Vervallen verplicht voorzitterschap commissies

Gemeenteraad
Maarten Verkerk blog portret.jpg
Door Maarten Verkerk op 23 maart 2021 om 15:15

Vervallen verplicht voorzitterschap commissies

Het initiatiefwetsvoorstel is een sympathiek voorstel. Een praktisch probleem wordt opgelost. Wie kan daar nu tegen zijn? Waarom überhaupt nog een debat? In het Voorlopig Verslag zijn de nodige vragen gesteld. Deze vragen zijn zorgvuldig beantwoord door de initiatiefnemers en de minister. Waarvoor onze dank. 

Onze fractie begrijpt de argumentatie: meer ruimte voor raadsleden om zich in te zetten voor de samenleving. Toch is onze fractie – en ook haar bestuurlijke achterban – er niet van overtuigd dat het onderhavige wetsvoorstel dé oplossing is. Onze vragen liggen niet op het gebied van mogelijke nadelen of ontsporingen. Maar hebben een meer fundamenteel karakter.   

Verhaal
Ik begin met een verhaal. In 2003 ging ik aan de slag als divisiemanager in het psychiatrisch ziekenhuis Vijverdal in Maastricht. Vijverdal was beroemd en berucht. Beroemd vanwege haar innovaties in de zorg en berucht omdat er elke zeven jaar een financiële crisis was.

Een klein jaar later kwam Vijverdal in een nieuwe financiële crisis. De Raad van Bestuur trad af en ik werd gevraagd zijn functie over te nemen. Ik merkte bij mezelf dat deze verandering iets met me deed. Ik was nu verantwoordelijk voor alle beslissingen. Ik kon me, om het maar plastisch uit te drukken, niet verschuilen achter een brede rug van iemand anders. Ik stond vol in de wind. Met alle slapeloze nachten van dien. Zonder hulp van de overheid zou het ziekenhuis failliet gaan. Het was trouwens in een periode dat de hashtag ‘marktwerking in de zorg’ in politiek Den Haag populair was. 

Technisch voorzitterschap?
Voorzitter, waarom vertel ik dit verhaal. In dit wetsvoorstel is meer aan de hand dan alleen het oplossen van een praktisch probleem. Het gaat over betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Het gaat over politieke cultuur. En over democratische legitimatie. De kern van de discussie gaat ons inziens om de vraag ‘Wat is technisch voorzitterschap?’

Betrokkenheid en verantwoordelijkheid
‘Technisch’ voorzitterschap: het bijvoeglijke naamwoord geeft de kern al aan. Het gaat om de ‘techniek’ van het voorzitten. Het gaat om neutraliteit en deskundigheid. Maar, zo luidt de kernvraag van onze fractie, gaat het wel om die techniek? Gaat het niet veel meer om – ik verwijs daarbij naar mijn verhaal over Vijverdal – betrokkenheid en verantwoordelijkheid? Ik ben ervan overtuigd dat extern voorzitters gevonden kunnen worden die het ‘technisch’ beter doen dan het gemiddelde raadslid. Ik ben ervan overtuigd dat de externe voorzitters betrokken zullen zijn en zich verantwoordelijk zullen voelen. Maar het gaat mijn fractie om de vraag: wat doet het voorzitterschap met een raadslid, statenlid of lid van de eilandsraad? Het antwoord kan niet anders zijn dan extra betrokkenheid en sterk gevoel van verantwoordelijkheid. En dat hebben we nodig. Graag een reactie van de initiatiefnemers en de Minister.

Politieke cultuur
Ik kom terug op het rapport Remkes. Dit rapport legt veel nadruk legt op de politieke cultuur in ons land. Het spreek over gevoelens van ‘verweesdheid’ van burgers. Begin citaat: ‘de bestuurlijke neiging tot pragmatisch of zelfs technocratisch handelen kan … die verweesdheid niet wegnemen. Ook een ander politiek stelsel is daarvoor niet de oplossing. Wat nodig is, is een andere democratische cultuur (p99).’ Einde citaat. Voorzitter, een commissievoorzitter is meer dan een ‘technisch’ voorzitter. Zij of hij is ook een drager van een politieke cultuur. De afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat de verbinding tussen de burger en de overheid onder druk staat. Ik verwijs naar de verschillende affaires. Vanuit pragmatisch oogpunt begrijp ik dat de initiatiefnemers kiezen voor een oplossing in het ‘politieke stelsel’. Vanuit een breder perspectief heeft onze fractie daar fundamentele vragen bij. Bij het debat in deze Kamer over het wetvoorstel om ontheffing te verlenen van het vereiste van ingezetenschap voor wethouders en gedeputeerden sprak mevr. Huijbregts van de VVD de volgende woorden, begin citaat: ‘Van bestuurders wordt verwacht dat zij leven en wonen dicht bij en te midden van degenen die ze besturen’, einde citaat. Zou dit ook niet gelden voor commissievoorzitters? Graag een reactie van de initiatiefnemers en de Minister.

Democratische legitimatie
Ten slotte de democratische legitimatie. Wie op Twitter zit, leert veel als haar of zijn tweet in andere bubbels komt. Dit weekend twitterde ik dat ik het OMT hoog heb, maar dat ik ongelukkig was met het feit dat individuele OMT-leden interviews geven over wat het OMT zou moeten adviseren. Ik kreeg ongelofelijk veel kritiek omdat het OMT niet democratisch gelegitimeerd is en alle politieke besluiten zou nemen. Elke reactie die ik gaf bleek olie op het vuur te zijn. Onze democratie is kwetsbaar geworden. Mijn vraag aan de initiatiefnemers en de Minister is dan ook of de democratische legitimatie geen doorslaggevend argument zou moeten zijn in woelige tijden.  

Afsluiting  
Voorzitter, in het Tweede Kamerdebat over dit onderwerp vertelde de heer Terpstra van het CDA een prachtig verhaal over de monnik Valentijn. De moraal van dit prachtige verhaal is dat je groot moet zijn in kleine dingen. De fractie van de ChristenUnie is onder de indruk van dit verhaal. De monnik Valentijn liet namelijk zien dat voor de bloei van de samenleving juist kleine dingen belangrijk zijn. Zou dat ook niet gelden voor de democratische rechtsstaat? Daarom zien onze fractie uit naar de reactie van de initiatiefnemers en de minister.

Labels: ,