Kuiper: Eerste Kamer komt op voor belangen van burger

dinsdag 22 januari 2013 09:50

Als de overheid alleen haar eigen financiële belangen laat wegen, raakt de burger uit beeld. Dat de Eerste Kamer zich daartegen keert, is alleen maar toe te juichen, stelt Eerste Kamerlid Roel Kuiper in het Reformatorisch Dagblad.

Vorige week schreef Gerrit de Jong, oud-lid van de Rekenkamer, over het parlementair onderzoek dat de Eerste Kamer onlangs uitvoerde. Dat onderzoek ging over dertig jaar privatiseringsbeleid. Volgens De Jong ziet de Eerste Kamer de „sluipende socialisering” van de samenleving echter over het hoofd.

De Jong wijst op de toegenomen controle van de staat op maatschappelijke sectoren. De uitvoering van sociale verzekeringen is de sociale partners uit handen genomen. Premies worden vervangen door belastingen, ouderen betalen mee aan de AOW, woningbouwcorporaties krijgen te maken met afroming door de overheid. Abraham Kuyper zou dit allemaal vast niet hebben gewild, aldus De Jong.

Ik ben het met De Jong eens dat het nodig is hier de vinger aan de pols te houden. Zijn zorgen kan ik delen. Het parlementair onderzoek dat de Eerste Kamer heeft verricht, ging echter niet over socialisatie of nieuwe vormen van nationalisatie (de beweging naar de overheid toe), maar over privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten (de beweging van de overheid af). Gerrit de Jong is onderzoeker genoeg om te weten dat een commissie die met een opdracht op pad is gestuurd zich aan haar opdracht heeft te houden. Maar ik ontdek hier wel een gemeenschappelijke noemer: de omgang met belangen van burgers en publieke verantwoordelijkheden.

Dat was precies de reden voor de instelling van het parlementaire onderzoek naar de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten. Of belangen van burgers wel voldoende waren gewogen, was al langere tijd aan twijfel onderhevig, niet in de laatste plaats bij die burger zelf. Onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau laat zien dat 72 procent van de burgers vindt dat getoetst moet worden of privatiseringen en verzelfstandigingen achteraf goede beslissingen zijn geweest. Dat heeft alles te maken met tegenvallende resultaten, kwaliteitsverlies van publieke dienstverlening en onvoorziene effecten (o.a. maatschappelijke kosten). Het is goed als de politiek zich verantwoordt voor haar eigen besluitvorming.

Dat heeft de Eerste Kamer gedaan. De aandacht van de onderzoekscommissie is in het bijzonder uitgegaan naar het proces van parlementaire besluitvorming. De overheid wilde kleiner worden, efficiënter, en verwachtte in de jaren 1990 veel van marktwerking. Dat heeft niet geleid tot de beste besluitvorming. Het parlement heeft de complexiteit van de ingrepen nogal eens onderschat. Belangen van burgers zijn daarbij onvoldoende gewogen.

Het onderzoek van de Eerste Kamer is niet per definitie negatief over privatisering en verzelfstandiging, maar geeft aan hoe, gegeven de ontwikkelingen, gewerkt kan worden aan verbetering van ontstane situaties. Er wordt een route aangegeven voor houdbare oplossingen, bijvoorbeeld in het geval van de NS. Daartoe hoort onder meer verbetering van toezicht en versterking van democratische controle. Voorwaar geen kleinigheid, zo weten we inmiddels uit al die situaties waarin het toezicht in de afgelopen jaren faalde. Denk aan de laatste berichten over gebrek aan toezicht bij de woningbouwcorporaties.

Wanneer De Jong voorstellen afdoet als „utopie van het voormalige Oost-Duitsland” is dat vooral een flauwe opmerking. Het is juist de Rekenkamer, waar De Jong aan verbonden was, die wees op wildgroei bij de overheid en die zeer heeft aangedrongen op betere besluitvorming en versterking van toezicht op verzelfstandigde delen van de overheid.

Het is van het grootste belang dat er bij overheid en burger een sterker gevoel gaat leven voor wat publieke belangen zijn. Die liggen natuurlijk ook op het gebied van de sociale zekerheid. Dat is het punt dat De Jong terecht maakt. Het is nodig goed zicht te houden op de publieke taak van de overheid en ieders rol en verantwoordelijkheid in de samenleving. Maar als de toestand van ’s Rijks financiën zo ongeveer de enige leidraad van overheidshandelen is geworden, verzwakt de staat in zijn overige functies. Publieke belangen en maatschappelijke taken komen dan gemakkelijk in de knel en de burger raakt buiten beeld. Die ontwikkeling is helaas volop gaande. Dat de Eerste Kamer daarvoor de ogen opent is alleen maar toe te juichen.

De auteur is fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Eerste Kamer en oud-voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten van de Eerste Kamer. Het rapport van de onderzoekscommissie is te downloaden via de website van de Eerste Kamer.

« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari