Bijdrage Carola Schouten aan het plenair debat Begroting Economische Zaken (XIII)

dinsdag 14 oktober 2014 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Carola Schouten als lid van de vaste commissie voor Economische Zaken aan de plenaire behandeling van de Begroting Economische Zaken (XIII)

Onderwerp:   Begroting Economische Zaken (XIII)

Kamerstuk:    34 000 - XIII

Datum:           14 oktober 2014

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Voorzitter. Deze minister is een positief mens. Dat leerden wij ook dit weekend weer. Het is onmiskenbaar dat wij uit economisch moeilijke tijden komen. Veel bedrijven hebben gemerkt dat het heel zwaar is geworden om nog overeind te blijven en er is werkgelegenheid verdwenen. Eigenlijk wil ik echter met een positieve ontwikkeling beginnen. In deze tijden zijn er namelijk ook veel ondernemers opgestaan die juist nieuwe kansen hebben gezien. Een aantal sprekers voor mij doelde daar al op: er zijn initiatieven aan het ontstaan die op een heel vernieuwende manier aankijken tegen hoe je kunt ondernemen. Het woord deeleconomie viel al. Ik noem ook de sociaal ondernemers, die heel duidelijk een sociale doelstelling koppelen aan zakendoen. Ik noem ook het coöperatieve ondernemen, en bewoners die veel meer met elkaar zoeken naar manieren om hun doelstellingen te realiseren. Ik zie dat allemaal als winst en als kansen voor de nieuwe economie.

Ik zie wel in dat juist op het departement van Economische Zaken nog veel wordt gedacht vanuit bestaande kaders. Dat is natuurlijk altijd het vervelende bij innovatie: op het moment dat iets nieuw is, knellen de kaders algauw. De heer Verhoeven doelde daar ook al op. Welke mogelijkheden ziet de minister om juist kansen te bieden aan al die nieuwe initiatieven die ontstaan, die goed zijn voor de werkgelegenheid en die ook andere doelstellingen dan alleen winst maken nastreven, bijvoorbeeld bij de sociaal ondernemers? Waar denkt hij dat wet- en regelgeving op punten aangepast zou moeten worden? Is hij bereid om daar een overzicht van te geven, zodat wij het debat daarover kunnen aangaan?

We moeten natuurlijk niet de sectoren vergeten die al heel lang een bijdrage leveren aan ons bruto nationaal product, en juist ook aan de werkgelegenheid. Ik noem er een in het bijzonder. Dat is de bouw- en infrasector. Dat is geen topsector en daar ga ik vandaag ook niet voor pleiten. Ik zie echter wel in dat er juist in die sector heel veel kansen liggen voor innovatie, ook richting duurzaamheid. Toch is het best lastig voor deze bedrijven om aan te haken bij de bestaande topsectoren, waar doorgaans het geld voor innovatie zit. Ziet de minister mogelijkheden om ervoor te zorgen dat juist deze bedrijven mee kunnen in de vaart der volkeren van de innovatie, om het zo maar te zeggen? Hoe kunnen wij dat stimuleren? Tegelijkertijd zien we dat deze sector van nature te maken krijgt met diverse departementen: I en M, EZ, Wonen, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Financiën. Is de minister bereid om toch wat integraler te bekijken of hij een regierol kan nemen, zodat de sector niet steeds te maken krijgt met nieuwe aanspreekpartners en misschien soms tegenstrijdig beleid? Wil hij een beetje de bewaker worden van de regie op deze sector?

We hadden het al over de topsectoren. Onlangs is er een rapport verschenen waaruit blijkt dat de topsectoren twee keer zo hard groeien als de gehele economie. De vraag is of dit het succes is van het topsectorenbeleid of dat het toch al winnaars waren die we hebben uitgekozen. Tegelijkertijd constateer ik dat jonge en snelgroeiende bedrijven eigenlijk weinig of geen aansluiting hebben bij de topsectoren. Ik zie wel dat de minister nu extra geld heeft uitgetrokken voor de MIT. Is dat eigenlijk geen falen, zo zou ik bijna willen vragen. Waren de topsectoren niet juist opgericht om een alliantie van kennis te zijn, waarbij iedereen kon aanhaken en waarbij juist jonge, snelgroeiende innovatieve sectoren een boost kregen doordat ze in de marge van de grote topsectoren konden meekomen? Ik hoor de minister hierop graag wat meer reflecteren. Ik constateer dat de heer Biesheuvel van Ondernemend Nederland, maar bijvoorbeeld ook de heer Volberda van de Erasmus Universiteit Rotterdam zeggen dat je eigenlijk niet kunt aangeven hoe de topsectoren precies hebben bijdragen aan het nog innovatiever worden van Nederland. Ik hoop dat de minister hieraan iets meer woorden wil wijden.

In dat verband stel ik een vraag over de WBSO. Het contractonderzoek door publieke kennisinstellingen wordt nu uit de S&O-afdrachtvermindering gehaald. Wat betekent dat precies voor de kleine ondernemingen? Die zijn misschien nog niet in staat om zelf onderzoekers in dienst te nemen, maar willen wel heel graag gebruikmaken van het onderzoek dat op universiteiten of in kennisinstellingen aanwezig is. Als deze mogelijkheid hun wordt ontnomen, krijgen zij dan juist niet moeilijker toegang tot kennis? Ik hoop dat de minister hierin iets meer inzicht kan geven.

Een punt dat jaarlijks terugkeert, ook dit keer weer, zijn de aanbestedingen. Ik heb ook een aantal werkbezoeken afgelegd. Overal kreeg ik te horen dat de nieuwe Aanbestedingswet meer als plannenschrijverij werd aangeduid. De offertekosten zijn met zo'n 34% gestegen. Wij horen vaak de klacht dat de EMVI-criteria, op basis waarvan wordt gekozen voor een bepaalde ondernemer, niet toetsbaar zijn. De EMVI-criteria zijn soms ook ontzettend gedetailleerd. Is de minister het met ons eens dat we moeten bekijken of we niet meer EMVI-criteria op hoofdlijnen kunnen stellen die ook nog toetsbaar zijn? Zo kunnen ondernemers achteraf zeggen dat het klopt dat ze erbuiten zijn gevallen, omdat een collega-ondernemer gewoon beter was op dat soort zaken. De details kunnen dan verder worden ingevuld bij de gunning.

Wij zijn voorstander van EMVI an sich. Die biedt heel veel kansen, alleen moet het dan wel goed werken. Ik zie ook dat de Commissie van Aanbestedingsexperts in de knel komt omdat er zoveel klachten komen over de praktijk dat zij het werk niet meer aankan. Zij vraagt nu om extra middelen. Dat begrijp ik, maar ik zou zeggen: zorg ervoor dat ze niet zo veel klachten krijgen. Dat zou volgens mij de eerste slag zijn, ook omdat er volgens de wet ruimte moet zijn voor een snelle, deskundige, zorgvuldige en laagdrempelige klachtenbehandeling. Wil de minister toch nog bekijken of de Commissie van Aanbestedingsexperts op dit moment voldoende middelen heeft om haar werk te doen? Wil hij tegelijkertijd ervoor zorgen dat ze misschien minder te doen krijgt? Dat zou de echte winst zijn.

Mijn laatste punt betreft de regionale economie.

De voorzitter:
U hebt nog 20 seconden, mevrouw Schouten.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
In de "werken aan groei"-brief wordt vooral de kracht van de steden benoemd. Ik vraag de minister hoe het zit met de kracht van de regio. Ik lees daar niet zoveel over, of eigenlijk niets. Wij hebben op dit punt al verschillende moties ingediend, om de kracht van de regio's te versterken. Er komen ook verschillende banenplannen uit de regio. Ik las TwenteWerkt; dat moet de minister aanspreken. Is hij bereid om te bekijken of grensoverschrijdende arbeid beter mogelijk kan worden gemaakt en is hij bereid om aan te sluiten bij de plannen?

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van mevrouw Mulder.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Dit is een thema dat mij persoonlijk heel erg bezighoudt en het CDA natuurlijk ook al van oudsher. Wat zijn misschien nog punten die mevrouw Schouten daar nog meer over wilde maken? Ik ben daar zeer in geïnteresseerd.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Dank u wel voor die vraag, want ik had inderdaad nog wat tijd nodig!

De voorzitter:
U krijgt straf, mevrouw Mulder, u krijgt straf.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Dit was niet afgesproken, voorzitter.

De voorzitter:
Ik geloof er niets van!

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Ik hoor bijvoorbeeld dat roc's over de grens wel met elkaar samenwerken, maar dat er op het punt van stages en banen niets of nauwelijks iets wordt gerealiseerd, terwijl daar de kansen zitten. Ik noem de erkenning van diploma's, al vaker hier aan de orde geweest, maar ook de infrastructuur; de buslijn stopt bij de grens, bij wijze van spreken. Er zijn heel veel praktische zaken die je kunt aanpakken in een grensagenda. In Noord-Nederland is bijvoorbeeld 13% werkloosheid. In Duitsland, ernaast, over de grens, maar 3%. Hoe kunnen we die regio versterken?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Het CDA denkt natuurlijk graag mee over zo'n grensagenda. Dat vinden wij ontzettend belangrijk. Wij zouden daar graag gezamenlijk in optrekken. Wij zien inderdaad in Enschede 18% werkloosheid. Dat is afschuwelijk. En, inderdaad, vlak over de grens is het 3%. Hoe kunnen we daar meer uithalen? Dat is ook een uitdaging die het CDA graag bij de minister neerlegt.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Dat is heel mooi. Dan hoop ik dat we samen, inderdaad met de minister, kunnen zoeken naar goede oplossingen.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2014

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari