Roel Kuiper: 'Defensie moet voor lange termijn helderheid krijgen'

Roel_Kuiper-3dinsdag 10 december 2013 16:30

ChristenUnie-senator Roel Kuiper heeft vandaag om een debat gevraagd met de minister van Defensie over haar begroting. Het is vrij uitzonderlijk dat de Eerste Kamer een begroting plenair bespreekt. Kuiper wil met de regering in debat over de vele bezuinigingen op defensie. 'Voor de langere termijn wil ik duidelijkheid. Niet alleen voor de mannen en vrouwen bij defensie, maar ook om een stabiele ontwikkeling van de krijgsmacht mogelijk te maken.'

Lees hieronder de hele bijdrage van Roel Kuiper aan het debat over de Defensiebegroting 2014 (33750 X)

Voorzitter,

De Eerste Kamer heeft er geen gewoonte van gemaakt begrotingen, nadat ze waren goedgekeurd door de Tweede Kamer, in eigen huis opnieuw aan de orde te stellen. Sterker nog: doorgaans laat de Eerste Kamer behandeling geheel achterwege. Niettemin beschikt de Eerste Kamer over het budgetrecht en dient ze dus in te stemmen met de Rijksuitgaven die de departementen doen.  Uiteraard kan dat hier tot bedenkingen leiden. De Eerste Kamer kan dus ook tot inhoudelijke behandeling overgaan.

Mijn fractie heeft verzocht de defensiebegroting te behandelen en meent dat er een sterke aanleiding is om dit te doen. Die aanleiding ligt in de begroting zelf en met name in de nieuwe forse beperking van de budgettaire ruimte voor defensie. Naar het oordeel van mijn fractie gaan we nu kritieke grenzen over.

Het is bekend dat defensie al meer dan twintig jaar moet bezuinigen, maar het is ook bekend dat al geruime tijd wordt aangegeven dat deze bezuinigingen de Nederlandse krijgsmacht  onder het niveau brengen waar op mag worden gerekend, ook in het licht van bondgenootschappelijke afspraken. Nederland heeft de bescherming van eigen en internationale veiligheid altijd hoog in het vaandel gehad, het heeft  zelfs een artikel in de Grondwet  gewijd aan de bevordering van de internationale rechtsorde, maar intussen wordt de krijgsmacht feitelijk ontmanteld. Het ernstige is dat het perspectief ontbreekt. Het vorige kabinet bezuinigde 1 miljard, het huidige voegt daar nog eens 348 miljoen aan toe. Waar het eindigt is niet duidelijk en hoe het verder moet is evenmin duidelijk. De beleidsbrief waarin de regering haar ‘Internationale Veiligheidsstrategie’ (21 juni 2013) verwoordt, spreekt zonder omhaal van ‘krimpende defensiebudgetten’  als gegeven, zonder duidelijk te maken waar dit kritische grenzen bereikt. Mijn bedoeling is door middel van dit debat zicht te krijgen op de defensie-inspanning van Nederland op langere termijn volgens maatstaven die hiervoor zouden moeten gelden. Die maatstaven worden aangereikt door bondgenootschappelijke afspraken maar ook door de analyse die de regering zelf maakt met betrekking tot de veranderende veiligheidssituatie in de wereld.

Voorzitter, laat ik met dat laatste beginnen. De ‘Internationale Veiligheidsstrategie’, mede ondertekend door de minister van Defensie, is helder: onze wereld is niet veiliger geworden en wereldwijde stabiliteit vraagt een actieve inzet. Instabiele regio’s beginnen aan de grenzen van Europa, met name in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, waar het aantal conflicten toeneemt. Internationale handelsroutes  hebben te kampen met piraterij of met conflicterende territoriale aanspraken van onder meer Aziatische landen op zee. Voor Nederland zijn open zeeroutes van levensbelang. Nederland moet daarvoor marinevermogen hebben. Onderdeel van de analyse is tevens dat de opkomst van nieuwe economieën ook nieuwe conflicten kan geven. Opkomende nieuwe machten zullen zich ook militair willen versterken en zich wellicht laten gelden.  De brief vraagt om intensivering van inspanningen, meer slagkracht, een militaire inspanning die niet achterblijft bij wat nodig is. Daarin beweegt ze zich in lijn met vorige analyses en ik noem dan ooral de Verkenningen uit 2010.

In het licht van deze analyse is een verdere reductie van het defensiebudget niet goed te begrijpen. Die reductie gaat dit jaar gepaard met een duidelijk uitgesproken voornemen dat Nederland zijn ambities naar beneden gaat bijstellen. We willen nog wel wereldwijd dienstbaar zijn, maar de capaciteit is nu wel zo geraakt dat we dat nooit lang kunnen volhouden. Meerdere missies tegelijkertijd zijn onmogelijk en de omvang van onze wapensystemen wordt steeds kleiner. Er is in het Herfstakkoord gelukkig iets gecorrigeerd, daar zijn we ook content mee, maar de neerwaartse trend blijft onmiskenbaar. Mijn eerste vraag die ik aan de minister wil stellen is deze: welke vertaling zou de analyse van de beleidsbrief Internationale Veiligheid volgens haar moeten krijgen voor wat betreft de omvang en inzetbaarheid van de krijgsmacht? De beleidsbrief pleit voor een ‘continue investering’ en voor vergroting van het ‘militaire handelingsvermogen’ in Europa. De boodschap is dus dat er grote inspanningen nodig zijn om de wereld veilig te houden. Wat betekent dat nu voor defensie en de keuzes die daar gemaakt worden? Welk lange termijn perspectief biedt deze Veiligheidsstrategie voor Defensie?  

Voorzitter, de meest fundamentele kwestie , ik zou zelfs zeggen meest existentiële kwestie, is de terugkeer van een duidelijk toekomstperspectief voor defensie. In de Verkenningen uit 2010 is al aangegeven dat er alleen sprake kan zijn van een stabiele ontwikkeling van de krijgsmacht als er een financieel perspectief is voor de langere termijn. Dat perspectief is er nu gewoon niet, ook niet voor het personeel dat al jaren in grote onzekerheid leeft over de toekomst. Het is onduidelijk welke maatstaven Nederland zichzelf oplegt. Dat betekent dat onze woorden over internationale veiligheid geen bodem hebben. Wat ze in militaire termen betekenen is op de lange duur onhelder. Welke daadwerkelijke inspanning wil Nederland leveren? Zoals bekend houdt de  NAVO de norm aan van 2% BNP. Dat zouden onze bondgenootschappelijke verplichtingen moeten zijn. Dat halen we al vele jaren niet. We halen zelfs het Europees gemiddelde niet van 1,5% BNP. Nederland beweegt zich in de richting van 1% BNP en bevindt zich daarmee in de buurt van landen als Albanië, Tsjechië, Slovenië, Slowakije.

De reactie die al bijna uitgetekend staat in de stukken is dat er meer slagkracht moet worden gehaald uit militaire samenwerking, zowel in NAVO-verband als in Europees verband. Maar daarmee wordt het probleem alleen maar verlegd. Zullen andere landen Nederland een geloofwaardige samenwerkingspartner vinden als het vooral wil halen en steeds minder te brengen heeft? Is dit het gedrag van wat de ‘Internationale Veiligheidssstrategie’ de opstelling van een ‘verantwoordelijk aandeelhouder’ noemt (p.10)? Wat is eigenlijk een ‘verantwoordelijk aandeelhouder’? Waar praten we dan over? Gaan we het keerpunt maken en ons defensiebudget bewegen naar wat in elk geval het Europees gemiddelde is? Kan de minister aangeven wat de NAVO van ons verwacht? Als ik het goed heb worden lidstaten regelmatig ‘geexamineerd’? Wat zijn de conclusies?

Voorzitter, om dit debat zo toegespitst als mogelijk te houden, dien ik nu alvast een motie in die duidelijk maakt wat mijn bedoeling is: de vertaling van de Veiligheidsstrategie naar een lange termijn financieel perspectief voor de krijgsmacht dat overeenkomt met onze economische positie en met een loyale bondgenootschappelijke opstelling. Het zou belangrijk zijn als er een afsprakenkader kan komen voor de langere termijn om niet alleen de mannen en vrouwen bij defensie duidelijkheid te geven, maar ook om een stabiele ontwikkeling van de krijgsmacht mogelijk te maken.  

 

Roel Kuiper diende de volgende motie in:

 

Motie Kuiper

De Kamer, gehoord de beraadslagingen,

Constaterend dat Nederland in de achterliggende decennia een sterke afbouw heeft gekend van het defensiebudget en inmiddels ongeveer 1,1% van het BNP besteedt aan de krijgsmacht,

Overwegend dat de internationale veiligheidssituatie reden geeft tot nieuwe alertheid en de Nederlandse regering dit ook onderkent in haar Internationale Veiligheidsstrategie,

Overwegend dat Nederland al vele jaren de NAVO-norm van 2% BNP niet haalt en ook onder het Europees gemiddelde van 1,5% BNP is gezakt en dat het ‘ambitieniveau’ van de krijgsmacht naar beneden wordt bijgesteld,

Overwegend dat Nederland vanwege zijn strategische ligging, internationale handelsbelangen en als samenwerkingspartner in Europees verband en NAVO-verband, zijn defensie-inspanningen op een volgens internationale maatstaven aanvaardbaar peil dient te houden,

Verzoekt de regering  aan te geven op welke termijn en op welke wijze Nederland zich in zijn budgettaire beleid kan voegen naar een niveau van uitgaven dat past bij zijn eigen Veiligheidstrategie en afgesproken internationale verplichtingen.  

 

 

 

« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari