Peter Ester stelt vragen over Herziening ten nadele.

Peter Ester rand fontein zoomwoensdag 14 maart 2012 09:43

ChristenUnie-senator Peter Ester heeft vragen gesteld over het wetsvoorstel herziening ten nadele. Dat wetsvoorstel maakt het mogelijk dat verdachten die worden vrijgesproken opnieuw kunnen worden vervolgd. Lees hieronder de inbreng van Peter Ester. Op een later moment zal de ChristenUnie-fractie een standpunt over het wetsvoorstel innemen.

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben enkele vragen over het wetsvoorstel herziening ten nadele:

Er zijn beperktere vormen van herziening ten nadele denkbaar, dan in dit wetsvoorstel voorgesteld. Er had bijvoorbeeld alleen ruimte geboden kunnen worden aan herziening ten nadele van de vrijgesprokene en van rechtsvervolging ontslagene op grond van falsa. Waarom is daar niet voor gekozen? Onze fractie ontvangt, in aanvulling op het geen daarover gezegd is, graag een uitgebreidere beoordeling van het kabinet van de voor- en nadelen van deze beperktere variant.

De herziening ten nadele krijgt een ruimer bereik dan bij de indiening voorzien, door onder andere de elders voorgenomen uitbreiding van de verjaringstermijnen en de uitgebreidere reeks delicten die op grond van nova kunnen worden herzien na de tweede nota van wijziging. Onze leden horen graag van het kabinet hoe deze verruiming ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel zich verhoudt tot de herzieningsstelsels in andere landen waarmee in de memorie van toelichting eerder is vergeleken.

Met betrekking tot onrechtmatig verkregen bewijs stelt de minister dat een strengere regeling dan bij gewone strafzaken gerechtvaardigd is. Mede ter voorkoming van bewijsgaring door particulieren, zo begrijpen wij uit de stukken, worden, door onwettelijk of in strijd met een recht van de verdachte verricht onderzoek verkregen bewijsmiddelen, uitgesloten in lid 4 van art. 482a in het wetsvoorstel. Op grond van dit lid 4 wordt sneller aangenomen dat er sprake is van onbruikbare bewijsmiddelen, dan in gewone strafzaken het geval is. Wat is het bereik van deze bepaling? Kan de minister uitgebreider aangeven welke concrete wijzen van onderzoek, leidende tot bewijsmiddelen, in gewone strafzaken wel zijn toegestaan, maar in herzieningsprocedures ten nadele niet? En welke concrete vormen van particuliere bewijsvergaring zullen door de bepaling worden ontmoedigd of onmogelijk worden en welke vormen van particuliere bewijsvergaring zullen hierdoor niet worden ontmoedigd of mogelijk blijven?

De argumentatie met betrekking tot de uitbreiding van de opslag van DNA-gegevens van vrijgesprokene en van rechtsvervolging ontslagene heeft onze fractie nog niet kunnen overtuigen. Kan de minister nog eens duidelijk maken waarom dit nodig is? En was het echt niet mogelijk geweest om die uitbreiding helemaal bij wet te regelen?

Onze fractie heeft tot slot grote bedenkingen bij de overweging dit wetsvoorstel ook te laten gelden voor zaken waarin reeds een vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging heeft geklonken. Onze fractie hoort graag van de minister wat in algemene zin omstandigheden zijn die een aantasting van de rechtszekerheid rechtvaardigen en hoe deze algemene uitgangspunten in het concrete geval van dit wetsvoorstel hun beslag krijgen.

 

« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari