Fair Trade, óók in Nederland

Spruitendonderdag 13 januari 2011 16:27

‘Markten laten werken’ is het motto van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). De concurrentiewaakhond bewaakt de concurrentie zodat consumenten voor een zo laag mogelijke prijs hun producten kunnen kopen. Maar tijden veranderen en naast goedkoop, willen consumenten, producenten en overheid nu ook duurzaamheid en diervriendelijkheid in de schappen. Dat blijkt een moeilijk verenigbare cocktail van ingrediënten te zijn. Als we duurzamer en diervriendelijker willen, moeten we ook de prijs gaan betalen. Alleen zo kunnen de gewone boeren en tuinders aan de hoge eisen voldoen.

Laat ik beginnen met een positief voorbeeld. Enkele jaren geleden ontstond de ophef over het onverdoofd castreren van biggen. Uiteindelijk was vrijwel iedereen het erover eens dat daar verandering in moest komen. Dat is een mooi voorbeeld van samenwerking, waardoor dierenwelzijn een stapje beter wordt en de kostenstijging voor de consument beperkt blijft. Niet alleen de varkensboeren, maar ook de supermarkt en de consument draaiden voor de kosten op.

Helaas is dit voorbeeld eerder uitzondering dan regel. Dat komt doordat de Mededingingswet hoofdzakelijk is ingericht dat het een zo laag mogelijke prijs voor de consument onder maximale concurrentie garandeert. De NMa moet daar vervolgens op toezien. Maar het nadelige neveneffect is dat de NMa in de praktijk vrijwel alle vooruitstrevende initiatieven blokkeert die ook maar het geringste effect op de prijs hebben.

Betaling producent

Het aandeel van boeren en tuinders in de consumenteneuro is tussen 1995 en 2005 afgenomen van 31% naar 24%. Met andere woorden, aan iedere euro die een consument in de supermarkt uitgeeft verdient de boer steeds minder. De inkomenspositie van agrariërs is al lange tijd een zorgpunt. Een ongelijke onderhandelingsmacht heeft bovendien invloed op het investeren in kwaliteit en duurzame innovatie. Boeren en tuinders kunnen onmogelijk voor steeds minder geld aan steeds hogere eisen voldoen. Duurzamer en diervriendelijker produceren brengt nou eenmaal hogere productiekosten met zich mee.

Tekenend is dat melkveehouders regelmatig worden geconfronteerd met zeer lage prijzen, terwijl de prijzen in de supermarkt nauwelijks dalen. Juist de NMa heeft meerdere malen de vorming van een ‘melkfonds’ tegengehouden, waardoor de getroffen boeren een tegemoetkoming misten. Waakhond NMa blaft immers alleen om de prijs. Het gevolg is dat een boer zijn duurzame investeringen niet terugverdient via de prijs voor zijn product.

In België is het wel gelukt om een dergelijk melkfonds in te stellen. Het kan dus niet aan de Europese regelgeving gelegen hebben. Het probleem is gewoon dat het toezicht nog altijd gebaseerd is op liberaal marktdenken, terwijl we de bodemprijs vaak al hebben bereikt. Het zou veel meer uit moeten gaan van lange termijnbelangen, zoals voedselzekerheid en goede zorg voor mens, dier en milieu.

Marktfalen

Verbeteringen in dierenwelzijn, milieu en natuur vinden plaats aan het begin van de voedselketen. Deze investeringen komen voor de rekening van de producent. Om een echte doorbraak te krijgen in een eerlijk supermarktaanbod, is het nodig dat de gehele productieketen een bijdrage levert. Verbetering van de leefomgeving en de omstandigheden van het vee, maar ook het voortbestaan van de boer zijn uiteindelijk goed voor de samenleving en de consument.

De kern van het probleem is dat de NMa het wettelijke begrip ‘consumentenbelang’ te smal uitlegt.

Een eerlijke prijs voor een eerlijk product is niet enkel iets wat we internationaal moeten nastreven onder de noemer van ‘fair trade’. Faire melk en fair vlees zijn om te beginnen ook een nationale opdracht. Maar de Nederlandse markt staat uiteraard niet op zichzelf. Aan geïmporteerde producten worden vaak veel lagere eisen gesteld dan aan Nederlandse productie. Het is daarom belangrijk dat Nederland zich binnen de Europese Unie en de Wereldhandelsorganisatie (WTO) inzet om ook import te laten voldoen aan ethische ondergrenzen.

Dat kan betekenen dat we soms meer moeten betalen voor geïmporteerde producten die jarenlang te goedkoop waren, bijvoorbeeld door kinderarbeid of vervuiling. Hierdoor gaan we de oneerlijke concurrentie tegen, die in stand wordt gehouden door de uitbuiting van mens, dier en milieu. Dat is pas écht fair!

Esmé Wiegman - Van Meppelen Scheppink
Tweede Kamerlid ChristenUnie

(Een ingekorte versie van dit opinie-artikel heeft donderdag 13 januari 2011 in het Nederlands Dagblad gestaan)

Labels
Esmé Wiegman
Tweede Kamer

« Terug

Reacties op 'Fair Trade, óók in Nederland'

Beijnum-Volders, C.C. (Ineke) van [92707]
Geplaatst op: 14-01-2011 21:56
Wie kan de NMa ervan overtuigen dat mededinging niet alleen de prijs betreft, maar dat de prijs een indicator van de kwaliteit kan zijn. Er wordt met regelmaat gesproken over concurrentie op kwaliteit. Hoe moet deze een kans krijgen?
Een schone taak voor de CU?
Loenen, F. (Ria) [372737]
Geplaatst op: 16-01-2011 15:52
Aansluitend op de reaktie van mijn voorganger:
mij bekroop ook tijdens het lezen van het artikel de vraag: wie/wat kan er iets veranderen in het 'te smal denken en handelen' van de NMa, zodat meer kunnen betekenen voor welzijn en wel-leven van mens, dier en milieu?

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2011 > januari