Peter Ester: "Bredere visie op arbeidsmarkt nodig"

foto peter ester lange balkwoensdag 07 december 2011 22:36

Bijdrage van ChristenUnie-senator Peter Ester aan het plenaire debat op 6 december over wetsvoorstel 32777: Geleidelijke afbouw van de dubbele heffingskorting.

MdV, de leden van de ChristenUnie-fractie hebben met interesse maar ook met zorg kennisgenomen van het wetsvoorstel. Het adagium dat werk moet lonen is voor onze fractie vanzelfsprekend. In deze context stelt het kabinet voor de ongelijkheid tussen een werkende (één heffingskorting) en uitkeringsgerechtigden (die recht hebben op tweemaal de heffingskorting) weg te nemen. De vraag is evenwel hoe een dergelijke generieke prikkel werkt op de huidige arbeidsmarkt en welke werkgelegenheidseffecten hiervan te verwachten zijn. Dat is zeker geen uitgemaakte zaak. Bij welke groepen uitkeringsgerechtigden mag men positieve effecten verwachten en voor welke groepen zal dit geen of weinig effecten sorteren? Kan de regering hier uitsluitsel over bieden? Daaraan gekoppeld de vraag - die door meerdere fracties is gesteld - dat het toch juist de Wet Werken naar Vermogen is die bedoeld is om deze transitie van uitkering naar werk te realiseren? Hoe moeten wij de samenhang tussen beide voorstellen dan zien en wegen?

In ieder geval is het zo, MdV, dat het verzetten van financiële prikkels alleen niet voldoende is om mensen in de bijstand te bewegen de transitie naar een betaalde baan te maken. Daar komt natuurlijk veel meer bij kijken. Met name betreft dit de verhouding tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Het gaat dan wat de vraagkant betreft om de feitelijke aanwezigheid van banen voor mensen op bijstandsniveau. Kan de regering hierover cijfermatig inzicht bieden? Wat voor banen zijn dit en in welke sectoren? En welk perspectief bieden deze banen? Maar minstens zo belangrijk is dat de mensen die het betreft over de juiste combinatie van hard en soft skills bezitten - de juiste vaardigheden kortom - die hen aantrekkelijk maken op de arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt die ook aan de onderkant steeds hogere eisen stelt aan bekwaamheden en ervaring. Dan helpt dus niet het instrument van financiële prikkels alleen, maar gaat het ook om competentieontwikkeling, om gerichte scholing. Het verlagen van het referentieminimumloon voor mensen die niet over de juiste vaardigheden beschikken of gewoon niet kunnen werken, biedt dan geen soelaas. De werking van financiële incentives is echt wat ingewikkelder dan de regering in de Memorie van Antwoord aangeeft. Als we mensen in de bijstand aan een betaalde baan willen helpen dan hebben we activerend en innovatief arbeidsmarktbeleid nodig en dan gaat veel verder dan stoeien met financiële prikkels. Mijn fractie ziet graag een reflectie van de regering op deze noodzakelijke samenhang van prikkels en competenties binnen de context van sterk gewijzigde vraag-en aanbodverhoudingen op de arbeidsmarkt en de rol die actief arbeidsmarktbeleid daarbij speelt.

De minister kiest als inhoudelijke aanvliegroute het argument “werk moet lonen”. Daar is natuurlijk niemand op tegen. Maar door een meer integrale beschouwing over arbeid, arbeidsmarktbeleid, competenties en financiële prikkels achterwege te laten, verliest dit argument aan kracht en betreft het een gewone bezuinigingsmaatregel. Het was voor dit debat zuiverder geweest indien de regering het voorstel ook als zodanig beargumenteerd had. Dan weten we waar we het over hebben en hoe we de rechtvaardiging van het de wetswijziging moeten beoordelen. Graag een reactie van de regering op dit punt.

En als we het dan hebben over een bezuinigingsmaatregel, dan hebben we het over een wel heel forse aanscherping. Ofwel een bedrag dat oploopt van een kleine zestig miljoen volgend jaar naar 226 miljoen in 2015. Structureel gaat het om een bedrag van om en nabij de 1 miljard Euro. Dat is geen klein bier MdV. Dit roept direct de vraag op naar de koopkrachteffecten. Het betreft immers vaak personen en gezinnen die langdurig op de armoedegrens balanceren en zullen blijven balanceren. Kunnen zij op een aanvaardbare wijze in hun levensonderhoud voorzien? Heeft de regering een operationele definitie van wat een aanvaard minimum, een acceptabele basisbehoeftegrens is? Werk moet lonen. Zeker. Maar mensen moeten niet onder het bestaansminimum zakken.

Maar het gaat niet om geld alleen. Het verder beknibbelen op uitkeringen kan ook implicaties hebben voor maatschappelijke participatie, voor deelname aan de samenleving. Hoe ziet de regering in dit verband het adagium van sociaal-economische inclusiviteit? De regering geeft aan een potje van 90 miljoen te hebben dat in 2012 besteed kan worden aan extra bijstand. Ligt er ook een argumentatie aan de hoogte van dit bedrag ten grondslag?

De cijfermatige exploratie van de regering waaruit zou moeten blijken dat in de periode 1991-2031 er sprake zal zijn van een reële toename van de minimumuitkering - ook met invoering van de beoogde afbouw van de dubbele heffingskorting - maakt, MdV, op mijn fractie weinig indruk. Het heeft gezien de huidige financiële en economische turbulentie weinig zin om te speculeren over dit soort parameters in de komende twintig jaar.

Zijn er ook, MdV, alternatieve overwogen voor de wetswijziging? Zoals bijvoorbeeld het verhogen van het minimumloon voor huishoudens met een alleenverdiener. Een optie is daarbij het verhoging van de arbeidskorting voor de laagste inkomens en een verlaging voor de hoogste inkomens.

Al met al, MdV, gaat het om een maatregel die gevoelige consequenties zal hebben voor vooral huishoudens die langdurig en structureel op de bijstand zijn aangewezen en de mogelijkheden of competenties ontberen om de transitie naar betaalde arbeid te maken. Anders hadden ze dat al lang gedaan. En het is niet de enige maatregel die deze kwetsbare groep treft. We zien er in dit huis deze weken nogal wat passeren. Dit roept ook de vraag op of de regering een beeld kan geven van de stapeleffecten van diverse maatregelen en beleidsvoornemens rond de bijstand. Graag ziet mijn fractie een actueel overzicht van deze stapeleffecten.

Kortom, MdV, mijn fractie heeft grote moeite met het voorstel. Het heeft forse gevolgen voor de betrokken groep bijstandsgerechtigden en actief ‘tailor made’ arbeidsmarktbeleid ontbreekt. Dat is voor mijn fractie twee bruggen te ver.

Labels
Eerste Kamer
Peter Ester
Werkgelegenheid

« Terug

Nieuwsarchief > 2011 > december

Geen berichten gevonden