Nederlands burgerschap en Caribische wortels (weekblog 4)

Willemstaddinsdag 19 augustus 2008 08:00

Vandaag waag ik mij aan het zo omstreden ‘Antillianenbeleid', dat de gemoederen soms danig kan verhitten. Niettemin een onderwerp dat mijn politieke ambitie heeft aangewakkerd, mijn wortels raakt, en tegelijkertijd mij bewust maakt van mijn rijke achtergrond en identiteit. Ik ben op Curaçao opgegroeid met de Nederlandse taal, cultuur en geschiedenis. Deel 4 uit de weekblog politiek van Trouw door Cynthia Ortega.

Ik kan mij nog herinneren dat Papiamento spreken op het schoolplein uit den boze was. Als je gesnapt werd bij deze overtreding leverde dit strafwerk op bestaande uit 100 schrijfregels: ‘Ik moet Nederlands spreken op het schoolplein'.

Caribische Nederlander
Ik ben een Caribische Nederlander, die voor een hogere opleiding richting moederland moest gaan. In Nederland heb ik snel mijn weg gevonden, mede door mijn achtergrondkennis en dosis zelfredzaamheid die ik van huis heb meegekregen. Geshockeerd was ik over de beperkte kennis van de Nederlandse Antillen en Aruba, die ik bij Europese Nederlanders aantrof. Alsmaar uitleggen dat Curaçao niet in Suriname ligt en dat wij daar ook in huizen wonen. Tot eind 1980 heb ik geen ongetogen woord gehoord over Caribische Nederlanders; wij deden het goed. Maar tijden veranderen.

Experimenteren
Sindsdien is er veel subsidiegeld in een bodemloze put verdwenen. Het aantal probleemgevallen en criminele jongeren neemt niet af en de problematiek wordt complexer. Minister Vogelaar wil met een meerjarig programma de problematiek structureel aanpakken. Ik ben blij met dit beleidsprogramma dat uitgewerkt moet worden. Ik vind het echter te gek voor woorden dat gemeenten die kunnen aantonen dat 2 procent van hun inwoners ‘Antilliaan/Arubaan' zijn - de zogenaamde Antillianengemeenten - voor subsidie in aanmerking kwamen, zonder dat de lokale problematiek met ‘Antillianen' in beeld is gebracht. Toekomstige subsidies moeten aan strikte voorwaarden worden gebonden en met prestatieafspraken worden bewaakt. De tijd van experimenteren is voorbij. Er moet nu stevig aangestuurd worden op de praktische aanpak van problemen, de betrokkenheid en deskundigheid van Caribische Nederlanders en het aanspreken van hulpvragers op eigen verantwoordelijkheid. Meer maatwerk en de juiste balans tussen repressieve, curatieve en preventieve maatregelen. In de praktijk heb ik gezien dat projecten vaak mislukken doordat de doelgroep niet bereikt wordt en de gekozen methoden niet aansluiten op de belevingswereld.

Kinderkamp
Afgelopen week heb ik kinderen toegesproken die op kinderkamp gingen. Ook heb ik de laatste avond van het kamp meegemaakt. Ik ben onder de indruk van de inzet van vele vrijwilligers om dit kamp, bestaande uit honderd kinderen, een succes te maken. Meer dan de helft van de kinderen is hier geboren, spreekt vloeiend Nederlands, maar loopt het risico tussen wal en schip te raken.
Ik spreek geregeld Caribische Nederlanders op allerlei niveaus en ken ook de andere kant van de medaille, die niet in het nieuws komt. Deze maand leg ik een aantal werkbezoeken af in ‘Antillianengemeenten'. Ik wil weten waar zij tegenaan lopen, wat er is bereikt, welke lessen zij trekken, wat zij verwachten van het nieuwe beleidsprogramma en hoe de Caribische Nederlandse gemeenschap wordt betrokken. Als volkvertegenwoordiger, ook voor de Caribische Nederlanders, kies ik voor een strenge, gebalanceerde en rechtvaardige benadering van de problematiek, die recht doet aan het Nederlandse burgerschap.

(Cynthia Ortega schreef in de week van 4 augustus tot 8 augustus de weekblog politiek op Trouw.nl)

« Terug

Reacties op 'Nederlands burgerschap en Caribische wortels (weekblog 4)'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2008

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari