Peter Ester: 'Niet tornen aan godsdienstvrijheid'

EsterPeterPicturedinsdag 12 juni 2012 21:33

ChristenUnie-senator Peter Ester is tevreden over de afloop van het debat over een verbod op rituele slacht. 'De staatssecretaris heeft nu een convenant gesloten met alle partijen, waarin belangrijke waarborgen voor het dierenwelzijn zijn afgesproken. Daarmee blijft ruimte voor godsdienstvrijheid en is het verbod van tafel.' Lees hier zijn volledige bijdrage aan het debat:

31 571 Plenair Debat Staatssecretaris Bleker Convenant Rituele Slacht

MdV, veel dank aan mevrouw Thieme voor de beantwoording van onze vragen en aan de staatssecretaris voor zijn toelichting op het convenant.

Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om mevrouw Thieme van harte te feliciteren met de geboorte van haar dochter Amélie.

MdV, op 13 december vorig jaar beleefden we in dit Huis een gedenkwaardig debat over de Initiatiefwet inzake de rituele slacht. Het was een goed en gewetensvol debat waar op het juiste niveau werd geargumenteerd over een onderwerp dat de gemoederen danig bezig hield en houdt. Het onderwerp rituele slacht maakt veel emoties los in de samenleving. De maatschappelijke onrust was groot. De Joodse gemeenschap en de Moslim gemeenschap voelden zich overvallen en niet gehoord. En het ging ook ergens over. Vrijheid van godsdienst, dierenwelzijn en de rechten van minderheden. Het debat was grondig, respectvol en waardig. Mevrouw Thieme verdedigde haar voorstel met verve en dwong respect af. Ook van mijn fractie.

Ik moet helaas concluderen dat ook na de uitvoerige uiteenzetting van mevrouw Thieme in tweede termijn, veel van onze vragen nog recht overeind staan. Het initiatiefvoorstel tast de vrijheid van godsdienst in ons land aan, het verheft de reguliere industriële massaslacht tot standaard en norm, het proportionaliteitsbeginsel is in het geding, de visie op wetenschap is veel te optimistisch en het marginaliseert de Joodse en Moslim gemeenschap in ons land. We zijn derhalve niet overtuigd van de juistheid van de argumenten die aan het wetsvoorstel ten grondslag liggen, ook niet na de beantwoording door de initiatiefneemster. Wij zullen onze steun aan het voorstel derhalve onthouden.

Maar, MdV, voor mijn fractie is dierenwelzijn een basale waarde die wij zeer serieus nemen. Zoals het scheppingsverhaal ons voorhoudt zijn de dieren door God geschapen en dat verplicht ons tot zorgvuldig rentmeesterschap. Die verantwoordelijkheid zit in de genen van mijn partij. Een stem tegen het initiatiefwetsvoorstel is dan ook beslist geen stem tegen dierenwelzijn. Er is alle reden om verder te werken aan het verbeteren van het dierenwelzijn in ons land. Gelukkig heeft de Eerste Kamer zelf een regierol op zich genomen en een doorbraak tijdens het debat eind vorig jaar weten te bewerkstelligen. De Senaat was hier op zijn sterkst. Er werd over politieke schaduwen heen gesprongen en fracties weken af van hun collega’s in de Tweede Kamer toen de eindbalans werd opgemaakt. Het resultaat was een motie waarin PvdA, VVD, CDA, D66, SGP en de ChristenUnie – samen goed voor 49 zetels – de regering verzochten om kwaliteitseisen te ontwikkelen voor zowel de reguliere als de onbedwelmde rituele slacht; dit alles gericht op de verbetering van dierenwelzijn. Dit werd breed geduid als een werkbaar alternatief voor het initiatiefwetsvoorstel-Thieme dat in de ogen van deze partijen een niet noodzakelijke en ook ongerechtvaardigde beperking vormde van de vrijheid van godsdienst en godsdienstbeleving en andere grondrechten en onacceptabele uitvoering- en handhavingproblemen opleverde. Het bleek mogelijk dierenwelzijn en vrijheid van godsdienst met elkaar te verbinden. Voor mijn factie en het gedachtegoed waar wij voor staan, markeert deze gezamenlijke motie een belangrijke sprong voorwaarts in het debat. De vrijheid van godsdienst en godsdienstbeleving en het strijden voor dierenwelzijn gaan samen op.

De Staatssecretaris bood een creatieve opening in het slotdebat en zegde de Kamer toe om op basis van de beraadslagingen en de genoemde motie een convenant met de belangrijkste stakeholders af te sluiten rond de verbetering van het dierenwelzijn, zowel wat betreft de reguliere als de onbedwelmde rituele slacht. Daarbij werden het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) en het Contactorgaan Moslims & Overheid (CMO) met name genoemd als convenantpartners. Deze convenantsoptie was al eerder door mijn fractie geopperd. Dat was het slot van een memorabel debat en de facto ook het einde van het Initiatiefvoorstel-Thieme. Er ging een zucht van verlichting door het land, zeker ook bij onze Joodse en Moslim landgenoten. De Eerste Kamer had zich van haar beste kant laten zien. Een constatering die ook in de media breed werd uitgemeten. Er werd met dit debat en de uitkomst ervan parlementaire geschiedenis geschreven.

Mijn fractie, MdV, was met deze afloop van het debat zeer content. Nederland, zo stelden wij, stak de Rubicon niet over. De vrijheid van godsdienst was – althans voor het moment - zeker gesteld, de rechten van minderheden werden gerespecteerd, dierenwelzijn zou worden verbeterd en een wetstechnisch onvolkomen voorstel haalde de eindstreep niet.

Vanaf dat moment had de staatssecretaris de regie in handen. Dat ging met horten en stoten en de Senaat moest hem tot spoed manen. Maar nu ligt er een convenant waarin de Staat der Nederlanden, de Vereniging van Slachterijen en Vleesverwerkende bedrijven, en de Joodse en Moslim gemeenschap elkaar gevonden hebben. De staatssecretaris mag daar terecht trots op zijn en hij verdient daarvoor alle lof van dit Huis. Dat geldt ook voor de beide geloofsgemeenschappen die hun eigen grenzen hebben moeten opzoeken. Het convenant zoals dat vorige week door de vier partijen is ondertekend, voldoet naar onze mening aan de vereiste zorgvuldigheidsvoorschriften. Het gaat dan om afspraken over normen ter verbetering van het dierenwelzijn, opleidingsvereisten, kwaliteitsmaatstaven, en het toezicht op slachthuizen die onbedwelmd slachten volgens religieuze riten. Ook het feit dat de convenantpartners hebben afgesproken een wetenschappelijke adviescommissie in te stellen die specifieke expertise rond dierenwelzijn zal ontsluiten, geeft veel vertrouwen. Wij menen dat met dit convenant de juiste weg is ingeslagen. Het maakt een afzonderlijke wettelijke regeling overbodig.

Het past, MdV, de Eerste Kamer minder om op de nadere technische details van het convenant in te gaan. Dat is immers aan de convenantpartners zelf. Wel wil mijn fractie een aantal meer algemene vragen aan de staatssecretaris stellen. Deze vragen hebben te maken met representatie en de wetenschappelijke adviesfunctie. Is de staatssecretaris van mening dat de partijen die het convenant hebben getekend in voldoende mate de beide geloofsgemeenschappen vertegenwoordigen? Hoe heeft hij zich hiervan verzekerd? Vervolgens de vraag waarom hij de wetenschappelijke adviescommissie persoonlijk gaat voorzitten; zelfs al is dat maar tijdelijk. Het is toch merkwaardig indien de staatssecretaris de vergaderingen leidt van een commissie die hem zelf moet adviseren. Graag hoort mijn fractie de argumentatie van de staatssecretaris waarom hij voor deze verrassende variant heeft gekozen. Zit er wat dit betreft nog ruimte tussen zijn opvatting en de mening die hierover door de beoogd voorzitter Prof. Hellebrekers in de media is geventileerd?

MdV, ik rond af. Mijn fractie kan zeer wel met dit convenant uit de voeten. Het biedt de juiste balans tussen godsdienstvrijheid en dierenwelzijn. Het is een uitstekend alternatief voor het voorstel-Thieme. Wel resteert nog een cruciale slotvraag. De motie zoals die door zes partijen is getekend, roept niet alleen op tot het maken van afspraken over de randvoorwaarden rondom de onbedwelmde rituele slacht, maar ook tot het maken van heldere afspraken gericht op het verbeteren van dierenwelzijn bij de reguliere industriële slacht. Voor mijn fractie is deze kwestie essentieel en vanuit het proportionaliteitsprincipe gedacht nog veel belangrijker dan de rituele slacht. Ik verzoek de staatssecretaris dan ook om een integraal visiedocument voor te bereiden rond het verbeteren van het dierenwelzijn bij de industriële massaslacht. Een visiedocument waarin tevens een concreet stappenplan met concrete doelstellingen wordt uitgewerkt. Kunt u dit verzoek honoreren? En zo ja, op welke termijn kunnen we dit visiedocument tegemoet zien?

Dank u wel.

 

 

 

 

« Terug