Bijdrage Carola Schouten aan het plenair debat Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV)

dinsdag 11 december 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carola Schouten aan het plenair debat inzake de Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV)

Onderwerp:   Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid (33400-XV)

Kamerstuk:    33 400 – XV

Datum:            11 december 2012

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. De seinen staan op rood. We roepen dat hier wel vaker, maar afgelopen week kwam er een aantal verontrustende berichten naar buiten die dit bevestigen. De Nederlandsche Bank waarschuwt voor een verder krimpende economie en oplopende werkloosheid. Werkgevers geven aan dat ze nog meer mensen moeten ontslaan. De gevolgen van de crisis beginnen de samenleving diep te raken. 536.000 mensen staan nu al aan de kant. Slechts drie op de tien 50-plussers lukt het om binnen een jaar werk te vinden. 115.000 jongeren zitten werkloos thuis. Heb je een arbeidsbeperking, dan zijn je kansen op werk helemaal klein.

Met deze sombere situatie in het vooruitzicht moeten de nieuwe minister en de een beetje nieuwe staatssecretaris aan de slag. Ik wens hun daarbij overigens veel wijsheid toe, want het is geen eenvoudige taak in deze tijd. Het is nodig dat er wordt gewerkt aan herstel van vertrouwen. Het is aan het kabinet om deze handschoen op te pakken. Ik val maar met de deur in huis: het kabinet doet onvoldoende om dit vertrouwen te herstellen. Sterker nog, het kabinet roept juist grote onzekerheid bij mensen op. In tijden waarin velen vrezen voor hun baan, gaat het kabinet de WW-duur fors verkorten: maximaal een jaar WW en daarna nog maximaal een jaar op WML-niveau. Je zult maar begin 50 zijn en je baan verliezen. Dan weet je dat je kans op werk minimaal is, dat je na een jaar je hypotheek niet meer kunt betalen en dat je vervolgens met een forse restschuld komt te zitten als je je huis moet verkopen. Is dat werkelijk het perspectief dat dit kabinet aan mensen wil bieden?

Het mag duidelijk zijn dat de ChristenUnie grote bezwaren heeft tegen het verkorten van de WW-duur, helemaal in deze tijd. De WW-fondsen raken snel leeg. Dat zien wij ook. Maar was het niet de PvdA zelf -- ik vroeg dat ook al aan mevrouw Hamer -- die dit al in 2007 en in 2010 signaleerde en toen voorstelde om de werknemerspremie in de WW van de nul af te halen? Waarom is daar nu niet voor gekozen? Ik roep het kabinet op om de huidige duur en hoogte van de WW te handhaven en daarvoor dekking te zoeken door bijvoorbeeld het opnieuw introduceren van de WW-premie voor werknemers. Dat heet solidariteit. Deze bewindslieden zouden daar gevoelig voor moeten zijn.

Het ontbreekt aan een visie op het van werk naar werk begeleiden van werknemers. Eerder, in de plannen van het Lenteakkoord, hebben we daar voorstellen voor gedaan: we gaven daarin de werkgever een verantwoordelijkheid gedurende de eerste zes maanden van werkloosheid. Hierdoor ontstond een prikkel om tijdig te investeren in de arbeidskansen van werknemers. Hoe gaat het kabinet er nu voor zorgen dat werknemers duurzaam inzetbaar blijven? Ik hoop hierop een uitgebreide reactie te krijgen.

In het bijzonder wil ik aandacht vragen voor een categorie mensen voor wie "van werk naar werk" letterlijk van levensbelang kan zijn: de prostituees die uit het vak willen stappen. Deze minister heeft zelf gezien hoe moeilijk en hardnekkig deze problematiek is en hoe cruciaal het is dat deze vrouwen -- het zijn doorgaans vrouwen -- een alternatieve werkplek krijgen als ze uit de prostitutie willen. De uitstapprogramma's zijn nu lokaal belegd, maar op veel plekken zijn ze wegbezuinigd. Velen willen geloven dat prostitutie een normaal beroep is. Dan moet het ook normaal worden dat deze vrouwen zich kunnen omscholen naar een ander beroep en daarbij begeleiding krijgen. Daarvoor moeten middelen beschikbaar komen. Ik zal morgen een amendement indienen om speciaal voor deze doelgroep middelen beschikbaar te stellen.

De minister is in gesprek met de sociale partners over de invulling van een sociaal akkoord. Eerder is de motie-Slob aangenomen om de sociale partners ruimte te geven voor het aandragen van alternatieven en verbeteringen. Hoe staat het nu met die gesprekken? Hoe snel is er zicht op een akkoord?

De jongerenvakbonden hebben onlangs een oproep gedaan om te komen tot een nieuw Akkoord van Wassenaar. Mijn fractie ondersteunt die oproep van harte. We moeten niet met de rug naar elkaar toe gaan staan, maar juist met elkaar optrekken om weer zekerheid en perspectief te krijgen, ook en juist tussen de generaties.

Is de minister bereid om bij een te sluiten sociaal akkoord ook de jongerenvakbonden te betrekken om er zo een generatieakkoord van te maken? Ik doe een suggestie voor een onderdeel van het akkoord, namelijk het tegengaan van de jeugdwerkloosheid. Voor jongeren wordt het steeds lastiger om een passende baan te vinden. Stage- en leerwerkplaatsen bieden jongeren de broodnodige werkervaring en vormen vaak een opstap naar werk. Is de minister bereid om in het generatieakkoord met werkgevers en werknemers afspraken te maken over het realiseren van extra stage- en leerwerkplaatsen?

De crisis brengt voor veel huishoudens met zich mee dat zij in de schulden raken. Ongeveer één miljoen huishoudens hebben inmiddels problematische schulden. Dat veroorzaakt een ongelooflijk leed, maar ook veel maatschappelijke schade doordat rekeningen niet worden betaald. Voorkomen is beter dan genezen, is ook hier nog steeds het credo. Daarom heeft mijn fractie al vaak opgeroepen om tot een landelijk systeem van schuldenregistratie te komen. Het BKR heeft deze oproep onlangs ook gedaan. Via het Landelijk Informatiesysteem Schulden wordt gewerkt aan de Vroegsignalering index Probleemschulden. Hoe staat het hier nu mee? De tijd begint te dringen. Er moet nu eens een goed schuldenregistratiesysteem opgezet worden. Als dat niet vrijwillig lukt, moet het afgedwongen worden. Is het kabinet hiertoe bereid?

Ik wil hier één specifieke schuldencategorie noemen die nu niet wordt geregistreerd, maar waar wel een noodzaak toe is. Dat betreft de studieschulden. Met de invoering van het sociaal leenstelsel zal de studieschuld nog harder oplopen. Mijn fractie heeft hier bij de behandeling van de begroting van OCW al voor gewaarschuwd. Als het leenstelsel toch wordt ingevoerd, moeten wij voorkomen dat mensen nog verder in de schulden wegzakken. Daarvoor is goede registratie een eerste vereiste. Is de staatssecretaris bereid om studieschulden in het LIS, als dat er straks komt, als aparte categorie te registreren?

Wanneer mensen al met schulden kampen, wordt de situatie vaak steeds erger. De beslagvrije voet wordt door zowel overheidsorganisaties als gerechtsdeurwaarders niet gerespecteerd. De Nationale ombudsman heeft hier onlangs een kritisch rapport over gepubliceerd. De problematiek is al lang bekend. Begin dit jaar verscheen het rapport Paritas Passé, over ongelijke incassobevoegdheden en de negatieve gevolgen daarvan voor schuldeisers en schuldhebbers. De staatssecretaris heeft hier gisteren een brief over gestuurd. Zij wil onderzoeken of een landelijk beslagregister wenselijk is. Naar mijn mening zijn wij dat punt al lang voorbij. Wij moeten het nu gewoon gaan regelen. Is de staatssecretaris bereid om snel met een beslagregister te komen?

Ik vraag de staatssecretaris ook om met een rijksincassovisie te komen. Als mensen wel willen terugbetalen, maar niet kunnen, moet de overheid beslaglegging niet doordrukken, maar meewerken aan fatsoenlijke betalingsregelingen. Is zij bereid om met een dergelijke visie te komen?

Ik kom bij de Participatiewet, de wet van het nieuwe kabinet die waarschijnlijk de meeste impact gaat hebben. Bij de behandeling van de Wet werken naar vermogen was de bezuiniging op begeleiding van mensen met een arbeidsbeperking een van de grootste knelpunten. Nu wordt er nog een schep bovenop gedaan. Dit kabinet snoeit nog eens 200 miljoen op het re-integratiebudget bovenop de eerdere korting van 400 miljoen. Quota kunnen het effect hiervan naar onze mening niet verhelpen. Werkgevers die nu al veel doen, geven dat ook aan.

Wat werkgevers nodig hebben, is een overheid die faciliteert en ontzorgt. Er moet dus meer worden gewerkt met detachering. Ook in de matching van werknemers en werkgevers is een wereld te winnen. Daarnaast moeten via aanbestedingen meer kansen worden gecreëerd voor mensen met een beperking. In dit kader vraag ik speciaal aandacht voor de Social Return Prestatieladder. Hierbij krijgen bedrijven die meer mensen met een arbeidshandicap in dienst hebben een plus bij de aanbesteding. Dat is een prachtig initiatief dat meer kansen op werk biedt dan een quotum. Is de staatssecretaris bereid om er bij haar collega's op aan te dringen om bij overheidsaanbestedingen de Social Return Prestatieladder zwaarder te laten meewegen en dit ook bij gemeenten aan de orde te stellen?

De plannen rondom de WSW zijn nog uitermate vaag. Eerlijk gezegd maakt mijn fractie zich grote zorgen over de toekomst van de SW-bedrijven. Een beschutte werkplaats moet beschikbaar blijven voor mensen die nooit in een regulier bedrijf zullen kunnen werken. Met de plannen van het kabinet is het de vraag hoe dit gaat uitwerken. Wanneer kan de staatssecretaris hier meer duidelijkheid over geven? Wij willen hier zeer snel meer informatie over, ook omdat veel mensen in de WSW zich nu grote zorgen maken.

Ik kom aan het einde van mijn betoog. Eén maatregel die mijn fractie enorm zwaar op de maag ligt, is de beperking van de maximale duur van de nabestaandenuitkering tot één jaar.

In de regeling staat dat het maximaal één jaar is. Waaraan wordt die maximale duur gerelateerd? Met andere woorden, wat bepaalt hoe lang de duur wordt en hoeveel maanden nabestaanden nog recht hebben op die uitkering? Kan het dan ook voorkomen dat de nabestaande slechts een enkele maand een uitkering krijgt? Ik hoop het niet, maar ik wil daar graag meer duidelijkheid over. Wij komen vast nog vaak te spreken over dit onderwerp, maar ik wil hier nu wel de volgende indringende vraag neerleggen: wat is de boodschap van deze bewindspersonen aan al die mannen en vrouwen die na een groot verdriet, terwijl zij mogelijk ook nog kleine kinderen hebben, in de huidige arbeidsmarkt een baan moeten zoeken die voldoende oplevert om een heel gezin te onderhouden? In een dergelijke situatie moeten wij juist om deze mensen heen gaan staan en hen niet opjagen naar de arbeidsmarkt. Ik hoop oprecht dat het kabinet deze maatregel wil heroverwegen.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

 


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari