Bijdrage Joël Voordewind aan het algemeen overleg Stroomlijning en asiel minderjarigen

dinsdag 03 juli 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Joël Voordewind als lid van de algemene commissie voor Immigratie, Integratie en Asiel aan een algemeen overleg met minister Leers voor Immigratie, Integratie en Asiel

Onderwerp:   Stroomlijning en asiel minderjarigen

Kamerstuk:   19 637

Datum:            3 juli 2012

De heer Voordewind (ChristenUnie): Voorzitter. Dit is het laatste debat voor het zomerreces en dit is de laatste kans om eruit te komen om iets te kunnen betekenen voor de kinderen die al jarenlang in onzekerheid zitten en die deze bijeenkomst misschien wel zien als een laatste kans om toch in Nederland te kunnen blijven. De Kamer heeft eerder via allerlei moties geprobeerd om in ieder geval tot een overgangsregeling te komen en om de minister daarachter te krijgen, in aanloop naar het wetsvoorstel van de PvdA en de ChristenUnie, maar ook die moties konden helaas geen steun krijgen van de collega’s van het CDA. Laten we bekijken hoever we vandaag kunnen komen. Daartoe zal ik in mijn inbreng een voorstel doen. In zijn rapport stelt de Kinderombudsman dat hij zeer geschrokken is van de ernst en de omvang van de problematiek van de vreemdelingenkinderen in Nederland. De minister stelt dat een lang verblijf van deze kinderen zeer onwenselijk is en wil tot verkorting overgaan. Hij komt met tweeërlei oplossingen voor de oudere categorieën: hij wil het buitenschuldcriterium op hen toepassen en hij wil eventueel zijn discretionaire bevoegdheid gebruiken. Als wij dit mogen zien als nieuw beleid, kan de minister dan ook iets zeggen over het verruimen van het buitenschuldcriterium en de discretionaire bevoegdheid? Tot nu toe heeft de minister het buitenschuldcriterium ook voor deze kinderen zeer beperkt toegepast. Verder staat in het regeerakkoord dat de minister slechts heel terughoudend gebruik mag maken van zijn discretionaire bevoegdheid. Wat gaat de minister concreet doen voor die 700 kinderen die nu al jarenlang in Nederland zijn? Als de minister bereid is om in elk geval te kijken naar de kinderen die al minimaal vijf jaar in Nederland zijn, is hij dan ook bereid om voor hen een nieuw toetsmoment te organiseren? Is de minister bereid om het criterium dat kinderen al meer dan vijf jaar in Nederland zijn, aan te grijpen als nieuw toetsmoment om te zien of ze voor het gebruik van de discretionaire bevoegdheid in aanmerking zouden kunnen komen, gezien hun verworteling? In het vorige debat heeft de minister gezegd dat hij ook de verworteling in Nederland zou meewegen. Is hij bereid om voor deze 700 kinderen, die al langer dan vijf jaar in Nederland zijn, ook de verworteling te laten meewegen? Is hij bereid om hun situatie opnieuw te bezien en te kijken of zij in aanmerking komen voor gebruik van de discretionaire bevoegdheid? De Kinderombudsman heeft nog eens opgesomd welke psychiatrische en psychische stoornissen deze kinderen hebben: depressiviteit, eetstoornissen, angststoornissen en ga zo maar door. De minister stelt dat een geloofwaardig vreemdelingenbeleid en een goed functionerende vreemdelingenketen niet meer mogelijk zijn als langdurig verblijf doorslaggevend wordt, maar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is hierover heel duidelijk: de belangen van kinderen moeten expliciet worden afgewogen tegen andere belangen, waaronder die van een effectief immigratiebeleid. Het Nunez-proces in Noorwegen is daar een voorbeeld van. Daarbij was het belang van het kind doorslaggevend om uiteindelijk een verblijfsvergunning te kunnen krijgen. De minister sluit deze weging überhaupt uit en handelt daarmee in strijd met de geldende jurisprudentie op het gebied van kinderrechten. Ik roep de minister dan ook op om met echte oplossingen te komen die rechtdoen aan het belang van kinderen. Daarvoor heb ik een concreet voorstel gedaan. Ik heb ook wat vragen over de herijking van het amv-beleid. Waarom kiest de minister niet voor een schorsende werking in plaats van een stuitende werking bij de volgende aanvraag van een amv? Stichting Nidos pleit voor een termijn van maximaal twee jaar voor de amv’s die jonger zijn dan dertien jaar. Waarom kiest de minister niet voor die termijn van twee jaar voor deze groep? De minister zegt dat hij aan opvanghuizen gaat werken, maar wat verstaat hij precies onder een opvanghuis? Is het een weeshuis of iets anders? Stichting Nidos, het eigen orgaan van de minister dat amv’s opvangt en in de pleegzorg heeft, wijst weeshuizen af. Ook in Afrika wordt deze vorm afgewezen omdat dan de extended family wordt ingeschakeld. Alleen in Oost-Europa functioneren de weeshuizen nog goed – als systeem dan tenminste – als laatste redmiddel. Het is voor families in Afrika een schande om kinderen in weeshuizen te hebben. Is de minister bereid om af te zien van weeshuizen en, als hij overgaat tot terugkeer, alleen terugkeer te organiseren bij family-based receptions, oftewel extended families? Kan de minister uitsluitsel geven of hij dat in zijn hoofd heeft voor het terugkeerbeleid voor amv’s? Het onderwerp Irak hebben wij op het laatste moment nog aan de agenda toegevoegd. Ik weet niet of de minister het nieuws heeft gevolgd, maar ook vandaag is er weer een bomaanslag geweest in Bagdad. Die heeft opnieuw veel slachtoffers geëist, 40 doden en 75 gewonden. De bommen vliegen je om de oren als je in Bagdad bent. Volgens de cijfers is de maand juni de meest bloedige maand sinds de terugtrekking van de Amerikanen eind vorig jaar: 240 doden in Irak. Ik heb de Irakese minister voor Immigratie, Duski, ook specifiek gevraagd of het veilig is om mensen terug te sturen naar Bagdad. Ik hoop dat minister Leers en ik hetzelfde gesprek hebben gevoerd, want ik krijg de indruk dat de persconferentie een ander beeld geeft van het gesprek met minister Duski dan wij hebben, maar tegen ons heeft minister Duski gezegd dat hij de veiligheid van mensen die naar Bagdad terugkeren, niet kan garanderen. De veiligheid was iets verbeterd, hoewel vandaag weer het tegendeel blijkt omdat de bommen je vanmorgen om de oren vlogen, maar hij kon de veiligheid niet garanderen.

De voorzitter: U bent al door uw tijd heen. Kunt u afronden?

De heer Voordewind (ChristenUnie): Ik ga een punt zetten. Is de minister bereid om het VBL-regime voor Irakese asielzoekers die nu in de opvang zitten, los te laten? Wij weten van minister Duski dat zij binnen nu en zes maanden niet terug kunnen. Omdat de termijn van acht weken niet gehaald wordt, is het onmenselijk om deze mensen onder het VBL-regime te laten zitten. Is de minister bereid om aan deze wens tegemoet te komen?

De voorzitter: Ik val in als voorzitter, maar ik heb een procesopmerking. Het gesprek waaraan u refereerde, was een besloten gesprek.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Er is een uitgebreide persconferentie geweest waarin de minister verslag heeft kunnen doen van dit gesprek. Wij hebben deze informatie opgedaan om het gesprek met de minister te kunnen aangaan. De voorzitter: Ik wijs u er in elk geval op dat u goed moet opletten welke informatie besloten is en welke niet. Mevrouw Van Nieuwenhuizen heeft een vraag aan u.

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD): Ik vind dit wel wat lastig. Er wordt nu een zin uit een besloten gesprek de wereld in geslingerd, maar ik zou de heer Voordewind toch graag een tegenvraag stellen. Heeft hij tijdens die bijeenkomst niet hetzelfde gehoord als ik? De minister zei dat geen enkel land ter wereld ooit de veiligheid kan garanderen en dat overal ter wereld moorden worden gepleegd et cetera. Daarom zei hij dat je nooit de veiligheid kunt garanderen. Dat is naar mijn idee iets anders dan wat de heer Voordewind wil suggereren.

De heer Voordewind (ChristenUnie): Dank voor de openheid over besloten gesprekken, ook van de collega’s. Die informatie hebben we gewoon nodig om het gesprek met de minister aan te gaan. Ik vond het al een heel rare gang van zaken dat het schijnbaar een besloten gesprek was. Ik heb minister Duski heel expliciet gevraagd: kunt u de veiligheid van terugkerende Irakezen garanderen in Bagdad? Hij heeft gezegd dat hij dit niet kan.

De voorzitter: Ik roep de collega’s toch op om verder niet zo expliciet woordelijk te herhalen wat wel of niet gezegd zou zijn. U kunt refereren aan de brief die gestuurd is, maar niet aan het besloten gesprek. Dat wil ik ook graag zo in het verslag genoteerd hebben. De vraag an sich mag gesteld worden, maar dan meer als: de heer Voordewind stelt een vraag aan de minister over de veiligheidssituatie aldaar. Het woord is nu aan de heer Knops voor zijn inbreng.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari