Christenpesten (column in De Reformatie)

woensdag 30 januari 2013 11:35

Onlangs werd de jaarlijkse ranglijst Christenvervolging van Open Doors gepresenteerd van landen die christenen het zwaarst vervolgen. Doorgaans zijn ranglijstjes spannend, verrassend en vermakelijk. Zo niet deze lijst. Achter de kille cijfers gaat een enorm leed schuil. In Noord-Korea wordt je geëxecuteerd of volgt het strafkamp wanneer je een bijbel in je bezit hebt. Een gevoel van ongeloof, onmacht en diepe droefheid overviel me toen ik het las. Dit gaat over míjn broeders en zusters. Zij riskeren hun leven omwille van het geloof. Zij weten dat het aardse leven letterlijk een martelgang zal zijn. Zelf ondervond ik enigszins wat een gevaar deze mensen lopen, toen ik ooit twee weken op bezoek was bij vrienden in Afghanistan. Zij werkten en kerkten daar, al bezochten alleen westerlingen de diensten. Maar zelfs dan was het steeds weer spannend of het veilig genoeg was om samen het geloof te belijden. Voor Afghanen was dat laatste zonneklaar. Voor hen zou het bijwonen van een christelijke dienst gelijk staan aan een leven vol gevaar. Als ze al zouden blijven leven..

In dezelfde week als de ranglijst werd gepresenteerd, woedde in ons land de discussie over het 'christenpesten'. Het klimaat in Nederland rondom religie in het algemeen en christendom in het bijzonder verkilt, zo luidde de stelling. Het is waar dat wetten en regels waar vooral christenen belang aan hechten met een sneltreinvaart worden geschrapt. Dat is pijnlijk, omdat het ook blootlegt wat we al langer wisten, namelijk dat Nederland is geseculariseerd. Maar de term 'christenpesten' bezorgde me toch het schaamrood op de kaken. Wij leven in een land waar je vrijuit elke zondag naar de kerk mag, waar je je kinderen christelijk onderwijs kunt bieden, waar je christelijke politieke partijen hebt en waar je openlijk mag debatteren over de positie van christenen in de maatschappij. Dan wordt je niet gepest; dan heb je als christen één van de meest bevoorrechte posities in deze wereld. Al hadden Noord-Koreaanse christenen maar één procent van onze vrijheid, dan zou dat voor hen letterlijk een verschil van leven en dood kunnen betekenen.

Laten we onze energie dan ook steken in discussies die er echt toe doen. Hoe we de positie van 100 miljoen vervolgde christenen kunnen verbeteren. Laten we doorgaand bidden voor deze broeders en zusters. En laten we vooral blijven danken voor de vrijheid waarin we zelf ons geloof mogen belijden. Ook al worden we soms een beetje gepest.

Deze column van Carola Schouten verscheen ook in De Reformatie van 25 januari 2013

« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari