Bijdrage Mirjam Bikker aan debat over algemene bepaling in de Grondwet

1200px-Plakkaat_van_Verlatinghedinsdag 20 februari 2018 17:49

Vandaag debatteerde de Eerste Kamer over het "Opnemen van een algemene bepaling in de Grondwet". Hier kunt u de bijdrage van Mirjam Bikker aan dit debat nalezen.

Voorzitter

Het pronkstuk van Nederland is sinds afgelopen januari het Plakkaat van Verlatinghe, de onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden. Het is een van de vormende documenten van onze natie, wijst de toenmalige heerser van het volk zijn plek. ‘Dat een Prince van den lande van Godt gestelt is hooft over zijne ondersaten, om deselve te bewaren ende beschermen van alle ongelijk, overlast ende ghewelt gelijck een herder tot bewaernisse van zijne schapen’

En het vervolgt dat de onderdanen niet geschapen zijn voor de prins of om onder tirannie te leven. Ik had ook de Unie van Utrecht kunnen noemen waar de vrijheid van geweten erkend werd. Duidelijk mag zijn dat belangrijke elementen van de democratische rechtsstaat, zoals we deze nu kennen, de eeuwen door tot ontwikkeling zijn gekomen. Het zijn deze en andere bepalende momenten in de geschiedenis van Nederland die mijn partij in gedachten heeft bij het pleiten voor een preambule bij de Grondwet. Zodat onze sobere Grondwet een introductie heeft die haar meer glans geeft dan op dit moment het geval is. Zodat de strijd die nodig was voor onze vrijheden meer bekend wordt en we zien dat alle vrijheden en grondbeginselen van de rechtsstaat lang niet altijd vanzelfsprekend waren. Zodat we beseffen dat deze Grondwet alleen van waarde is als we ook zelf opletten hoe we omgaan met onze vrijheden, onze democratie en onze rechtsstaat. De regering heeft de sprong om dat spoor van een preambule verder te verkennen tot nu toe niet aangedurfd. Ze durfde helemaal niets, zelfs niet toen de staatscommissie Grondwet met haar advies tot een algemene bepaling kwam. Maar het is onder de steeds herhaalde aanmoediging van collega Engels, gesteund door verschillende fracties in dit huis en ook door mijn fractie, dat we vandaag dan toch een stap kunnen zetten. En ik dank collega Engels voor die inspanningen.

Onze Grondwet brengt zeer impliciet en dan ook nog onvolledig tot uitdrukking dat Nederland een democratische rechtsstaat is. De Staatscommissie Grondwet liet daar in 2010 geen onduidelijkheid over bestaan en stelde een algemene bepaling voor. Het wetsvoorstel dat wij vandaag bespreken, stelt echter een veel magerder algemene bepaling voor dan het tekstvoorstel van de Staatscommissie. Ik zou de minister toch willen vragen om beknopt te benoemen wat de winst is van deze magere variant ten opzichte van het voorstel van de staatscommissie. Ik heb in alle stukken de overtuiging gezien dat de Nederlandse Grondwet een sobere Grondwet is. Maar voorzitter sober is geen overbodige franje, geen bombastische zinnen en overladen retoriek. Dat kon toch van het voorstel van de staatscommissie ook niet gezegd worden? Nu wekt de regering vooral de indruk dat ze zo minimaal mogelijk wilde aanpassen. Kan de minister die indruk wegnemen?

De winst van de voorgestelde bepaling is in elk geval dat ze de belangrijkste juridische en staatkundige  uitgangspunten van ons land tot uitdrukking brengt. Nederland is een democratische rechtsstaat , dat waarborgt de Grondwet. Evenals die Grondwet de grondrechten waarborgt. Maar voorzitter, dan preciezer, wat houdt dat waarborgen in? De minister heeft duidelijk aangegeven dat de normadressaat eerst en vooral de Grondwetgever en de wetgever in formele zin is. Dat betekent dat de Staten-Generaal en de regering deze woorden hebben waar te maken. Er is vervolgens geen constitutionele toetsing die als corrigerende tegenmacht functioneert. Ik heb met waardering en zorg een bijdrage van oud-minister Hirsch Ballin gelezen die nog eens de vinger legde bij een debat dat niet zo lang geleden gevoerd werd in dit huis over de samenwerkingsschool. Er was nogmaals advies gevraagd aan de Raad van State en deze was helder in het oordeel dat het voorgestelde niet binnen de huidige uitleg van art. 23 GW paste. Maar een meerderheid van de Kamer oordeelde anders, door voor het eerst een teleologische uitleg bij art. 23 GW te accepteren. Ik wil dat debat niet over doen, maar heb wel de zorg of de wetgever in formele zin altijd deze waarborg is, als er politieke winst te behalen valt. Hoe ziet de minister dat? Welke veiligheidskleppen zijn er of vindt de minister dat niet nodig?

Met dit wetsvoorstel wordt alsnog werk gemaakt van een belangrijke aanbeveling van de staatscommissie Grondwet. Een van de belangrijke redenen van de oprichting van die commissie was de toegankelijkheid en toekomstbestendigheid van de Grondwet. Heeft de minister, die immers nog aan het begin van de regeerperiode staat, op dit punt meer ambities? Mijn fractie moedigt haar daar graag toe aan. Onze grondrechten en onze staatsinrichting zijn geen rustig bezit. Zij hebben onderhoud en bekendheid nodig. Wat betreft dat onderhoud laten de ontwikkelingen in andere landen zien hoe belangrijk het is dat de essentialia van het staatsbestel zo zijn vastgelegd dat ze in tijden van omwentelingen niet eenvoudig veranderen. In die zin is het wat wonderlijk dat een algemene bepaling geen verzwaarde wijzigingsprocedure kent vergeleken met andere grondwetsbepalingen. Hoe ziet de minister dat?

Ik heb met instemming gezien dat het kabinet Rutte III investeert in een weerbare democratische rechtsstaat en daartoe ook beziet hoe anti-rechtsstatelijke krachten beter beteugeld kunnen worden. Wanneer komt de minister met concrete voorstellen?

Voorzitter, ik rond af. De fractie van de ChristenUnie ziet in het toevoegen van deze algemene bepaling een klein maar waardevol stapje. Het brengt tot uitdrukking dat de Grondwet het fundament is van onze staatsinrichting, door het waarborgen van de democratische rechtsstaat en de grondrechten. Ik benoemde al dat in Nederland de bevochten vrijheden van betekenis zijn geweest bij het ontstaan en de inrichting van ons staatsbestel. Die geschiedenis levend houden geeft onze Grondwet een diepere fundering, de democratische rechtsstaat staat niet op zich. Ik nodig de minister uit om juist die geschiedenis levend en toegankelijk te houden. Want de Grondwet is niet af, zij leeft en verdient telkens weer onze aandacht. U heeft geproefd dat de ChristenUnie graag mee blijft denken hoe we onze Grondwet tot een levend document en kostbaar bezit in ons land laten zijn. Ik zie uit naar de antwoorden van de minister.

Labels
Eerste Kamer
Mirjam Bikker

« Terug