Geestelijke vrijheid ook in het leger

Joel Voordewind_Ruben Timman_top2dinsdag 05 mei 2009 16:30

De benoeming van de leger­imam Ali Eddaoudi is doorgegaan. Terecht, vindt Joël Voordewind, die de opstelling van de Kamerfracties van CDA en SGP niet begrijpt. In een opinieartikel blikt hij terug op het debat waarin de andere christelijke fracties een gelegenheidspact aangingen met VVD, Verdonk en PVV, een pact dat bijna het politieke einde van staatssecretaris De Vries (Defensie) betekende.

Dit artikel is in verkorte versie gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad

Het was een spannend debat en een nog spannender stemming in Tweede Kamer: over de eerste twee islamitische geestelijke verzorgers die Defensie had aangesteld. Eén van hen, Ali Eddaoudi, was op slag beruchter dan alle christelijke en humanistische beroepsgenoten die hem zijn voorgegaan. Een twijfelachtige eer, die hij te danken had aan uitspraken als dat Osama Bin Laden een moderne Robin Hood is, premier Balkenende minder dan een deurmat, en onze Uruzganmissie een kruistocht van christenen tegen moslims. Zulke teksten vallen ook mij als een baksteen op de maag. Dus mijn onderbuik had z’n analyse gauw klaar: deze figuur kan niet geschikt zijn om onze manschappen in Afghanistan geestelijk bij te staan.  

Tot zover mijn primaire reflex; de politieke weging van een en ander had wat meer tijd nodig. Hoewel - de andere twee christelijke Kamerfracties, CDA en SGP, waren er snel uit. Contract of geen contract, Ali Eddaoudi moest per ommegaande worden ontslagen. VVD’er De Krom, die samen met collega Verdonk een motie aankondigde waarin hij eiste dat de aanstelling ongedaan gemaakt zou worden, kreeg behalve van de PVV ook bijval van de defensiewoordvoerders van CDA (Knops) en SGP (Van der Staaij).

Voor de SGP stak er wel een graat in de motie: De Krom en Verdonk begonnen met de uitspraak ‘dat het vanzelfsprekend is dat er geestelijk verzorgers binnen Defensie werkzaam zijn, van welke geloofsovertuiging dan ook, en dus ook geestelijk verzorgers die Defensiepersoneel met een islamitische geloofsovertuiging sociaal en spiritueel kunnen bijstaan’. Dat was een dictum waarvan ik de redelijkheid nog wel wil inzien. Ook de ChristenUnie vindt dat moslims binnen onze krijgsmacht – en dat zijn er steeds meer; daags voor het debat sneuvelde een islamitische landgenoot in Uruzgan – recht hebben op geestelijke verzorging die aansluit bij hun persoonlijk geloof. Maar de SGP kwam door deze aanhef in conflict met haar eigen theocratische visie, een visie die erop neerkomt dat de overheid ‘valse godsdiensten’ moet weren. Dus niet de bouw van moskeeën en de stichting van islamitisch onderwijs toelaten, en zelfs geen humanistische geestelijk verzorgers in het leger.

Opmerkelijk is dat de SGP nu in een dagbladadvertentie aan deze visie refereert: ‘Het standpunt van de SGP is bekend. (…) Om die reden stemde de SGP ooit tegen de benoeming van humanistische ‘raadslieden’ in de krijgsmacht. Om diezelfde reden tekent de SGP nu protest aan tegen de benoeming van imams.’ Maar dat protest klonk bepaald niet door in de motie De Krom/Verdonk, waarin islamitische aalmoezeniers een ‘vanzelfsprekendheid’ heetten. PVV’er Brinkman  verantwoordde zich tenminste nog voor zijn spagaat met een stemverklaring: ‘De PVV is en blijft altijd tegen een imam in het leger en kan zich ook niet vinden in deze overweging. Deze imam moet absoluut wel worden ontslagen. Derhalve zal de PVV deze motie toch steunen.’ De SGP, die vergeefs geprobeerd had het dictum uit de motie te laten verwijderen, stemde stilzwijgend voor de motie. En publiceerde vervolgens een advertentie waarin ze het tegenovergestelde beweert.

Waarom heeft de ChristenUnie na ampel beraad niet voor het ontslag van Ali Eddaoudi gestemd? Ten eerste omdat de man had publiekelijk afstand heeft genomen van z’n eerdere uitspraken, waarvan ook wij met afschuw kennisnamen. U zegt misschien: ‘Dat is naïef! Hoe kan het wereldbeeld van de man in twee jaar zijn omgeslagen?’ Maar voor ons als christenen moet vooropstaan dat we iemand serieus nemen die één en andermaal herroept wat hij eerder schreef. Zelf heeft Eddaoudi verklaard dat hij zijn gewraakte columns schreef in reactie op ‘de oorlogszuchtige taal van Bush in de richting van de islam’. Die context billijkte zijn woorden allerminst. Of hij écht van gedachten is veranderd moet nu  blijken in de loop van zijn jaarcontract. Mocht in de praktijk blijken dat Eddaoudi de Nederlandse missie in Uruzgan niet geestelijk en moreel kan steunen, dan is het einde oefening. Voor een bediening als geestelijk verzorger moet je niet opspraak zijn, maar vertrouwen genieten.

Mijn tweede reden om het principieel tegen het ‘Kamerontslag’ voor Eddaoudi te stemmen, lag in de argumenten waarmee De Krom, Verdonk en anderen het debat invlogen. Zij verweten Eddaoudi dat zijn uitspraken in strijd waren met ‘normen en waarden waarvoor de Nederlandse samenleving staat’. Dat is een gevaarlijke beperking van de vrijheid van meningsuiting. Zo lust ik er nog één: gaan we straks ook legerpredikanten ontslaan vanwege Bijbelse standpunten die tegendraads klinken ten opzichte van heersende opvattingen? Nederland heeft een democratische rechtsorde die moet worden gerespecteerd, maar geen meerderheidsmoraal die iedereen moet belijden. Trouwens, ten tijde van het kernwapendebat in de jaren tachtig waren er geestelijk verzorgers in de krijgsmacht die hun weerzin tegen kernwapens niet geheim hielden. De vraag aan het  CDA is in hoeverre godsdienstvrijheid ook voor niet-christelijke religies geldt. En aan de VVD  hoe haar optreden zich verhoudt tot de juist door liberalen altijd verdedigde scheiding tussen kerk en staat. Deze motie zou een gevaarlijk precedent scheppen.

Een derde reden om onze parlementaire vingers niet te branden aan de aanstelling van een geestelijk verzorger, ligt in de strikte scheiding van verantwoordelijkheden tussen het ministerie van Defensie enerzijds en de ‘zendende instantie’ anderzijds door wie Eddaoudi als kandidaat is aangedragen (het Contactorgaan Moslims en Overheid, CMO). Daar houdt de discussie wat mij betreft niet op; het lijkt me verstandig nadere afspraken te maken over zaken die uitgebreider aan de orde  moeten komen in de sollicitatieprocedure. Als een kandidaat-aalmoezenier de inzet van onze krijgsmacht niet steunt dan moet dit tijdens de toelatingsprocedure van de zendende instantie aan het licht gebracht worden. Als het er achteraf vragen rijzen brengt dat zowel de geestelijke verzorging als de betrokken persoon zelf schade toe. Kortom: de staatssecretaris had dit proces tussen CMO en Defensie beter moeten managen vóórdat de benoeming van Eddaoudi in het nieuws kwam.

Enfin, saillant is dat de CDA-fractie voltallig vóór de motie De Krom/Verdonk stemde. Een motie die staatssecretaris De Vries ongetwijfeld naast zich had moeten neerleggen (hij kon de aanstelling van Eddaoudi niet meer ongedaan maken), zodat er een motie van wantrouwen achteraan was gekomen. Dat het CDA de stemmingen desondanks op ramkoers inging, zal te maken hebben gehad met het feit dat de ChristenUnie voordien liet weten dat zij tégen zou stemmen, tot heil van de staatssecretaris maar vooral tot behoud van geestelijke vrijheid in dit land.

Joël Voordewind is Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie

Labels
In de media
Islam
Joël Voordewind

« Terug

Reacties op 'Geestelijke vrijheid ook in het leger'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2009 > mei