Eerste Kamerfractie ChristenUnie steunt luchtkwaliteitprogramma Cramer

file op snelwegdonderdag 28 mei 2009 09:40

De Eerste Kamer heeft deze week het Nationaal Samenweringsprogramma Luchtkwaliteit besproken met minister Cramer. Een uitermate belangrijk en gecompliceerd programma dat bedoeld is om het getal van plm. 17000 burgers dat jaarlijks vroegtijdig overlijdt als gevolg van verontreinigde lucht drastisch te verminderen. Senator De Boer steunde namens de fracties van ChristenUnie en SGP het plan. Wel had hij forse kritiek op het nu al knabbelen aan de voorgenomen maatregelen door minister Eurlings die plotseling afziet van de kilometerheffing.

Hieronder de volledige bijdrage


Mevrouw de voorzitter,

Deze bijdrage is namens de fracties van ChristenUnie en S.G.P.

Allereerst willen onze fracties de minister danken voor de uitvoerige beantwoording van onze vragen in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, het NSL. Uit de beantwoording blijkt uw grote betrokkenheid bij een goed NSL. En dat is terecht. Schone lucht is immers letterlijk een levensvoorwaarde voor mens en dier. Regering en parlement kunnen daar dan ook nauwelijks voldoende aandacht aan besteden. En die aandacht mag niet een eenmalige zijn: systematisch zal het beleid inzake schone lucht aan evaluatie en zo nodig verbetering moeten worden onderworpen. Schone lucht is een voortgaand proces. De minister zal dat ongetwijfeld met ons eens zijn.

Onze fracties willen in dat perspectief nog een aantal vragen en opmerkingen maken.

Daarbij vragen we allereerst aandacht voor het onderwerp NSL en gezondheid. De minister stelt in haar beantwoording van 27 april o.a. “In het definitieve NSL zal ik daarom meer aandacht besteden aan de gezondheid en het effect van het NSL daarop”. Graag vernemen we van de minister een concrete toelichting op dit voornemen. Welke aandacht? En welke effecten op het NSL? Deze vragen willen we plaatsen in het perspectief van eerdere vragen van onze fracties, nl. die we stelden op 31 maart j.l. en waarop in de beantwoording van de minister van 27 april o.i. geen aandacht is besteed. We vroegen toen, ik citeer: “Bij brief van 13 februari 2009 werd aan de Eerste Kamer een afschrift van een brief aan de Tweede Kamer van 13 februari 2009 met daarin antwoorden op vragen uit het AO van 4 februari 2009 toegezonden. In die brief stelt u o.a. dat bij de Europese totstandkoming van de grenswaarden naast het gezondheidsaspect ook de praktische haalbaarheid een rol heeft gespeeld”. We vroegen en vragen u nu weer een toelichting op deze zin te geven: hoe speelde het gezondheidsaspect een rol en welke aspecten van gewenste gezondheidseffect zijn uit praktische overwegingen niet meegenomen. Het kan toch niet zo zijn, zie de aangehaalde zin van de minister uit de brief van 27 april, dat praktische overwegingen gewenste positieve gezondheidseffecten blokkeren?

We willen vervolgens aandacht vragen voor de laatste alinea van uw brief van 15 april j.l. U schrijft daarin, dat het NSL in april wordt geactualiseerd op grond van inspraak, parlementaire behandeling en nieuwste emissiegegevens., terwijl ook nagegaan wordt of regionale en lokale maatregelen goed zijn verwerkt. Kan de minister hier nader op ingaan? Wat zijn met name de nieuwste emissiegegevens? Vragen die aanpassing van het NSL? Wat is de stand van zaken lokaal en in de regio’s?

Onze fracties willen in dit verband nog drie andere zaken aan de orde stellen, nl. de z.g. flexibele ontkoppeling, het niet realiseren van maatregelen die wel onderdeel van het NSL vormen en de beschikbaarheid van reservemaatregelen.

De beantwoording van de vraag die onze fracties stelden t.a.v. de flexibele ontkoppeling begrijpen we nog steeds niet. Volgens de beantwoording wil de term flexibele ontkoppeling uitdrukken in welke mate er sprake is van koppeling van projecten aan het halen van de grenswaarden. Er hoeft dan niet meer per project te worden aangetoond dat de grenswaarden worden gehaald. Volstaan kan worden met het uitvoeren van het project conform de aannames opgenomen in het NSL. Er is dus sprake, aldus het antwoord, van een koppeling op het niveau van het programma.

Het kan aan ons liggen, mevrouw de voorzitter, maar we begrijpen het antwoord werkelijk niet. Wil de minister zo vriendelijk zijn om nogmaals uit te leggen wat onder flexibele ontkoppeling moet worden verstaan? Want het kan toch niet zo zijn dat flexibele ontkoppeling betekent, dat projecten binnen een programma in principe wel boven de grenswaarden uit mogen komen, als het gemiddelde van het programma maar binnen de grenswaarden ligt? Dat zou immers betekenen dat als gevolg van een om het zo te noemen vuil project sterk er vervuilde blijft en door mens en dier kan worden ingeademd, waarbij geruststellend zou kunnen worden gezegd: gemiddeld voldoen we wel aan de grenswaarden. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Nadrukkelijk vragen hebben onze fracties bij de gevolgen van het niet realiseren van maatregelen die wel onderdeel van het NSL vormen. Concreet is hierbij te denken aan het uitstel van de invoering kilometerheffing. De minster van verkeer en waterstaat heeft in een brief van 12 mei 2009 in antwoord op vragen van vanuit de Eerste kamer de gevolgen van dit uitstel o.i. nogal gemarginaliseerd. Het in dze brief genoemde uitstel van 8 maanden zou slechts een beperkt effect op het NSL hebben. En de doelstelling van het NSL wordt sowieso gehaald, aldus minister Eurlings, zo nodig met het inzetten van extra maatregelen. Kan de minister aangeven wat dat beperkte effect is? En wat als de invoering van de kilometerheffing nog langer wordt uitgesteld. Uit de behandeling in de Tweedee Kamer hebben onze fracties nl. de indruk gekregen, dat het uitstel veel langer kan duren. Dat is immers niet ondenkbaar, omdat minister Eurlings in zijn brief aangeeft, dat de planning nog probabilistisch is. Inderdaad, dat is een woord dat minister Eurlings gebruikt. Een eufimisme voor: de planning is omgeven met risico’s en onzekerheden.

Want het moge duidelijk zijn, dat de minister van VROM uiteindelijk wordt afgerekend op het behalen van de doelstellingen van het NSL en niemand anders. In dit verband vragen we de minister ook in te gaan op de op zich positieve gevolgen van de huidige economische crisis, nl. dat door minder activiteiten de uitstoot van schadelijke gassen tijdelijk vermindert. Hoe filtert de minister de effecten van de economische crisis uit bij het monitoren van het NSL? Als dat niet gedaan wordt, hebben we immers het idee de doelstellingen te bereiken, terwijl bij terugkomende groei we een fors probleem kunnen hebben. We willen in dit verband ook verwijzen naar een artikel in de Volkskrant van 7 mei j.l. met de opbeurende kop Mooi weer spelen over klimaat slaat nergens op. Graag een reactie van de minister op de door ons genoemde problematiek.

Een volgende zaak betreft het beschikbaar hebben van reservemaatregelen voor het geval de doelstellingen van het NSL niet worden gehaald. We vroegen de minister aan welke maatregelen gedacht moet worden en waarom eventuele reservemaatregelen niet direct worden ingezet voor het bereiken van het goede doel, zo zuiver mogelijke lucht voor mens en dier.

De minister geeft een openhartig antwoord. Dat is in haar te prijzen. Het gaat nl. over maatregelen, aldus de minister, zoals het vroegtijdig stimuleren van de Euro-VI emissie-eisen, die technologisch nog onvoldoende beschikbaar zijn. Deze maatregelen kunnen dus niet nu al genomen worden en kunnen niet helpen in het eerder realiseren van fijnstof normen. Dat is helder. Dank daarvoor. Echter de grote vraag blijft overeind: welke maatregelen worden dan wel genomen als de doelstellingen van het NSL niet worden bereikt? De maatregelen waar de minister aan denkt zijn nog in het stadium van ontwikkeling. Minister Eurlings noemt deze maatregelen echter al wel als reservemaatregelen. Letterlijk schrijft hij o.a. dat het kabinet “nu al ..inzet.. op ontwikkeling van reserve maatregelen zoals de stimulering euro VI voor vrachtauto’s”. Het zal duidelijk zijn, dat onze vraag met klem moet worden herhaald: wat denkt te minister aan concrete maatregelen te gaan nemen, mocht onverhoopt de doelstelling van het NSL met de huidige voorgenomen maatregelen niet worden gehaald? Wat kunnen de gevolgen zijn van het wegvallen van voorgenomen maatregelen voor de van de Europese commissie ontvangen derogatie? Kunnen eventueel alsnog aanvullende maatregelen worden gevraagd?

Mevrouw de voorzitter, een laatste punt.

We vroegen de minister ook naar het perspectief na 2015. Dat is overigens al op korte termijn: de tijd gaat immers erg snel. De minister. Onze fracties pleitten voor pro actief beleid m.b.t . luchtkwaliteit, en overigens m.b.t. het milieu in het algemeen: neem matregelen om vervuilde lucht te voorkomen. De minister is dat, antwoordde ze, met ons eens. Er moet aanvullende nationaal en regionaal beleid komen. Het NSL is echter een goede eerste aanpak, waarmee we, aldus de minister, nog ervaring moeten op doen. Twee opmerkingen hierbij: zeggen dat het NSL er is om ervaring mee op te doen, is o.i. te mager. Het NSL is er om de luchtkwaliteit te verbeteren, niet meer maar vooral niet minder. En wat het perspectief na 2015 betreft: we zouden het bijzonder op prijs stellen, als de minister in grote lijnen schetst wat haar beleidsperspectief is. Regeren is tenslotte vooruit zien. Het NSL is dan ook een, zij het noodzakelijke, tussenstap naar een beter milieu.

Onze fracties steunen de minister daarom ook met dit plan, we wensen een toekomstgericht vervolg.

En zoals gebruikelijk, de reactie van de minister wachten we met spanning af.

R. de Boer, 090529.

ChristenUnie en S.G.P.

 

Labels
Eerste Kamer

« Terug

Reacties op 'Eerste Kamerfractie ChristenUnie steunt luchtkwaliteitprogramma Cramer'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2009 > mei