Bijdrage Carola Schouten aan het algemeen overleg Positie gewetensbezwaarde (trouw)ambtenaar

donderdag 05 juli 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carola Schouten aan minister Spies van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Onderwerp:   Positie gewetensbezwaarde (trouw)ambtenaar

Kamerstuk:   32 550

Datum:            5 juli 2012

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Voorzitter. Vandaag spreken wij over de positie van de gewetensbezwaarde trouwambtenaar en de beslissing van het kabinet om vanwege zijn demissionaire status nu niet verder te spreken over de voorlichting van de Raad van State. Ik heb begrip voor die terughoudendheid. Het gaat hier om grondrechten waarover een zorgvuldig debat en een degelijke kabinetsreactie van een missionair kabinet op hun plaats zijn. De discussie die vandaag wordt gevoerd, toont wel aan dat dit onderwerp veel aspecten omvat en dat een groter debat op zijn plaats is. De conclusie van de Raad van State is helder. Gelet op de aard en de omvang van het vraagstuk twijfelt de afdeling aan de aanvaardbaarheid, nut en noodzaak van een mogelijke specifieke wet gericht op de positie van de gewetensbezwaarde aspirant touwambtenaren. Daarbij acht zij een dergelijke specifieke wet ook kwetsbaar in het licht van nationale en internationale gelijkheidsnormen en mogelijk ook in het licht van de vrijheid van godsdienst. De Raad van State moet helaas constateren, en wij doen dat ook, dat er sprake is van een politiek en maatschappelijk gepolariseerd debat over de positie van de gewetensbezwaarde ambtenaar, terwijl, zo constateert de Raad van State, gezien de Nederlandse positie van tolerantie ten aanzien van afwijkende opvattingen, een pragmatische benadering meer voor de hand zou liggen. Dit standpunt werd in het verleden ook gehuldigd door partijen als de PvdA en GroenLinks. De fractie van de ChristenUnie heeft er dan ook oprecht moeite mee dat er, zonder een zorgvuldige bespreking van de voorlichting van de Raad van State, initiatieven van verschillende partijen als paddenstoelen uit de grond schieten om ambtenaren met oprechte gewetensbezwaren de ruimte te ontnemen om hun vak uit te oefenen of zelfs de mogelijkheid om bij ontslag een beroep te doen op een grondrechten bij de Commissie Gelijke Behandeling.

Mevrouw Hennis-Plasschaert (VVD): Wie bepaalt nu eigenlijk wanneer gewetensbezwaren oprecht zijn? Hoe verhoudt zich dit met de positie van gelovigen en ongelovigen? Stel dat een humanist grote moeite heeft met bijvoorbeeld een enorm leeftijdsverschil. Wie bepaalt dan of dat niet of wel oprecht is?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): De Raad van State geeft al aan dat de invulling van het begrip «gewetensbezwaard» telkens een eigenstandige afweging is. Juist daarom kun je het niet als een blok uitsluiten, zoals nu gebeurt. Juist het feit dat het gaat om gewetensbezwaren en dat die een eigenstandige, zorgvuldige afweging vereisen per individuele casus, leidt ertoe dat je nu niet een algehele uitzondering moet regelen.

Mevrouw Hennis-Plasschaert (VVD): Het probleem is dat wij op dit moment te maken hebben met een collectieve regeling waarop ook collectief een beroep kan worden gedaan door een specifieke groep, en niet door anderen. Het verhaal van mevrouw Schouten staat lijnrecht op wat zij verdedigt.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Nee, juist niet. Wij spreken over een heel specifieke situatie van gewetensbezwaren, maar dit kan ook op heel andere terreinen voorkomen. In het verleden waren er vaak gewetensbezwaren tegen de dienstplicht. Toen werd per casus bekeken of er inderdaad sprake was van een objectieve rechtvaardiging. Juist door nu te zeggen: deze situatie willen wij niet, ontneem je de ruimte om het begrip «gewetensbezwaard» te definiëren naar de voorliggende casus.

Mevrouw Hennis-Plasschaert (VVD): Is mevrouw Schouten het met mij eens dat juist de neutraliteit van de Staat, en dus ook de neutrale ambtenaar in een publieke functie en dus ook de trouwambtenaar, van groot belang zijn om de diversiteit aan religies in onze samenleving te borgen? Die neutraliteit van de Staat is toch juist een garantie voor de vrijheid van godsdienst?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Ik constateer dat het argument van de neutraliteit van de Staat juist wordt misbruikt om de vrijheid van godsdienst in te perken.

De heer Heijnen (PvdA): Mevrouw Schouten maakte een vergelijking met de gewetensbezwaren tegen de dienstplicht. Dit hoor ik vaker in discussies over dit onderwerp. Is zij het ermee eens dat het grote verschil tussen dienstplicht en een trouwambtenaar is dat het eerste een verplichting inhoudt en het tweede een keuze is?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Dat tegenargument hoor ik ook vaak. Het was een voorbeeld, maar er zijn veel meer situaties denkbaar waarin er gewetensbezwaren zijn. Het principiële punt is juist, en dat zeg ik niet alleen, de Raad van State zegt het ook, dat in de tolerante omgeving die Nederland altijd is geweest, per situatie wordt bekeken of er sprake is van gewetensbezwaren. Die ruimte wordt nu ingeperkt. Dat is een principieel punt. Democratie zonder inbedding in de rechtsstaat verwordt tot een louter formele democratie. De meerderheid beslist tot inperking of zelfs opheffing van grondrechten van minderheden. Dat kan formeel wel, maar het deugt niet. Het hart van de democratie klopt in het besef dat de meerderheid zo veel als mogelijk is, ruimte laat aan minderheden. Dit impliceert dat op de weg naar meerderheidsbesluiten en bij de uitvoering daarvan, zo veel mogelijk rekening behoort te worden gehouden met minderheden. Het is hier dat grondrechten hun volle betekenis krijgen. Als zo veel mogelijk recht wordt gedaan aan gewetensbezwaren, ook als de overgrote meerderheid van de bevolking die niet deelt of zelfs verwerpelijk of verachtelijk vindt, is er sprake van echte tolerantie. Ik hoop bij de uiteindelijke bespreking van de voorlichting van de Raad van State op een debat dat aan die democratie recht doet.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari