'Iedereen kende de risico's'

vrijdag 22 juni 2007 10:11

Twee commissies brachten deze week rapport uit over het gedrag van militairen in Irak. In Afghanistan werden twee Nederlandse militairen gedood. Minister van Defensie Van Middelkoop: "Ik heb nu twee doden in een week, maar mijn Canadese collega heeft er 62."

Door: Petra de Koning; Joost Oranje

Eimert van Middelkoop, minister van Defensie (ChristenUnie), zat afgelopen maandagochtend "gezellig aan de koffie" met de voorzitters van twee commissies die hadden onderzocht of Nederlandse militairen in Irak gevangenen hadden gemarteld. Met een "gerust gemoed" ging hij daarna naar de persconferentie waarop de commissies hun rapporten presenteerden. Dat hij er misschien "strak" bij zat, zegt hij, kwam door het nieuws dat hij net daarvoor had gehoord: waarschijnlijk was er opnieuw een Nederlandse militair gesneuveld in Afghanistan.

Dat bericht klopte: sergeant-majoor Jos Leunissen kwam om tijdens gevechten in het stadje Chora. Hij was de tweede Nederlandse dode in drie dagen. Vorige week vrijdag sneuvelde soldaat Timo Smeehuijzen bij een zelfmoordaanslag in Tarin Kowt.

Van Middelkoop (58), in zijn werkkamer op het ministerie, zegt heel lang niks op de vraag of hij de nabestaanden van de mannen heeft gesproken. En dan: "Ik heb het nu vier keer moeten meemaken. Het is moeilijk. Maar ik moét het doen. Ik ben de politieke opdrachtgever en ik ben nu aan de beurt voor deze gesprekken. Ik bid om de woorden."

Hoe ver gaat u in uw inlevingsvermogen bij zulk verdriet?

"We leven in een emotiecultuur. Dat betekent ook voor een politicus dat er de verleiding is van koketterie met emoties. Dat vind ik slecht. Een minister moet zich realiseren dat hij niet kan delen in het eindeloze verdriet van deze mensen. Het zou vals pathos zijn als je doet alsof dat wel zo is."

Als je je zulk verdriet probeert voor te stellen, kun je denken aan verdriet van jezelf of van mensen uit je omgeving. Doet u dat?

"Ik ben 58, ik ben de dood verschillende malen tegengekomen. Mijn ouders zijn overleden. Ik heb ook van dichtbij aanschouwd wat het voor een moeder betekent om een kind te verliezen. Dat is duurzaam en existentieel verdriet. Bij een van de gesprekken die ik had met nabestaanden, door de telefoon, was net de begrafenisondernemer op bezoek. Dan heb je niet zoveel verbeeldingskracht nodig. Ik zie het voor me: zo'n man in een pak, met een zwarte tas, in een doorsnee Hollandse huiskamer. Bij een ander gesprek, waar het ging om een wat oudere man, kreeg ik de dochter aan de telefoon, een kind van tien."

In een reactie op de dood van een van de militairen zei uw collega Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken dat de gevechten aantonen dat de missie in Uruzgan noodzakelijk is. Omdat er een vijand is die terug wil naar de tijd van de Talibaan. Had u dat kunnen zeggen?

"Nou, om nou meteen over Maxime te praten. Ieder heeft zijn taal."

Het gaat om de gedachte erachter: dat de dood van deze mannen zin zou hebben.

"Mijn hele politieke leven probeer ik na te denken over het kwaad. Ik heb veel geschiedenis gelezen en dan raak je vertrouwd met de manifestatie van de zondige mens, de gebroken wereld. Het kwaad is een destructieve parasiet op een goede schepping. De goede schepping is bemoedigend. Voor mij krijgt de politiek betekenis in de woorden van Calvijn: de overheid is de structuur die is meegegeven om kwade krachten te bedwingen. Ik moest eerlijk gezegd nooit zoveel hebben van de woorden van Bush na de aanslagen van 9/11, over de as van het kwaad en zo. Maar in Afghanistan kom je een kwaadaardigheid tegen die lijkt op de kwaadaardigheid van totalitaire regimes, met het duale wereldbeeld van goed en kwaad. Dan heb je zo'n man die niet alleen zichzelf, maar ook Timo Smeehuijzen en zeven kinderen opblaast."

En dan denkt u na over de zin van zulk sterven.

"Dat is dan omdat er een bondgenootschap van landen is, waarin de rechtsstaat en de vrijheid worden gerespecteerd, die het politiek-morele besluit hebben genomen om het terrorisme te stuiten. En dan kom ik toch terecht bij de terminologie van Bush."

Het onderzoek naar vermeende martelingen door Nederlandse militairen in Irak, waarover de commissie-Van den Berg en de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIV) afgelopen maandag rapporteerden, was een van de explosiefste dossiers die Van Middelkoop had overgenomen van de vorige minister van Defensie, Henk Kamp (VVD). Vijf dagen vóór de Tweede Kamerverkiezingen 2006, meldde de Volkskrant dat Nederlandse militairen in 2003 in Irak gevangenen hadden gemarteld. Volgens de twee commissies was dat niet waar. Er waren wel militairen geweest die tijdens ondervragingen interne regels en het internationaal humanitair recht hadden geschonden. Van Middelkoop erkende dat, maar bij hem overheerste de opluchting omdat er niet was gemarteld. Op een feestje, zei hij, hoefde je je niet meer te schamen als je voor Defensie werkte.

Is het verstandig om dat als minister te zeggen als een commissie, afgezien van de martelingen, een niet altijd even fraai beeld schetst van wat er in Irak is gebeurd?

"Ik heb geen enkele moeite om het te herhalen."

Ook al is vastgesteld dat Nederlandse militairen de Geneefse conventies hebben geschonden?

"De CTIV zegt dat alles binnen de wet was."

De commissie Van den Berg zegt dat niet. Er waren verhoren onder dwang, in strijd met het internationaal recht, strafbaar gesteld in artikel 7 van de Wet Internationale Misdrijven.

"Er is een enorm verschil tussen die conclusie en het misdrijf martelen. Dat is zó ernstig dat je het begrip in bescherming moet nemen tegen gemakzuchtig gebruik."

Maar daarmee kunt u de andere conclusies toch niet bagatelliseren?

"Wacht even, vrienden. Er is geen enkele rechtvaardiging voor het woord bagatelliseren. Ik heb alle aanbevelingen overgenomen. Ik heb erkend dat er fouten zijn gemaakt. Ik heb niet gezegd: peanuts, wat er is gebeurd. Wij trainen militairen op gedragscodes, op oorlogsrecht, rechtstatelijk gevoel. Als je meedoet aan gevechtsacties, kan dat een ontsporend effect hebben op de menselijke persoonlijkheid. Zulke omstandigheden vergen een hoge morele discipline."

Die er blijkbaar niet genoeg was.

"Hoezo? Citeert u uit het rapport?"

Gevangenen werden tegen de regels in niet als krijgsgevangenen behandeld. De juridisch adviseur werd geweerd bij verhoren. De verhoren werden uitgevoerd door onderofficieren die daar niet voor waren opgeleid.

"Goed, ik spreek het allemaal niet tegen. Ik ontken niets. Maar het is toch wezenlijk iets anders dan het martelen van gevangenen. Ik zeg dat het in de voorbereiding zat, dat het beter kon, dat er al veel is verbeterd en dat ik voor mijn mensen sta. Als ik NRC Handelsblad onder een vergrootglas leg, kom ik vast ook van alles tegen."

U klinkt geïrriteerd.

"Nee, nee, nee, ik vind alleen dat je de proporties in acht moet nemen."

Heeft u Henk Kamp gesproken na de presentatie van de rapporten? Of al daarvoor?

"Ik heb goed begrepen dat Henk, om hem moverende redenen, destijds nogal verontwaardigd was over de publicaties. Ik begreep ook dat het lastig voor hem zou zijn om zijn mond te houden en daar is contact over geweest. Het eerste wat ik deed na de persconferentie van maandag was: Henk Kamp bellen. Dat was de eerste keer dat ik hem sprak als minister. Ik kreeg het antwoordapparaat, maar na mijn tweede zin nam hij op. Hij zei: 'Ik constateer dat je geen journalist bent.' Toen hebben we er goed over gesproken."

Vond hij het goede rapporten?

"Laat ik zo zeggen: gezien de inhoud vond hij het niet nodig verder te reageren en had hij er alle vertrouwen in dat ik het politiek goed zou afhandelen.

Misschien dat hij later in een interview nog een reactie zou geven." Van Middelkoop lacht: "Aan de Volkskrant misschien."

De NAVO-missie in Zuid-Afghanistan, met 1.655 soldaten de grootste en gevaarlijkste militaire operatie sinds lange tijd voor Nederland, houdt Van Middelkoop dagelijks bezig. Deze zomer beslist het kabinet of de missie nog zal doorgaan na 2008. Als Tweede Kamerlid en later als senator was Van Middelkoop al betrokken bij uitzendingen. Hij is de bedenker van de 'artikel-100 procedure' die de instemming van het parlement regelt bij militaire missies. Er waren voor hem dan ook weinig verrassingen, zegt hij, toen hij bij zijn aantreden als minister werd geïnformeerd over de missie in de Afghaanse provincie Uruzgan. "Ik wist hoe zwaar het was. Ik kende de gevaren."

Miste u iets in de stukken bij uw aantreden?

"Wat bedoelt u?"

Kreeg u bijvoorbeeld een goed beeld van het aantal burgerdoden dat tot nu toe gevallen is?

"Nou, het humanitair oorlogsrecht heeft mijn grote aandacht. Het is een verschrikkelijk belangrijk onderwerp."

Maar kreeg u dat beeld?

"Daar zit een grote mate van onzekerheid. Het gebeurt out there. Maar ik ben er heel fel op. Wat voor mij een aangename verrassing was is hoe zorgvuldig de procedures zijn. Weet u wat er qua procedures allemaal moet gebeuren voordat een F-16 of een Apache wapens gebruikt?

Wij horen van mensen die in Uruzgan waren dat het ook wel eens zo gaat: militairen omsingelen een huis waar volgens inlichtingenrapportages Opposing Military Forces zitten. De mensen komen er niet uit. De steun van een Apache wordt ingeroepen. Die schiet met een Hellfire-raket het huis kapot. Na afloop zijn er twaalf doden, onder wie drie vrouwen.

"Afschuwelijk."

Kent u zo'n voorbeeld?

"Dat kan ik niet zeggen. We weten het ook niet altijd. Ik kan alleen zeggen dat onze procedures zeer zorgvuldig zijn, dat er dingen fout kunnen gaan en dat ik alles wil weten."

Maar wat is de balans van die burgerdoden tot nu toe door Nederlandse inzet?

"Ik kan geen getallen noemen. Maar we hebben te maken met een methode van de tegenstander die asymmetrisch is. Ten koste van zeer veel proberen wij te voorkomen dat er burgerslachtoffers vallen. Maar de tegenstander is daar helemaal niet bang voor en maakt het tot onderdeel van de tactiek."

Dus is het een vechtmissie.

"Onzin."

Onzin? We hebben net gehoord van langdurige zware gevechten in Chora?

"Echte onzin. Op één plek in Uruzgan was het de afgelopen dagen zo. Toen we erheen gingen was het steeds een afweging of het een vechtmissie zou worden. Dat stond in de brief aan de Kamer. Maar tot vorige week was er in Uruzgan nauwelijks sprake van, in vergelijking met andere provincies. En de afweging is ook nooit geweest: als het vechten wordt, moeten we het niet doen. Iedereen kende de risico's. Ik heb nu twee doden in een week, wat vreselijk is. Maar mijn Canadese collega heeft er 62."

Heeft u de commentaren gelezen van sommige achterblijvers die deze week zeiden: we zouden gaan opbouwen, maar we vechten steeds meer?

"Natuurlijk. En die reactie is begrijpelijk. Maar ik kan u zo een lijst geven met tientallen wederopbouwprojecten: een moskee hier, een weg daar, aanleg van sanitair. Ik wil het niet mooier maken dan het is, maar journalistiek is daar natuurlijk weinig mee te doen. Journalisten maken liever plaatjes van militairen in gevecht. Maar er gebeurt echt meer. Mag ik u vragen uw westers ongeduld een beetje in te houden? We hebben allemaal een beetje last van die westerse maakbaarheidsgedachte."

Zou Uruzgan ons Vietnam kunnen worden?

Van Middelkoop kijkt naar zijn persvoorlichter en zijn politiek assistent. Zegt dan: "Gooi ze eruit. Gooi ze eruit." Met zijn handen in de lucht: "Wat moet ik hiermee? Er is een grens aan wat je aan historische vergelijkingen kunt maken. Vietnam is echt totaal van een andere orde. Het is onzindelijk om daar, op dit moment, over te beginnen."

Op dit moment?

"Ja, je hebt altijd de komma's."

Het dreigde de afgelopen weken in de buurt van Chora erg mis te gaan.

"Zeker, dat waren zware gevechten."

Die niet werden gerapporteerd. Pas na de dood van sergeant-majoor Leunissen werd duidelijk wat er gebeurde.

"Dat er al langer sprake was van gevechten is uitgebreid gerapporteerd. Deze week was een atypische situatie. Je had echt te maken met concentraties van honderden Talibaan, die als doel hadden Chora te veroveren."

Is er geen sprake van een patstelling? Van te weinig materieel, te weinig manschappen. Deze krant citeerde gisteren uit een alarmerende brief van een aantal ondercommandanten.

"Dat zijn stukken in de militaire lijn. Ik ga daar niet op in. Maar echt: de opbouw gaat gewoon door. Het is soms als een Echternacher processie: twee stappen vooruit, één achteruit. Het is zo verschrikkelijk westers om te verwachten dat je er alleen maar goed uitkomt als je wint. Het is normaal dat je in zo'n situatie met heftige tegenslagen wordt geconfronteerd, maar emotioneel aanvaarden wij die bijna niet. Als je iets van een basale stabiliteit kan bewerkstelligen, is het al heel wat."

Dat stond eerder op de opiniepagina van deze krant: u vindt dat het 'gewenste eindbeeld' te weinig aandacht krijgt, en dat de verwachtingen te hoog gespannen zijn. Dan kun je het als minister van Defensie met zo'n missie nooit goed doen.

"Dat is niet zo belangrijk. Ik reken het ook tot mijn verantwoordelijkheid om te wijzen op de reële verwachtingen."

U bent ervan overtuigd dat de missie goed is. Dan moet je er ook mee doorgaan, zou je zeggen?

"Aah, iets minder doorzichtig graag."

Als de overtuiging er is dat het goed is, waarom zouden we dan niet verlengen?

"Ik zeg alleen maar: de verantwoordelijkheid van de NAVO blijft bestaan. En: geef ons de tijd."

Het televisieprogramma Netwerk had afgelopen week een interview met de ouders van Timo Smeehuijzen. Er waren videobeelden van hem. Vindt u het goed als de gesneuvelde mannen dit soort aandacht krijgen?

Van Middelkoop, die net een slokje water nam, zet zijn glas met een harde klap op tafel. Hij moet, legt hij uit, denken aan de politie-inzet die nodig was om journalisten te weren uit de straat waar familie van een omgekomen militair woonde. "Dat is onbeschaamd, parasitair voyeurisme van de media. Laten we stijl en waardigheid bewaren. Ik zou wat dat betreft een oproep willen doen aan de media: doe dit niet. Ik begrijp natuurlijk ook wel dat we in een pluriforme samenleving leven, en dat sommige mensen er emotioneel belang bij hebben om deze aandacht te krijgen. Maar toen ik de ouders van Smeehuijzen op televisie zag, dacht ik: 'O, my goodness.' "

Waarom dacht u dat?

"Omdat ik als politicus de macht van de openbaarheid ken. Mensen die groot verdriet hebben, zijn zo kwetsbaar. Die kwetsbaarheid kan in superkwadraat worden uitvergroot in de media. Eén verkeerd woord kan je jarenlang achtervolgen."

Na het gesprek faxt een medewerker van Defensie de lijst met opbouwprojecten die Van Middelkoop noemde. Het zijn acht pagina's met honderden werkzaamheden die zijn uitgevoerd of die nog moeten gebeuren, zoals de aanleg van waterpompen, 'steun bij moederdag', de aanschaf van rugzakjes en vloerkleden voor een school, reparaties aan schoolgebouwen, irrigatieprojecten, reparaties aan bruggen en wegen. "Het lijkt weinig", zegt de medewerker. "Maar in de context ligt dat anders. Voor een gemeenschap betekenen die kleine dingen heel veel."

'Ik heb alle aanbevelingen overgenomen,; ik heb erkend dat er fouten zijn gemaakt'; 'Als je iets van een basale stabiliteit kan bewerkstelligen, is het al heel wat'
Bron: NRC-Handelsblad

« Terug

Reacties op ''Iedereen kende de risico's''

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2007

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari