Bijdrage Peter Ester aan debat over wettelijke verankering staatkundige positie Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Foto Peter Ester - hoge resolutiedinsdag 24 oktober 2017 17:12

Vandaag debatteerde de Eerste Kamer voor de laatste keer met minister Plasterk. Het ging over de grondwetswijziging die het mogelijk maakt de staatkundige positie van Bonaire Sint Eustatius en Saba een constitutionele basis te geven. Onderstaand kunt u kennis nemen van de bijdrage van Senator Peter Ester.

Mevrouw de voorzitter,

Ook in tweede lezing gaat mijn fractie akkoord met dit wetsvoorstel. Wel hebben we nog een aantal vragen. De Grondwetswijziging maakt het mogelijk om de staatkundige positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een constitutionele basis te geven en regelt de instelling van een kiescollege voor de Eerste Kamer. De Caribische openbare lichamen zijn daarmee grondwettelijk verankerd en het kiesrecht voor de Eerste Kamer is voorbehouden aan ingezetenen met de Nederlandse nationaliteit. Over dit laatste punt voerden we in dit huis ruim een jaar geleden een debat inzake de novelle die toen voorlag. Het voorziet in het slechten van een democratisch deficit.

Het debat vandaag, voorzitter, vindt plaats zes weken nadat orkaan Irma zijn verwoestende werk deed op Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius. Mijn fractie leeft zeer mee met onze landgenoten op de Bovenwinden. De schade, met name op Sint Maarten, is enorm. Velen verloren hun huis, veel van de infrastructuur is vernietigd en de schade aan de natuur is ongekend. Gelukkig kwam de hulpverlening vanuit Europees Nederland snel op gang. De wederopbouwopgave tart ons voorstellingsvermogen. De gevolgen van de ramp, ook in sociaal en cultureel opzicht, zullen nog lang voelbaar zijn. Veel investeringen zijn nodig om de eilanden er economisch weer bovenop te helpen, mensen weer hoop en uitzicht te geven. En dat vereist ruimhartige solidariteit van onze kant. Goed dat ook de Europese Commissie, zo bleek twee weken geleden, bereid is om Sint Maarten financiële steun te verlenen. De minister heeft de Eerste Kamer vanaf het begin van de ramp op de hoogte gehouden van de dramatische ontwikkelingen op de Bovenwinden. Hoewel het niet het onderwerp van vandaag is, zou mijn fractie het waarderen kort van de minister te horen wat zijn appreciatie nu van de situatie is en welke knelpunten hij waarneemt. Mijn fractie schrok van de controverse die vorige week ontstond tussen de minister en de regering van Sint Maarten over de randvoorwaarden van de Nederlandse bijdrage aan de wederopbouw.

Dan nu terug naar het wetsvoorstel. Ik begin met het kiescollege voor de Eerste Kamer. De grondwetswijziging behoeft een uitvoeringswet die dit college nader praktisch regelt voor de BES-eilanden. Kan de minister ons inzicht bieden wanneer deze wet de Eerste Kamer zal bereiken? Zijn de praktische contouren al uitgedacht? Mijn fractie hoort dit graag, mede met het oog op de eerstvolgende verkiezingen voor de senaat in mei 2019.

De ChristenUnie-fractie heeft er in de afgelopen jaren op gehamerd dat er heldere en onderbouwde minimumnormen moeten komen voor Caribisch Nederland waar het gaat om een acceptabele levensstandaard. Er is op de BES-eilanden veel armoede. De kosten van levensonderhoud, voedsel, energie, water en vervoer, zijn bepaald niet gering. Zeker indien men de inkomens op de eilanden in ogenschouw neemt. De Commissie Spies heeft daar behartenswaardige beschouwingen aan gewijd. We hebben er samen met veel andere fracties hard aan moeten trekken om het kabinet aan onze zijde te krijgen wat deze minimumnormen betreft. De motie die hier om vroeg, kreeg de steun van bijna alle partijen in de Eerste Kamer. De uitkomst is echter mager. Wat voorligt is een onderzoekstraject en de normen zelf worden doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. Hier hebben de minister en zijn collega de staatssecretaris van Sociale Zaken te weinig vooruitgang geboekt. Een oordeel over wat een gelijkwaardige levensstandaard is voor inwoners van Europees Nederland en Caribisch Nederland ontbreekt. En dat knelt juist nu we de grondwettelijke basis van Bonaire, Saba en Sint Eustatius als openbare lichamen via dit wetsvoorstel gaan vastleggen.

In dit licht vraag mijn fractie om een nadere toelichting op Artikel 132a, lid 4 dat wijst op bijzondere omstandigheden waardoor, ik citeer, “Caribische openbare lichamen zich wezenlijk onderscheiden van het Europese deel van Nederland”. Kan de minister een nadere toelichting op dit artikel geven, ook gezien het debat over wat een aanvaard sociaal minimum is op de BES-eilanden? Wil hij daarbij ook de genoemde door de Eerste Kamer breed gesteunde motie van juni vorig jaar rond deze kwestie, betrekken? Wat is de precieze beleidsmatige meerwaarde van dit artikel? Zeker, Europees en Caribisch Nederland verschillen op veel punten. Maar de uiteindelijke vraag is of en in welke mate deze verschillen het onderscheid in levensstandaard en sociaal minimum – en daarvan afgeleide overheidsmaatregelen – rechtvaardigen. Met andere woorden: hoeveel differentiatie is acceptabel binnen wat toch één land is, zelfs al ligt er meer dan 7.000 km tussen beide landsdelen.

Wat het artikel wel duidelijk maakt is dat het Europees Nederland verplicht tot legislatieve terughoudendheid. Mijn fractie hoort graag of dit in de periode vanaf 10-10-10 naar het oordeel van de minister ook is gelukt.

Mijn fractie ziet uit naar de antwoorden van de minister. Wij danken hem voor zijn inbreng in de debatten in dit Huis over de Koninkrijksrelaties in de afgelopen kabinetsperiode en wensen hem al het goede voor de toekomst.

Labels
Eerste Kamer
Koninkrijksrelaties
Peter Ester

« Terug