Een requiem voor het oude jaar

2012-gertjan-segersAPR_2332dinsdag 31 december 2013 10:05

2013 gaat sterven. De maanden en weken zijn weer door onze handen geglipt; nog deze dag slechts rest ons vóór het definitieve einde van het oude jaar. Dan is het voorbij. En inderdaad, ik word daar weemoedig van. Veel drukte, veel daden en nog meer woorden verdwijnen in de mist van de geschiedenis en het is maar zeer de vraag of er veel is wat beklijft, schrijft Gert-Jan Segers in zijn zeswekelijkse column in het ND.

Ik was achttien toen ik er met een schok achter kwam dat ik sterfelijk was. Uiteraard wist ik ook daarvoor al dat ik technisch gesproken niet het eeuwige leven op aarde had, maar in mijn eindexamenjaar werd het pas een bevindelijke werkelijkheid. Het was zo’n moment waarop ik op mijn rug op bed lag, naar het plafond staarde en prevelde: ‘Ik ga dood.’ Het waren momenten waarop ik door de stad fietste en niet kon begrijpen dat er nog iets te lachen viel, omdat we er allemaal aan gaan. Ik kon toen alleen maar met heimwee terugkijken naar mijn jaren waarin ik me onsterfelijk waande en de dood alleen maar iets voor oude mensen was. Ook die jaren van overmoed waren voorbij en zouden nooit meer terugkomen.

Sindsdien heb ik me vaak verbaasd over de manier waarop onze cultuur met de dood omgaat. Het NOS-overzicht van de doden van 2013 begon bijvoorbeeld met de mededeling dat de gememoreerde mensen nu van een wolkje op ons neerkeken. Sneu onvermogen om de doden een fatsoenlijke plek te geven. Of van die begrafenissen waarop de man of vrouw in de kist nog even met een paar warme woorden wordt toegesproken. Een gek, bijna kinderachtig ritueel, als je het mij vraagt. Of de huiveringwekkende Trouw-reportage van een man die op een zelfgekozen zaterdag, te midden van zijn gezin, een slokje neemt van de beker die de arts van de Levenseinde-kliniek hem gaf. Niet de dood joeg hem angst aan, maar het vooruitzicht van dementie.

Het grote verschil tussen deze manieren van omgaan met de dood en de puberjongen die zijn sterfelijkheid ontdekte, is natuurlijk het geloof in God. Het besef dat sterven zou leiden tot de ontzagwekkende ontmoeting met de Eeuwige, was voor mij op dat moment bepaald geen blij vooruitzicht. Als al mijn ontluikende pubergedachten aan het licht zouden komen, zag het er niet goed uit voor mij. En nog altijd boezemt het geloof ooit God te gaan ontmoeten mij eerbied en ontzag in. God is namelijk God. Tegelijk is de troost van het geloof nooit zo sterk en levendig als op de begrafenis van een gelovig familielid, vriend of vriendin. Als ik ergens geloof dat het allemaal echt waar is, dan is het bij het open graf van een beminde die in vertrouwen op Christus is gestorven. Er is weinig wat mij dieper kan ontroeren dan de getuigenissen van stervenden voor wie daadwerkelijk de hemel geopend werd. Dat begon bij mijn neefje Paul, die alweer lang geleden even uit zijn coma ontwaakte, opveerde en met gestrekte handen en een glans op zijn gezicht zijn laatste adem uitblies. En dat eindigde met de laatste begrafenis van een vriendin, waar de christelijke hoop zoveel sterker was dan al onze wanhoop.

Terug naar 2013, het stervende jaar van onze Here. Er is veel wat door mijn handen glipt en wat me weemoedig maakt. Mijn dochters die meiden zijn geworden; debatten, gesprekken en lezingen die ik over zou willen doen; zo veel zaken die me hebben afgeleid van vriendschappen en relaties die er pas echt toe doen.

Maar soms ben ik ook gewoon blij dat dingen voorbij gaan en in de eeuwigheid niet meer terugkomen. Gekrenkte trots, grote ego’s, domme misverstanden, kerkelijke binnenbrandjes – wat heerlijk dat we ze ooit definitief achter ons kunnen laten. Tot die tijd nemen we ze nog even mee het nieuwe jaar in. Net zoals de oorlog in Syrië nog even zal door razen, de christenen in islamitische en communistische landen nog vervolgd zullen worden en Europa nog wel even zal zuchten onder schulden, werkloosheid en economische malaise.

Dat alles brengen we bij de levende Heer, de Opgestane Verlosser. Als een requiem voor het afgelopen jaar.

Lux æterna luceat, Domine – laat uw eeuwige licht schijnen, Heer.

Dona nobis pacem, Domine – geef ons vrede, Heer.

Gert-Jan Segers schrijft in het ND iedere zes weken een column.

« Terug

Nieuwsarchief > 2013

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari