Rouvoet spreekt zich uit over embryo- en homodebat

Formatiewoensdag 11 juni 2008 13:07

De ChristenUnie verkeert in zwaar weer. Extern krijgt de partij zware verwijten over haar standpunt inzake embryoselectie. Intern drukt de discussie over de plaats van homoseksuele partijvertegen-woordigers de stemming. Vicepremier en partijleider Rouvoet vindt het tijd om enkele piketpaaltjes te slaan. Hij proeft weerstand tegen standpunten die uit een christelijke overtuiging voortkomen.
Door Addy de Jong en Gerard Vroegindeweij

Meneer Rouvoet, is het nog leuk om te regeren?

„We zijn niet gaan regeren omdat het zo leuk was. We zagen kansen voor de christelijke politiek en wilden onze verantwoordelijkheid niet ontlopen. Dat motief geldt nog steeds. Dat stuwt me elke dag voort. Het maakt namelijk wel degelijk uit of de ChristenUnie of GroenLinks in de regering zit. Ik besef dat regeren betekent dat je ook verantwoordelijkheid draagt voor minder goede beslissingen. Maar daar loopt mijn partij niet voor weg. Ik heb tot op de dag van vandaag geen spijt van de keuze om in deze coalitie te stappen."

Maar er zijn toch wel eens aangenamere tijden geweest?

„Dat is waar. Soms gaat het relatief gemakkelijk, soms zijn er perioden van grote aanvechting. Dat laatste is in deze tijd het geval. Onze principiële benadering stuit op veel weerstand. Dat geldt vooral in de discussie over embryoselectie. Ik proef vaak weerstand tegen standpunten die uit een christelijke overtuiging voortkomen. Prof. Jochemsen van het prof. Lindeboom Instituut werd in NOVA onheus bejegend toen hij het standpunt over embryoselectie toelichtte. Een heel andere benadering viel prof. Galjaard ten deel toen hij, op andere gronden, in hetzelfde programma, tot dezelfde conclusie kwam als de ChristenUnie. Dat vind ik bedenkelijk. Dat vervuilt het maatschappelijk debat."

Ook het politieke?

„Ja. Vorige week vond het debat plaats over de hernomen brief over embryoselectie. Toen suggereerden de VVD'er Rutte en D66-leider Pechtold dat vanwege het feit dat ik in het kabinet mijn vinger op had gestoken, in Nederland iets verboden zou worden wat voor die tijd wel was toegestaan. Ze wisten dat dit niet klopte. Er lag een brief van de vorige staatssecretaris van Volksgezondheid, mevrouw Ross, waarin tijdelijk een streep was getrokken als het ging om embryoselectie. Dat was nota bene gebeurd met instemming van VVD en D66, want die zaten toen in het kabinet. Dan is het op zijn minst merkwaardig als er zulke zware verwijten worden gemaakt in de richting van een partij als die de status-quo wil handhaven."

Hoe ondergaat u zelf alle commotie?

„Ik voel me geen slachtoffer. Ik koppel het los van de inhoud."

En uw gezin, toen vorige week midden in de nacht uw huis werd beplakt?

„Dat was niet plezierig. Het was behoorlijk intimiderend, maar daar wil ik het nu niet over hebben. Het moet gaan om de afweging tussen de vraag hoe je ernstig lijden kunt voorkomen en het middel dat je daartoe inzet, namelijk embryoselectie. Daarbij worden -zoals bekend- embryo's vernietigd. Die afweging kon het kabinet niet maken omdat de betreffende brief al naar de Kamer was gestuurd. Nu die is hernomen, kunnen we de discussie wel voeren."

Is u nu duidelijk waarom Bussemaker deze brief zonder overleg heeft gestuurd?

„Dat heeft ze in het kabinet en in de Tweede Kamer uitgelegd. Het was een inschattingsfout. Daarmee is de kous voor mij af."

De ChristenUnie staat hierdoor wel op achterstand.

„Inderdaad, nu speelt de kabinetsdiscussie over het in te nemen standpunt in de openbaarheid. Dat maakt de zaak niet gemakkelijker."

Had u dit punt niet in het regeerakkoord moeten regelen, zoals GroenLinksfractievoorzitter Halsema vorige week zei?

„Of zij nu de eerste moet zijn om daarover iets te zeggen, vraag ik me af. In november 2006 hád ze mee kunnen praten over een regeerakkoord. Toen gaf ze niet thuis. Er ís in het regeerakkoord van de huidige coalitie het nodige afgesproken over medisch-ethische kwesties."

Vicepremier Bos ziet mogelijkheden om eruit te komen. U ook?

„Hij heeft zijn vertrouwen uitgesproken in het proces dat we zijn ingegaan. Dat vertrouwen deel ik. In het kabinet zijn vaker stevige discussies gevoerd, maar we zijn er altijd uitgekomen."

Is dit de lastigste discussie tot nu toe?

„In ieder geval de meest beladen. Het gaat om een medisch-ethisch thema. Dat is wat anders dan een debat over de koopkrachtplaatjes. Dan kun je ieder een onsje inleveren en dan kom je er meestal wel uit."

Maar hoe kun je hier uitkomen als de meningen zo haaks op elkaar staan?

„Daar zijn we dus nu volop mee bezig. We kijken of we in dit debat een voor iedereen aanvaardbare uitweg kunnen vinden. Let wel: dat heeft met koehandel niets te maken. Dat is een term waar ik me in dit verband enorm aan stoor. Wie ons volgt, weet dat wij niet aan koehandel doen. Maar we sluiten ons ook niet af voor de vraag of we hier als coalitie uit kunnen komen. De ChristenUnie zou geen knip voor de neus waard zijn als we niet open zouden staan voor een oplossing. De manier waarop we daarover nu met elkaar in gesprek zijn, voedt het vertrouwen dat we eruit kunnen komen. Maar zorgvuldigheid staat voorop."

Een compromis moet een stap in de goede richting zijn, zo heeft oud-GPV-voorman Schutte altijd gezegd. Zal een compromis tussen PvdA en ChristenUnie niet per definitie minder zijn dan het verbod op uitbreiding van embryoselectie dat Ross twee jaar geleden in haar brief bepleitte?

„Ik denk dus niet in termen van een compromis, waarbij iedereen een beetje water in de wijn doet. Ik zoek naar een uitkomst die voor ieder begaanbaar is. Laat niemand zich vergissen. De deur voor embryoselectie staat op dit moment formeel gezien wijd open. Krachtens het zogeheten planningsbesluit is veel meer mogelijk dan nu feitelijk gebeurt. De vraag is dus of we de huidige regeling zo kunnen inkaderen dat toepassing van embryoselectie op een meer verantwoorde manier plaatsvindt dan nu wettelijk mogelijk is. Als we niets doen, gaat de praktijk verder zijn gang."

Is een dergelijke inkadering voor u een begaanbare uitkomst?

„Daar liggen wel mogelijkheden."

Denkt u wel eens aan een kabinetscrisis over dit onderwerp?

„Dat is niet de manier waarop ik denk en werk. Het onderwerp is al mijn inzet waard om eruit te kunnen komen."

Zal uw partij, zaterdag, uit de discussie kunnen komen over de positie van praktiserende homoseksuelen als partijvertegenwoordigers? Diverse prominenten dreigen de ChristenUnie te verlaten.

„Ik heb er alle vertrouwen in dat we eruit komen. Het rapport van de commissie-Cnossen is principieel. Het houdt vast aan Bijbelse uitgangspunten over huwelijk en gezin, zoals GPV en RPF in het verleden ook altijd hebben gedaan. De vraag die ons verdeeld houdt, is of we in één geval bij voorbaat moeten zeggen: Als u zó doet of leeft, kunt u de partij niet vertegenwoordigen. Ik geloof niet dat we dat ene punt, een homoseksuele leefwijze, eruit moeten lichten. „Dat is niet de stijl van het Koninkrijk", las ik in een ingezonden stuk in jullie krant. Dat vond ik erg mooi gezegd. We moeten de geloofwaardigheid van onze vertegenwoordigers toetsen op de plaats waar het hoort, namelijk in de selectiecommissies. We zijn dus niet van onze ankers losgeslagen. Degenen die dat zeggen, raken mij diep. Als dat wel zo was, zou ik daar niet mee kunnen leven. Het feit dat we niet met zondenlijstjes willen werken, wil niet zeggen dat we aan het schuiven zijn gegaan."

Het rapport doet niet bij voorbaat de deur dicht voor homoseksuele partijvertegenwoordigers.

„Cnossen zegt dat het hebben van een homoseksuele relatie een „geloofwaardigheidsconflict" oplevert voor een kandidaat-vertegenwoordiger van de ChristenUnie. Dat is nogal wat! Daarmee ligt dit gegeven vrij massief op de tafel van een selectiecommissie. Ik ga die commissie niet voorschrijven wat zij daarover moeten besluiten. Net zoals de partijtop niet bij voorbaat moet zeggen of iemand die schuldig gescheiden is, de ChristenUnie al dan niet kan vertegenwoordigen. Ook in zo'n situatie is er een geloofwaardigheidsconflict."

U wilt in de gedragscode de homoseksuele leefwijze niet apart en nadrukkelijk benoemen. Maar dít is nu juist het punt waarop mensen de ChristenUnie om verantwoording vragen.

„Het is inderdaad bij uitstek deze vraag die op ons bordje is gelegd. En toch zou ik hem niet met voorrang willen beantwoorden boven andere vragen. Dat vind ik niet fair richting onze homoseksuele medebroeders en -zusters. Christenen en christelijke organisaties hebben al genoeg boter op hun hoofd als het gaat om de manier waarop zij in het verleden met seksualiteit en homoseksualiteit omgingen."

Er zijn in de partij mensen die vinden dat homo's die in liefde en trouw samenwonen de ChristenUnie moeten kunnen vertegenwoordigen. Opmerkelijk genoeg kunnen zij zich goed in het rapport vinden.

„Het is de vraag of dat terecht is. Cnossen stelt dat er sprake is van een geloofwaardigheidsconflict als je hebt besloten een andere samenlevingsvorm te kiezen dan de Bijbelse, namelijk een huwelijk tussen één man en één vrouw. Dat is glashelder."

Dan is het dus eigenlijk niet voorstelbaar dat uit een gesprek met iemand die samenleeft met een ander -maar niet in een Bijbels huwelijk- de conclusie wordt getrokken dat hij of zij geloofwaardig de partij kan vertegenwoordigen?

„Als we zeggen dat het de stijl van het Koninkrijk is om niet vooruit te lopen op de uitkomst van het gesprek, moet ik dat dus ook nu niet doen. Alles wat je daarover vooraf uitspreekt, doet af aan de principiële lijn die de commissie heeft gekozen."

Veel partijleden zouden toch graag een meer expliciete afwijzing zien.

„We hebben nooit lijstjes gehad. Ook andere partijen hebben geen lijstjes. Dat past ons niet."

Maar het Wageningse raadslid Monique Heger, dat is opgestapt omdat ze een relatie met een vriendin is aangegaan, ziet in dit rapport toch weer mogelijkheden om de CU te gaan vertegenwoordigen. Dat is toch veelzeggend?

„Voor mij vormt dat geen reden de gedragscode nader te expliciteren. Het komt erop aan of we in de ChristenUnie vertrouwen in elkaar hebben, vertrouwen dat partijgenoten in selectiecommissies het gesprek voeren op basis van onze onveranderde uitgangspunten. Als er sprake zou zijn van een hellend vlak voorkom je dat niet door een gedragscode of een zondenlijstje. Kern van de zaak is of wij zout en licht zijn in onze dagen. Als het zout zijn kracht verliest, helpt daar geen enkele gedragscode tegen. Wat we dan vooral nodig hebben is bezinning en gebed! Mensen kunnen hun zorgen hebben over bepaalde ontwikkelingen. Maar ik ben er vast van overtuigd dat bij iedereen in de partij het verlangen leeft om in de publieke samenleving God te dienen. Dáár is de ChristenUnie voor opgericht. Die samenleving kunnen we alleen dienen als we ook intern zorgvuldig omgaan met onze naaste. Dat willen we doen. Niet vrijblijvend, niet vrijzinnig, maar fijnzinnig."

Als u zo redeneert, is het niet voorstelbaar dat een praktiserende homoseksueel de partij kan vertegenwoordigen. Waarom zegt u dat niet gewoon? Dát kan mensen ervan weerhouden de partij te verlaten.

„Ik aanvaard dat mensen zorgen hebben, maar u wilt mij toch niet verleiden mijn principes te verlaten? Ik kies heel bewust voor de uitgestippelde lijn. Voor de principiële benadering van de commissie-Cnossen. Dit is wat ons nu te doen staat. We hebben zorgvuldigheid te betrachten. Als ik bij voorbaat uitspraken doe over de uitkomsten van het gesprek in selectiecommissies, haal ik in één keer de redenering van het rapport-Cnossen onderuit. Dan doe ik geen recht aan het gehalte, aan de diepte van het rapport."

Belijden is toch uitkomen voor de waarheid, juist op het punt waar de tijdgeest bezwaar maakt, zoals Groen van Prinsterer leerde?

„Dat is zo en dat hebben we nu juist gedaan met dit rapport. Dit is ons principiële antwoord op de vraag hoe we om moeten gaan met een ieder, homo of hetero, die de partij wil vertegenwoordigen. Dit rapport had wat mij betreft niet anders mogen zijn als we niet in de coalitie of zelfs als we niet in het parlement hadden gezeten. En als het zo zou zijn dat de tijdgeest zou vragen om expliciete uitsluiting van praktiserende homoseksuelen, dan hebben christelijke organisaties nog veel huiswerk. Het RD heeft, als ik het goed heb, toch ook niet zo'n regel?"

(Bron: Reformatorisch Dagblad - 11 juni 2008)

« Terug

Reacties op 'Rouvoet spreekt zich uit over embryo- en homodebat'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2008

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari