Peter Ester: 'Blij met ontzien gezinnen'

Peter Ester - Foto: Anne Paul Roukema / ChristenUniedinsdag 19 november 2013 18:22

ChristenUnie-senator Peter Ester is blij met de afspraken uit het Herfstakkoord. Dat liet hij weten tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen in de Eerste Kamer. 'Gezinnen worden ontzien, kindregelingen blijven overeind, de kinderbijslag blijft behouden, schoolboeken blijven gratis, kleine scholen krijgen een impuls, de laagste inkomens worden niet aangetast, de belasting op arbeid wordt verlaagd, de bezuiniging op de Nabestaandenwet gaat niet door, chronisch zieken en gehandicapten behouden fiscale aftrek van zorgkosten, milieubelastingen gaan omhoog, twee kazernes blijven open, en het lage Btw-tarief voor de bouw blijft ook in 2014 gelden.'

Algemene Financiële Beschouwingen 2013

ChristenUnie-fractie, 19 november 2013

Peter Ester

 

MdV,

Nederland mag dan, aldus het CBS vorige week, technisch uit de recessie zijn, de economische situatie blijft zorgelijk. Zeker, er zijn lichtpuntjes als het gaat om de export en de woningmarkt, maar het macrobeeld blijft grimmig. Vooral wat de arbeidsmarkt betreft. Juist daarom is het een goede zaak dat een aantal oppositiepartijen in de Tweede Kamer verantwoordelijkheid heeft genomen om samen met het Kabinet een begroting voor 2014 te maken. Dat komt de politieke stabiliteit ten goede. We merken dat veel Nederlanders opgelucht zijn dat de politiek hier de rug heeft gerecht. Mijn fractie verwacht van deze begroting geen wonderen, zo werkt de economie en de arbeidsmarkt nu eenmaal niet. Wel ligt er een pakket aan maatregelen voor dat in balans is en dat ons land houvast biedt voor de sociaaleconomische route in het komend jaar. Niet meer, maar ook niet minder. De lastenverlichting voor bedrijven is wezenlijk, er gaat meer geld naar het onderwijs, er worden stappen gezet met de vergroening van ons fiscale systeem, gezinnen worden ondersteund en de koopkracht wordt eerlijk verdeeld. Natuurlijk wil iedere partij op bepaalde onderdelen meer of juist minder. Voor de ChristenUnie-fractie geldt dat de combinatie van begrotingsmaatregelen evenwichtig is. Afgelopen vrijdag ging ook Brussel akkoord met de maatregelen. Ook dat schept rust.

Mijn fractie is verheugd dat de begrotingsafspraken tussen de vijf partijen tot een grondige herziening van de eerdere kabinetsplannen hebben geleid. En dat geldt zeker voor kwesties die voor de ChristenUnie fundamenteel zijn. Gezinnen worden ontzien, kindregelingen blijven overeind, de kinderbijslag blijft behouden, schoolboeken blijven gratis, kleine scholen krijgen een impuls, de laagste inkomens worden niet aangetast, de belasting op arbeid wordt verlaagd, de bezuiniging op de Nabestaandenwet gaat niet door, chronisch zieken en gehandicapten behouden fiscale aftrek van zorgkosten, milieubelastingen gaan omhoog, twee kazernes blijven open, en het lage Btw-tarief voor de bouw blijft ook in 2014 gelden.

Zorgen, voorzitter, blijven evenwel bestaan. De bezuinigingen op defensie hebben een plafond bereikt. Dit ondanks een extra bedrag van € 50 miljoen komend jaar en € 90 miljoen daarna. De vraag wordt steeds nijpender of Nederland zijn verdedigingstaken en internationale missies wel naar behoren kan uitvoeren met het budget dat nu voorligt. Kan de minister ons inzicht geven hoe dit budget zich verhoudt tot andere EU-landen? Waar trekt het kabinet de grens? Bij de Algemene Politieke beschouwingen stelde mijn fractie dat Nederland zijn kerninstituties niet moet verwaarlozen. Welnu, dat geldt zeker voor onze defensie. Ik zal deze invalshoek rond onze kerninstituties hier verder doortrekken.

Zorgen blijven ook bestaan rond de uitgaven aan zorg en sociale zekerheid die volgend jaar oplopen tot 60% van de overheidsbegroting. De stijging vlakt wat af in de voorliggende periode, maar het blijft gewoon een stijging. Dit is op termijn niet houdbaar en gijzelt de landsbegroting. Ook hier blijkt dat Nederland te lang heeft gewacht met het structureel hervormen van beide sectoren. Wat is nu ondanks alle beleidsinspanningen de bredere verklaring van deze voortgaande stijging en waar ligt ook hier het plafond? De minister-president gaf bij vragen van de ChristenUnie-fractie tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen over deze kwesties aan dat het kabinet hier bij deze financiële beschouwingen op terug zou komen. Ik herinner hier aan deze toezegging en zie het antwoord tegemoet.

Ook aan de dekkingskant heeft mijn fractie vragen. De fiscale stimulering van de vrijval van stamrechten moet € 1,2 miljard opleveren in 2014. Dat is een fors bedrag. Kan de minister met ons delen welke evidentie hij heeft dat deze vrijval ook daadwerkelijk zal plaatsvinden? Hoe robuust, kortom, is deze aanname? Het aanvullend beleidspakket van het kabinet boekt € 150 miljoen in aan bijdragen vanuit de departementale begrotingen. De korting prijsbijstelling voor volgend jaar en de jaren daarna is € 480 miljoen. Heeft de minister aanwijzingen dat dit alles reëel is? Kan ons openbaar bestuur – evenzeer een kerninstitutie – dat hebben? Graag een antwoord op deze twee dekkingsvragen.

Voorzitter, mijn fractie constateert met tevredenheid dat het kabinet het beleid gaat bijstellen rond de staatsdeelneming in Nederlandse bedrijven. Het doet deugd dat het rapport van onze Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/verzelfstandiging Overheidsdiensten daarin een prominente rol speelt. Wij steunen het voornemen om greep te houden op bedrijven als NS, Schiphol, Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en Tennet. Hier zijn immers vitale publieke belangen in het geding die we niet naar de markt moeten ‘’outsourcen”. In weerwil van werkgeversvoorzitter Bernhard Wientjes moeten we dit tafelzilver juist nièt verkopen. Het gaat niet om redundante bezittingen maar om cruciale publieke goederen, om kerninstituties, waarover de overheid zeggingskracht moet behouden. De recente perikelen rond de Fyra en de investeringen van de Gasunie in Duitsland hebben ons harde lessen geleerd. De ChristenUnie-fractie heeft wel behoefte aan een aanscherping van het verantwoordingsbeleid van de overheid. Uit de Staatsbalans 2012 blijkt dat het financieel belang van de staatsdeelnemingen € 82 miljard betreft en de dividendinkomsten € 1,3 miljard. Is de minister bereid het parlement jaarlijks te informeren over de wijze waarop de Staat zijn aandeelhouderschap invult, wat de maatschappelijke meerwaarde is, hoe de deelnemingen beheerd worden en hoe de publieke belangen geborgd worden?

Het kabinet gaat het beloningsbeleid van bestuurders van bedrijven met een staatsdeelneming aanscherpen. De bonussen worden gemaximeerd op 20% van het vaste salaris. Dit brengt mijn fractie tot de vraag hoe dit voornemen zich verhoudt tot twee wetten die dit Huis vorig jaar met algemene stemmen heeft aangenomen, te weten de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi-publieke sector en de Wet bonusverbod bij staatsgesteunde ondernemingen. Deze wetten trekken andere grenzen. Graag ook op dit punt een reactie van de minister.

Bankenunie

Voorzitter, de contouren van de overdracht van het nationale bankentoezicht aan de ECB worden langzaam aan wat duidelijker. Dat was ook hard nodig. Het gaat om een combinatie van balanscontrole en een stresstest waarbij de ECB de eis stelt dat banken over een kapitaalbuffer van tenminste 8% dienen te beschikken. De pakweg 130 systeemrelevante banken in de Eurozone zullen inzicht in de boeken moeten geven; waaronder zeven Nederlandse banken. Deze overdrachtsoperatie moet in de loop van 2014 zijn beslag krijgen. Een operatie die ongekend is in de geschiedenis van onze financiële instituties. Een institutionele hervorming die ook laat zien dat het zelfcorrigerend vermogen van de bancaire sector verre vanzelfsprekend is. Er resteert evenwel een aantal weerbarstige vragen rond deze hervorming die nu snel beantwoord moeten worden. De eerste vraag richt zich op wat er nu precies gaat gebeuren indien een bank voor de stresstest zakt. Dit zal ertoe leiden dat de kapitaalmarkt de handen zal terugtrekken van deze bank waardoor niet aan de eis van herkapitalisatie voldaan kan worden. Wie zorgt er in deze situatie dan eigenlijk voor de benodigde kapitaalverstrekking en vooral in wèlke volgorde? Vorige week is er kennelijk in de Europese onderhandelingen vooruitgang geboekt. Er is een soort van “agreement” – in de wandelgangen de “Dijsselbloemdoctrine” genaamd  –  dat de beoogde volgorde rond herkapitalisatie ruwweg de volgende is: a) private oplossingen (aandeelhouders, obligatiehouders, grote spaarders), b) publieke achtervang via nationale voorzieningen en c) directe c.q. indirecte steun via het ESM. Hoe deze overeengekomen volgorde van “backstop”-voorzieningen nu concreet gaat worden vormgegeven – procedureel en operationeel – blijft veel te vaag. Hoe je ook over een Bankenunie denkt, dit soort onzekerheid is niet goed om het vertrouwen in de financiële sector terug te brengen en een nieuwe crisis te voorkomen. Er mag geen enkele onduidelijkheid bestaan wie wanneer de rekening betaalt indien een systeembank niet door de stresstest komt en niet voldoet aan de kapitaaleisen. Graag een nadere uitleg van de minister van deze voor alle stakeholders wezenlijke kwestie. Ik verzoek hem daarbij ook in te gaan op de vraag hoe we voorkomen dat het ESM, bedoeld voor steun aan landen, ontaardt in een faciliteit om zwakke banken via directe recap te redden. Heeft, in het verlengde hiervan, de minister al meer concrete opvattingen over de Europese resolutieautoriteit? Steunt hij de Duitse stellingname of kiest hij een eigen koers? Welk tijdpad staat hem voor ogen?

De tweede vraag gaat over de democratische controle op de ECB, een instantie die geen rijke traditie heeft op het punt van publieke en politieke verantwoording. Het gesteggel eerder dit jaar tussen de ECB en het Europees Parlement rond deze kernkwestie stemt bepaald niet vrolijk. Graag hoort de ChristenUnie- fractie van de minister wat zijn oordeel is over de wijze waarop de democratische controle op de nieuwe toezichthoudende rol van de ECB nu geregeld is. Is de rol van het Europees Parlement naar behoren vastgelegd? Wordt de scheiding tussen de klassieke monetaire taken en de nieuwe toezichthoudende taken van de ECB op een correcte manier geïmplementeerd? Wat is gezien de volgordelijkheid van de interventiemaatregelen in het nieuwe toezichtregime, de rol van nationale parlementen? Wat zou – bij wijze van gedachte-experiment – onder dit nieuwe regime de rol van de ECB zijn geweest in het bankiersdrama rond SNS Reaal dat leidde tot de nationalisatie van deze bank-verzekeraar in februari van dit jaar?

Mijn fractie, voorzitter, is zeer geschrokken van de LIBOR-affaire. Het toont dat de bancaire sector er nog steeds niet in geslaagd is de ontkoppeling van financieel handelen en moraal een halt toe te roepen. Het toont ook dat het interne financieel toezicht binnen banken nog altijd niet op orde is. Ook hier blijkt dat institutionele hervorming en cultuurverandering hand in hand moeten gaan. Mijn vraag aan de minister is of hij een rol voor het kabinet ziet weggelegd om dit soort ontsporingen tegen te gaan. Welk beleid staat hem voor ogen? En daarmee verbonden: was het toezicht van DNB in deze affaire niet ‘too little and too late’?

Dan nu het Europees Semester, en met name de koppeling van de nationale en Europese begrotingscyclus. Het is duidelijk dat ook dit Huis op zoek is naar een zinvolle eigen rol in deze cyclus. De ChristenUnie-fractie zou graag van de minister vernemen welke lering het kabinet trekt uit de ervaringen met het Europees semester tot nu toe. Is er sprake van aantoonbare meerwaarde? Hoe beoordeelt het kabinet de eigen regiemacht? Is er ook in zijn waarneming sprake van erosie van nationaal financieel-economisch beleid en overdracht van beslissingsmacht zoals o.a. mijn fractie vreesde en vreest?

Schuldenpositie

Voorzitter, ik ga over naar de schuldenpositie van Nederland. Als ergens blijkt dat onze financiële instituties broos zijn, dan is het wel op dit punt. Sinds de crisis is de EMU-schuld van Nederland met zo’n € 200 miljard toegenomen en wel tot € 466 miljard in 2014. Dat is bijna € 30.000 per Nederlander. Dat maakt ons kwetsbaar, zeer kwetsbaar. Het is goed dat de Miljoenennota met een integrale risicoanalyse komt van de risico’s waaraan onze schatkist is blootgesteld. Alleen al aan garanties heeft Nederland volgend jaar aan bijna € 220 miljard uitstaan, bijna vier keer zo hoog als in 2008. Meer dan de helft betreft internationale steunverplichtingen in het kader van het EFSF, ESM en IMF. Aan achterborgstellingen heeft ons land € 250 miljard uitstaan. De regering heeft een garantiekader ontwikkeld om het aantal garanties de komende jaren terug te brengen. Mijn fractie vraagt wat hier het ambitieniveau is, of er streefcijfers zijn, en wat de ervaringen met dit kader zijn. Er is voorts sprake van € 35 miljard aan deelnemingen, waarbij ABN AMRO de grote uitspringer is. De vraag die de ChristenUnie-fractie hier specifiek wil stellen is hoe de minister de snelheid van verkoop van ABN AMRO, het terugverdienen van de kapitaalinjectie aan de bank, afweegt tegen het moment van verkoop. Moet de verkoop nog deze kabinetsperiode plaatsvinden? De brief die het Kabinet hierover aan de Tweede Kamer stuurde hanteert rijkelijk vage afwegingscriteria: de stabiliteit in de financiële sector, de markt moet er klaar voor zijn en dat geldt ook de bank zelf. Kan de minister hier wat specifieker zijn? Streeft het kabinet naar het volledig terugverdienen van de kapitaalinjectie?

De overheidsschuld is sinds 2007 rap gestegen en wel van 45% naar 72% van het BBP; ruim boven de Maastricht-norm. Mijn fractie vindt dat zeer zorgwekkend. We kunnen hier niet ongestraft mee doorgaan. De reservetanks raken leeg zoals de Raad van State het uitdrukt. Ooit moet die rekening betaald worden en dat zullen vooral komende generaties zijn. Hoe beoordeelt de minister deze optiek van intergenerationele rechtvaardigheid op onze overheidschuld? Deelt hij de zorg van de ChristenUnie-fractie op dit punt en wat heeft het kabinet de jongste generatie hier te bieden? Is de minister bereid jaarlijks in de Miljoenennota te rapporteren wat de generationele effecten zijn van hoe onze overheidsschuld zich ontwikkelt?

Voorzitter, ik rond af en knoop een aantal lijnen uit mijn betoog aan elkaar. Het is pijnlijk duidelijk geworden dat financiële en sociaaleconomische kerninstituties in ons land kwetsbaar zijn en dat de duurzaamheid van onze overheidsfinanciën onder vuur ligt. Het is ook pijnlijk duidelijk geworden dat Nederland deze kerninstituties veel te laat tegen het licht heeft gehouden. Dat dwingt ons nu tot snelle hervormingen. Het kabinet kiest voor de weg van een veelheid van akkoorden met een veelheid van stakeholders. Dat stelt vragen bij het primaat van de politiek. Maar het stelt vooral ook vragen bij het ontbrekende achterliggende verhaal: de koers van het schip Nederland. De kaarten in de wereldeconomie worden in hoog tempo opnieuw geschud. Dat leidt tot nieuwe concurrentieverhoudingen, met nieuwe winnaars en nieuwe verliezers. Het is niet vanzelfsprekend dat Nederland tot het kamp van de winnaars gaan behoren. Als we geen slimme strategie hebben moeten we rekenen met een lange periode van lagere economische groei. Waarmee gaat Nederland in de komende decennia het brood verdienen? Wat wordt het verdienmodel? Dat verhaal hoort mijn fractie te weinig. De hervorming van onze financiële kerninstituties is losgezongen van het antwoord op de vraag wat de nieuwe “unique selling points” van ons economische portfolio gaan worden en dat alles wat de ChristenUnie-fractie betreft binnen heldere sociale en ecologische randvoorwaarden van duurzaamheid en inclusiviteit. En daar heb je als land visie voor nodig. Visie hoe Nederland zijn kerninstituties weer gaat oplijnen om ons land goed toe te rusten in deze nieuwe economische fase van globalisering en technologische ontwikkeling. Nederland moet uit de ‘comfortzone’ stappen, zoals de WRR het onlangs uitdrukte. Scherp financieel beleid moet samen gaan met innovatief economisch beleid en zorgvuldige herijking van instituties als onderwijs, arbeidsmarkt, woningmarkt, zorg, sociale zekerheid en ons pensioenstelsel. Van dit drieluik van financieel beleid, economisch beleid en het oplijnen van onze kerninstituties vernemen we veel te weinig van het kabinet. De ChristenUnie-fractie kent de Minister als een kundig schatkistbewaarder, maar kunnen we hem vandaag ook verleiden tot een korte inhoudelijke reflectie op dit drieluik? We zijn per slot in de Eerste Kamer.

Mijn fractie ziet uit naar de antwoorden van de Minister.

« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari