'Vertrouwen is geen gevoel maar een opgave'

200909_prinsjesdag_slob_netwerkmaandag 01 maart 2010 19:00

Gebrek aan vertrouwen tussen CDA en PvdA had geen val van het kabinet mogen veroorzaken, zei Arie Slob maandagavond op een partijbijeenkomst in Almere. ,,Je gaat geen coalitie aan omdat je op elkaars blauwe ogen gevallen bent. Vertrouwen in elkaar, dat betekent in de politiek niet een warm, goed gevoel, maar een serieuze opgave.''

Misschien heeft u ‘m gelezen, die kop voorop bijlage De Verdieping van dagblad Trouw, vanochtend: ‘Het verdriet van de ChristenUnie’. Ik kan wel glimlachen om zo’n kop hoor. Want, zoals Godfried Bomans schreef: ‘Humor is overwonnen droefheid’. Waarmee ik tegelijk wil zeggen: réden tot verdriet is er wel.

De val van het kabinet in deze tijd van economische en financiële crisis was niet nodig en niet verantwoord. Het land moet bestuurd worden. Je gaat geen coalitie aan omdat je op elkaars blauwe ogen gevallen bent. Vertrouwen in elkaar, dat betekent in de politiek niet een warm, goed gevoel, maar een serieuze opgave. Daarom ergert het me dat de regering van het land op een cruciaal moment stil wordt gelegd, met als motief de simpele constatering dat ‘het vertrouwen tussen CDA en PvdA weg was’.

Het stoort me ook dat in zo’n zin de suggestie doorklinkt dat wij als derde partij de enige waren die, kennelijk een beetje naïef, nog wél vertrouwen hadden om verder te gaan. Alsof wij koste wat het kost verder wilden zwoegen, op een fiets met twee lekke banden tegen de wind in.

Die ergernis is niet iets wat me pas ná de val van het kabinet, als een frustratie achteraf, overvalt. De afgelopen weken las ik al meer dan eens in de media dat de coalitie geen val wilde riskeren: CDA en PvdA niet omdat ze er zo slecht voor staan in de peilingen, de ChristenUnie niet omdat er dan voorgoed een einde zou komen aan ons eenmalig ruiken aan de macht. Ik vind dat slechte, beledigende analyses. Ze doen geen recht aan onze beweegredenen drie jaar geleden, om te gaan regeren. Ze doen ook geen recht aan onze inzet, tot het laatste moment, om in dit land een regering overeind te houden.

ChristenUnie-politici zitten niet voor eigen eer en roem in de politiek. We zitten niet vastgeplakt aan het pluche. Denkt u nu echt dat André, Eimert en Tineke zich ooit verkiesbaar hebben gesteld voor de Tweede Kamer met de heimelijke ambitie om later een ministerie te gaan leiden, of twee tegelijk zelfs omdat er iemand z’n boeltje heeft gepakt?

Wij we hebben maar één verlangen, en dat is: vanuit onze christelijke levensovertuiging een actieve bijdrage leveren aan het bestuur van ons land. Dat doen we op de plaats waar onze God ons gesteld heeft. Lokaal, provinciaal, en in deze tijd ook in de regering van ons land.

Zo kennen zouden de media ons kunnen kennen, en daarom is het een malle suggestie dat de ChristenUnie voor de eerste en de laatste keer in aanmerking is gekomen om in een coalitie deel te nemen. Het enige kompas waarop veel analisten nu varen zijn de peilingen; als die één ding duidelijk maken, dan wel dat we na 9 juni een complexe formatietijd tegemoet gaan, met véél mogelijke coalitiepartners. Ik ben er nog niet aan toe te zeggen dat het voor ons ééns maar nooit meer was. Dat past niet in onze traditie: wíj zijn in 2007 niet aan de kant blijven staan, zoals enkele andere partijen wel deden. Wij behoorde in de afgelopen jaren ook niet tot de categorie makkelijke roepers aan de zijlijn.

Wel hebben wij in de afgelopen jaren vanuit een diep beleefd verantwoordelijkheidsbesef - zowel in het kabinet als in het parlement - ons voor meer dan 100 procent ingezet voor het bestuur en de burgers van ons land. Het goede zoekende voor alle mensen.

Daarom hebben we als ChristenUnie ons zo ingezet voor een actief gezins- en jeugdbeleid. Na drie kabinetten Balkenende die daar in onze ogen te weinig aandacht voor had gehad, was dit naar onze mening zeer noodzakelijk. We wilden deze versterkte aandacht voor jeugd en gezin vanuit het besef dat gezinnen in onze samenleving een uiterst vitale plaats in nemen en dat het dé plaats is waar jongeren in geborgenheid en veiligheid kunnen opgroeien om uiteindelijk zelfstandig hun plaats in de samenleving in te nemen.

Eindelijk, een minister voor Jeugd en Gezin. Wat veel andere landen al lang gedaan hadden, gebeurde nu eindelijk in Nederland. Niet omdat we het gezin boven alles waarderen. We vormen een samenleving met z’n allen. Alleenstaanden, ouderen, maken daar natuurlijk ook deel van uit. Maar zonder een goed beleid voor jeugd en gezin krijgt die samenleving het moeilijk. We zijn op elkaar aangewezen: dat begint bij de jeugd, in de gezinnen. En dus: ja, een kindgebonden budget, gratis schoolboeken, afschaffing lesgelden. Maar ook: de wachtlijsten in de jeugdzorg aanpakken, en de zelfredzaamheid van gezinnen versterken.

We hebben ons ingezet voor een duurzame samenleving. Na drie kabinetten Balkenende die daar in onze ogen te weinig aandacht voor hadden, was het nodig dat dit gebeurde. Vanuit het besef dat we de aarde van onze goede God in bruikleen hebben gekregen en dat we daar zorgvuldig mee moeten omgaan. Er is op dat terrein in de afgelopen jaren veel gebeurd. Denk aan de vergroening van het belastingstelsel. Denk aan de inzet om niet het bezit maar het gebruik van auto’s en motoren te beprijzen. Denk aan de versterking van het openbaar vervoer, aan het stimuleren van duurzame energie en het energiezuinig leven en werken. Het was voluit ChristenUnie wat er op dit terrein gebeurde.

Dat geldt ook voor de verhoogde inzet voor de kwetsbaren in de samenleving. Ook dat hadden we in de kabinetten Balkenende I, II en III gemist. Ook dat moest anders. Vanuit de Bijbelse wijsheid dat de overheid een schild voor de zwakken moet zijn, hebben we daarom in de afgelopen jaren meegewerkt aan maatregelen om mensen weer een perspectief te bieden, hen te ondersteunen waar dat nodig en noodzakelijk is. We voelden ons voor hen verantwoordelijk en zijn voor die verantwoordelijkheid niet weggelopen.

Ook niet toen het moeilijk werd vanwege de grote crisis waarmee we als land te maken kregen. Ook toen zijn we op onze post gebleven en hebben we gedaan wat we konden om lijnen uit te zetten waarlangs ons land door die crisis heen zou kunnen gaan, niet zo snel mogelijk terug naar het oude patroon, maar naar een beteren, sociale en duurzame economische orde.

Keer op keer hebben we de kloof die er vaak was tussen CDA en PvdA weten te overbruggen. Door actief en creatief na te denken over gezamenlijke wegen die we zouden kunnen gaan. Zowel in het kabinet als in het parlement. We genoten het vertrouwen van de coalitiepartners dat ons op cruciale momenten in staat stelde om oplossingen aan te dragen. Dat is niet onopgemerkt gebleven: meer dan eens signaleerden de media dat moeizame dossiers werden vlotgetrokken door inzet van de ChristenUnie. Dat is minder logisch dan het gepresenteerd werd. Normaal is het dat in een zulke gevallen de voorzitter van de ministerraad zijn rol oppakt, leiding geeft en de verschillende belangen binnen de coalitie bij elkaar brengt. Daar zou geen oliemannetje – of hoe men het al niet gekwalificeerd heeft – voor nodig moeten zijn.

Voor ons als ChristenUnie is het kennelijk een tweede natuur om over onze eigen schaduw heen te springen, en met behoud van eigen standpunten en principes overeenstemming te zoeken op een uitkomst die voor drie partijen acceptabel is. Ik heb moeten constateren dat coalitiepartners met een zeer brede bestuurservaring, die dienende houding niet steeds hebben kunnen opbrengen. Eén ding staat echter vast: zonder dienende bestuurders, ook in het kabinet, gaat het niet. Niet in deze coalitie, en ook niet in een volgende, welke coalitiepartijen er dan ook bij betrokken zijn.

Dienend leiderschap, dat is wat burgers mogen verwachten van hun bestuurders. Ik denk in het bijzonder ook aan de vele duizenden mensen die door de crisis hun werk zijn kwijtgeraakt of dreigen kwijt te raken. Vindt u het dan gek dat we als ChristenUnie verdrietig zijn als het kabinet uiteindelijk strandt op een manier en een onderwerp waarbij dat echt niet nodig was.

Het is PvdA en CDA niet gelukt om te breken met een geschiedenis van moeizaam samenwerken in coalities. En voor de ChristenUnie was er uiteindelijk een grens aan het bij elkaar weten te houden van deze partijen. Hoezeer we ook van mening waren dat deze coalitie antwoorden had op vragen die deze tijd stelden.

We zijn hier vandaag bij elkaar om de gemeenteraadscampagne af te sluiten. Zo hadden we dat begin januari, bij het begin van die campagne, afgesproken. Tijdens de vele werkbezoeken die ik de afgelopen weken heb afgelegd, heb ik steeds geprobeerd me te verdiepen in de thema’s die lokaal spelen. Zoals vandaag nog, in Lelystad. 

Ook tijdens spreekbeurten heb ik geprobeerd om niet met landelijke thema’s aan te komen, maar in gesprek te raken over wat er in de gemeentepolitiek aan de orde komt. Ook daarom is het teleurstellend dat we vandaag toch vrij uitvoerig moeten stilstaan bij wat Den Haag er de afgelopen weken van gemaakt heeft. We hopen desalniettemin dat u er allemaal op uw eigen plaats, in uw eigen gemeente, trots op kunt zijn dat u van de ChristenUnie bent. Een partij met principes, een partij met geloof, een partij die verantwoordelijkheid durft te nemen, in dienstbaarheid aan de samenleving, in dienst aan Hem die alle eer toekomt.

Arie Slob

Labels
Arie Slob

« Terug

Nieuwsarchief > 2010 > maart