Kritische bijdrage Mirjam Bikker aan debat over verlenging naturalisatietermijn

Foto paspoortendinsdag 03 oktober 2017 10:19

Vorige week dinsdag voerde de Eerste Kamer het eerste plenaire debat na het zomerreces. Dat ging over het wetsvoorstel "Verlenging naturalisatietermijn van vijf naar zeven jaar". Senator Mirjam Bikker leverde een kritische bijdrage (hieronder na te lezen). Haar kritiek was dermate fundamenteel, dat de ChristenUnie-fractie in de Eerste Kamer vandaag tegen het wetsvoorstel zal stemmen.

Voorzitter,

Een van de voornemens in het regeerakkoord Bruggen slaan was het verlengen van de naturalisatietermijn van vijf naar zeven jaar. Ik heb de afgelopen dagen veel gelezen in de toelichtingen bij dit wetsvoorstel maar een diepgravender aanleiding voor het indienen van dit wetsvoorstel heb ik niet kunnen reconstrueren. Het is denkbaar dat deze weken de blessuretijd vormen van het kabinet Rutte-Asscher, daarmee is het een record-kabinet qua regeerlengte, een compliment waard, maar ik moet daarnaast  vandaag ook een compliment geven voor het arbeidsethos waarmee het coalitie-akkoord tot nu toe wordt uitgevoerd.

Dat compliment geldt nog niet voor de inhoud van dit wetsvoorstel. De fractie van de ChristenUnie deelt de opvatting van de regering dat het verkrijgen van het Nederlanderschap betekenisvol is. De rechten en plichten die daaruit voortvloeien staan of vallen met een goede integratie. Er mag verwacht worden dat degene die wil naturaliseren zich verbonden weet met Nederland en ook zijn best doet om in onze samenleving te wortelen. De staatssecretaris benadrukt dat de doelstelling van het wetsontwerp is om te bevorderen dat degenen die voor het Nederlanderschap in aanmerking komen, geïntegreerd zijn in Nederland en ook dat zij volwaardig participeren in de samenleving. Daartoe voert hij aan dat het met twee jaar verlengen van de termijn van hoofdverblijf in de Nederlandse samenleving zou bijdragen aan die betere integratie. ‘Betrokkenen krijgen langer de tijd om een band op te bouwen met de Nederlandse samenleving’, zo schrijft hij in reactie op onze vragen. Dat klinkt vriendelijk, maar het is eigenlijk een vreemd argument voor de verschuiving van vijf naar zeven jaar. Het is een argument dat tot in het oneindige kan worden getrokken. Immers hoe langer men ergens is, hoe langer men de tijd heeft een band op te bouwen.

De staatssecretaris geeft zelf toe dat de grens van 7 jaar daarmee enigszins arbitrair is, maar noemt het rapport Inburgering en participatie (Regioplan 2013) om te onderstrepen dat na vijf jaar de inburgeringsplichtige vreemdelingen nog niet tot de meest volledige vorm van participatie zijn gekomen. Voorzitter, twee opmerkingen. Ten eerste onderbouwt de staatssecretaris vervolgens nergens hoe in de twee extra jaren wel gekomen wordt tot de meest volledige vorm van participatie.  Ten tweede doet het vaak genoemde rapport geen uitspraken over de wenselijke lengte van de naturalisatietermijn. Uit de stukken wordt al met al niet duidelijk welke bijdrage dit wetsvoorstel nu geeft aan de zo gewenste betere integratie. Wie de cijfers van het CBS bestudeert kan in elk geval geen onderbouwing vinden dat juist in deze periode de arbeidsdeelname toeneemt. Dat zou een indicator kunnen zijn dat mensen meer verbonden zijn met de Nederlandse samenleving. Er zijn wel volop studies bekend die er op wijzen dat juist de eerste jaren van doorslaggevend belang zijn bij het verbonden raken met de Nederlandse samenleving. Of het nu gaat om taalverwerving of om het vinden van een plek op de arbeidsmarkt. Het langdurig leven in onzekerheid ondermijnt juist de motivatie om thuis te raken in het nieuwe land.

Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer is de verhouding van dit wetsvoorstel tot artikel 34 van het Vluchtelingenverdrag al aan de orde geweest. Dat artikel stelt: De Verdragsluitende Staten zullen, voor zover mogelijk, de assimilatie en naturalisatie van vluchtelingen vergemakkelijken. Zij zullen in het bijzonder er naar streven de naturalisatieprocedure te bespoedigen en de tarieven en kosten van deze procedure zoveel mogelijk te verminderen.

De staatssecretaris wijst bij dit wetsvoorstel naar verlaagde leges en naar de termijn van maximaal tien jaar die gesteld is als limiet voor de naturalisatietermijn in het Europees Nationaliteitsverdrag. Daar valt zeven jaar nog steeds keurig binnen, dat klopt. Daarmee legt hij uit dat Nederland nog steeds de naturalisatie van vluchtelingen vergemakkelijkt. Maar voorzitter, ik mis aandacht voor dat andere aspect uit artikel 34, namelijk dat de verdragsluitende staten er naar streven de naturalisatieprocedure te bespoedigen. De staatssecretaris verlengt de termijn met twee jaar, zonder duidelijk te maken welke elementen dragend zijn en hoe zich dit verhoudt tot de verdragstekst die spreekt van bespoedigen.

Hoe wil de staatssecretaris trouwens nagaan of de uitbreiding inderdaad een betere verbondenheid met de Nederlandse samenleving oplevert? Ik ben daar zeer benieuwd naar, te meer omdat deze vraag in onze schriftelijke inbreng onbeantwoord is gebleven. Waarom trouwens alleen de negatieve optie van verlengen van de termijn en niet de positieve prikkel voor mensen die er stevig werk van maken? Is onderzocht welke maatregel een betere integratie oplevert? Zo nee, is de staatssecretaris daartoe bereid?

Uit de cijfers van het CBS blijkt ook dat 1 op de 7 vluchtelingen na naturalisatie doorreist naar  een ander land om zich daar te vestigen. Ik zou verwachten dat dit gegeven tot nadere bestudering leidt. In de beantwoording wordt alleen opgemerkt dat na aanname van dit voorstel Nederland dus minder aantrekkelijk is voor mensensmokkel. Ik kan me daar wat bij voorstellen, maar heb er geen onderbouwing bij. Andersom kan ook betoogd worden dat allerlei instanties zich inspannen voor mensen die geen deel uit willen maken van onze samenleving en dat dit nu twee jaar langer  zal duren. Vraagt dit gegeven niet allermeest om nader onderzoek? 

Het wetsvoorstel wil daarnaast enkele uitzonderingen schrappen. De fractie van de ChristenUnie heeft moeite met de veranderde positie van minderjarigen in de leeftijd van 12 tot en met 16 jaar. Natuurlijk wegen openbare orde en veiligheid zeer zwaar, maar tegelijk spreken we hier wel over minderjarigen. Waarbij niet duidelijk is in welk opzicht de wereld veiliger wordt als zij vanwege deze grond niet naturaliseren. Buiten Nederland zijn het niet opeens brave Hendrikken. Welke afspraken bestaan hier in EU-verband over? Nu zou men trouwens nog kunnen betogen dat dit voorstel een preventieve werking heeft. Maar dan zou ik het waarderen als de staatssecretaris dat nader kan onderbouwen. En daarbij ook meer duidelijkheid kan geven hoe groot de groep is die onder deze wijziging valt en wat er met hen gebeurt als dit wetsvoorstel van kracht is.

Het tweede probleem treft de expats. Van meerdere kanten ontving ik ongeruste berichten, nu gezinnen gevraagd wordt om naar Nederland te verhuizen en daar te voldoen aan de inkomenseis terwijl de man of vrouw met de andere nationaliteit in het buitenland dat afwacht en moet slagen voor een inburgeringsexamen. Is het gevaar nu niet dat alleen de gegoede expats hier nog in slagen? Hoe verhoudt zich de nieuwe voorgestelde regeling tot het vrij verkeer van personen binnen de EU? Kan de staatssecretaris inzicht geven of vergelijkbare regelingen bestaan in andere EU-landen?

Voorzitter, Nederlander worden is niet vrijblijvend. Het begrip nationaliteit bevat het woord natio – dat verwijst naar ‘geboorte’. Het is logisch dat er een proces aan vooraf gaat, dat er inburgeringseisen worden gesteld. Je wordt immers burger van het Koninkrijk der Nederlanden. Met een geschiedenis waarin onze vrijheden zijn gegroeid en ook bevochten, waar we de democratische rechtsstaat koesteren. Het is belangrijk dat je dan de taal kent en ook daadwerkelijke inspanningen verricht om deel uit te maken van ons land. Dit wetsvoorstel gaat uit van een gevoelen van het kabinet dat verlenging van de naturalisatietermijn bijdraagt aan die gewenste verbeterde integratie. Onderbouwd wordt het niet, andere opties krijgen geen ruimte omdat ze meer zouden kosten. Maar er wordt niet afgewogen dat verbetering van de integratie ook oplevert dat meer nieuwkomers zelfstandig in hun inkomsten voorzien. De ChristenUnie-fractie werkt graag met het kabinet aan een oplossing voor het probleem dat de integratie op veel punten nog stroef loopt, maar ziet in dit wetsvoorstel nog niet de sleutel. Er mist gewoon een belangrijk stuk onderbouwing. Ik zie echter uit naar de reactie van de staatssecretaris.

Labels
Eerste Kamer
Mirjam Bikker

« Terug