Bijdrage Carola Schouten aan het plenair debat over de Wet bankenbelasting

dinsdag 17 april 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carola Schouten inzake de Wet bankenbelasting

Onderwerp:   Wet bankenbelasting

Kamerstuk:   33 121

Datum:            17 april 2012

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Voorzitter. Vandaag spreken wij over het voorstel van het kabinet om te komen tot een bankenbelasting. Bijzonder genoeg verdedigt juist staatssecretaris Weekers namens het kabinet dit voorstel. Als VVD-woordvoerder stond hij niet te springen om een bankenbelasting, tenzij deze meteen in heel Europa zou worden ingevoerd. Onder druk wordt echter alles vloeibaar, zo blijkt maar weer eens.

Ook de fractie van de ChristenUnie is van mening dat er goede redenen zijn voor het invoeren van de bankenbelasting. In de afgelopen jaren heeft de overheid noodgedwongen fors moeten investeren in de stabiliteit van banken. Uit de bankencrisis zijn lessen te trekken, en dat gebeurt ook, door de overheid en de banken. Er kan niet uitgesloten worden dat ingrijpen in de toekomst weer nodig is. Met de bankenbelasting wordt de bancaire sector om een bijdrage gevraagd waardoor de impliciete overheidsgarantie wordt beprijsd. Mijn fractie steunt dit uitgangspunt.

De bankbelasting bevat ook een prikkel om overmatige afhankelijkheid van kortetermijnfinanciering tegen te gaan. Ik snap deze gedachte, maar vraag mij wel af of met het tariefonderscheid voldoende rekening wordt gehouden met de validiteit van keuzes voor kortlopende of langlopende financiering. Biedt dit onderscheid voldoende garantie voor een goed risicomanagement? Een bankinstelling met minder kredietrisico's over meer ongedekte schulden zou op basis van dit wetsvoorstel meer moeten betalen dan een vergelijkbare bankinstelling met meer kredietrisico's. De Raad van State heeft daar ook de vinger gelegd. Kan de staatssecretaris garanderen dat goed risicomanagement niet leidt tot hogere belastingheffing?

Het stimuleren van adequaat risicomanagement is dus een belangrijk argument voor invoering van de bankenbelasting. In dat verband is het opmerkelijk dat producten met een hoog risico niet apart gewogen worden in de bankbelasting.

Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan zaken als derivaten en high-frequency trading. In Duitsland wordt daar wel rekening mee gehouden bij de bepaling van de heffingsgrondslag. Waarom heeft het kabinet hier niet voor gekozen? Is het bereid om hier eventueel wel naar te kijken? Graag hoor ik daarop een reactie.

Ik kom bij de excessieve bonussen. Ook dit wetsvoostel bevat maatregelen om excessieve bonussen tegen te gaan. Laat ik in ieder geval zeggen dat wij het toejuichen dat er al een grens wordt getrokken bij een variabele beloning van 100% van het vaste salaris. Ik heb echter nog twee opmerkingen. Excessieve beloningsstructuren bevatten verkeerde prikkels, vooral gericht op kortetermijnresultaat. Wij achten 100% dus nog steeds te hoog. Het variabele deel dient veel verdergaand teruggebracht te worden, om verkeerde prikkels te voorkomen. Ik heb het amendement gezien van de collega's van de fracties van CDA, PvdA en PVV. Ik kan hier alvast stellen dat ik dit amendement met een positief oordeel aan mijn fractie zal voorleggen. Het is in lijn met wat wij zelf ook in gedachten hadden.

De excessieve beloningsstructuren bevatten niet alleen verkeerde prikkels voor bestuurders, maar net zo goed ook voor andere medewerkers van financiële instellingen. Ik denk daarbij vooral aan de handelaren in dealingrooms. Omdat wij het ook voor hen van belang vinden om de perverse prikkels uit het systeem te halen, heb ik een amendement ingediend om andere medewerkers ook onder de regeling te brengen van de maximale variabele beloning ten opzichte van het vaste salaris.

Ik kom op het effect op de kredietverlening. Er is veel discussie over het effect van de bankenbelasting op de kredietverlening. De Nederlandsche Bank komt tot de conclusie dat de bankenbelasting naar verwachting een relatief beperkte negatieve impact op de kredietverlening aan Nederlandse huishoudens en bedrijven zal hebben. De banken schatten dit effect evenwel hoger in. Kan de staatssecretaris verklaren waar het verschil in de uiteenlopende schattingen uit voortkomt? Tegelijkertijd zegt de staatssecretaris ook dat hij de kredietverlening in de gaten houdt en bijvoorbeeld nagaat of er sprake is van een substantiële belemmering van de kredietverlening. Wanneer is daar volgens hem sprake van? Met andere woorden: heeft hij zelf een grens bepaald waarop hij gaat ingrijpen als de kredietverlening terugvalt op grond van het wetsvoorstel? Graag hoor ik daarop een toelichting.

Dan de samenloop met andere maatregelen. Het kabinet heeft volkomen terecht niet ingezet op een Europese bankenbelasting. Zet het kabinet daarmee ook een streep door de invoering van een Europese financial transaction tax? Het kabinet stelt dat, indien er in Europa toch wordt besloten tot een financiëletransactietaks, de bankenbelasting kan vervallen. Kan de staatssecretaris dit nader toelichten? De FTT kent toch echt een ander karakter, met een andere grondslag. Deelt de staatssecretaris deze mening en wil hij hier ook zelf aangeven dat hij dus niet zal pleiten voor een Europese financial transaction tax?

Voorzitter. Ik rond af en kom nog bij een procedureel punt. Enkele collega's hebben hier ook al wat over gezegd. Kennelijk moeten wij vanaf nu bij de behandeling van het ene wetsvoorstel rekening houden met de mogelijkheid dat er ook nog zaken over een ander wetsvoorstel door kunnen komen. Dat lijkt mij niet de wijze waarop wij zaken moeten behandelen. Ik vraag de staatssecretaris dan ook met klem om voortaan omissies die gerepareerd moeten worden, eigenstandig naar de Kamer te sturen in plaats van ze mee te nemen in allerlei andere wetsvoorstellen die op een ander moment hier besproken worden. Daarmee houdt hij het voor ons ook allemaal een beetje overzichtelijk.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari