Bijdrage Carola Schouten aan het plenair debat inzake feitenrelaas betreffende fraude met toeslagen

dinsdag 14 mei 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carola Schouten als lid van de vaste commissie voor Financiën aan een plenair debat met staatssecretaris Weekers van Financiën

Onderwerp:   Debat over het feitenrelaas betreffende de fraude met toeslagen

Kamerstuk:    17 050

Datum:            14 mei 2013

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Dit debat gaat over fraude met toeslagen. Over oplichtingspraktijken. Over georganiseerde criminaliteit. Maar ten diepste gaat dit debat over de vraag, of burgers erop kunnen vertrouwen dat de overheid op een verantwoorde wijze met belastinggeld omgaat. Burgers horen alleen toeslagen te krijgen als ze daarop aantoonbaar recht hebben. Door de grootschalige fraude die nu aan het licht is gekomen, staat dit vertrouwen onder druk. Dit vertrouwen is juist de basis onder het toeslagensysteem.

In het bijzonder de inzet van de staatssecretaris als bewindspersoon die verantwoordelijk is voor de uitkering van de toeslagen, heeft de afgelopen drie weken vragen opgeroepen. Daarvoor zal hij zich in dit debat dienen te verantwoorden. Wij beoordelen de inzet van de staatssecretaris vanuit zijn ministeriële verantwoordelijkheid en aan de hand van de vraag of hij die verantwoordelijkheid goed heeft verstaan. Het gaat er dus niet zozeer om op welk moment de staatssecretaris persoonlijk van welk feit wist. Het gaat om de vraag of hij in zijn functie van staatssecretaris voortdurend adequaat verantwoordelijkheid heeft gedragen en kan blijven dragen voor het doen en laten van zijn ambtenaren. Het gaat uiteindelijk niet om de persoon van de staatssecretaris, maar om de beoordeling van de ambtstaak van de overheid die moet worden uitgeoefend.

Dat gezegd hebbende heeft mijn fractie nog wel een aantal vragen. Ik vat die vragen samen in drie centrale vragen. Ten eerste: wat wist de staatssecretaris over de toeslagenfraude of wat hij daarover kunnen weten? Ten tweede: wat heeft hij gedaan om de fraude aan te pakken? Ten derde: hoe nu verder?

De staatssecretaris heeft aangegeven dat hij pas vorige maand persoonlijk op de hoogte werd gesteld van de toeslagenfraude door de Bulgaren, hoewel de Belastingdienst al in juni 2012 was geïnformeerd. Ik kan mij toch niet aan de indruk onttrekken dat de staatssecretaris al veel eerder op de hoogte had kunnen zijn van de structurele problemen met het toeslagensysteem. De Algemene Rekenkamer heeft daar in de afgelopen jaren in haar rapporten bij de jaarverslagen op gewezen. Daarnaast blijkt uit de brief van de staatssecretaris dat in de afgelopen jaren 500 fraudegevallen aan het licht zijn gekomen. Verder heeft de Abvakabo in april 2012 en in maart 2013 twee rapporten uitgebracht over de fraude met toeslagen. Al met al waren er zeer duidelijke signalen dat er sprake is van structurele problemen en fouten in het systeem. Reeds in mei 2011 was het de staatssecretaris bovendien bekend dat er niet alleen sprake was van systeemfraude, maar ook van identiteitsfraude, waardoor criminelen eenvoudig "geld jatten uit de schatkist"; daarmee citeer ik de staatssecretaris. Kortom: op basis van deze informatie zou mijn conclusie zijn dat de staatssecretaris wist of had kunnen weten dat er grote lekken zaten in het systeem of dat er sprake was van systeemfraude. Erkent de staatssecretaris dit?

De logische tweede vraag is dan: wat heeft de staatssecretaris gedaan om die fraude sindsdien aan te pakken? In de brieven lezen we dat er per 2011 een intensivering is gekomen van de fraudeaanpak. Toen werd ook duidelijk hoe diepgeworteld de fraude was. Is de staatssecretaris toen ook gaan kijken naar de lekken in het systeem?

Ik zoom nu specifiek in op de ruim 500 fraudegevallen die de staatssecretaris in zijn brief heeft gemeld, want ook daar heb ik een aantal vragen over. In 295 gevallen is men tot strafvervolging overgegaan. Wat is er gebeurd met de 210 zaken die niet door het OM zijn geaccepteerd? Wat waren daarbij de beweegredenen van het OM? En heeft het OM zich toen ook kritisch uitgelaten over de lekken in het systeem? Is de staatssecretaris ook geïnformeerd over de weigering van het OM om zaken in behandeling te nemen? Wat heeft de staatssecretaris in de afgelopen twee jaar verder gedaan om de vormen van systeem- en identiteitsfraude aan te pakken? En wat zijn de specifieke wapenfeiten van de Antifraudebox? Hoe lang is die unit al bezig en welke resultaten heeft men tot nu toe geboekt?

De derde vraag is: hoe nu verder? Er ligt een grote opgave om de fraude aan te pakken en de lekken in het toeslagensysteem te dichten. Acht de staatssecretaris zichzelf in staat om op een overtuigende manier verantwoordelijkheid te dragen voor dit proces en voor alle stappen die daartoe verder genomen moeten worden? Mijn fractie hoopt dat de staatssecretaris, om te beginnen, de vele openstaande vragen deze keer van goede en bevredigende antwoorden kan voorzien. Wij komen nog te spreken over de verbetering van het toeslagensysteem en het dichten van de lekken.

Er zijn in dit debat terecht veel vragen over het functioneren van de staatssecretaris in deze kwestie, maar mijn fractie is van mening dat wij als Tweede Kamer op dat moment ook moeten kijken naar onze eigen rol in dit proces.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari