is een prachtig eeuwenoud zinnetje in de Bijbel waar je over kunt mediteren of wat je weerspiegeld kunt zien in de geschiedenis van de volkeren, of in de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat. Maar naast aanleiding voor reflectie, is het allermeest ook een opdracht. Een opdracht die de kerkvader Augustinus al noemde als de taak van de overheid: de gerechtigheid bevorderen. Zonder gerechtigheid, heerst willekeur, en waarin verschilt de staat dan van een roversbende? Het debat van vandaag heeft daarmee voor de fractie van de ChristenUnie een stevige lading. Wij koesteren de democratische rechtstaat en zien de belangrijke opdracht om juist zo werk te maken van recht. Toegankelijk, onafhankelijk en betrouwbaar, hoe de tijden ook zijn.

De voorgaande debatten over de staat van de rechtsstaat hebben breed en diepgaand geanalyseerd hoe en waar de rechtsstaat kraakt in haar voegen. Ik noem: de tekorten, de toegankelijkheid en de organisatie van de rechtspraak. De gesubsidieerde rechtsbijstand. De nationale politie en de uitdagingen daar. De veranderende tijden rondom digitalisering en de nieuwe vragen die dit oproept. De inrichting van het ministerie van Justitie en Veiligheid. De opkomst van de ondermijnende zware criminaliteit. De weerslag van jaren van bezuinigingen. De ministers hebben in meer of minder succesvol van alles in het werk gesteld om op deze punten wetgeving en beleid (of het begin daarvan) te formuleren. En ik spreek daarin graag mijn waardering uit. Daarmee is allemaal bepaald nog niet af, ik zal bij meerdere van deze punten de vragen en zorgen van mijn fractie verwoorden. Maar ik begin met een tweetal vragen die een spade dieper gaan.

Garanderen van de basis

De eerste is, ‘Wat mag de rechtsstaat ons kosten?’. Wat is er financieel en materieel nodig voor een goed basisniveau? Die vraag is ten tijde van de bezuinigingen onder voorgaande kabinetten niet genoeg gesteld en heeft er toe geleid dat een forse kille kaasschaaf is gehaald, over alles, ook over die taken van de overheid die we tot haar kern, tot haar meest wezenlijke opdracht rekenen. Met een te grote uitholling van de basis van politie, OM en rechtspraak. Een slecht functionerende overheid is de betonrot van de rechtsstaat. Het is mede daarom dat mijn fractie van harte de motie Rosenmöller ondertekende, die juist op dit punt om onderzoek vraagt. De ChristenUnie wil absoluut voorkomen dat in een volgende recessie de basis van de keten een volgende tik krijgt. Er is nu wel genoeg de broekriem aangehaald en op veel fronten moet er nog van alles gebeuren om weer op gezond gewicht te komen. In de Brede Maatschappelijke Heroverwegingen is de basis van de rechtsstaat niet genoemd, het is geen voorwerp van studie. Juist daarom onderstrepen wij hier dit punt. Ik hoor de ministers graag over zowel inzet, timing en uitbreiding van de uitvoering van deze moties. Het is een uitnodiging om met open handen aan te grijpen en stevig werk van te maken. Ik ben verbaasd dat de voorbereidingen niet al verder zijn. Beseffen de ministers dat een sterk en gedegen antwoord iets kan betekenen voor de verkiezingsprogramma’s die pogen de maat der dingen te zijn voor de komende jaren? Wanneer liggen de resultaten er? Ik had gehoopt op daadkracht naast de zorgvuldigheid en roep de ministers daar alsnog toe op. Ik wil hen vragen om een vandaag een verstandig moment te noemen wanneer de uitkomsten van de studie bekend zullen worden.

En ik zou de minister willen vragen om de scope van de motie nog een heel klein beetje te verbreden. Een van de lessen van de afgelopen jaren is ook dat de inlichtingen – en veiligheidsdiensten en de NCTV even goed te gemakkelijk expertise hebben afgestoten en bezuinigingen hebben moeten door voeren die Nederland later zijn opgebroken. In tijden van jihadisme enerzijds en polarisatie van extreemrechts en -links anderzijds, kunnen we ons niet veroorloven die fout te herhalen. Kan de minister toezeggen dat bij de uitvoering van de motie Rosenmöller c.s. ook de terrorismebestrijding, de inlichtingen- en veiligheidsdiensten worden meegenomen?

Het tweede punt waar mijn fractie vandaag graag een dikke streep onder zet is de bescherming van de kernbeginselen van de rechtsstaat. U begrijpt, vandaag noem ik dan de trias politica. De drie onderscheidende machten die juist door een goede balans de rechtsstaat schragen en stutten. Er is ook in dit huis al veel gesproken over de positie van de rechter. Ik wil daar klip en klaar over zijn. De rechter bevordert vanuit zijn eigen positie de gerechtigheid. Dat is een groot goed en juist vanwege het belang van die eigen positie, hebben de andere twee machten en daarmee dus ook politici terughoudend te zijn in hun spreken over de rechtspraak. Van elke volksvertegenwoordiger mag verwacht worden dat hij de rechtsstaat uitdraagt en versterkt. Onze politiek-democratische cultuur draagt bij ten goede of ten kwade. Rechters zijn niet politiek en hun uitspraken evenmin. Ja er kan kritiek zijn op een rechterlijke uitspraak en de interpretatie van een wetsartikel, maar mijn fractie zal zich altijd krachtig weren als er geïnsinueerd wordt dat rechters politiek opereren. Dat is in Nederland niet zo en daar bent u allen zelf bij. Ook bij de vormgeving en interpretatie van een wet trouwens. Ik ben blij dat de minister voor rechtsbescherming zich in het afgelopen weekend in soortgelijke bewoordingen in de media uitte en moedig hem èn de minister van justitie van harte aan om dat waar nodig opnieuw te doen. Sta voor de rechtsstaat, voor het bewaken van de verhoudingen in de trias en in dit geval de positie van de rechtspraak.

Voorzitter, bij het bestuderen van de begroting, zijn er een aantal elementen waar mijn fractie ook graag over van gedachten wisselt met de ministers.

Ik begin met de toegang tot het recht. Deze Kamer heeft de motie Backer aangenomen waarin de stelselwijziging van de gefinancierde rechtsbijstand het geëigende wetgevingstraject zal doorlopen en de minister heeft dat toegezegd. Maar het zal nog wel even duren voor we zover zijn. In de tussentijd lopen de pilots, zoekt de minister naar het meest passende stelsel en heeft hij met de inzet van 73 miljoen gepoogd de ergste nood voor de sociale advocatuur te lenigen. De fractie van de ChristenUnie onderstreept het belang van een werkend stelsel en ziet van een heel aantal pilots de meerwaarde. Maar wij missen in de huidige studies een belangrijke vraag. Is er nu goed zicht op wie belemmerd wordt in de toegang tot het recht? En op welke terreinen zich dat afspeelt? Neem bijvoorbeeld de daling van het beroep op de rechter in ontslagzaken, komt dat door wetgeving of door de eigen bijdrage? Of belastingzaken, waar de daling ook fors was in de afgelopen jaren. Aan de proceshouding van de overheid lag dat helaas niet. Als er financiële maatregelen worden getroffen door het kabinet dan is iedereen er snel bij met allerhande koopkrachtplaatjes. Voor de toegang tot het recht zou mijn fractie een soortgelijke terugkerende scan wenselijk vinden. Ook om in beeld te krijgen waar nu echt de belemmeringen zitten. Mensen die net niet in aanmerking komen voor rechtsbijstand, de lagere middenklasse bijvoorbeeld. Een groep waar het al wel zeker is, is die van kleine ondernemers binnen het mkb. Ik weet dat de minister ten aanzien van de griffierechten voor burgers een verschuiving voorstelt die de toegang tot het recht bevordert. En heeft hij in beeld hoe ons stelsel uitwerkt voor bedrijven, voor kleine ondernemers en kleine vorderingen? Als we bijvoorbeeld het griffierecht zien in de Yukoszaak... Dat staat in het geheel niet in verhouding tot de inzet die er mee gemoeid was. Maar andersom blijven kleine ondernemers weg vanwege de hoogte van het griffierecht. Ik zie kansen voor de minister om de toegang tot het recht te verbeteren op dit punt. Maar ook hier begint het met de feiten op orde en die analyseren. Graag een toezegging.

Voorzitter op verschillende momenten heb ik hier al gesproken over de grote dreiging van de georganiseerde zware criminaliteit door de positie die Nederland helaas inneemt als het gaat om drugs. Ik heb ook al meerdere malen mijn waardering uitgesproken voor de inzet van het kabinet om met maatregelen en middelen van alles in gang te zetten. De staat van de rechtsstaat wordt momenteel extra op de proef gesteld door de schokkende liquidaties van de broer en de advocaat van een kroongetuige. Ik spreek van harte mijn steun uit voor hen die de moeilijke gevolgen daarvan elke dag ondervinden en voor de diensten die in hun operationele voegen kraken om de noodzakelijke beveiligingsmaatregelen uit te voeren.

De zware criminaliteit mag geen ogenblik de illusie krijgen dat het zal winnen van de rechtsstaat en dat haar regels niet op hen van toepassing zijn. Dat zal de komende jaren nog veel van ons vragen. Al lezend en sprekend met experts ziet mijn fractie nog mogelijkheden voor steun voor de minister van Justitie. Hij kan een aantal van zijn collega’s in het kabinet stevig aan hun jasje trekken. Laat ik beginnen met het ministerie van financiën. In de zware criminaliteit gaan miljarden rond en onder- en bovenwereld zijn op vele plaatsen helaas verweven. Dat raakt ook de bancaire sector. Ja, er is een aanpak rondom witwassen, maar nee er is onvoldoende inzicht waar de kwetsbaarheden zitten in ons financiële stelsel als het gaat om de zware criminaliteit. En nee, dat lossen we ook niet alleen op met strafwetgeving. Voorzitter, ik roep de minister op om dit inzichtelijk te krijgen. Dan kan de vervolgstap zeker wetgeving inhouden die de bancaire sector in staat stelt om nog meer criminele vermogens te onderscheppen en te weren, maar eerst de feiten. Is de minister bereid om samen met de minister van financiën een onderzoek te laten doen naar de kwetsbaarheid en de integriteit van het financiële stelsel als het gaat om de zware criminaliteit? Graag een toezegging voorzitter, ik overweeg een motie op dit punt.

Of het nu gaat om krimpregio’s, sanering van varkensstallen in het zuiden, de toename van drugdumpingen door het land, dit kan niet verkokerd worden opgelost. Kan de minister inzichtelijk maken hoe dit een gedeelde verantwoordelijkheid is van de betrokken vakministeries. Ik noem bijvoorbeeld ook de haven. Waar de doorvoersnelheid en het aantal douaniers veel verschil maakt in de pakkans.

Duwen op het ene  -drugscriminaliteit- geeft meestal verschuiving naar het andere. En criminelen gaan meestal helaas geen koekjesbakken. Kan de minister onderstrepen dat de inzet op de andere prioriteiten en ik denk met name aan mensenhandel, dat deze inzet niet zal lijden onder de extra inzet op het punt van ondermijning?

Digitale ontwrichting

Voorzitter, er zijn ook thema’s die hier nog wat minder besproken zijn en een daarvan is de Digitale ontwrichting waarvoor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid ons indringend waarschuwt. Verstoringen of aanvallen op de digitale infrastructuur kunnen nog te gemakkelijk gevolgen hebben voor samenleving en overheid en grote impact hebben op de democratische rechtsstaat. Het klassieke instrumentarium van de overheid is onvoldoende toegesneden op deze uitdagingen. En dat terwijl Nederland een land is dat enorm gedigitaliseerd is. We zagen met de problemen rondom citrix en de eerdere 112-storing al hoe kwetsbaar we op dit punt zijn en ook dat de overheid als het om vitale infrastructuur gaat soms afhankelijk is van private partijen. De cybersecurityrapportage van de NCTV onderstreept nog maar eens dat hier echt een grote opdracht ligt.  Voorzitter, de kabinetsreactie op het WRR-rapport is nog niet verschenen en dat terwijl het al sinds augustus verschenen is. Ik lees in de verschillende rapporten echt grote urgentie, laten we niet wachten tot die urgentie vast en zeker onderstreept wordt door een volgend incident. Dit moet veel steviger op de agenda. Ik vraag de minister hoe hij een vervolg geeft aan het rapport van de WRR en de cybersecurity rapportages van de NCTV en overwoog een motie op dit punt.

Voorzitter, ik begon mijn bijdrage met de zin dat de gerechtigheid een volk verhoogt. De overheid heeft als belangrijke taak om die gerechtigheid te dienen en te bevorderen. Juist als drager van die gerechtigheid moet buiten kijf staan dat je de overheid kunt vertrouwen. We zien op allerlei terreinen hoe het wantrouwen en de polarisatie in onze samenleving voet aan de grond krijgen. Ik zie investeren in een sterke democratische rechtsstaat als een kernelement in het bevorderen van herstel van vertrouwen. De kwaliteit die de overheid levert doet er zeer toe. De toegankelijkheid van het recht om dat daadwerkelijk te krijgen is daarmee van groot belang en de aanpak van ondermijnende elementen moet met visie en gedegen beleid opgepakt. Daarmee staan deze ministers voor een zware taak die veel kan bijdragen aan het bevorderen van vertrouwen in onze instituties. Maar dat dienen van die gerechtigheid is niet alleen iets van hen, maar juist ook van ons allen. Laat dit debat over de staat van de rechtsstaat daarom ook een moment van reflectie zijn hoe wij het recht bevorderen. Ik ga hierover graag met de collega’s en natuurlijk de beide bewindspersonen het gesprek aan. Dank u wel

 

Deel dit bericht

Labels: ,