Peter Ester: "Balans belastingbeleid Rutte II mager"

Foto Peter Ester - hoge resolutiedinsdag 13 december 2016 14:15

Bij de behandeling van het Belastingplan 2017 op dinsdag 13 december in de Eerste Kamer maakte senator Peter Ester de balans op over het door het kabinet Rutte II gevoerde fiscale beleid. Peter Ester: "Die balans is mager. Deze staatssecretaris zou de fiscale rommelzolder gaan opruimen, maar verder dan het verplaatsen van wat dozen van de ene naar de andere hoek is hij niet gekomen. Een belastingstelselherziening is uitgebleven. Terwijl de marginale druk - de belastingdruk bij één extra euro aan inkomen - voor met name eenverdieners gigantische proporties heeft aangenomen. De verhoudingen zijn echt zoek. Daarnaast is door de weinig doordachte afschaffing van de VAR en de invoering van modelovereenkomsten, waar mijn fractie tegen heeft gestemd, veel onrust en onzekerheid onder de één miljoen zzp'ers ontstaan. De belasting op vermogen zorgt ervoor dat je bij een beetje vermogen al meer belasting betaalt dan dat je rente ontvangt. En de reorganisatie van de Belastingdienst zelf is financieel uit de hand gelopen."

Peter Ester vervolgt: "Als het nieuwe kabinet iets moet oppakken, is het wel de herziening van het belastingstelsel. Om een stelsel te creëren dat niet langer verdeelt, maar verbindt; dat eerlijker en eenvoudiger is dan het huidige stelsel."

Lees hieronder de volledige bijdrage, zoals uitgesproken in de eerste termijn.

Mevrouw de Voorzitter,

Magere fiscale balans

Een laatste Belastingplan van een missionair kabinet nodigt uit tot het opmaken van de fiscale balans over de afgelopen jaren. Voor de ChristenUnie-fractie valt deze balans niet bijzonder positief uit. Bij zijn aantreden sprak de staatssecretaris van het opruimen van de fiscale zolder. Hij heeft zich daar energiek en met elan van gekweten. Wij hebben dat ook in dit huis mogen waarnemen. Maar van een fikse opruiming heeft het niet mogen komen. Het lijkt erop dat de fiscale opruimwoede zich beperkte tot het verplaatsen van dozen van de ene hoek naar de andere hoek van de zolder. Nederland was hard toe aan een stevige fiscale verbouwing, maar de stelselherziening is er niet gekomen. Ondanks een fiscale oppepper van €5 miljard. Mijn fractie betreurt dat zeer.

Maar er zijn meer zaken. De afschaffing van de VAR en de invoering van de niet goed doordachte Wet DBA leidde tot grote onrust en onzekerheid onder het leger van 1 miljoen zzp-ers. Visie ontbrak. De zo broodnodige beleidsontwikkeling wordt nu naar een nieuw kabinet doorgeschoven. Er wordt te weinig vooruitgang geboekt in het dossier rond de vermogensheffing op fictief rendement; voor vele goedwillende belastingbetalers en ijverige spaarders een doorn in het oog. Integendeel, bij de huidige spaarrente betaalt een spaarder al snel meer vermogensrendementsheffing dan hij aan rendement maakt. En dan hebben we het niet over grote vermogens, maar over € 50.000 aan spaargeld voor een individu bij de huidige gemiddelde spaarrente van 0,45%; een spaarrente die ook nog eens onder de actuele inflatie ligt. De marginale druk neemt extreme vormen aan, zeker bij éénverdieners. De reorganisatie van de Belastingdienst is qua kosten uit de hand gelopen en leidde tot perverse hrm-effecten. Wat is het toch, zo vraag ik de staatssecretaris, dat doortastend fiscaal beleid zo moeilijk maakt? Waarom lukte het wel in andere kabinetsdossiers, ik noem de verhoging van de AOW-leeftijd, de langdurige zorg, de woningmarkt? Wat zijn de lessen die hij zelf, terugkijkend, heeft getrokken?

De € 5 miljard lastenverlichting van vorig jaar

Voorzitter, vorig jaar rond deze tijd hadden we een verhitte discussie met de staatssecretaris over de € 5 miljard lastenverlichting, bedoeld als smeermiddel voor de stelselherziening. Deze herziening is er niet gekomen en dat was ongetwijfeld ook voor de staatssecretaris een bittere teleurstelling. “Een gemiste kans” in zijn eigen woorden. De in onze ogen onevenwichtige lastenverlichting ging evenwel door en zou het economisch herstel ondersteunen en 35.000 banen opleveren. Daarvoor was deze lastenverlichting niet nodig. De MEV en de Decemberraming van het CPB van hedenochtend bevestigen dat. Dat lastenverlichting nodig was en is om de collectieve lastendruk niet te laten stijgen, dat is evident, maar dan natuurlijk niet zonder stelselherziening. Gelukkig lijkt er de komende jaren budgettaire ruimte te ontstaan om alsnog een stevige belastingherziening door te voeren, maar terugkijkend verdient die 5 miljard lastenverlichting nog altijd niet de schoonheidsprijs. Ik neem aan dat de staatssecretaris dat ook nog steeds vindt.

Extreme marginale druk

Voorzitter, er doet zich een nieuwe armoedeval voor in Nederland. Nu niet tussen uitkering en werken, maar tussen WML en modaal. De marginale druk heeft hier ongehoorde proporties aangenomen. Vooral bij éénverdieners.
Uit berekeningen van de staatssecretaris zelf blijkt dat voor een éénverdienersgezin met twee kinderen in een huurwoning geldt, dat bij een bruto-inkomensstijging van €10.000 (van €22.000 naar €32.000) er dit jaar onder de streep slechts €355 over blijft. Een belastingdruk, rekent U even mee, over dit traject van 96,5%. En in het inkomenstraject van €27.000 naar €32.000 (een inkomensstijging van €5.000) geldt zelfs dat dit gezin er €57 op achteruit gaat. Dit is onrechtvaardig en niet uit te leggen. Collega Van Rij ging daar ook al op in. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Mijn voorspelling is dat de staatssecretaris dit in zijn antwoord zal afdoen door te stellen dat het gevoerde inkomensbeleid overall positief heeft uitgepakt, dat de werkloosheidsval, de herintredersval en de deeltijdval zich gunstig hebben ontwikkeld en dat het hier slechts een klein groep betreft. Maar, zo werpt mijn fractie tegen, het treft een veel grotere groep. Voor alle eenverdieners is de marginale druk in het inkomenstraject van WML naar modaal in deze kabinetsperiode toegenomen van ca. 60% naar ruim 70%. En als daar de afbouw van de diverse toeslagen bij wordt betrokken, dan wordt de druk nog hoger. Het gevolg van het verkleinen van de armoedeval rond een inkomen van €20.000 vergroot de marginale druk elders. Hoe beoordeelt de staatssecretaris deze marginale druk voor éénverdieners vanuit zijn principe van rechtvaardigheid? Collega Schalk zal daar zo dadelijk zeker ook nog op ingaan als het gaat om de uitwerking van het onderzoek rond zijn motie.

Aan het werk gaan, voorzitter, is onmiskenbaar fiscaal aantrekkelijker gemaakt door dit kabinet, met name voor de niet-verdienende partner. Maar meer gaan werken en wat meer gaan verdienen, dat is door dit kabinet (voor velen) minder en soms zelfs veel minder aantrekkelijk gemaakt. En dan heb ik het niet over mensen met een hoog inkomen, maar over mensen met een bescheiden inkomen. Dat is toch wel erg wrang als je een inkomen hebt ergens tussen WML en modaal? De staatssecretaris weet dat mijn fractie zijn beleid vorig jaar heeft gekritiseerd vanwege het eenzijdige arbeidsparticipatiemotief. Maar is de manier waarop het arbeidsmarktparticipatieperspectief zelf is toegepast ook niet te eenzijdig geweest? Graag een reactie.

Ondermijning draagkracht

Voorzitter, de ChristenUnie-fractie moet vaststellen dat het draagkrachtbeginsel in deze kabinetsperiode geweld is aangedaan. Ik legde al de vinger op de zeer onevenwichtige marginale druk tussen verschillende groepen met een gelijk bruto-inkomen. Als je de vergelijking maakt op het niveau van een gelijk huishoudinkomen, dan kunnen de verschillen tussen éénverdieners en tweeverdieners oplopen tot een factor 6. De rechtvaardigheid is hier zoek.

De CPB standaardkoopkrachtberekeningen voor 2017 laten zien dat bij een gelijk huishoudinkomen van 1,5 keer modaal, het beschikbaar inkomen van een alleenverdiener €8.300 lager ligt dan van tweeverdieners met twee kinderen. Het grootste verschil vloeit voort uit het verschil in heffingskortingen en nauwelijks uit het verschil in belastingen en premies. Dat toont aan dat de heffingskortingen steeds meer bepalend zijn geworden voor de belastingdruk in vergelijking met de aloude progressieve schijftarieven. Hoe taxeert de staatssecretaris deze ontwikkeling? Is het kabinet niet doorgeslagen in het eindeloos draaien aan gecamoufleerde heffingskortingsknoppen in plaats van simpelweg de schijftarieven te verhogen of te verlagen?

Draagkracht is altijd een pijler geweest onder ons belastingstelsel. Deze pijler dreigt nu weg te zakken in een woud van fiscale regelingen die ongelijk uitpakken. Leo Stevens, de ‘eminence grise’ van de fiscaliteit, heeft hier stevige beschouwingen aan gewijd. Hij spreekt zelfs van een belastingstelsel dat leidt tot polarisatie, tot ongeloofwaardigheid, dat indruist tegen het beginsel van draagkracht. Ons belastingstelsel verbindt niet, het verdeelt. Hoe beoordeelt de staatssecretaris deze analyse?

Huishouden versus individu

Voorzitter, ik weet het, het kabinet wil niets hebben van vergelijkingen op huishoudinkomenniveau als het over belastingheffing gaat. Ook in de wat bitse reactie op mijn schriftelijke inbreng kwam dat weer aan het licht. Alsof het kabinet zegt: "hoe durf je een gezin nog als een gemeenschappelijk huishouden te benaderen en niet als een toevallige optelsom van individuen." Tegelijk moet het kabinet telkens weer schoorvoetend toegeven dat ook de huidige geïndividualiseerde belastingheffing allesbehalve louter individueel is. Heffingskortingen zijn immers overdraagbaar van de minst naar de meest verdienende partner (behalve de algemene heffingskorting; die in 2017 nog maar voor 40% overdraagbaar is). Om over de toerekening van inkomen uit de eigen woning, een aanmerkelijk belang, aftrekposten en inkomen uit vermogen nog maar te zwijgen. Consistentie is ver te zoeken.

Terwijl de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting volledig wordt afgebouwd vanwege arbeidsparticipatie en emancipatoire doeleinden, heeft dit kabinet de arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting in het vorige Belastingplan zo enorm verhoogd, dat veel minst verdienende partners al die heffingskortingen niet meer volledig kunnen verzilveren. En nu leunen ze ‘heel geëmancipeerd’ op de schouders van hun meest verdienende partner. Dat zou het kabinet toch vreemd moeten vinden gelet op de participatiedoelstelling. Het bevordert de arbeidsparticipatie niet en vergroot bovendien nodeloos de inkomensverschillen tussen één- en tweeverdieners. Als je de overdraagbaarheid van de ene heffingskorting niet wil, waarom dan wel de overdraagbaarheid van de andere heffingskorting?

Je zou denken dat VVD, PvdA en D66 zouden applaudisseren bij zo’n voorstel. Opmerkelijk genoeg stemden ze tegen het amendement van mijn collega Schouten aan de overkant om de overdraagbaarheid van de arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting te schrappen in ruil voor een lager tarief in de tweede schijf. Gelukkig neemt de staatssecretaris het voorstel mee naar de voorbereiding van het volgende belastingplan. Ik hoop dat hij ook vandaag in dit debat nog eens wil herhalen dat hij deze kwestie serieus oppakt. Ik hoor het graag.

Is het nou echt zo moeilijk?

Zo moeilijk is het immers niet om wat consistentie en rechtvaardigheid aan het belastingstelsel toe te voegen. De staatssecretaris blijft er op hameren dat het allemaal zo lastig is om de verdeling van de marginale druk evenwichtiger te maken. Het zou altijd geld kosten, want heffingskortingen en toeslagen verlagen werkt denivellerend - dat mag niet van de PvdA - en afbouwtrajecten verlengen kost meer geld - dat mag niet van de VVD. Maar was het nou echt zo moeilijk om de maximale arbeidskorting minder extreem te verhogen en het afbouwpunt bij een hoger inkomen te leggen. Was het echt zo ingewikkeld om het afbouwpad in de huurtoeslag iets te verlengen en wat minder extreem te maken? En dat enorme ravijn in de ouderenkorting bij € 36.000, had het kabinet daar nou echt niets aan kunnen doen? En dan noem ik nog niet eens de stevige verhoging van de inkomensafhankelijke combinatiekorting, die wel een onsje minder had gekund, wetend dat het kabinet vorig jaar de arbeidsparticipatiebril op had. Die bril heeft het kabinet dit jaar overigens weer afgezet. Dit jaar heeft het kabinet zich bij de opticien een koopkrachtbril aan laten meten. En daarmee wordt even zo vrolijk als vorig jaar de arbeidskorting werd verhoogd, deze in dit Belastingplan weer deels verlaagd. Over consistentie gesproken.

Handhaving en belastingmoraal

Voorzitter, twee weken geleden verscheen een doorwrocht rapport van de Algemene Rekenkamer over het handhavingsbeleid van de Belastingdienst. Eén van de conclusies is dat de Belastingsdienst een beperkt inzicht heeft in kosten en baten van handhavingsinstrumenten, hetgeen de onderbouwing van keuzes in het handhavingsbeleid bemoeilijkt. Ook is er weinig zicht op de omvang van de ‘tax gap’, ofwel de omvang van gemiste belastingopbrengsten. De Rekenkamer doet een aantal aanbevelingen en vele daarvan worden overgenomen door de staatssecretaris. Het is mijn fractie echter niet duidelijk welke weg dit alles zal vinden naar de Brede Agenda en naar de Investeringsagenda van de Belastingdienst. Kan de staatssecretaris deze samenhang en doorwerking verduidelijken?

De Rekenkamer beveelt aan om het handhavingsbeleid meer op het bedrijfsleven te richten. Daar worden forse nalevingstekorten gesignaleerd. De schatkist loopt een paar miljard aan belasting mis. De redenering van de staatsecretaris om deze aanbeveling niet te volgen is opmerkelijk omslachtig en weinig overtuigend. Het lijkt mijn fractie gelet op het belang van een breed gedeelde belastingmoraal een slechte zaak om juist deze aanbeveling niet onverkort over te nemen. Er gaat een verkeerd signaal van uit. Zeker richting particulieren. Kan de staatssecretaris de belangrijkste redenen met mijn fractie delen om niet met de Rekenkamer mee te gaan? Welke effecten zal dit hebben voor de belastingmoraal in ons land en voor het simpele principe van gelijke monniken, gelijke kappen?

Rulings en belastingontwijking

Nu we het toch over bedrijven en belasting hebben, voorzitter, schakel ik over naar het wetsvoorstel 34 527, waarmee een Europese richtlijn wordt geïmplementeerd die de transparantie inzake rulings vergroot door over te gaan op automatische uitwisseling van informatie over rulings tussen belastingautoriteiten. Eén van de acties om belastingontwijking tegen te gaan, voortvloeiend uit het BEPS-project van de OESO en de G20. Mijn fractie vindt dit een belangrijke, zeer belangrijk stap zelfs. Uit de beantwoording van de vraag naar de reciprociteit in de uitwisseling van inlichtingen over rulings van mijn VVD-collega in de schriftelijke inbreng, wordt duidelijk dat alleen de Europese Commissie toeziet op de naleving en dat de Belastingdienst daar geen rol in heeft. Dat roept bij mijn fractie de vraag op hoe zeker we er van kunnen zijn dat alle lidstaten op dezelfde wijze omgaan met deze voortaan automatische uitwisseling van gegevens en of daarmee de reciprociteit wel voldoende geborgd is?

De automatische uitwisseling van informatie over rulings is slechts één instrument uit het BEPS-project om belastingontwijking en agressieve fiscale planning tegen te gaan. Het kabinet is ook positief over de andere maatregelen die uit dit project voortvloeien. Maar hoe staat het kabinet eigenlijk tegenover verdergaande grondslagverbredende maatregelen met betrekking tot de winstbelasting, zoals die bijvoorbeeld zijn geopperd in het interessante rapport van de Werkgroep Fiscaliteit, dat is opgesteld door onder andere zijn eigen ambtenaren ten behoeve van de Studiegroep Duurzame Groei? Hoe kijkt de staatssecretaris aan tegen de in dit rapport genoemde voorstellen voor grondslagverbreding in de winstbelasting in ruil voor een lager statutair tarief? En hoe taxeert hij deze voorstellen in relatie tot het probleem van belastingontwijking?

Startups

Mijn fractie is blij met de fiscale maatregelen om startups te helpen in hun moeilijke eerste periode. Graag krijg ik nog bevestigd dat in de evaluatie van deze regeling ook gekeken zal worden naar het effect van de fiscale maatregel op groei van innovatieve startups in ons land en aan de bijdrage ervan op de verdere ontwikkeling van een bloeiende startup economie.

Ten slotte

Voorzitter, ik rond af. Dit kabinet heeft veel hervormd. De AOW, de zorg, de woningmarkt. Het belastingstelsel helaas niet. Ik begon daar mijn bijdrage mee. En dat is meer dan jammer gelet op het draagkrachtbeginsel dat onder druk staat, op de grote kloven die dit belastingstelsel slaat en op de complexiteit van het stelsel. Wat mijn fractie betreft is dit één van de eerste issues die een nieuw kabinet moet oppakken. Er is de ChristenUnie veel aan gelegen om een belastingstelsel tot stand te brengen dat eerlijker en eenvoudiger is dan het huidige stelsel en dat weer minstens tien jaar mee kan. Een duurzaam en doordacht stelsel dat bruggen slaat en kloven dicht tussen jong en oud, tussen werknemers, zzp’ers en andere ondernemers, tussen huurders en woningeigenaren, en last but not least, tussen één- en tweeverdieners. Ik zie uit naar de antwoorden op de vragen van mijn fractie.

Labels
Eerste Kamer
Financiën
Peter Ester

« Terug