Bijdrage Carola Schouten aan het plenaire debat over de invoering van het leenstelsel voor studenten

donderdag 05 juni 2014 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carola Schouten als lid van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan een plenair debat met minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Onderwerp:   Debat over de invoering van het leenstelsel voor studenten

Kamerstuk:    24 724

Datum:            5 juni 2014

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Voorzitter. Vorige week was het er dan: het akkoord over het studieschuldenstelsel. Kennelijk moesten eerst de verkiezingen gehouden worden voordat er een akkoord kon komen. En dat begrijp ik ook wel. Immers, hoe ga je aan jongeren uitleggen dat ze wederom de rekening gepresenteerd krijgen? "Stem groen, sta rood"? "Studieschulden? Ja!"? De enige conclusie is dat studenten straks vanaf dag één te maken krijgen met forse studieschulden, vooral degenen zonder vermogende ouders. Daar is niets sociaals aan.

Een net afgestudeerde komt straks met een schuld van zo'n €30.000 de arbeidsmarkt en de woningmarkt op. Het zogenaamde studievoorschot is dan ook niets anders dan een hypotheek leggen op de toekomst van onze jongeren. Maar de VVD, de PvdA, D66 en GroenLinks stellen dat het rechtvaardig is dat de bakker straks niet meer hoeft te betalen voor de advocaat. Kan de minister precies aangeven hoeveel deze bakker straks terugkrijgt dankzij dit studieschuldenstelsel? Helemaal niets! De bedragen die ermee worden opgehaald, worden immers geïnvesteerd in het hoger onderwijs. Sterker nog, de zoon of de dochter van deze bakker zal er alleen maar flink op achteruitgaan. Hij of zij krijgt straks wel €100 meer aanvullende beurs. Maar als je eerst €80 wordt afgenomen, zal iedere aankomende student kunnen uitrekenen dat je er meer dan €2.100 per jaar op achteruit gaat. Het kind van de bakker is dus het kind van de rekening.

De heer Van Meenen (D66):
Het lijkt mij goed om meteen aan het begin van dit debat dat verhaal over die verkiezingen en studenten die zich bedrogen of verrast moeten voelen, uit de wereld te helpen. In de afgelopen anderhalf jaar dat ik in deze Kamer mag zitten, heb ik zo'n 85 tot 100 keer een publiek debat gevoerd met studenten over dit leenstelsel. Het staat gewoon expliciet in een uitgebreide paragraaf in ons verkiezingsprogramma. Als student moet je wel onder een steen hebben geleefd als je niet wist dat D66 en GroenLinks bezig waren om met de VVD en de PvdA te spreken.

De voorzitter:
En wat is uw vraag?

De heer Van Meenen (D66):
Waarom wil de ChristenUnie dit aspect zo graag in dit debat halen?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Ik kan uw vraag misschien met een wedervraag beantwoorden. Immers, als het dan allemaal zo voorspelbaar was en zo voor de hand lag, waarom lag er dan niet een week voor de Europese verkiezingen een akkoord? Het is toch wel heel bijzonder dat precies een week na de Europese verkiezingen er een akkoord ligt. Bovendien wijs ik erop — ik kan dat de heer Van Meenen niet aanrekenen — dat de heer Klaver, net als de fractievoorzitter van GroenLinks, Bram van Ojik, continu heeft geroepen: er zijn voorwaarden voor ons waaraan absoluut moet worden voldaan voordat wij kunnen instemmen met een studieschuldenstelsel. Een van de belangrijke punten waar ik de heer Van Ojik onlangs nog op bevraagd heb in een debat, namelijk een lager collegegeld, komt in deze plannen helemaal niet voor, zo constateer ik. Ik vind het dan wel zo eerlijk als partijen gewoon toegeven dat dit punt eigenlijk al was losgelaten voor de verkiezingen, maar dat het nog even moest wachten.

De heer Van Meenen (D66):
Nu wordt mij een vraag gesteld. Volgens mij is dat niet de gebruikelijke gang van zaken, maar ik wil er best wel antwoord op geven. GroenLinks gaat over haar eigen woorden, maar volgens mij heeft de heer Van Ojik nog kort voor de verkiezingen een uitgebreid interview gegeven over deze onderhandelingen. Ik kan namens D66 alleen maar zeggen dat het belangrijkste was dat er een zorgvuldig besluit werd genomen, en niet een besluit dat per se voor of na bepaalde verkiezingen genomen moest worden. Ik heb er verder geen vragen over. Het stelt me alleen een beetje teleur. Ik ken de ChristenUnie niet als een partij die snel meegaat in goedkope beeldvorming.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Dat doe ik ook niet; ik constateer alleen maar iets.

Ik ga verder met mijn betoog. We hebben het dan nog niet eens over de groepen die al heel veel moeite moeten doen om te kunnen studeren: de jongeren met een functiebeperking. Nu krijgen zij een jaar extra studiefinanciering, of ze nou uit- of thuiswonend zijn. Straks wordt het een kwijtschelding van €1.200. Kan de minister bevestigen dat dit inhoudt dat deze jongeren feitelijk alleen nog maar thuis kunnen blijven wonen, en ze er anders nog eens ruim €2.000 extra op achteruitgaan? Door dit studieschuldenstelsel wordt deze groep weer teruggeworpen wat de keuzevrijheid betreft. Ik snap oprecht niet dat partijen als de PvdA, maar vooral GroenLinks, hiermee hebben kunnen instemmen.

Andere groepen als jongeren zonder een baan en alleenstaande moeders krijgen er ook een probleem bij. Zij moeten verplicht schulden gaan maken. Gemeenten sturen jongeren onder de 27 jaar nu al naar school als zij zich voor een uitkering melden. Sterker nog, zij krijgen onder de 27 jaar geen uitkering meer. Alleenstaande ouders raken hun eenoudertoeslag kwijt. Studeren zal voor deze groep heel erg moeilijk gaan worden. Hoe gaat de minister waarborgen dat de jongeren zonder een baan en alleenstaande moeders niet massaal af zullen haken omdat het voor hen financieel ondraaglijk wordt om te studeren?

Ambitieuze studenten hebben ook niet veel te verwachten van dit stelsel. Wil je een meerjarige master doen? Dan betaal je de hoofdprijs. Terecht hebben de werkgevers hun zorgen al geuit over de gevolgen voor de bètatechnische studies. Ook studies als geneeskunde en theologie, en researchmasters worden straks voor de meer vermogenden. Hoe gaat de minister de groep die een meerjarige master wil doen, tegemoetkomen? Geld lenen kost op deze manier immers talent.

Het geldt overigens niet alleen voor de meerjarige masters. Onderzoek heeft laten zien dat 10% van de studenten van een studie afziet als er een leenstelsel wordt ingevoerd. Ook komt er minder doorstroom van het mbo naar het hbo; dat gaat om wel 20%. Juist de voorzitter van de Vereniging Hogescholen, die tevens senator voor D66 is, waarschuwt dat de toegankelijkheid van het hbo voor lagere inkomensgroepen onder druk staat. Waarom stapt de minister hier toch steeds overheen? Als juist een Eerste Kamerlid van D66 constateert dat de instroom onder druk staat, snap ik niet dat de D66-woordvoerder in de Tweede Kamer hier overheen stapt.

Ik heb nog één vraag. Er zijn berekeningen gemaakt van de gevolgen voor de rijksbegroting wegens oninbare schulden. Kan de minister aangeven voor hoeveel harde euro's er een risico voor de rijksbegroting wordt gelopen omdat schulden straks niet meer inbaar zijn?

Afrondend merk ik op dat dit studieschuldenstelsel studenten in de schulden stort, dat het kwetsbare groepen op achterstand zet, dat het de toegankelijkheid van het hoger onderwijs belemmert en dat het de komende jaren netto nauwelijks extra investeringen in de kwaliteit oplevert. Ik heb daar maar één woord voor: onbegrijpelijk. Talent moet je benutten, niet beboeten.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2014

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari