Ouderen, meldt leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt!

Cynthia_Ortega_kleinwoensdag 07 oktober 2009 19:44

Afgelopen week was intensief, maar vruchtbaar. De schuldenproblematiek was in mijn werk een steeds terugkerend thema. Niet zo vreemd, want het is een speerpunt in mijn portefeuille.

Vrijdag jl. had ik met vertegenwoordigers van kerken, geloofsgemeenschappen en christelijke schuldhulpverleningsorganisatie een netwerkbijeenkomst belegd om met elkaar na te denken over de versterking van hun rol bij de schuldenhulpverlening. Het was een vruchtbare bijeenkomst. De deelnemers hebben klip en klaar gewezen op knelpunten die het proces van hulpverlening frustreren. Ook op ons partijcongres heb ik over dit onderwerp een deelsessie verzorgd, gericht op bewustwording en urgentie.

Het aantal huishoudens dat met problematische schulden kampt, is gegroeid tot bijna 700.000. Dat is één op de tien huishoudens. Dat bleek uit een rapport dat gisteren naar de Tweede Kamer is gestuurd. Vaak gaat het om huishoudens met een laag inkomen. Uit het rapport blijkt echter dat ook huishoudens met een modaal of bovenmodaal inkomen risico hebben in de problemen te raken, doordat zij vaak te kampen hebben met een forse stapeling van schulden. Hier is echt sprake van een urgent probleem dat aangepakt moet worden.

Staatssecretaris Klijnsma stelt in een reactie dat mensen 'te laat de tering naar de nering zetten of zich een te hoge levenstandaard veroorloven'. Ook zegt de staatssecretaris dat het lastig is om huishoudens te beïnvloeden waar 'het maken van schulden een levensstijl is geworden’. Maar het is de vraag of de overheid in dit soort situaties moet interveniëren. Is hier niet sprake van een perverse prikkel waardoor de overheid deze levensstijl in stand houdt?

Ik vind dat huishoudens die (indirect) buiten hun schuld om in de schulden zijn geraakt, met voorrang hulp en begeleiding moeten krijgen. In een Algemeen Overleg over dit onderwerp in april jl, heb ik de staatssecretaris gevraagd of zij met mij eens is dat ook de schuldenproblematiek een plaats krijgen op de 'morele agenda' die het kabinet gaat opstellen in verband met de crisis. Zij zou het gaan voorleggen. Ik ben benieuwd hoe het daarmee staat, want het doorbreken van de huidige trend begint wel bij een mentaliteitsverandering. Daarnaast moeten preventie en het voorkomen overkreditering hoger op de politieke agenda komen. Ook moet de bureaucratie aan banden worden gelegd. Er is al heel veel geld geïnvesteerd in de aanpak, maar duurzame resultaten blijven vaak uit. Een ding wat ik mij afvraag, is waarom er gekozen moet worden voor een moeizaam traject van minnelijke schikking, dat meer kost en meer bureaucratie met zich meebrengt dan een wettelijk traject. Dat kost minder, levert meer op voor de schuldeisers en biedt sneller uitkomst voor de schuldenaar. Ook bevreemdt het mij dat gemeenten ervoor kiezen een eigen afdeling schuldhulpverlening in te richten, terwijl er genoeg externe expertise voorhanden is. Ik ben blij met de zorgplicht die wettelijk voor gemeenten zal worden vastgelegd. Ik hoop dat zij dan meer gaan inzetten op doelmatigheid, doeltreffendheid, preventie en duurzame resultaten. Kortom nog veel werk aan de winkel.

Deze week heb ik meer ruimte om te werken aan mijn projecten voor de langere termijn, en mij voor te bereiden op een aantal debatten. Het is een verademing om even niet te hoeven jagen, rustig te kunnen nadenken over vraagstukken en achterstanden weg te werken. Maandag had ik weer ruimte om een aantal mensen te spreken. Voor mijn werk als Kamerlid vind ik dat heel belangrijk. De gesprekken gingen over de ontwikkelingen op Bonaire, over het armoedebeleid, de situatie op de arbeidsmarkt, de AOW en de positie van Wajongers.

De situatie op de arbeidsmarkt baart mij zorgen. Overal om mij heen word ik geconfronteerd met mensen die hun baan verliezen. De werkeloosheid loopt op en de arbeidsmarktpositie voor kwetsbare groepen waaronder ouderen, jongeren en mensen met een beperking wordt slechter. Vooral voor de doelgroep ouderen zal ik aandacht vragen in het Algemeen Overleg van morgen. Het kabinet heeft veel maatregelen genomen om werkgevers te verleiden om ouderen in dienst te nemen, maar het lijkt niet het verwachte resultaat op te leveren. In het rapport over de evaluatie van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid (WGBL), meldt driekwart van de werkzoekenden in de leeftijdscategorie 55+ dat zij ervaring hebben met leeftijdsdiscriminatie. Dat is fors. Ik weiger nog te geloven dat de uitsluiting van deze groep ouderen te maken heeft met een negatieve beeldvorming. Daarom twijfel ik ook aan de effectiviteit van communicatiecampagnes om deze vermeende beeldvorming te verbeteren. Wat mij betreft moet er zwaarder ingezet worden op de handhaving van de WGBL. Om dit te kunnen doen, moeten werkzoekenden die zich benadeeld voelen, zich gaan melden bij de antidisciminatiebureaus om hun klacht te deponeren. Anders vrees ik dat de WGBL symboolwetgeving wordt. 

Cynthia Ortega-Martijn

« Terug