Zoetermeer misbruikt toerismebepaling voor koopzondagen

Koopzondagdonderdag 12 mei 2011 17:34

De ChristenUnie wil snel duidelijkheid van de minister over het oneigenlijk gebruik van de toerismebepaling om de winkels in Zoetermeer 52 zondagen per jaar te openen. De ChristenUnie stelde samen met de SGP en de SP Kamervragen aan minister Verhagen. Cynthia Ortega-Martijn: “Zoetermeer onderbouwt de uitbreiding naar 52 koopzondagen met economische argumenten, terwijl de uitzondering alleen mag worden benut bij een toeristische aantrekkingskracht.”

De Zoetermeerse gemeenteraad hanteert het argument dat de koopkracht wegvloeit naar winkels in Leidschenveen. Cynthia Ortega-Martijn: “Dat kan zo zijn maar dat maakt Zoetermeer nog geen toeristisch gebied. Het besluit van Zoetermeer is in strijd met de Winkeltijdenwet en dan is het in mijn ogen de taak van de minister om dit besluit te dwarsbomen, net als hij eerder in de gemeente Westland deed. Als we een dergelijke uitbreiding toestaan, dan zal ook in andere gemeenten de deur naar meer koopzondagen open staan. Uiteindelijk gaat dat ten koste van de zondagsrust en van tijd voor het gezin en ontspanning, van kleine winkeliers en van werknemers.”

Schriftelijke vragen van de leden Ortega-Martijn (ChristenUnie) en Dijkgraaf (SGP) en Gesthuizen (SP) aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over het raadsbesluit om in Zoetermeer 52 koopzondagen toe te staan.

  1. Kent u het bericht “Raad Zoetermeer stemt voor 52 koopzondagen”?[1]
  2. Wat vindt u van het doorslaggevende argument van de gemeenteraad dat veel koopkracht wegvloeit naar winkels van het nabijgelegen Leidschenveen, om tot uitbreiding van het aantal koopzondagen over te gaan? Bent u van mening dat genoemd argument een oneigenlijke reden is om de toerismebepaling te benutten, omdat het bij deze bepaling niet gaat om de economische aantrekkingskracht van de gemeente? Bent u met ons van mening dat in het raadsbesluit de toerismebepaling wordt gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze bepaling is bedoeld?
  3. Bent u met ons van mening dat vrijstelling op basis van de toerismebepaling alleen ‘ten behoeve van’ toerisme kan worden benut en dat daarom het uitbreiden van het aantal koopzondagen ondersteunend moet zijn aan het toerisme? [2]
  4. Bent u met ons van mening dat de gemeenteraad daarmee ook in strijd handelt wat onder meer door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven[3] inzake de toerismebepaling is bepaald, omdat het uitgangspunt van de wet is dat de begrippen toerisme en aantrekkingskracht strikt moeten worden geïnterpreteerd?
  5. Hoe oordeelt u over het feit dat een gemeentebestuur besluit om verruiming van het aantal koopzondagen toe te staan, terwijl de overgrote meerderheid van de plaatselijke winkeliers tegen een dergelijk besluit is? Is er in een dergelijk geval sprake van het door u beoogde lokale draagvlak?
  6. Wat vindt u van de wijze waarop door de gemeente Zoetermeer het draagvlakonderzoek is gedaan onder winkeliers? Hoe waardeert u de opzet en de verschillen in resultaten van de onderzoeken uitgevoerd in opdracht van gemeente, detailhandelsvereniging en Stadshart-winkelcentrum? Past de onderzoekswijze binnen de eisen van de Winkeltijdenwet, waarbij wordt gevraagd om de gevolgen voor waarden als zondagsrust, winkeliers met weinig of geen personeel en werknemers mee te wegen?
  7. Hoe oordeelt de minister over dit raadsbesluit in vergelijking met de eerder genomen besluiten inzake de gemeente Westland, waarbij de minister het besluit voor vernietiging heeft voorgedragen, vooral ook omdat er in die gemeente geen sprake was van toerisme met een ‘autonome aantrekkingskracht die zich in betekenende mate onderscheidt van andere gemeenten’?[4]
  8. Bent u bereid dit besluit voor vernietiging voor te dragen, omdat het in strijd is met artikel 3 van de Winkeltijdenwet?

 


[1] http://www.refdag.nl/nieuws/regio/raad_zoetermeer_stemt_voor_52_koopzondagen_1_562153
[2]
Zie bijv. Memorie van Toelichting (Kamerstukken II, 2008-2009, 31728, nr. 3,), p. 5 en 11 en de Nota naar aanleiding van het Verslag (Kamerstukken II, 2008-2009, 31728, nr. 16), p. 9
[3]
Uitspraak CBB van 11 maart 2009.
[4]
Koninklijke besluiten van 22 maart en 21 april 2010.

Labels
Cynthia Ortega
Tweede Kamer

« Terug

Nieuwsarchief > 2011 > mei