Peter Ester: 'Forse stappen zetten tegen mensenhandel in de prostitutie'

Peter Ester - Foto: Anne Paul Roukema / ChristenUniewoensdag 31 oktober 2012 19:35

'Nederland moet forse stappen gaan zetten om mensenhandel in de prostitutie aan te pakken.' Dat zei ChristenUnie-senator Peter Ester tijdens een debat over een wet die misstanden in de prostitutie wil aanpakken. Daarnaast pleit Ester voor meer opvangcapaciteit in uitstapprogramma's.

De Eerste Kamer was behoorlijk kritisch op de wet van de regering. Dit gold met name de registratieplicht en de vergewistplicht. De regering gaat daar nu opnieuw naar kijken. Ester denkt dat de effectiviteit en de handhaafbaarheid van de wet daarmee sterker kan worden. Mensenhandel moet bestreden worden. Hij hield een pleidooi voor het zekerstellen van de uitstapprogramma's voor prostituees.

 

Lees hieronder de volledige bijdrage van Peter Ester aan wetsvoorstel 32 211 Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche op 30 oktober 2012

MdV, we bespreken vandaag een wetsvoorstel over de regulering van prostitutie en de bestrijding van misstanden in de seksbranche. En misstanden zijn er. Mensenhandel en gedwongen prostitutie zijn door de legalisering van prostitutie niet verdwenen, zoveel is wel duidelijk. In zijn boek “De fatale fuik”, heeft Henk Werson - expert mensenhandel bij het Korps Landelijke Politiediensten - daarvan vele concrete voorbeelden gedocumenteerd. Bijvoorbeeld het verhaal van de Roemeense meisjes Iulia en Oana, die onder het mom van ‘’een baan in een café’’ naar Nederland worden gehaald waar ze tot prostitutie gedwongen worden. Ze krijgen een vervalst paspoort, worden bedreigd, bang gemaakt voor de Nederlandse politie en durven daarom geen aangifte te doen. Het is precies deze opklimmende reeks van gebeurtenissen die maken dat de beide meisjes in de prostitutiefuik zwemmen. Bij toeval worden ze via een onderzoek naar mensenhandel in de tuinbouwsector uiteindelijk ontdekt en gered.

Voor veel meisjes geldt echter dat deze redding uitblijft. Hun lot is de prostitutiefuik. Uit cijfers van het Coördinatie Centrum Mensenhandel (CoMensha) blijkt dat er vorig jaar circa 1200 (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel bij CoMensha zijn aangemeld. CoMensha stelt dat dit nog maar het topje van de ijsberg is: recent onderzoek laat zien dat slechts de helft van het aantal slachtoffers daadwerkelijk aangifte doet. Dit betreft zowel prostituees als onderbetaalde werkers in de tuinbouw. Terecht worden deze slachtoffers als ‘moderne slaven’ bestempeld. Een conservatieve schatting komt neer op zo’n 400 gedwongen prostituees: dat zijn er 400 te veel. Deze slachtoffers worden op tal van slinkse manieren afhankelijk gemaakt, bijvoorbeeld doordat valse papieren en huisvesting door de mensenhandelaar geregeld worden. Lichamelijke maar ook geestelijke intimidatie worden niet geschuwd. Een keiharde wereld waarin geweld, onderwerping, afpersing en misbruik schering en inslag zijn.

MdV, zoals bekend plaatst de ChristenUnie grote principiële vraagtekens bij de legaliteit van de seksbranche. En ik weet dat ik daarover met sommige collega’s van mening verschil. We zijn het er echter allemaal over eens dat van gedwongen prostitutie nooit sprake zou mogen zijn. Als de meerderheid dan kiest voor het legaliseren van de sector, dan moet dat ook onder werkelijk legale omstandigheden. In ieder geval is een meer doelmatige regulering en aanpak van de seksbranche noodzakelijk. Het voorkomen van en bevrijden uit misdadige mensenhandelsituaties is voor mijn fractie essentieel. Niet regels maken om het regels hebben maar om misstanden te voorkomen, dat moet het devies zijn. Daarom zijn effectieve maatregelen nodig. De weging van effectiviteit van de voorgestelde maatregelen zal daarom in mijn bijdrage centraal staan. Ik begin met de weigeringsgronden rond de registratieplicht. Daarna zal de nul-optie aan bod komen, vervolgens de uitstapprogramma’s en dan de strafbaarstelling van de klant. Ik sluit mijn bijdrage af met de beveiliging van persoonsgegevens.

Alvorens ik mijn betoog begin wil ik nog een procedurele vraag stellen aan de Minister. Halverwege vorig jaar verscheen de EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel 2012-2016. Het gaat hier om een omvattende strategie waarin ook veel van de lidstaten verwacht wordt. De betreffende notitie, E120021, hoort ook bij de stukken bij dit wetsvoorstel. Kan de Minister met de Senaat delen wat zijn opvattingen zijn over deze EU- strategie en hoe deze strategie zich verhoudt tot dit wetsontwerp? Neemt de regering de Europese beleidsprioriteiten over en legt het ook eigen accenten? Mijn fractie waardeert een korte reflectie van de Minister op deze samenhang der dingen.

De weigeringsgronden met betrekking tot registratieplicht

MdV, zodra deze wet in werking treedt zullen prostituees zich moeten laten registreren via een registratiegesprek. Tijdens dit registratiegesprek met een ter zake kundige GGD-er krijgen prostituees de kans om van zich te laten horen. In een veilige omgeving, zonder veroordeling maar met het aanbod van medische en sociale hulp. De ChristenUnie-fractie denkt dat we met dit onderdeel van de wet een instrument in handen hebben waarmee in ieder geval een begin gemaakt kan worden met het detecteren en voorkomen van misstanden. Door in een registratiegesprek een luisterend oor maar ook advies op medisch en sociaal vlak te bieden, weten prostituees waar ze in het vervolg terecht kunnen. Deze contactmomenten kunnen aanknopingspunten zijn voor nader contact; de prostituee weet nu waar ze voor medische en sociale hulp kan aankloppen en er komt tenminste zicht op een aantal prostituees. Dit zijn al met al niet onbelangrijke pluspunten.

MdV, ik kom nu op een wat minder sterk punt van de wet, namelijk het feit dat het vermoeden van slachtofferschap geen weigeringsgrond is voor een registratie. Hierdoor bestaat de kans dat er een schijnwerkelijkheid van vrijwillige want geregistreerde prostitutie ontstaat. Kan de Minister aangeven hoe hij er zorg voor gaat dragen dat het register geen schijnwerkelijkheid wordt? Enerzijds is het wel begrijpelijk dat het vermoeden van slachtofferschap geen weigeringsgrond kan zijn bij de registratie van prostituees: het veld heeft duidelijk laten blijken dat een zware intake nodig is om vermoedens van slachtofferschap vast te kunnen stellen. Een zware intake zou ook drempelverhogend werken. Maar anderzijds mag het vermoeden van slachtofferschap niet zomaar aan de kant worden geschoven omdat een zware intake als belastend wordt beschouwd, de registratie ten spijt.

Niet vergeten mag worden dat ook de branche-exploitanten hier een schimmige rol spelen.

Uit de informatiebijeenkomst van 12 juni jl. wordt duidelijk dat exploitanten de prostitutieregelgeving goed in de gaten houden om deze des te beter te kunnen omzeilen. Het voorbeeld van de B9-regeling uit de Vreemdelingencirculaire wordt aangehaald: dit is een regeling waarin slachtoffers van mensenhandel middelen ter beschikking worden gesteld. Slachtoffers worden vooraf door mensenhandelaren geïnstrueerd deze regeling aan te halen. Een meisje uit Nigeria of Bulgarije weet, zo mag men aannemen, doorgaans niet zelf van het bestaan van een dergelijke regeling af. Deze redenering kan ook worden doorgetrokken naar de registratie: vrouwen kunnen door hun exploitant gedwongen worden om een registratie te regelen waardoor hun slachtofferschap in het verborgene blijft.

In het gewijzigd voorstel van wet ( 29 maart 2011) stelt artikel 6 lid 3 dat zodra, ik citeer, ‘’het ernstige vermoeden ontstaat dat er sprake is van prostitutie onder dwang’’, er melding wordt gemaakt ‘’bij de ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak’’. Kan de Minister aangeven welke informatie bij een dergelijke melding wordt doorgegeven? Kan de Minister garanderen dat de politie bij een dergelijke melding snel kan ingrijpen of zijn er wettelijke drempels waardoor de politie niet direct tot actie over kan of mag gaan? Zodra een registratiegesprek met een vermoedelijk slachtoffer heeft plaatsgevonden, is de kans immers groot dat de prostituee weer gauw aan het werk zal moeten. En het is vanzelfsprekend geboden dat slachtoffers geen moment langer misbruikt worden.

De nul-optie

MdV, dan de nul-optie. De Raad van State meent dat de prostitutiebranche gemakkelijk van legaal naar illegaal kan verschuiven. Onder andere omdat het ontbreekt aan gecentraliseerde regulering: kreeg je als exploitant voorheen in de ene gemeente geen vergunning, dan kon je het altijd in een andere gemeente met minder strenge regels proberen. Dit wetsvoorstel introduceert een landelijke vergunningenplicht met daarnaast de algehele registratieplicht. Dat is in dit licht een goede zaak. Gemeenten kunnen op basis van artikel 149 en 151a van de Gemeentewet vormen van exploitatie van prostitutie door middel van gemeentelijke vergunningen reguleren. Ze kunnen een vergunningenstelsel invoeren en bestemmingsplannen gebruiken om vestiging van seksinrichtingen te reguleren. Naar aanleiding van evaluaties en rapporten over de effecten van de opheffing van het bordeelverbod blijkt dat zowel in het vergunningspichtige als in het niet-vergunningsplichtige deel van de sector misstanden voorkomen. Helaas moeten we constateren dat het hebben van een vergunning niet wil zeggen dat er daarom sprake is van een vrijwillige en veilige werksituatie. Een vergunning, ook voor thuiswerkers, is een eerste stap naar goed toezicht: er is bekend wie waar werkt en er kan op die manier beter gesurveilleerd en gehandhaafd worden.

De Minister vindt het te ver gaan om prostitutie die in de beslotenheid van de eigen woning plaatsvindt aan vergunningen te onderwerpen. De redenering is dat de thuiswerkers nog altijd zullen moeten voldoen aan de registratieplicht, zodat toezicht op de branche mogelijk blijft. De Minister heeft in de ogen van mijn fractie een nogal hoge pet op van de registratieplicht en gaat er te makkelijk van uit dat de thuiswerkers en masse gehoor zullen geven aan deze plicht zich te laten registreren. Kan de Minister aangeven waarop hij deze verwachting baseert? En hoe denkt de Minister het toezicht op thuiswerkers vorm te geven? Ziet hij misstanden in de thuiswerkbranche en wat heeft hij in petto om hier tegen op te treden, ook in preventieve zin?

Uitstapprogramma’s

Voorzitter, ik kom op een voor mijn fractie aangelegen punt. De ChristenUnie is van ouds van mening dat misstanden in de seksbranche pas echt in de ban gedaan kunnen worden, wanneer alle prostituees die uit deze branche willen stappen terecht kunnen bij uitstapprogramma’s. Het is dan ook mooi om te lezen dat de Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees (RUPS) goed is overgedragen aan de gemeenten. Kan de Minister de laatste stand van zaken geven? Is er een discrepantie tussen vraag en aanbod? Zo ja, hoe denkt de Minister deze mismatch te slechten?

Een 13-tal gesubsidieerde gemeenten zijn er door de Minister per brief op gewezen de uitstapprogramma’s toch vooral over te nemen. Het wachten is vooralsnog op Rotterdam en Haarlem. Kan de Minister aangeven of deze gemeenten inmiddels ook hebben toegezegd de programma’s te adopteren? Kan de Minister ook aangeven wat de stand van zaken is in Deventer en Amsterdam waar, naar ik aanneem, inmiddels besluitvorming heeft plaatsgevonden? Op welke wijze zal de Minister financiering regelen wanneer blijkt dat gemeenten vanwege budgettaire redenen de programma's niet overnemen?

Mijn fractie hecht zeer aan voldoende opvangcapaciteit van de uitstapprogramma's. Vanwege het ‘’besmette’’ arbeidsverleden en alle schaamte die daarmee gepaard gaat, is het bepaald niet makkelijk om over te stappen naar een baan buiten de seksbranche. Het vraagt veel moed. Is men niet gedwongen, dan is men vaak uit nood begonnen aan een dergelijke baan. Schulden, armoede in het thuisland of een gebrek aan opleiding zijn vaak in combinatie aanleiding om met prostitutiewerk te beginnen. De sociale startpositie van deze prostituees is vaak slecht en juist het bieden van uitstapprogramma’s kan hen helpen een nieuwe weg in te slaan.

Beveiliging persoonsgegevens

MdV, zodra deze wet van kracht wordt zal in het landelijke register een drietal nummers aan elkaar gekoppeld worden; het (werk)telefoonnummer van de prostituee, het burgerservicenummer en het uiteindelijke registratienummer. De prostituee moet als ze een advertentie plaatst een registratienummer vermelden. Van belang is dat deze gegevens goed beveiligd dienen te worden. Dat vindt mijn fractie nog onvoldoende gewaarborgd. Vele prostituees werken niet vrijwillig in deze branche en kennen angst en schaamte. Ondanks het feit dat men niet vrijwillig werkt wil men de familie en vrienden de schade en schande niet aan doen. Begrijpelijkerwijs zijn deze vrouwen huiverig om hun gegevens te laten registreren. Deze vrees bestaat echter ook onder vrouwen die wel vrijwillig voor de seksbranche hebben gekozen. Sommigen hebben naast dit werk een baan en willen uit vrees voor ontslag of anderszins negatieve gevolgen niet bij de gemeente of welk overheidsorgaan dan ook geregistreerd staan. Tenzij overtuigende en harde toezeggingen gedaan kunnen worden waar het de bescherming van hun persoonsgegevens betreft, zal deze groep zich niet laten registreren hoewel zij vrijwillig werken. Opnieuw - net als bij de weigeringsgronden die ik eerder besprak - bestaat er in dat geval een gerede kans dat het landelijke register een vertekend beeld geeft: het slachtofferschap van gedwongen prostituees wordt schijnbaar legaal gemaakt via hun registratie. Maar de achterkant van het verhaal is dat veel vrijwillige prostituees hun toevlucht zullen nemen tot de illegaliteit. Zij willen geen onuitwisbare sporen van hun prostitutiewerkzaamheden achterlaten.

We moeten derhalve de registratiedrempel zo laag mogelijk houden. In dit licht wil mijn fractie de Minister vragen welke concrete maatregelen hij gaat nemen om privacy te garanderen en te borgen? Hoe gaat hij voorkomen dat de vrees voor privacyschendingen registratie in de weg gaat staan? Heeft hij enig idee van het bereik van de registratiemaatregel?

Vergewisplicht

Een ander punt van zorg, MdV, in deze wet is de vergewisplicht. De klant moet zich vergewissen van het feit dat hij te maken heeft met een geregistreerde prostituee alvorens hij van de diensten gebruik maakt. De regering stelde een registratiepasje voor zodat de prostituee eenvoudig zou kunnen aantonen dat ze daadwerkelijk geregistreerd is. Het registratiepasje is echter van de baan maar daarmee is wel een probleem ontstaan, namelijk: hoe kan de klant waterdicht checken of hij met een geregistreerde prostituee te maken heeft? Als een klant dit niet goed kan controleren, ontstaat er een probleem met de strafbaarstelling. De oplossing ligt, wat de Minister betreft, in een ‘’hit-or-no-hit’’ telefoongesprek. Om zich te vergewissen dat de klant met een geregistreerde prostituee van doen heeft moet de klant eerst naar een landelijk nummer bellen, sms-en of emailen om te achterhalen of het registratienummer spoort met het opgegeven burgerservicenummer. Als er een match is tussen registratienummer en burgerservicenummer, dan is er geen probleem. Maar hoe kan de klant weten of de prostituee de juiste nummers doorgeeft? Mocht een en ander niet kloppen, hoe kan de klant dan aantonen dat hij zijn vergewisplicht wel is nagekomen? Uit de stukken komt naar voren dat de klant zijn telefoon moet laten uitlezen of dat inzicht gegeven moet worden in het e-mailverkeer van de klant. Dit lijkt heel doortastend beleid maar wat is het realiteitsgehalte? Hoe zal dit in de praktijk functioneren? Hoewel de uitwerking van deze methode nog niet volledig is uitontwikkeld wil mijn fractie dit punt onder de aandacht brengen. Kan de Minister aangeven wat de stand van zaken is wat betreft de te gebruiken methode van de vergewisplicht? Is de doelgroep in de ogen van de Minister überhaupt genegen om een aantal nogal omslachtige handelingen te verrichten? De psychologie van het moment - ik probeer zo kies mogelijk te formuleren - verhoudt zich slecht met administratieve rompslomp. Ziet de Minister deze aanpak als een sluitend en waterdicht systeem? Hoe schat hij het realiteitsgehalte van de maatregelen in?

Voor mijn fractie is, ik gaf het al aan, de effectiviteit van de wetswijzigingen bepalend. Dit betekent dat er een balans moet zijn tussen registratieplicht en vergewisplicht. Als er hiaten zitten in de uitvoerbaarheid van de strafbaarstelling van de klant, zo zullen velen redeneren, dan kan de registratie van de prostituee ook wel achterwege gelaten worden. Hoe beoordeelt de Minister deze balans? Is er in zijn ogen sprake van een evenwicht tussen de plichten van de klant en de plichten van de prostituee?

Handhaafbaarheid en efficiency

Handhaafbaarheid van de wet, MdV, is uiteraard van doorslaggevende betekenis. Het kabinet geeft echter aan dat er zowel bij politie als bij gemeenten geen extra geld voor toezicht en handhaving vrijkomt. Het kabinet rekent zich alvast rijk door te stellen dat er een efficiencyslag gemaakt kan worden door het slim organiseren van het toezicht. Deze argumentatie bereikt ons wel vaker. Kan de Minister hier wat concreter zijn? Wat hapert er aan het huidige toezicht?

Hoe gaat de Minister er voor zorgen dat de voorgestelde maatregelen effectief zullen worden gehandhaafd? Dit geldt niet alleen voor de handhaving van de vergewisplicht maar even goed voor de handhaving en het toezicht in de gehele sector. Denkt de Minister dat er een dusdanig grote efficiencyslag te maken valt dat extra geld voor handhaving en toezicht niet nodig is? Waar baseert hij deze argumentatie op? Graag een reactie van de Minister.

MdV, het voorkomen en bestrijden van misstanden in de seksbranche en mensenhandel vereist expertise. Dat mag niet onderschat worden. In het eerder deze maand uitgekomen rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel worden specialisatie en opleiding voor rechters en officieren in mensenhandelzaken zelfs als eerste aanbeveling genoemd. Het artikel over mensenhandel in het Wetboek van Strafrecht is het langste artikel in dit wetboek hetgeen wel iets zegt over de complexiteit van de onderhavige thematiek. Het is dan ook goed om te weten dat Nederlandse rechtbanken deze aanbeveling overnemen en besloten hebben om aparte rechters voor mensenhandelzaken op te gaan leiden. De Minister stelt dat gemeenten en politie op basis van wisselende prioriteiten moeten gaan werken zo dat toch voldoende aandacht gegeven kan worden aan veel onderwerpen. Staat dit beleidsadagium niet haaks op de these dat juist specialistische kennis op het gebied van mensenhandel bestrijding dringend gewenst is? De ChristenUnie vindt de aanpak van mensenhandel dermate belangrijk dat wij niet voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten. Expertise is duur maar niet waar het bestrijding van mensenhandel betreft. Kan de Minister inhoudelijk reageren op het eerder deze maand uitgekomen rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel? Welke aanbevelingen neemt hij over en hoe gaat hij deze financieren? Is hij bereid om zo nodig extra middelen te zoeken waar het de uitvoering betreft van aanbevelingen uit dit gezaghebbende rapport?

Sancties

Dan de sancties. Er zijn drie groepen actoren: de prostituee, de exploitant en de klant. Mijn fractie acht de boete bij overtreding door de prostituee proportioneel. De sancties van wetsovertreding, met name de toepassing van het strafrecht op de exploitant, zijn wat onhelder. Dat geldt ook voor de klant die de wet overtreedt. Kan de Minister het sanctiebeleid in zijn concrete uitwerking nog eens kort toelichten? Het nieuwe Regeerakkoord houdt ons voor dat, ik citeer,” mensenhandel en daaraangerelateerd prostitutie worden harder bestreden”. Betekent dit dat de sancties in dit wetsvoorstel worden aangescherpt?

Evaluatie

Mijn fractie, MdV, hecht aan een grondige evaluatie van dit belangrijke wetsvoorstel. De bestrijding van misstanden in de seksbranche is voor ons een wezenlijke kwestie. Ik verneem graag van de Minister de toezegging dat de wet op gedegen en omvattende wijze geëvalueerd zal worden. Dit achten wij nuttig voor alle onderdelen van de wet, waaronder de registratieplicht, de vergewisplicht en de handhaafbaarheid. En dat alles uiteraard in het licht van het terugdringen van misstanden in de seksbranche. Daar gaat het immers allemaal om. Kan de Minister met ons delen hoe en op welke wijze hij de wet integraal gaat evalueren?

MdV, dit weekend werd bekend dat er een mooie positie in het nieuwe kabinet weggelegd voor de loco-burgemeester van Amsterdam, Lodewijk Asscher. Als PvdA-wethouder maakte hij naam in de strijd tegen misstanden in de prostitutie in zijn stad. Nog onlangs stelde Asscher dat als de nieuwe Prostitutiewet zoals wij die vandaag hier bespreken geen effect heeft op het terugdringen van de mensenhandel, de invoering van het Zweedse model - ofwel het strafbaar stellen van prostitueebezoek – moet worden overwogen. Graag krijgt mijn fractie een reactie van de Minister op deze overweging van onze nieuwe vice-premier. Is hij bereid om het Zweedse model ook mee te nemen in de evaluatie van de wet?

Besluit

MdV, ik rond af. Iulia en Oana, de Roemeense meisjes waar ik mijn bijdrage mee begon, hadden geluk. Ze werden per toeval ontdekt. Maar het was een geluk bij een groot ongeluk. Ze zijn geschaad voor het leven. Het is dramatisch om te moeten constateren dat zij niet de eersten waren die dit overkwam en dat ze ook niet de laatsten zullen zijn. Mensenhandel en gedwongen prostitutie zijn hartverscheurend en onacceptabel. Mijn fractie gelooft niet dat deze wet voldoende is om de misstanden volledig uit te bannen. Maar mijn fractie hoopt wel dat het een stap in de goede richting zet. En vooral dat deze wet het begin van een einde zal zijn. Is het dan niet van de legale prostitutiebranche als geheel, dan toch tenminste voor een aantal van de slachtoffers van deze moderne slavernij.

Zou het niet mooi zijn, MdV, indien we als Nederland nu eens niet internationaal bekend zouden staan om ons liberale prostitutiebeleid maar juist om onze effectieve bestrijding van mensenhandel? Voor de ChristenUnie is dat het echte wervende perspectief.

« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari