Van restzetel naar ministerspost

Subscription 'CU Hoofdlid - incasso' on 'Contributie Hoofdleden' for 'Kalkman, H.P.A. (Hennie) [87545]'donderdag 22 februari 2007 11:14

Na enkele jaren in de luwte van de politiek te hebben geopereerd, treedt ChristenUnie-politicus Eimert van Middelkoop vandaag aan als minister van Defensie. Hij kent dat vakgebied als oud-Kamerlid goed en ervaart het ministerschap als een zware verantwoordelijkheid.

DEN HAAG - ,,Grootvader gaat de baas van Nederland helpen.'' Zo verwoordde de vijfjarige kleindochter van Eimert van Middelkoop (58) de nieuwe politieke werkelijkheid. Haar opa wordt vandaag beëdigd als minister van Defensie. Van Middelkoop beaamt dat de formatieperiode een spannende tijd was. ,,Mijn kinderen waren al weken wat opgewonden, mijn vrouw is daar altijd heel nuchter in. Toen ik in 2002 uit de Tweede Kamer verdween zei ze: ik zal je verhalen missen.'' Nu de senator voor de ChristenUnie de luwte van de politiek verruilt voor de hitte van de dagelijkse politiek zal hij ongetwijfeld weer veel te verhalen hebben thuis.

Is het ministerschap de verwezenlijking van een jongensdroom?

,,Nee, zo beleef ik het niet. Ik heb meer het gevoel dat ik op herhaling moet. Na het plotselinge vertrek uit de Tweede Kamer komt nu deze zware verantwoordelijkheid op me af. Dat had ik niet verwacht. In die richting heb ik ook nooit ambities ontwikkeld. Vroeger zei een collega in de Tweede Kamer wel eens tegen me dat hij het jammer vond dat ik geen minister kon worden omdat ik bij de 'verkeerde' partij zat. Dat beaamde ik dan. Als je jarenlang in een tweemansfractie op een restzetel zit, is het potsierlijk te denken aan een ministerschap. Daar heb ik nooit aan gedacht.''

Nu is het zo ver.
,,Ja'', lacht Van Middelkoop. ,,Het grote voordeel is dat ik er vrij aan kan beginnen. Ik heb André Rouvoet ook laten weten dat als hij mij niet nodig had, het ook prima was. Wat voor mij nu positief is, is mijn leeftijd en ervaring. De vijf jaren ná mijn tijd in de Tweede Kamer heb ik wat om het politieke bedrijf heen kunnen kijken. Daarvan heb ik veel geleerd. Ik beschouw dat als toegevoegde waarde.''

U sprak van een zware verantwoordelijkheid op uw nieuwe post vooral omdat er Nederlandse militairen in Uruzgan werkzaam zijn, vermoed ik.
,,Al vanaf 1989 was ik voor de fractie telkens woordvoerder voor buitenlandse zaken en defensie. In die hoedanigheid heb ik alle vredesoperaties meegemaakt. Ook bij Srebrenica was ik als parlementariër nauw betrokken. Bij de militairen in Eritrea en Bosnië ben ik op bezoek geweest. Ook ben ik bij de eerste lichting van Nederlandse militairen in Kaboel, in 2002, langs geweest. Ik kan me dus wel inleven in wat er gebeurt. Daar komt nog bij dat in mijn kerkelijke gemeente (gereformeerde kerk vrijgemaakt te Berkel en Rodenrijs, phdj) er twee jongens zijn die met regelmaat worden uitgezonden. Voor hen wordt dan in de kerk gebeden. Dat acht ik belangrijk. In debatten met ministers over vredesoperaties heb ik ze in persoonlijke gesprekken vaak verteld dat er in tal van kerken voor de militairen wordt gebeden. Dat werd dan altijd op prijs gesteld.''

,,Als Kamerlid heb ik geijverd voor een nauwe betrokkenheid van de Tweede en Eerste Kamer bij de uitzending van Nederlandse troepen. Je kunt, al met al, wel zeggen dat er sprake is van een aanwijsbare rijping naar deze verantwoordelijkheid.''

Gaat u al snel op dienstreis naar Uruzgan?

,,Op het departement is er voor mij al een introductieprogramma samengesteld. Daarin is voorzien dat ik over enkele weken de troepen in Uruzgan zal bezoeken. Op zeer korte termijn zal ik telefonisch contact hebben met de Nederlandse commandant aldaar en ook met andere leidinggevenden, zodat ze weten wie de nieuwe minister is.''

Is het lastig voor u om een alom gerespecteerde minister als Henk Kamp op te volgen?
,,Nee, zo voel ik dat niet. Eerder ervaar ik het zo dat ik profiteer van wat hij heeft bereikt. In het verlengde van mijn voorganger kan ik aan de slag.'' Van Middelkoop wijst op de continue rondes van bezuinigingen en reorganisaties waaraan Defensie sinds 1990 werd blootgesteld. Niettemin is de Nederlandse krijgsmacht een van de modernste en meest flexibele ter wereld, meldt de minister met gepaste trots. Hij is zeer te spreken over het regeerakkoord waarin is afgesproken dat er niet weer bezuinigd gaat worden op Defensie. ,,Ik hoop dan ook dat onder mijn verantwoordelijkheid er sprake zal zijn van een nieuwe stabiliteit. Ik zal me dan kunnen concentreren op een vergroting van de professionaliteit en een nog betere geoefendheid van de militairen.''

Een van de gevolgen van het ministerschap is het afstoten van nevenfuncties. U was onder meer columnist van het Nederlands Dagblad en vele jaren lang deelnemer aan het EO-debatprogramma 'Deze Week'. Is dat afscheid jammer?
,,Het is onvermijdelijk, maar een beetje jammer is dat natuurlijk wel. Maar laat ik het vooral positief formuleren. Ik heb in de vele gesprekken met de broeders (Ad de Boer, Willem Ouweneel, Pieter van Kampen en Jan van der Graaf, phdj) veel geleerd. Je zou kunnen zeggen dat het een goede training voor me was en dat het me heeft verdiept en verbreed. Ik ben ze daar dankbaar voor en ik verwacht er profijt van te hebben in mijn nieuwe functie. Het schrijven van columns voor het ND deed ik altijd met veel plezier, ook omdat ik van de Nederlandse taal houd. Mijn laatste columns heb ik een beetje gebruikt om de achterban van de ChristenUnie te laten wennen aan de nieuwe, politieke werkelijkheid waarin we ons bevinden. Trouwens, ook een minister van Defensie kan, uiteraard vanuit zijn functie, af en toe wel wat schrijven.''

Bron: Nederlands Dagblad, door onze redacteur Piet H. de Jong

« Terug

Reacties op 'Van restzetel naar ministerspost'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2007

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari