Bijdrage Carola Schouten aan de plenaire behandeling van Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid

dinsdag 03 december 2013 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carola Schouten als lid van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de plenaire behandeling van de Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV)

Onderwerp:   Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV)

Kamerstuk:    33 750 - XV

Datum:            3 december 2013

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Voorzitter. Vandaag stonden er twee verontrustende nieuwsberichten onder elkaar op de nieuwssites: de armoede in Nederland is sterk toegenomen en de werkloosheid piekt volgend jaar. Precies een jaar geleden werd in deze zaal de regeringsverklaring afgelegd. In dat debat erkende het kabinet de moeilijke economische situatie. De berichten van vandaag moeten toch als een graat in de keel van de bewindslieden steken. Bij mij in elk geval wel. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van kabinet en Kamer om de situatie van alle werkzoekenden en de mensen in armoede te verbeteren. Voor mijn fractie was dat de reden om afspraken te maken over de begroting, waarbij wij de kabinetsplannen op onderdelen flink konden verbeteren. Zo gaat de forse bezuiniging op de kinderbijslag niet door. Ook blijven de gratis schoolboeken gratis. Voor een gezin met kinderen in de schoolgaande leeftijd kan dat al gauw ongeveer €1.000 op jaarbasis schelen. Ik vind het fair van de heer Heerma dat hij dit zojuist erkende.

Daarnaast hebben wij arbeid goedkoper gemaakt, waarmee het voor bedrijven aantrekkelijker is om mensen in dienst te houden of aan te nemen. Tevens is er 300 miljoen extra uitgetrokken om de jeugdwerkloosheid te bestrijden en is er specifiek oog geweest voor de werkgelegenheid in de regio's.

Bijzonder blij ben ik over het feit dat wij de kille bezuiniging op de nabestaandenwet van tafel hebben kunnen krijgen. Vorig jaar hebben wij tijdens het debat over de begroting dit punt nadrukkelijk aan de orde gesteld, juist met het oog op alle nabestaanden die worstelen om het leven weer op te pakken en de zorg voor de kinderen op zich te nemen in een bijzonder zware tijd. Als wij tegen die achtergrond de druk zouden opvoeren om hen snel te laten terugkeren naar de arbeidsmarkt, dan zouden wij voorbijgaan aan de wil van deze mensen om door te gaan, waarbij zij tegelijkertijd tijd en ruimte nodig hebben om hun verlies te verwerken. Het is dan ook niet meer dan rechtvaardig dat dit plan van tafel is gegaan.

Kunnen wij nu achteroverleunen? Geenszins. Beide bewindslieden hebben wellicht de grootste klus van het kabinet, namelijk het tegengaan van de hoge werkloosheid. De vooruitzichten zijn, zoals ik eerder al stelde, somber. Afgelopen maanden hebben al onze fractieleden tientallen gesprekken gevoerd met werkzoekenden door heel het land. Elk verhaal was anders, maar er zat één rode draad in: de wil om te werken en de moeite om de moed er in te houden. Net afgestudeerden die in hun zoektocht naar werk óf te horen kregen dat ze te hoog opgeleid zijn óf te horen kregen dat ze geen werkervaring hebben. Jonge ouders die net een huis hadden gekocht en bang waren dat de vaste lasten straks niet meer betaald zouden kunnen worden. Ervaren medewerkers die te horen kregen dat ze te duur zijn terwijl ze graag voor minder aan de slag zouden gaan.

In die gesprekken kwamen een aantal punten keer op keer terug. De werkzoekenden ondervinden nauwelijks ondersteuning van het UWV, zeker de eerste tijd. Ze moeten het doen met de e-coach. Ik weet ook dat dit het gevolg is van politieke keuzes die we eerder hebben gemaakt, maar toch, in de praktijk blijkt er een groep te zijn die behoefte heeft aan meer ondersteuning. Wil de minister kijken hoe het UWV op dit punt meer maatwerk kan leveren?

Een deel van de werkzoekenden kan het prima aan om zelf de eerste zes maanden te zoeken, maar tegelijkertijd zijn er mensen die snakken naar enige begeleiding in de eerste periode dat ze werkloos zijn. Dat behoeft niet meteen een volledig re-integratietraject te zijn; met bijvoorbeeld netwerkgesprekken zijn een aantal werkzoekenden al heel erg geholpen. Veel initiatieven worden ook al buiten de overheid om georganiseerd, maar veel werkzoekenden hebben hier geen weet van. Een overzicht van initiatieven en de verwijzing daarnaar zou een aantal werkzoekenden al enorm helpen. Kan de minister bezien hoe we werkzoekenden niet helemaal aan hun lot overlaten de eerste zes maanden?

Een ander punt dat vaak terugkwam in de gesprekken waren de problemen die werkzoekenden ondervinden als ze vrijwilligerswerk willen gaan doen, juist terwijl men dit graag doet om zich nuttig te maken voor de samenleving en om een netwerk te behouden waarmee de kans op werk vergroot kan worden. In de praktijk belemmeren regels echter vaak het vrijwilligerswerk. Het vrijwilligerswerk moet per se bij een ideële instelling gebeuren en bij een organisatie die hoofdzakelijk uit vrijwilligers bestaat. Zo kan een werkzoekende niet bij de vrijwillige politie aan de slag maar zodra men weer een baan heeft kan het wel of kan een werkzoekende ouder opeens moeilijkheden krijgen als die op de school van het kind bij wil springen. Juist dit soort regels staat het eigen initiatief en de participatie in de weg. Is de minister bereid deze regels te versoepelen, juist ook met het oog op een snellere re-integratie van werkzoekenden? Afgelopen week kwamen de bewindslieden met een aantal wetsvoorstellen die grote consequenties zullen hebben voor de uitkeringsgerechtigden. We komen hierover ongetwijfeld nog uitgebreider te spreken, maar ik breng toch alvast een paar punten naar voren waarmee mijn fractie moeite heeft. Ik begin met de Participatiewet, die tot grote onrust leidt onder met name Wajongers. Dit heeft vooral te maken met de herkeuring. Als een Wajonger wordt herkeurd en arbeidsvermogen blijkt te hebben, komt diegene onder het bijstandsregime te vallen. Dit kan grote gevolgen hebben voor de Wajongere. Zo sprak ik een jonge vrouw die een arbeidshandicap heeft. Zij heeft met behulp van haar ouders een aangepaste woning kunnen kopen; niet groot maar voldoende om haar leven daar vorm te geven. Haar ouders hebben ook voor haar gespaard, zodat ze ook in de toekomst voldoende inkomen zou hebben. Deze jonge vrouw voelt de dreiging van de bijstand bijna letterlijk aan den lijve. Als zij geen werk kan krijgen, zal ze haar aangepaste woning moeten opgeven en het spaargeld van haar ouders moeten opeten. Ze wil niets liever dan werken, maar ze vreest dat dit niet zomaar zal lukken. Wat is dan haar perspectief?

Dit is maar een voorbeeld van de vele Wajongers die heel graag werken, maar nu vooral de bijstand met zijn partner- en vermogenstoets als een zwaard van Damocles boven het hoofd voelen hangen. De staatssecretaris erkende gisteren dat hier een probleem zit. Ze wil een zachte landing organiseren voor deze groep. Wat houdt die zachte landing echter in? Na de herkeuring mogen ze zes maanden langer in de Wajong blijven. Dit is natuurlijk geen structurele oplossing voor dit probleem. Zouden we niet ten minste moeten bekijken of het bijstandsregime wel het passende regime is voor deze groep? Ik sluit me aan bij datgene wat de heer Van Weyenberg hierover zei. Zouden we niet ten minste moeten bekijken of Wajongers met arbeidsvermogen kunnen worden uitgesloten van de partner- en vermogenstoets?

Onrust is er ook onder mensen die zijn aangewezen op een beschutte werkplaats. De financiering van het aantal plaatsen gaat naar beneden van 100.000 naar 30.000 plaatsen. Er komt geen prestatieverplichting; er wordt alleen bepaald dat gemeenten voor beleid moeten zorgen. Dat zegt natuurlijk niets over het resultaat. Wij willen dat er plaatsen zijn voor de mensen die het nodig hebben. Wat gaat de staatssecretaris doen om ervoor te zorgen dat de 30.000 plekken ook echt worden gerealiseerd? Als het kabinet schermt met het behoud van 30.000 beschutte werkplekken, moet het er ook verantwoordelijkheid voor nemen dat er daadwerkelijk 30.000 plekken blijven; graag een reactie. In de quotumregeling zou wat ons betreft ruimte moeten komen om bedrijven die door de aard van hun werkzaamheden niet meteen mogelijkheden zien om mensen met een arbeidsbeperking te plaatsen, het werk dat ze uitbesteden aan beschutte werkplaatsen te laten meetellen voor de quotumregeling. Hiermee snijdt het mes aan twee kanten: er blijft plaats voor beschut werk en bedrijven kunnen zo toch hun bijdrage leveren aan de quotumregeling. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris op dit voorstel.

Een tweede grote wetswijziging is de aanscherping van de bijstandswet. Binnenkort zullen wij uitgebreid hierover debatteren. Ik markeer nu alvast dat wij zeker niet achter alle voorstellen staan. Neem de sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders met jonge kinderen. Het kabinet wil af van de vrijstelling, maar wij niet. Alleenstaande ouders met jonge kinderen moeten de ruimte houden om de zorg voor hun kinderen op zich te nemen. Houd de regeling die nu bestaat met de sollicitatieplicht gewoon in stand, zo roep ik het kabinet op. Wij maken ons vooral zorgen over de verplichte zoektermijn van vier weken, waarover ik zonet een interruptiedebatje had met de PvdA-fractie. Mensen komen zonder inkomen te zitten terwijl hun uitgaven doorlopen. Daar staat dan een moeder met een kind. Haar moet dan worden gemeld dat ze eerst maar vier weken moet kijken hoe ze aan inkomen komt. Bovendien werkt dit waarschijnlijk alleen maar in de hand dat deze moeder zich meldt bij het volgende loket: dat van de schuldhulpverlening. Dan komen we van de regen in de drup. Daarom roep ik het kabinet op, de wekeneis voor de bijstandsgerechtigden boven de 27 te laten vervallen. Ik had al aangekondigd dat ik hierover waarschijnlijk een motie zal indienen.

Ik noemde al kort de schuldhulpverlening. Wij hebben hierover al vaak gesproken, kort geleden ook nog. Ik herhaal nogmaals dat op dit dossier echt een grotere inspanning zal moeten worden geleverd, juist ook omdat mensen vaak door de overheid zelf in de problemen komen, bijvoorbeeld door het niet respecteren van de beslagvrije voet. Wij zullen hier morgen tijdens het VAO verder over spreken, maar ik spreek nu de wens uit dat wij volgend jaar bij de behandeling van de begroting kunnen stellen dat 2014 het jaar was waarin wij eindelijk flinke stappen hebben kunnen zetten in het schuldhulpdossier. Ik hoop dat de staatssecretaris dit als een aanmoediging zal beschouwen.

Vorige maand heeft de minister een gezinstop georganiseerd. Het is goed dat de minister hiermee bezig is, maar de uitkomst van de top roept bij mij toch een vraag op. Wat staat er nu echt centraal in het beleid? Het ruimte geven aan gezinnen om arbeid en zorg naar eigen inzicht en wensen in te vullen, of de wens om maar zo veel mogelijk ouders naar de arbeidsmarkt te krijgen? Zo viel mij op dat tijdens de top enigszins besmuikt over deeltijdwerk werd gesproken; het was een probleem dat wij kampioen deeltijdwerken zijn. Maar, voorzitter, is het juist niet uniek dat in Nederland de mogelijkheid bestaat om in deeltijd te werken, waardoor ouders juist de mogelijkheid krijgen om werk en zorgtaken te combineren? Daar zouden wij juist heel erg blij mee moeten zijn. Wij zouden dit model wat mij betreft met trots moeten uitdragen. Blijft de wens van ouders, juist ook in het belang van hun kinderen, om op hun eigen manier werk en zorg te combineren de norm en het uitgangspunt van de minister? Of staat de verhoging van de arbeidsparticipatie voor hem centraal? Ik zou graag van hem een bredere beschouwing over dit punt willen hebben in zijn eerste termijn.

Ik heb ook een vraag over de wens van de minister om verlof beter mogelijk te maken. Hoe rijmt hij die wens met de afschaffing van de ouderschapsverlofkorting, die dit kabinet voorstaat?

De minister heeft ook een plan aangekondigd voor de peuterspeelzalen. Vanaf 2016 moeten de peuterspeelzalen gaan voldoen aan de kwaliteitseisen die voor de kinderopvang gelden. Natuurlijk is het van belang om te zorgen voor een goede kwaliteit, maar heeft de minister ook oog voor andere effecten? Peuterspeelzalen en kinderopvang richten zich op verschillende doelgroepen. Het voorstel zal leiden tot hogere kosten, terwijl er al veel op gemeenten afkomt. Het gevolg laat zich raden: de eigen bijdragen van ouders zullen stijgen. Dat heeft juist een drempelverhogend effect op de toegang tot de peuterspeelzalen, vooral voor niet-werkende ouders. Werkende ouders kunnen voortaan kinderopvangtoeslag aanvragen, maar het is de vraag of zij deze weg weten te vinden en of zij dat willen. Bovendien kunnen zij alleen kinderopvangtoeslag krijgen als beide ouders werken. De kinderen van gezinnen met een laag inkomen dreigen zo uit de peuterspeelzalen te verdwijnen. Onderkent de minister dit risico? Hoe gaat hij voorkomen dat onze unieke en laagdrempelige peuterspeelzalen straks in de problemen komen omdat ouders helemaal gaan afhaken?

Ik sprak eerder al over de Algemene nabestaandenwet. De ruimte om voor kinderen te kunnen zorgen is zeker ook van belang voor mensen die hun partner hebben verloren. Juist bij rouwverwerking is maatwerk belangrijk. Dat geldt ook als een nabestaande op eigen verzoek weer aan het werk wil. Helaas gaat er dan vaak iets mis. Zo meldt 40% van de nabestaanden die weer gaan werken zich na kortere of langere tijd weer ziek door onverwerkte rouw. Eerder is het rapport Rouw en Werk uitgekomen. Collega's op de werkvloer en leidinggevenden hebben vaak onvoldoende kennis van de gevolgen van rouw voor de inzetbaarheid van werknemers en van de wijze waarop je rouwende werknemers kunt benaderen. De staatssecretaris heeft in april gezegd dat zij dit met de sociale partners zou bespreken. Heeft dit gesprek plaatsgevonden en zo ja, wat is het resultaat? Is de staatssecretaris bereid om met de sociale partners concrete afspraken te maken, bijvoorbeeld over voorlichting en het stimuleren van het gebruik van protocollen via cao's? Ook vraag ik de staatssecretaris om te bekijken hoe binnen de huidige verlofregelingen meer rekening kan worden gehouden met de positie van nabestaanden.

Vorige week kwam het vraagstuk van discriminatie op de arbeidsmarkt prominent in het nieuws. Het is een probleem dat vaak moeilijk hard te maken is, maar nu heel zichtbaar werd doordat een sollicitant werd afgewezen ... ten eerste om zijn huidskleur. Dit is een praktijk die wij in dit land niet zouden moeten willen accepteren. De SER moet binnenkort met een advies komen over arbeidsdiscriminatie. Heeft de minister er zicht op wanneer dit komt? Is het kabinet bereid om een bredere visie op te stellen over de manier waarop wij dit verschijnsel, dat breder speelt, gaan aanpakken, met de mogelijke aanbevelingen van de SER in de hand?

Ik ga bijna afronden, maar voordat ik dat doe, wil ik een concreet punt noemen waarvoor mijn fractie al vaker aandacht heeft gevraagd. Dat betreft kinderen die in armoede opgroeien op de BES-eilanden. Onze Koning en Koningin zijn onlangs op deze eilanden geweest en werden zelf geconfronteerd met deze problematiek toen zij in gesprek gingen met bewoners. Waar wij hier de kinderbijslag en het kindgebonden budget kennen, is er voor de gezinnen op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba alleen de kinderkorting. Dit is een kinderkorting op het belastbaar inkomen bovenop de belastingvrije voet. Voor arme gezinnen met een inkomen onder deze belastingvrije voet geldt dan echter een verzilveringsprobleem, terwijl gezinnen die veel verdienen juist een maximale kinderkorting kunnen krijgen. Wil de minister de systematiek zo aanpassen dat kinderen op de BES-eilanden — dat zijn er ongeveer 5.000 — in aanmerking kunnen komen voor inkomensondersteuning, bijvoorbeeld door de kinderkorting om te vormen tot een kinderbijslag?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari