Bijdrage ChristenUnie in debat no-fly zone Libië

f-16_610donderdag 31 maart 2011 22:06

ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind in het debat over de artikel-100 brief over de Nederlandse bijdrage aan de no-fly zone in Libië. Voordewind: "Voorzitter, in het debat vorige week hebben we als ChristenUnie al aangedrongen op het inzetten van onze F-16’s, ook boven het luchtruim van Libië om het vliegverbod te handhaven. We hebben hiertoe ook een motie ingediend, die bij deze nu ingetrokken kan worden omdat Nederland nu deelneemt aan de handhaving van het vliegverbod."

We hadden liever gezien dat we beide missies in één artikel-100 brief konden behandelen, waarbij we de voorkeur geven aan het afdwingen van het vliegverbod boven het wapenembargo, maar voorzitter, over de precieze inzet van de F-16’s gaat de Kamer niet. Maar de ChristenUnie is wel benieuwd naar de verdeling tussen beide missie als het gaat om de inzet van onze F-16’s.

Als ChristenUnie vinden we het belangrijk dat Nederland een bijdrage levert aan de bescherming van de burgerbevolking van Libië. Daartoe leveren we nu met deze missie een concrete bijdrage. 

Air to air of air to ground?
Voorzitter, wat mijn fractie nog niet geheel duidelijk is geworden, is waarom Nederland bewust heeft gekozen voor de air to air inzet. Ik heb begrepen dat Nederland zich kon intekenen voor air to air of air to ground en dat aan allebei een behoefte was. Kan de minister dat nog eens toelichten? Ik heb begrepen dat bijvoorbeeld de Belgen wel hebben ingetekend voor air to ground terwijl de Belgische F-16’s dezelfde capaciteiten hebben als onze jachtvliegtuigen. Graag daar meer duidelijkheid over. Als het een puur politiek besluit is geweest, waarom is hier dan voor gekozen?

Uitschakelen van luchtverdedigingssystemen / zelfverdediging
Voorzitter, ook maak ik me zorgen over de tijd die tussen het moment van de beschieting kan zitten van onze F-16’s en de tijd dat het luchtverdedigingssysteem wordt uitgeschakeld. Nederland mag dat niet doen, dus zullen de coördinaten worden doorgegeven aan bijvoorbeeld de Belgen die dat wel mogen? In de tussentijd kan een ander NAVO vliegtuig dat langs vliegt weer beschoten worden. Hoe groot is het risico dan dat een volgend vliegtuig wel geraakt wordt?

Is het niet te overwegen dat Nederland wel het mandaat krijgt om zichzelf te verdedigen als het beschoten wordt en daarmee ook andere vliegtuigen te beschermen die na het Nederlandse vliegtuig nog volgen?

Hoeveel landen doen er mee met de missie (Unified Protector) met het mandaat air to ground? En is Nederland een van de weinige landen die meedoet die alleen air to air hanteert? Ik zou die informatie nog ontvangen naar aanleiding van de militaire briefing. Ik vraag dit om hierdoor meer zicht te krijgen waar er nu het meest behoefte aan is.

Regime change en exit strategie
In de doelstelling wordt uitdrukkelijk gesteld dat regime change niet tot de doelen behoort van deze missie, maar in de exit strategie wordt beschreven dat de missie stopt op het moment dat er “sprake is van een zodanige politieke verandering dat er een einde komt aan het geweld tegen de burgerbevolking”. Zijn deze twee zaken niet tegenstrijdig? Zo nee, hoe verklaart u dat?

Indirect doel
Welke bijdrage levert het handhaven van het vliegverbod aan de directe doelstelling van deze missie, namelijk de bescherming van de burgerbevolking. Moet niet gesteld worden dat het hier gaat om indirect doel aangezien Nederland zich beperkt tot alleen de inzet air to air?

Inzet Arabische landen
Welke Arabische landen gaan er nu concreet een bijdrage leveren aan het handhaven van het vliegverbod en met welke concrete middelen, zoals bijvoorbeeld de inzet van jachtvliegtuigen?

Nieuwe artikel 100 brief indien de behoefte verandert?
Sluit het kabinet in de nabije toekomst een nieuwe artikel-100-brief uit, indien de NAVO aangeeft alsnog behoefte te hebben aan meer air to ground-capaciteit?

Politieke oplossingen?
Welke concrete inspanningen worden er nu ondernomen om tot een staakt het vuren te komen met het Kadaffi-regime?

Machtsvacuüm voorkomen
Welke concrete inspanningen worden er ondernomen om voorbereidingen te treffen voor het voorkomen dat er een machtsvacuüm ontstaat indien Kadaffi aftreedt?

Labels
Joël Voordewind
Tweede Kamer

« Terug

Nieuwsarchief > 2011 > maart