Peter Ester: elkaar versterken binnen Koninkrijk

Peter Ester rand fontein zoomdinsdag 04 juni 2013 21:26

ChristenUnie-senator Peter Ester deed op 4 juni 2013 mee aan het Beleidsdebat over de Toekomst van het Koninkrijk. Lees hieronder zijn bijdrage.

Voorzitter,

Aan het begin van dit debat wil mijn fractie haar afschuw uitspreken over de brute moord op het Curaçaose Statenlid Helmin Wiels. Hij was een markant politiek leider en een bron van inspiratie voor velen. Wij wensen zijn familie alle sterkte bij het verwerken van dit vreselijke verlies.

Voorzitter, dit debat over de toekomst van de koninkrijksrelaties vindt plaats halverwege de ingrijpende Statuutverandering van 10 oktober 2010 en de voorziene evaluatie in 2015. Een goed moment om stil te staan bij een aantal ontwikkelingen en een tussenbalans op te maken. 10-10-10 markeert een meer dan symbolisch punt in de geschiedenis tussen Nederland en de voormalige Nederlandse Antillen: de Antillen werden gesplitst in twee landen, Curaçao en Sint Maarten, en Bonaire, Saba en Sint Eustatius verkregen de status van een openbaar lichaam. Aruba verloor haar “status aparte”. En Nederland zelf maakt ook deel uit van Caribisch Nederland via de BES-eilanden.

Als we het visiedocument “De Toekomst van het Koninkrijk” van het vorige kabinet er nog eens bij nemen, dan valt op dat deze visie vooral getuigt van een juridisch-bestuurlijke optiek en weinig toekomt aan een inhoudelijk-strategische positiebepaling waarin ook de onderliggende waardegemeenschap, verbondenheid en wederzijdse belangen op aansprekende wijze worden uitgewerkt. De balans, voorzitter, is zoek. Onduidelijk blijft waar we als Koninkrijksverband nu precies met elkaar naar toe willen. Als de grondstructuur van het Koninkrijk zo vergaand wordt geherdefinieerd, wil je ook zien welke toekomstagenda we als Koninkrijkslanden met elkaar delen. Is de minister het met deze constatering eens? Deelt hij de insteek van dit sleuteldocument over de toekomst van ons koninkrijk of legt hij eigen en andere accenten en welke zijn dat dan?

We moeten als vier landen in een nieuw koninkrijksverband de samenwerking opnieuw bepalen. En daarvoor is visie nodig. Een appellerende visie. 10-10-10 heeft als evident gevolg dat we verder naar elkaar toe zullen groeien. Maar waarheen? Als enige van de drie Caribische landen heeft Aruba een eigen visie ontwikkeld op het Koninkrijk en in het verlengde daarvan op de relaties met de Europese Unie. Aruba stelt nadrukkelijk dat het Koninkrijk zich veel meer moet ontwikkelen tot een strategisch partnership gebaseerd op een gezamenlijk toekomstperspectief. Graag hoort mijn fractie een reactie van de minister op dit Arubaanse “position paper”. En in het verlengde hiervan de vraag of Nederland een voortrekkersrol wil vervullen in het realiseren van deze gezamenlijke visie. Dan gaat het om de vraag hoe het nieuwe Koninkrijksverband zich strategisch moet verhouden tot een snel globaliserende economie waarin bijvoorbeeld Zuid-Amerika steeds belangrijker wordt. Maar ook hoe we elkaar op sociaal en cultureel gebied kunnen versterken. Ook via het maatschappelijk middenveld.

We kunnen daarbij denken aan het mobiliseren van het “human capital” van de grote groep Antillianen die naar ons land gemigreerd zijn. Vaak horen we dat Antilliaanse jongeren die hier studeren of werken graag terug zouden willen om hun land te helpen. Kunnen zij een rol vervullen om de verbindingen tussen Nederland, de Cariben en Zuid-Amerika te versterken? Mijn fractie denkt dan o.a. aan economisch onderwijs in Nederland speciaal gericht op ondernemerschap in het Caribische deel. Ziet de minister mogelijkheden om ook deze sociale zijde van economische samenwerking nadrukkelijk voor het voetlicht te brengen?

Voorzitter, dan nu een aantal opmerkingen over wetgeving op de BES-eilanden. Aangezien de BES-eilanden Nederlandse gemeenten zijn, dient Nederlandse wetgeving in principe ook daar te gelden. Echter, het zijn bijzondere gemeenten qua taal, cultuur, ligging, omvang, ontwikkeling en middelen. We constateren dat er nu drie volgordelijke filters zijn om wetgeving die niet van toepassing zou moeten zijn op de eilanden te ondervangen: de ministeries moeten hier ten eerste zelf op toezien, vervolgens heeft de Rijksvertegenwoordiger een taak en als laatste hebben de eilanden zelf de mogelijkheid om in een consultatieperiode aan te geven of een regeling voor hen niet van toepassing is. Er zijn inmiddels diverse regelingen over bijvoorbeeld riolering, postcodes en vergunningen waaruit blijkt dat ze pas op de eilanden zelf gefilterd worden. Te laat dus. Tijdens het laatste overleg met de Bestuurscolleges van Bonaire, Saba en Sint Eustatius gaf men de nodige, soms genante voorbeelden van inadequate filtering. Mijn fractie ziet twee problemen bij de huidige manier van werken: de eerste twee filters lijken niet goed te functioneren en de aanpak is niet structureel genoeg. Hierdoor komt er veel terecht bij de toch al beperkte capaciteit van de eilanden, zowel qua personele bezetting als financieel. Het leidt ook tot onbegrip en frustratie. Kan de minister zich vinden in deze analyse? Kunnen de ministeries in Nederland de filteringsfase niet efficiënter organiseren? Geldt dat ook voor de Rijksvertegenwoordiger? Legislatieve terughoudendheid is een mooi principe, maar alleen als het werkt.

Voorzitter, in eerdere overleggen met de verantwoordelijke ministers heeft mijn fractie grote bezorgdheid uitgesproken over het aantal abortussen op de eilanden. Uit onderzoek blijkt dat abortus een veel toegepaste vorm van anticonceptie is geworden. Tussen de 25 en 40% van de zwangerschappen eindigt in abortus. Minister Spies en daarna minister Schippers zegden toe een gerichte preventieve bewustwordingscampagne en voorlichtingsacties op scholen op de BES-eilanden te entameren. Kan de minister een beeld geven van de stand van zaken? Hoe schat hij de effectiviteit in? Is er ook overleg met de kerken en maatschappelijke organisaties rond de abortuskwestie? Wordt er additioneel beleid overwogen?

De senaat heeft de afgelopen maanden uitvoerig met minister Schippers gecommuniceerd over haar bezuinigingsmaatregelen in de zorg in Caribisch Nederland. Die golden o.a. mondzorg en fysiotherapie, behandelingen van de inwoners van de BES-eilanden in Colombia en Guadeloupe en het invoeren van eigen bijdragen. Mijn fractie moet helaas constateren dat er weinig begrip was voor de specifieke situatie in Caribisch Nederland en de zorgachterstand die daar heerst. Ook was het overleg met de lokale stakeholders bepaald onvoldoende. Zeker, de ontwikkeling van de kosten in de zorg baart ook mijn fractie zorgen maar dat moet met meer gevoel en begrip voor de lokale situatie. Basispakketten in Europees en Caribisch Nederland kunnen niet zondermeer gelijkgetrokken worden. Ik wil de minister vragen welke conclusies het kabinet trekt uit deze kwestie voor wat betreft vergelijkbare bezuinigingsmaatregelen. In welke mate mag de eigenheid van de lokale situatie een rol spelen, mede gezien de vaak afwijkende verzekeringsmogelijkheden?

De ChristenUnie heeft altijd veel aandacht gevraagd voor de leefsituatie van kinderen in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Kinderrechten worden vaak met de voeten getreden. Vorige maand publiceerde Unicef de resultaten van een groot onderzoek waaruit blijkt dat veel kinderen op de (ei)landen opgroeien in onveilige en ongezonde omstandigheden. De situatie waarin de 90.000 kinderen zich bevinden voldoet niet aan het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind. Ongezonde eetgewoonten, onveilige woonplekken, gebrekkige zorg, afwezigheid van voorzieningen voor gehandicapte kinderen, mishandeling, verwaarlozing en tienerzwangerschappen zijn veel voorkomende fenomenen die het rapport plaatst tegen de achtergrond van armoede, de zwijgcultuur en het opgroeien binnen vaderloze eenoudergezinnen. Een combinatie van een vaak gebrekkige thuissituatie, beperkte ontwikkelmogelijkheden op school en weinig kansen op de arbeidsmarkt maken het leven op de eilanden voor jongeren moeilijk. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over deze diepgewortelde problemen. De minister kreeg twee weken geleden dit Unicef rapport aangeboden dat oproept tot stevige actie van de Nederlandse regering. Maatschappelijke organisaties daar voelen zich niet voldoende en vooral niet blijvend gesteund vanuit Den Haag. Mijn fractie vraagt de minister om een reactie op dit rapport en de daarin genoemde uitgangspunten voor verbeteringen en verzoekt hem met de senaat te delen welke concrete stappen de regering gaat ondernemen om de rechten van kinderen in het Caribisch deel van het Koninkrijk te beschermen.

Voorzitter, voor veel onderwerpen die wij regulier in dit huis bespreken geldt dat we dankbaar gebruik kunnen maken van een keur aan gegevens die trendmatige ontwikkelingen op tal van beleidsterreinen weergeven. Nederland beschikt - met het CBS, het CPB en het SCP - over een uitstekende informatievoorziening en dat komt de kwaliteit van het politieke debat zeker ten goede. Wat het Caribisch deel van het Koninkrijk betreft, staat deze voorziening nog in de kinderschoenen en dat bemoeilijkt het debat. Dat geldt zeker voor discussies over ingrepen in de sociale zekerheid en in de zorg die de leefsituatie van de bevolking radicaal raken. We ontberen goede en periodieke trendgegevens rond basale issues als koopkracht, prijsontwikkelingen, arbeidsparticipatie, zorg, migratie en gebruik van sociale voorzieningen. Dat hangt uiteraard ook direct samen met de omvang van de eilanden. En dat geldt zeker voor de BES-eilanden. Daarvoor alle begrip. Het is mijn fractie overigens bekend dat ons CBS het nodige doet aan bijstand op dit punt. Zijn er, zo wil mijn fractie vragen, concrete plannen om te investeren in een upgrading van de informatievoorziening in het Caribisch deel van het Koninkrijk? Dat zou de onderbouwing van beleid en de beoordeling van beleidseffecten veel sterker maken. Graag hoort mijn fractie de visie van de minister op dit punt.

De verantwoording van het gebruik van overheidsgelden in het Caribisch deel van het Koninkrijk is een terugkerend probleem. Op rijksniveau is er terecht fors ingezet op de controle daarop en de kamer wordt via frequente rapportages van het College Financieel Toezicht op de hoogte gesteld van de voortgang. Mijn fractie heeft behoefte aan een generieke conclusie van de minister op het punt van het financiële reilen en zeilen van het overheidsbestuur op de eilanden. Is deze conclusie positief of negatief en differentieert dit naar land? Wil het kabinet het beleid continueren of liggen aanscherpingen in het verschiet?

Mijn fractie, voorzitter, ziet uit naar de evaluatie van 2015  van de nieuwe Koninkrijksstructuur. Er lijken een aantal licht positieve punten te zijn, hoewel de stevigheid nog ontbreekt. Over welke punten maakt de minister zich de meeste hoofdbrekens in de opmaat naar de evaluatie? Waar liggen we op koers en waar niet? Mijn fractie vraagt de minister voorts aan te geven hoe de evaluatie zal worden voorbereid. Wie gaat de evaluatie ter hand nemen? Zijn daar voldoende middelen voor beschikbaar? Kan de minister toezeggen dat er een rol en format is weggelegd voor de landenparlementen om concrete onderwerpen voor de evaluatie aan te dragen?

Voorzitter, ik sluit mijn bijdrage af. Het debat in Nederland over onze Koninkrijksrelaties heeft vaak een hoog “gedoe-gehalte”. En daar is soms ook de nodige aanleiding voor. Laten we dat niet ontkennen. Het zou mijn fractie echter veel waard zijn indien de vier landen en de drie BES-eilanden binnen ons Koninkrijk elkaar zouden vinden in een positieve en inspirerende gezamenlijke agenda die zich er op richt hoe we elkaar sterker kunnen maken en van elkaar kunnen leren. Op economisch gebied, maar ook op sociaal en cultureel terrein. Juist in een globaliserende economie kunnen we veel voor elkaar betekenen. Voor ons land geldt dat het Caribisch deel van het Koninkrijk een geweldige economische hub is naar de snel opkomende markten in Zuid-Amerika. Daar kunnen Aruba, Curaçao en Sint Maarten ons sterker maken. En ook omgekeerd zijn er goede proposities. Bijvoorbeeld in het ontsluiten van een betere toegang tot de landen van de Europese Unie. Wederzijdse empowerment is hier het motto. Maar we hebben daarvoor wel economische, sociale en culturele “show cases” nodig die laten zien dat we niet alleen een verleden en een heden delen, maar ook een prachtige toekomst. Laten we daar aan werken.

Mijn fractie voorzitter, ziet uit naar de antwoorden van de minister op onze vragen.

« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari