Commissie Kuiper: 'Belangen van burgers bij privatisering te eenzijdig bekeken'

Commissie Kuiper-3156dinsdag 30 oktober 2012 14:00

'We moeten lessen trekken uit privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten. De belangen van burgers zijn eenzijdig bekeken'. Dat concludeert een parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van ChristenUnie-senator Roel Kuiper. Het is voor het eerst dat de Eerste Kamer een dergelijk onderzoek doet.

Het Nederlandse parlement moet de eigen informatiepositie en controlerende functie versterken. Dertig jaar privatiseren en verzelfstandigen van overheidsdiensten laten zien dat de besluitvorming soms grillig was en dat de uitvoering grotendeels buiten zicht is geraakt. Verbindingen tussen overheid, uitvoerende diensten en burgers vragen nieuw onderhoud. Daarom moeten gegroeide praktijken van privatisering en verzelfstandiging opnieuw worden bezien en waar nodig gecorrigeerd. Het parlement kan daaraan werken en zo publiek vertrouwen bevorderen.   

Dit concludeert ChristenUnie-senator Roel Kuiper met zijn parlementaire onderzoekscommissie van de Eerste Kamer in haar rapport ‘Verbinding verbroken?’ dat dinsdag aan de voorzitter van de Eerste Kamer is aangeboden. De commissie heeft een jaar onderzoek gedaan naar de besluitvorming in Tweede en Eerste Kamer en de effecten van privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten. De commissie heeft onder leiding van senator Roel Kuiper daarbij vier grote operaties diepgaand onderzocht: post en telefonie, de NS, de re-integratiesector en de energiesector. Het onderzoek was een initiatief van oud-ChristenUnie-senator Egbert Schuurman.

De commissie doet achttien aanbevelingen voor het verbeteren van de parlementaire besluitvorming, meer transparantie van de rijksdienst en een betere weging van maatschappelijke (publieke) belangen. In een afzonderlijke uitgave presenteert de commissie een besliskader dat ministeries en parlement hierbij kunnen hanteren. 

Denken over privatisering omgeslagen: van welwillend naar kritisch
De commissie constateert dat er aanvankelijk een breed politiek en maatschappelijk draagvlak was voor privatiseringen en verzelfstandigingen. In de eerste fase ging het om afstoting van overheidsbezit en het bedrijfsmatiger werken van publieke diensten, in de tweede fase om de introductie van marktwerking. Vanaf 2000 breekt een kritische fase aan en ontstaat in het parlement nieuwe aandacht voor publieke belangen en noodzakelijke (nieuwe) overheidsregulering.

Nederland is zonder vastomlijnde bestuurlijke kaders of overkoepelende visie het pad van privatisering en verzelfstandiging opgegaan. Het uitblijven van verwachte resultaten in een aantal sectoren, problemen met de vormgeving van gewenste concurrentie en onoverdachte maatschappelijke effecten hebben een kritischer klimaat doen ontstaan. Het SCP, dat in opdracht van de commissie onderzoek heeft verricht, bevestigt dit: 41 procent van de Nederlanders is inmiddels van mening dat privatisering en verzelfstandigingen schadelijk zijn voor publieke belangen.

Hoewel vereenvoudiging en verkleining van de rijksoverheid werd beoogd, was toenemende bestuurlijke complexiteit veelal het resultaat. Departementen volgen hun eigen aanpak en dragen daardoor bij aan het ontstaan van een archipel aan verzelfstandigde diensten. De commissie vindt dat de rijksoverheid alsnog een taak heeft om hierin meer eenheid aan te brengen en doet daartoe aanbevelingen. De commissie brengt in een bijlage bij het rapport alle (ook voorgenomen) privatiseringen en verzelfstandigingen van de afgelopen decennia in kaart.

Bekijk meer foto's op onze facebookpagina

Parlement moet eigen informatiepositie en controlefunctie versterken
De commissie concludeert dat privatisering en verzelfstandiging de rol van het parlement onduidelijk heeft gemaakt. Niet altijd is meer helder wie waarover gaat. Binnen de kaders van de democratische rechtsstaat moet duidelijk zijn hoe publieke taken publiek worden verantwoord. Ook op dat punt doet de commissie voorstellen voor verbetering. Eén daarvan is dat bestuurders van verzelfstandigde diensten in het parlement verschijnen om deze te informeren over de uitvoering van beleid. Dit kan bijdragen aan het dichten van een democratisch gat in politieke discussies over uitvoering van publieke taken.

Evaluatie van beleid moeten een grotere rol krijgen in de parlementaire praktijk. Nu vinden evaluaties vaak niet plaats of worden niet in het parlement besproken, zo heeft de commissie in haar onderzoek vastgesteld. Ook beveelt de commissie aan de informatiepositie van beide Kamers van de Staten-Generaal te versterken. De Eerste Kamer kan eerder betrokken zijn bij omvangrijke besluitvorming die de publieke inrichting van Nederland betreffen. Daarmee wordt de ‘reflectiekracht’ van de Eerste Kamer beter benut.

Belangen burgers eenzijdig bekeken
De aandacht voor de burger is in het privatiserings- en verzelfstandigingsbeleid eenzijdig te noemen. De burger werd vooral als consument en belastingbetaler gezien. Het onvoldoende wegen van maatschappelijke effecten van besluitvorming raakt de burger echter in zijn dagelijks functioneren.

De overheid staat door privatisering en verzelfstandiging intussen steeds verder af van de burger, zo constateert de commissie. Ook hier is het zaak verbindingen zorgvuldig te onderhouden. De politiek kan hieraan bijdragen door een bredere weging van publieke (maatschappelijke) belangen daadwerkelijk ter hand te nemen en de stem van burgers bij de uitvoering van beleid duidelijker te laten klinken. De commissie doet aanbevelingen voor een verbeterde relatie tussen burgers en publieke dienstverleners.

Samenstelling commissie
De commissie bestond uit de volgende Eerste Kamerleden:Roel Kuiper(ChristenUnie), voorzitter; Frank de Grave (VVD), vicevoorzitter; Arjan Vliegenhart (SP), vicevoorzitter; Guusje ter Horst (PvdA);Kees de Lange(OSF);  Gerrit Terpstra (CDA); Marijke Vos (GroenLinks).

« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari